Nihon Sport

Trainen moet je leren

Blog: Hendrik Koppe, april 2025

Bij al mijn trainingen die ik uitvoer, verbaas ik mij regelmatig over mede-sporters en waar ze allemaal

mee bezig zijn tijdens een training. Telefoons en oortjes is de voornaamste afleiding tijdens de

training. Met name in de sportschool zie je dat. Laatst had ik ook een jeugdige judoka in mijn judoles,

die tijdens de training zijn telefoon even wilde gaan opnemen. Uiteraard liet ik dat niet toe. Maar in

de moderne tijd zie ik alle jongeren heel druk met hun telefoon en praten en tussendoor trainen ze.

Volgens mij is dat de verkeerde volgorde, nl. je traint en hebt dan eigenlijk geen tijd voor je telefoon

of anderen om te praten, gewoon omdat het afleid van waar je mee bezig moet zijn, nl: TRAINEN en

dat zo hard en goed mogelijk.

Bij mij maakt trainen altijd mijn hoofd leeg en denk ik even nergens anders aan. Dat heeft te maken

met focus – even nergens anders mee bezig zijn als alleen maar bezig zijn met alle facetten van je

training. Je dus niet laten afleiden door van alles en nog wat. Trainen moet je dus leren. Maar hoe

dan? Door heel bewust met je training bezig te zijn. Dat kan individueel, als groep maar ook in

overleg met je trainer of trainingsstaf. Niet zomaar even een training doen. Dat betekent dus dat je

een training voorbereidt, net als je trainer dat doet. Wanneer ga je trainen (tijdstip)? Wat ga je

trainen vandaag? Welke doelen stel je voor deze training? Hoe past dat in je voorbereiding voor je

einddoel (bv een wedstrijd of recreatietocht (lopen of fietsen)? Hoe past dat in je trainingen voor

deze periode? Tijdens de training stel je constant je doelen bij. Dit op basis van de vragen die je jezelf

constant stelt. Hoe goed gaat mijn training? Haal ik er het maximale uit? Dien ik mijn training te

verlengen of te verkorten? Moet ik er meer of minder energie in stoppen? Uiteraard kunnen de

jeugdige sporters dat nog niet altijd zelf, maar moeten wij ze dat leren door met ze voor, tijdens en

na een training hierover te praten.

Ook hoe je de dag van de wedstrijd voorbereid en uitoefent, moet je leren. Van je tas al ingepakt de

avond van tevoren, ochtendrituelen, voeding, de warming-up, en dan van wedstrijd naar wedstrijd.

De eerste wedstrijd is altijd het lastigst in een judotoernooi, omdat je moet winnen om in de finale te

geraken. Je moet er dus gelijk staan. Bij veel judoka’s is dat vaak een lastige wedstrijd. Hoe ik daar

naar kijk is dat je voor deze eerste wedstrijd al een wedstrijd moet hebben gedraaid in de warming-

up. Je warming-up is op een wedstrijddag dus niet even rustig warm worden, maar toewerken naar

een piekmoment, zodat je het niveau van een wedstrijd al benadert hebt. Pas dan ben je klaar om de

mat op te gaan om optimaal te presteren. Ook dat is iets dat je dus moet leren (ook een vorm van

trainen) en elke keer verder verfijnen, zodat je de optimale mix vindt. Dus de hele cyclus herhaalt

zich dan elke keer met het doel het nog weer beter te doen de volgende keer.

Even een anekdote: In 2017 was ik als bestuurslid van de JBN aanwezig op het EK senioren in

Warschau. Aan het ontbijt zit ik te praten met een van de judoka’s die die dag deelnam. Ik vroeg hem

uit belangstelling met wie hij zijn warming-up ging doen. Moest hij nog even zien, zei hij. Ik was

verbaasd, omdat dit wel een EK was en de warming-up toch een belangrijk deel van je wedstrijddag

is. Ik gaf aan dat als hij me nodig zou hebben, ik fit was, was zelf in voorbereiding voor het EK

veteranen, en de judoka dus kon helpen. Na het ontbijt ging ik rustig naar de hal en zat nog niet koud

op de tribune of ik werd gebeld of ik naar beneden wilde komen om de warming-up te doen. We

gingen hard te keer om hem zo optimaal mogelijk warm te krijgen. Een leuke ervaring, want van de

kant zag ik ze wel kijken naar die grijze kop van mij. De judoka werd die dag 3e, dus een goede

warming-up zei ik na de toernooidag tegen hem. Later kreeg ik daarover nog een discussie met de

coach. Ik had dat niet moeten doen, hadden zij samen met de judoka een oplossing voor moeten

vinden. Ik zei met wie dan, wetende dat er verder geen judoka van zijn gewicht aanwezig was. Dit

zegt iets over de voorbereiding van je wedstrijddag, daar hoort dus ook een goede planning van de

warming-up bij. Bij de veteranen gaat dat wat anders. Daar is bijna iedereen wel bereid samen te

sparren, het is toch meer een community en iedereen wil graag voelen hoe sterk de ander eigenlijk

is. Ik zoek altijd een paar grote judoka’s uit van een jongere leeftijdscategorie. Ook heb ik hele goede

contacten met de Georgiërs, dus er is altijd genoeg keuze om optimaal warm te worden.

Niemand komt in een keer op zijn einddoel. Afhankelijk van het doel moet je daar stappen voor

zetten. Heel veel stappen en soms je hele leven lang. Is dat altijd leuk? Nou nee, maar geeft het wel

voldoening aan het eind? Eh ja, het streven naar perfectie geeft dat zeker. En met name dat gevoel

van voldoening is wat je motiveert om weer verder te werken. Dus kleine stappen zeggen, wees trost

op jezelf na een training of toernooi, bouw het rustig op, hou regelmaat, maar roest niet vast in een

vast patroon. Varieer dus veel. Zorg daarnaast uiteraard voor de juiste voeding, en voldoende rust

om te herstellen, zowel fysiek als mentaal. Na het laatste WK in Las Vegas afgelopen november, had

ik best wel wat tijd nodig om metaal weer op te laden. 2024 was voor mij persoonlijk dan ook een

extreem zwaar jaar met o.a. drie verhuizingen, twee verbouwingen en al het normale, werk, bestuur

van de JBN, gezin en lesgeven. Een jaar waarin ik tevens geen training heb overgeslagen. Ik was

oprecht moe, iets dat mij niet vaak overkomt. Dat is inmiddels hersteld en dus voel ik me elke dag

weer fitter worden, iets dat ik ook merk in de trainingen.

Kwaliteit van je training is belangrijker dan kwantiteit!

Met mijn knieblessure gaat het iets beter. De knie is aan de binnenkant versleten (bot op bot) dus

dat blijft behelpen. Een nieuwe knie ga ik nog niet doen, omdat dan het einde van mijn judo in

wedstrijden zou betekenen, iets dat ik nog even wil uitstellen, was ook het advies van de arts

trouwens, omdat het judo en trainen nog goed gaat en veel plezier geeft.

Wat kan nog wel en wat niet, is nu weer even uitvogelen om zo wel optimaal te kunnen trainen. Dit

uiteraard met zo min mogelijk pijn en wel zo dat ik fit genoeg ben om mee te doen bij de veteranen.

Een teleurstelling, maar toch ook weer niet, omdat dit al aantal jaren aan de gang is. Dit is overigens

al in 1986 begonnen toen ik mijn voorste kruisband afscheurde. Een trauma in de knie, die helaas

niet meer volledig herstelde. In mijn hoofd moest dat nog even landen (als we er niet over praten, is

het er niet). Al jaren vind ik hierin goed mijn weg met mijn trainingen. Een oud Japans gezegde is:

“Als je 7 keer valt, moet je 8 keer opstaan”. En dat ga ik dus ook nu weer doen, de juiste mix vinden

om optimaal voorbereid te zijn.

Ook deze ervaring ga ik weer gebruiken in het onderwijzen van jeugdige sporters om hen zo wijs te

maken in het optimaal trainen en voorbereiden van jezelf op wedstrijden of welke persoonlijke

doelen die je wilt behalen. Blijf lekker trainen, train gevarieerd en op verschillende tijdstippen, geniet

ervan, maar gebruik de training toch vooral om telkens weer een stap voorwaarts te zetten. Stel je

open, omarm het leerproces en blijf jezelf ontwikkelen.

Je gewoonten bepalen je toekomst (J. Canfield)

Lees ook mijn eerdere blogs op www.hjkoppe.nl

Regelmaat brengt je ver

Kansen zien, kansen benutten

Leven als een topsporter op je oude dag

Shiai is belangrijke dan kata

Biografie: Hendrik Koppe begon op zijn 5e met judo en bereikte na een lange weg in de jaren 90 uiteindelijk de

top van Nederland in het zwaargewicht. In 1999 werd hij op zijn 37, met een keer in de week trainen nog 3e

van Nederland. Vanaf 2008 ben ik, houder van de 5e dan en tegenwoordig ook judoleraar A, actief in het

veteranen circuit en ben ik inmiddels 11 keer Europees kampioen en 13 keer Wereldkampioen. In 2016/2017

en van 2020/2024 was ik bestuurslid van de JBN en hield me daar bezig met Topsport. Na een lange carrière bij

de Optie- en Effectenbeurs, ruim 32 jaar, waar hij verantwoordelijk is geweest voor het toezicht op de handel,

alsmede ook op de afwikkeling van de handel, ben ik na een uitstapje van iets meer dan 3 jaar bij

serviceorganisatie NederlandSport (thans onderdeel van NOC&NSF) nu weer werkzaam in de financiële wereld

bij een vermogensbeheerder. Ik richt me altijd op het ontdekken van (nieuwe) zakelijke kansen en op

efficiencyverbeteringen. Ben die de klus klaart en gewend is om teams en bruggen te bouwen, waarbij grenzen

tussen verschillende belanghebbenden worden verlegd. Zeer klantgericht, een teamspeler met oog voor detail,

kwaliteit, het delen van informatie en kennis. Flexibel, wendbaar en stressbestendig. Open, eerlijk, met veel

Amsterdamse humor, gevoel voor de culturele situatie. Een echte (top)sporter met toewijding, focus,

winnaarsmentaliteit, met behoud van een sterk lichaam en geest. Mijn levensmotto’s zijn:

“Het is niet belangrijk om beter te zijn dan een ander, maar beter dan gisteren”

“Als winnen zo gemakkelijk was, zou iedereen het doen!”

“Het draait allemaal om voorbereiding!”

Wil jij ook succesvol zijn in het leven? Ik weet zeker van wel, want “Winnen kun je leren”. Ik neem je dan ook

graag mee in mijn leven en de door mij behaalde successen in mijn werk bij de beurs in Amsterdam, maar ook

als wedstrijdjudoka met inmiddels 13 wereldtitels. Tijdens mijn lezing geef ik je 5 handvatten die jou helpen om

succesvol te zijn in wat je ook doet of wilt bereiken. Breng structuur in je weg naar succes. Laat mij je inspireren

met mijn inzichten! Je kunt mij bereiken via Facebook of Linkedin.

 

KRIJG 10% KORTING OP WWW.NIHONSPORT.NL MET DE CODE NIHONSPORTBLOG10

Shiai is belangrijker dan kata

Blog: Hendrik Koppe juli 2024

 

Zaterdag 29 juni was het mijn laatste officiële vergadering als bestuurslid Topsport bij de Judo Bond Nederland. Daarmee sloot ik voor mijzelf een enerverende periode af. Een waarin we als bond, bureau en alle vrijwilligers keihard hebben gewerkt om de JBN om te vormen naar een toekomstbestendig model.

 

Zoiets gaat uiteraard niet vanzelf maar vraagt om toewijding, doorzettingsvermogen en uithoudingsvermogen om dit langdurig vol te houden. Als je dan zegt keihard gewerkt, wat betekent dat dan? Hoeveel uren per week ben je hier dan mee bezig. Omdat er altijd werk te verrichten is, denk in een rustige week 6 tot 8 uur, maar in een drukke periode zo maar 10 – 12 uur per week, met pieken tot wel 30 uur per week. Gewoon omdat er altijd wel te verrichten is en soms heel veel werk, met name omdat het veranderen van een organisatie gewoon veel tijd vergt, maar dus ook veel inspanning van velen.

 

Er wordt dus veel van vrijwilligers gevraagd en ik kan je verklappen dat veel werk voldoening heeft gegeven, maar sommige onderdelen ook niet. Leden van een vereniging vergeten wel eens dat wij als bestuurslid ook vrijwilligers zijn die hun uiterste best doen om met al onze kennis en vaardigheden opgedaan in het verleden proberen naar eer en geweten in te zetten om de JBN verder te helpen. Dat dit werk niet door iedereen wordt gewaardeerd en men dus denkt dat men dus op een andere wijze met ons denkt te mogen omgaan, maakt het besturen soms lastig. Bij mij ligt de grens op belediging van een persoon, of ik dat nu zelf ben, of een van mijn medebestuurders, of de andere vrijwilligers of de medewerkers van het bondsbureau. Zonder op details in te gaan, kan ik verklappen dat sommige leden die grens een aantal keren hebben opgezocht, maar ook overschreden. Dan stelden wij onszelf altijd weer even de vraag: “ Voor wie doen wij dit werk ook alweer?” – precies ja: “Voor de leden van onze mooie bond.” Dat was dan weer even slikken en weer verder, want er is geen tijd te verliezen in het veranderingsproces dat we met zijn allen door moeten maken om er sterker uit te komen. Lastig dus omdat je niet altijd iedereen tevreden kunt stellen en soms ook gewoon nee moeten zeggen. Niet het antwoord dat mensen graag willen horen en dan via andere wegen alsnog proberen een ander antwoord te krijgen.

Dit zijn soms best wel gevechten die dienen te worden geleverd, omdat als je iets wil bereiken het vaak verder gaat dan een randori of sparringsvorm in de discussie en/of de verandering. Dat brengt mij dan gelijk bij de kop van deze blog: Is de shiai belangrijker dan de kata of andersom?

 

Wat is ook precies de bedoeling die Jigoro Kano met het kata had? Hij wilde een aantal technieken inclusief de balansverstoringen in een standaard vorm aanbieden, zodat de leerlingen het gemakkelijker tot zich konden nemen en zich er verder in konden bekwamen. Op deze wijze kon hij meer leerlingen opleiden in de zachte weg die hij als budo had ontwikkeld.

 

Wat we over tijd hebben gezien is dat de diverse vormen van kata (staand en grond) steeds belangrijker zijn geworden. Als oefenvorm is het natuurlijk prachtig om kata te blijven doen, met name als randori’s niet meer zo gemakkelijk gaan en wedstrijden helemaal niet meer en je dus fijn aan je technieken kunt blijven werken zonder dat je wedstrijdblessures oploopt. Mooi ook dat er nu wedstrijden in georganiseerd worden en judoka’s de perfectie van de worpen kunnen bereiken.

 

Wat je daarnaast ziet gebeuren is dat kata belangrijker lijkt te worden gevonden dan de shiai. De vraag is dat terecht is of niet. Daar kun je wel wat discussie over voeren lijkt mij. Namelijk is het beheersen van een techniek in een wedstrijd, waarbij de spanning van je tegenstander er volop op staat moeilijker dat het lopen van een kata? Je zou zeggen van wel, immers je tegenstander in een shiai maakt onverwachte bewegingen en deze uit balans weten te krijgen is veel lastiger dan het lopen van een kata waarbij je partner de verwachte en afgesproken bewegingen maakt. Die afgesproken bewegingen maakt je tegenstander bij een shiai niet, sterker nog hij maakt bewegingen die je mogelijk helemaal niet verwacht, ook omdat zijn kumi-kata anders is dan waarmee jij wellicht rekening houdt. Hij heeft namelijk hetzelfde doel als jij, nl. jouw werpen en de wedstrijd winnen, terwijl bij kata de uke weet dat tori hem gaat werpen. Daarnaast brengen shiai’s grotere individuele wedstrijddruk dan kata-wedstrijden, dit omdat je er bij een shiai alleen voor staat, terwijl het lopen van een kata samen met een partner plaatsvindt. Shiai wordt wel gezien als een dubbel gevecht, namelijk met je tegenstander (fysiek) en met jezelf (mentaal).

 

Je kunt je dus afvragen waarom judoka’s die nog steeds aan wedstrijden deelnemen niet beter en meer gewaardeerd worden of dienen te worden dan de kata judoka’s. Immers zij laten soms tot op hoge leeftijd zien dat zij door hard te trainen nog steeds hun technieken beheersen om andere te werpen in een wedstrijd. Is dat preken voor eigen parochie omdat ik zelf nog veel randori’s en shiai’s draai? Wellicht wel, maar ik ben er meer en meer van overtuigd dat als je deelneemt aan shiai’s dat vele malen zwaarder is mentaal en fysiek dan het lopen van een kata. Dit lijkt mij iets om richting de toekomst meer mee te doen en beter te waarderen.

Samenwerken in de sport

Afgelopen week ben ik begonnen met een cursus ASM – Athletic Skills Model. Hier kwam ik mee in aanraking tijdens mijn opleiding tot judoleraar A en wilde daar graag meer over leren en weten. Na de eerste les kon ik concluderen dat ik nog veel kan leren, maar ook dat ik onbedoeld al jaren ASM toepas op mijn eigen trainingen. Dat doe ik door te kijken en leren van andere sporten, maar ook van veel verschillende leraren, zowel in het judo, maar vooral ook bij de andere sporten. Dat heeft mij een completere sporter gemaakt en daarmee ook een betere judoka. Bovendien heeft dit bijgedragen aan de resultaten die ik sinds 2008 bij de judoveteranen heb behaald. Meer naar kwaliteit kijken en minder naar kwantiteit in je trainingen, maar vooral in de geest van Jigoro Kano, niet beter dan een ander, maar beter dan gisteren.

 

Hoewel ik van nature wat eigenwijs ben, geef ik altijd wel aan dat ik mijn mening graag inruil voor een betere. Dat betekent dus dat ik nieuwe informatie altijd kritisch bekijk en beoordeel, er veel vragen over stel, maar vooral hoe dat van nut kan zijn voor waar ik mee bezig ben, zowel voor mijn judo of mijn werk. Kan het helpen om het nog beter te doen, zowel voor mijzelf, maar vooral ook voor anderen, collega sporters of de collega’s op het werk, maar zeker ook de klanten waarvoor we werken. Door samen te werken wordt het eindresultaat uiteindelijk beter voor iedereen. Nu zul jij denken, maar judo is toch een individuele sport? Dat klopt voor de wedstrijden, waarbij je de mat op gaat voor een man tegen man strijd. Een fysiek, psychologisch en tactisch spel, waarbij degene overwint die geen angst kent en de mat opstapt om te winnen. Ook al verlies je soms, het aangaan van deze uitdaging is al een overwinning die je verder helpt om nog beter te worden. Maar judo doe je niet alleen, want je hebt altijd een partner nodig om te trainen. Samen beter worden, elkaar bijstaan en ondersteunen. Dat is het mooie van judo, je bent namelijk nooit uitgeleerd en dat fascineert mij het meest. In de sport zie je steeds meer ASM-achtige vormen van samenwerken en leren van elkaar om beter te worden in je sport en daarmee je prestaties naar een hoger niveau te brengen.

 

Na ruim 32 jaar te hebben gewerkt bij de optie & effectenbeurs in Amsterdam in diverse senior management rollen, een geweldige tijd die mij veel heeft geleerd en gegeven, ben ik sinds november 2019 gestart bij de Stichting Nederland Sport. Een initiatief vanuit de sport, om sportbonden meer collectief te laten samenwerken en te ontzorgen op het gebied van backoffice taken, via een shared serviceorganisatie. Daar zijn diverse initiatieven voor gestart in het verleden, maar die kwamen vaak niet verder dan koffie/thee, huisvesting, schoonmaak en de kopieermachine. Waar we zien dat samenwerken binnen de sport zelf steeds meer normaal is en de enige manier om beter te worden, zien wij dat in de wijze wij diezelfde sport organiseren slechts beperkt terug. Iedereen schijnt te willen vasthouden aan zijn eigen organisatie en het gevoel van identiteit en zelfstandigheid. Daar gaat veel geld mee verloren die beter kan worden ingezet voor de sport zelf. Dat is overigens niet uniek voor de sport. Binnen de goede doelen wereld zien wij hetzelfde. Toen ik daar als begeleider tijdens een gongceremonie bij de beurs een vraag over stelde kreeg ik namelijk precies hetzelfde antwoord. Zonde zei ik toen, want je zou dus meer kunnen bereiken waarvoor je bent opgericht, het bevorderen van….. vul de activiteit maar in. Binnen de sport verwonder ik me daar ook nu weer over. Samenwerken vraagt namelijk iets anders. Maar wat dan?

Samenwerken vraagt om de wil om samen te werken en de autonomie los te laten. Daarvoor heb je dus commitment van bestuurders en managers nodig die de bereidheid hebben om afscheid te nemen van de ‘eigen’ gewoontes, allemaal in het belang van de sport. Dus niet je persoonlijke relaties gebruiken voor je bestuur of managementfunctie, maar vooral kijken wat nu in het belang is van de sport en loslaten. Het probleem is dus de wil om vooral niet te veranderen – innoveren in een tijd van verandering vraagt moed en doorzettingsvermogen, dat heeft de huidige Corona crisis ons inmiddels wel geleerd. Dergelijke veranderingen dienen te worden ingezet vanuit de top, door je medewerkers actief bij de hand te nemen en ze te laten samenwerken met anders sportbonden. Maar hoe mooi zou het zijn als dit ontstaat vanuit de laag eronder, die vaak het uitvoerende werk verricht en zicht heeft hoe dit samen met mensen van andere organisaties beter vormgegeven kan worden.

Hoewel ik van nature ook niet snel tevreden ben over mijn prestaties, omdat er altijd ruimte is voor verbetering, kijk ik nu na anderhalf jaar wel tevredenheid terug over wat we als team bereikt hebben samen met de aangesloten sportbonden. Het idee was goed en daar geloofde ik tijdens mijn sollicitatie in. Daarnaast basis was gelegd door het bestuur, maar nu was het aan mij, als eerste medewerker om het van idee om te zetten in een concrete organisatie met nieuwe diensten en klanten. Daarin moest ik de nodige scepsis en terughoudendheid dienen te overwinnen van diverse organisaties en personen. Iets dat ik wel vaker in mijn leven heb gedaan, zowel in mijn werk, maar vooral ook in mijn sport. Omdat ik niet altijd kies voor de gemakkelijke weg, die ook vaak nog eens langer was dan voor anderen, maar graag de uitdaging aan ga als ik geloof dat iets haalbaar is, dan ga ik ervoor om te laten zien dat ik het wel kan. Gelukkig hebben wij een aantal supporters die geloven in samenwerken en dat helpt om vooral door te gaan met waar we mee bezig zijn. Sinds kort heb ik een nieuwe collega en maken wij nog meer meters en wordt waar we voor staan steeds duidelijker en krijgt nog meer vorm.

 

Waarom willen bestaande modellen zo graag behouden? Waarom voelen wij ons daar zo happy bij? Wat moet er gebeuren om met zijn allen die omslag te maken? Nou gewoon mensen die het goede voorbeeld geven en de samenwerking durven aangaan en niet het gevoel hebben hun zelfstandigheid en status te verliezen, maar vooral in dit geval de sport vooruit te helpen en daar optimaal in te investeren door onnodige structuren af te breken en te vervangen door samenwerkingsverbanden. Er is nog een lange weg te gaan, maar het is haalbaar ben ik van mening. Het gaat uiteindelijk over voorbereiding, maar daarover meer in mijn volgende blog.

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring