Nihon Sport

EJU trainingsstage Papendal 2022 door HuHaFoto

Gisteren, 15 augustus, twee trainingen bijgewoond tijdens de EJU-trainingsstage die de Judo Bond Nederland organiseert op Papendal.

Onderstaand de foto’s van HuHaFoto (Harry van den Hurk).


Tot 31 augustus a.s. 10% korting op www.nihonsport.nl met de code ZOMER10


Fotoalbum Flevoland Open 9 juli 2022

Voor alle foto’s van dit toernooi bekijk het foto album dan HIER

“Klimmen is winnen”

Afgelopen week werd door de Judo Bond Nederland op Papendal een internationale trainingsstage georganiseerd ter voorbereiding op o.a. het komende Wereldkampioenschap judo en de Olympische Spelen.

Een uitgebreide fotoreportage vind je HIER

Hajime Judo Podcast 4 – Judo in Corona tijd / Terugblik Praag

In de vierde aflevering van de Hajime Judo Podcast blikken we terug op de European Open van Praag en interviewt André vier judo leraren over hoe zij omgaan met hun lessen en leerlingen in deze Corona tijd.

Sven Borst van Sakura-Budo uit Apeldoorn gaat op 8 mei 24 uur lesgeven, om geld in te zamelen voor leerlingen die door Corona financieel in de problemen zijn gekomen. Met de opbrengst van zijn marathon kunnen zij toch blijven deelnemen aan de activiteiten van zijn sportschool.

Eric Markgraaff van Sportschool Ikigai uit Bergen op Zoom, Roosendaal en Etten-Leur heeft steeds nieuwe initiatieven om in contact te blijven met de leden van de sportschool waarvan hij sinds 2018 eigenaar is.

Tonny Mulder van Sportschool Geelhoed probeert zijn leden op ruim 20 lokatie in de provincie Zeeland op steeds op nieuwe manieren te binden in deze lastige tijd. De YouTube pagina is een hit en het laatste nieuwste is de judo drive-in op verschillende locaties.

Tom Steensels van Judoteam Gruitrodee vertelt over hoe hij de zaken in Belgisch Limburg organiseert en wat er anders is in vergelijking met de situatie in Nederland.

Kortom vier korte verhalen met judoleraren die nog steeds positiviteit uitstralen.

De Hajime Judo Podcast is te beluisteren via alle grote pocastplatforms, maar ook via https://hajimejudopodcast.buzzsprout.com
Verder zijn updates over nieuwe afleveringen te volgen via:
 
Berichten of reactie via bovenstaande sociale media of mail naar andrevanmeerkerk@gmail.com

Global Arena 2020 International Offline Juvenile Judo Technical Team Championships (Fukuoka, Japan)

Een unieke kans om deel te nemen aan een video competitie in Japan!

De afgelopen 10 jaar heeft Peter Wetzer van Nihon Sport zich ingespannen om jaarlijks een Nederlands of Belgisch jeugdteam (-15) deel te laten nemen aan een toernooi en trainingskamp in Fukuoka, Japan.

Het toernooi vond jaarlijks eind december plaats in de Global Arena van Fukuoka. De complete Japanse ‘top‘ was daar present.

Door Corona kan het toernooi dit jaar geen doorgang vinden.

De organisatie heeft echter een video-competitie georganiseerd voor teams uit de hele wereld.

Bekijk onderstaand een voorbeeld van zo’n video!

Wil je nadere informatie en/of wil je inschrijven? Stuur een mail naam peter@nihonsport.nl

Willem Visser: “Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo”

Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo

 

Ja, u ziet het goed, dit is de titel van dit artikel; er zijn namelijk geen woorden die kunnen omschrijven wat er zich momenteel in de Judo Bond Nederland afspeelt.

Toch zal ik hier de politieke chaos analyseren.

Het bestuur is direct of indirect ‘weggestuurd’ door de bondsraadsleden, twee bestuursleden bleven achter om ‘om op de failliete winkel te passen’. Ondertussen kropen de bondsraadsleden weer in hun modderige onwelriekende loopgraven om elkaar en belanghebbenden, onder andere NOC*NSF, te beschieten met mondelinge of schriftelijke teksten.

De aanleiding was dit keer het mogelijk wijzigen van een deel van de uitvoering van het topsportbeleid en het niet invoeren van een verplichte VOG voor officials van de JBN.

Uit eerdere artikelen die ik schreef, moge blijken dat ik voor een JBN ben met eigen kracht, eigen identiteit en vol van dynamiek, innovatie en creativiteit. De twee eerst genoemde onderdelen, eigen kracht en eigen identiteit, houden in dat niet het NOC*NSF bepaalt wat en hoe het beleid en de uitvoering daarvan moet zijn; de JBN, en met name het bestuur, bepaalt dat zelf.

Daarvoor kunnen we teruggaan naar het ontstaan van de georganiseerde sport. Voor Judo ging dat zoals bij vrijwel andere sporten. Judoka verenigen zich in verenigingen, verenigingen vormen regio’s en vanuit de regio’s ontstaan judobonden, die later tot één bond worden gesmeed. (Zie mijn volgend artikel over de geschiedenis van het Nederlandse Judo.)

Tal van sportbonden zijn op min of meer dezelfde manier ontstaan en alle sportbonden hadden en hebben tot doel om ‘dienstbaar’ te zijn aan de sportbeoefenaren.

Op deze manier ontstond ook het NSF en het NSF had als  doel om ‘dienstbaar’ te zijn aan de verschillende sportbonden. Het NOC was in eerste instantie bedoeld om ‘dienstbaar’ te zijn aan sportbonden die deel wilde nemen aan de Olympische Spelen.

Later zijn NOC en NSF samengevoegd, naar ik aanneem, om ‘dienstbaar’ te zijn aan de sportbonden.

In dit artikel is de ontstaansgeschiedenis van sportbonden uiterst summier omschreven om te benadrukken, dat bonden en ‘bondsofficials’ er uitsluitend zijn om dienstbaar te zijn aan de sportbeoefenaren! (Dus Maurits Hendriks moet dienstbaar zijn aan Joeri van Gelder……. en het komt helaas veel vaker voor dat ‘bondsofficials’ de dienstbaarheid aan de sporters vergeten, veronachtzamen of zelfs bewust vernietigen, voornamelijk om hun ego te laten ‘schitteren’.)

Toch zijn er bij het NOC*NSF officials de van een dusdanig hoog niveau zijn dat zij het zich kunnen veroorloven om, met ondersteuning van een grote deskundige, een brief te schrijven naar de bondsraadsleden; een brief die bol staat van kritiek op de structuur van de JBN (op basis van het bestuursrecht) en de daaruit voortvloeiende controle en uitvoering van het beleid. De bondsraadsleden ‘dichten’ zichzelf taken en verantwoordelijkheden toe, ingegeven door macht. Helaas is dit niet te verwoorden in ‘dichterlijke taal’, echter uitsluitend in:

Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo

 

Al in de tijd van Frans Hoogendijk, de beste voorzitter die de JBN ooit heeft gehad 1988-1996, beschoten de bondsraadsleden uit hun modderige en niet welriekende loopgraven het bestuur en vooral Frans Hoogendijk. Na bijna acht jaar beschoten te zijn heeft Frans Hoogendijk in april 1996 ‘het loodje gelegd’ en het Nederlandse Judo Team moest in bestuurlijke chaos gaan deelnemen aan de Olympische Spelen. Dit mag nooit meer voorkomen, simpelweg omdat dit de ‘dienstbaarheid’ aan de judoka absoluut en bepaald niet ten goede komt; ik ben ervan overtuigd dat die chaos tenminste één judo-medaille heeft gekost!

Vóór de periode van het bestuur onder leiding van Frans Hoogendijk en de gehele periode ná Frans Hoogendijk botvieren de bondsraadsleden hun satanische genoegens en uiten dat door ieder bestuur vanuit hun loopgraven te beschieten. (Onlangs las ik  in het boek van Rutger Bregman, dat in de Eerste Wereld Oorlog, 1914- 1918, de schutters van de verschillende partijen in de loopgraven, de loopgraven uitkwamen om gezamenlijk Kerstmis te vieren; zelfs daartoe zijn de bondsraadsleden niet in staat.)

De brief van de hoogste officials van het NOC*NSF, niet zijnde Maurits Hendriks, werd door de gezamenlijke bondsraadsleden uit Noord Nederland, Noord Holland en Zuid Holland in een Open Brief beantwoord op een hooghartige manier, die zelfs mij (als zeer hooghartig bekend staand) veel te ver gaat……

In de brief schrijven de genoemde bondsraadsleden dat zij vrijwilligers zijn in een (let op) niet professionele organisatie, de JBN. Bewust of onbewust heeft men hierdoor zichzelf en de JBN als organisatie compleet gediskwalificeerd (kennelijk zijn bondsraadsleden in ‘het bevredigen en strelen’ van hun ego’s het verschil tussen bewust en onbewust, in opgewonden staat, geheel uit het oog verloren).

Vrijwilligers in de JBN, die een functie binnen de JBN bekleden, zijn verplicht om zich professioneel te gedragen. Professioneel betekent als eerste: deskundig, integer, bereid en in staat om samen te werken! 

Welnu, als het gaat om deze definitie van professionaliteit (deskundig, integer, bereid en in staat om samen te werken) komen de bondsraadsleden heel veel te kort.

Daarnaast is het in deze tijd voor vrijwilligers met een niet professionele instelling niet mogelijk om een middelgrote sportbond te leiden. En….in deze tijd moet een sportbond professioneel geleid worden, welke definitie van professioneel ook wordt gebruikt!

Ook mag en kan een structuur, waarin onder andere het omschrijven en scheiden van taken en verantwoordelijkheden die niet overeenstemt met het bestuursrecht niet gehandhaafd blijven, hoe graag de ‘loopgraven-bewoners’ dat ook zouden willen.

Sinds jaar en dag scheppen de bondsraadsleden er genoegen in om het bestuur te bestoken, totdat men ‘het loodje legt’ en dat moet afgelopen zijn!

En bondsraadsleden, u bent volledig verantwoordelijk voor de onbestuurbaarheid van de JBN; en als het dan even een moment bestuurbaar is, dan betrekt u uw stellingen weer om met uw anti-professionele attitude en zonder competenties het bestuur af te schieten.

U bent niet deskundig, niet integer en niet bereid en in staat om samen te werken.

Dus opstappen, allemaal!

En dat is dan meteen de eerste stap op weg naar een nieuwe JBN.

De tweede stap is: het veilig stellen van een perfecte voorbereiding voor de Olympische Spelen van de topjudoka, waaronder wellicht een Olympisch kampioen en wellicht zelfs twee Olympische kampioenen! Hiertoe moeten Maarten Arens, Michael Bazynski en Benito May ongestoord door kunnen werken om hun doelstellingen te kunnen verwezenlijken! Het NOC*NSF heeft in een brief hiertoe al een garantie afgegeven.

Om de voortgang en uitvoering van een topsportbeleid te realiseren zullen er nieuwe nationale coaches voor junioren aangesteld moeten worden. De te selecteren coaches moeten voldoen aan één of aan beide criteria:

  1. Judocoach met zeer goede sportopleiding, die zijn sporen in topjudo al heeft verdiend;

opleiding en coaching van Nederlandse kampioenen judo, alsmede aansprekende internationale successen van judoka die door haar of hem zijn opgeleid.

  1. Ex topjudoka, Europees niveau, met een zeer goede sportopleiding.

De opleiding van jonge judoka moet weer gaan plaatsvinden in de clubs.

Op de derde plaats moet er snel een nieuwe structuur worden ontwikkeld en ingevoerd. (Zie een vorig artikel, waarin omschreven is wat die structuur zou kunnen zijn.)

Op de vierde plaats moeten er nu nieuwe bekwame judoka worden gevraagd om het bestuur te vormen:

Jessica Gal voorzitter, Emile Pruim financiën, Theo Meijer topsport, Edgar Kruyning opleiding en breedtesport, Dennis van der Geest pr en communicatie.

Het bestuur kan Mark Huizinga vragen om technisch directeur te worden en Anthony Wurth kan gevraagd worden om de functie van algemeen directeur te gaan vervullen.

 

Persoonlijk, weet ik zeker, dat dit team met Jessica Gal als voorzitter de Judo Bond Nederland optimaal zal voortstuwen (eigen kracht, eigen identiteit, dynamisch, innovatief en creatief).

En ja, er moeten een voorzitter en bestuursleden worden gevraagd, omdat de JBN de beste mensen nodig heeft; de beste mensen krijgt men niet door sollicitatieprocedures!

Het mag nooit meer zo zijn, dat bondsraadsleden een nieuwe voorzitter werven om deze vervolgens onder controle te houden en te pas en te onpas vanuit de loopgraven te beschieten.

Maar……de eerste stap is cruciaal:

Bondsraadsleden opstappen, allemaal, want u bent volledig verantwoordelijk voor de onbestuurbaarheid van de JBN!

 

Na vier jaar onder het voorzitterschap van Jessica Gal kan er eventueel een nieuw bestuur gekozen worden op basis van het voorstel zoals ik in een eerder artikel heb beschreven; in dat artikel is al beschreven dat het bestuur het beleid maakt en uitvoert en dat een kleine bondsraad controleert. Het is echter te hopen, dat Jessica met haar team na vier jaar nog één volgende periode doorgaat. (Zoals gebruikelijk zou moeten zijn, kan een bestuur niet meer als twee perioden aanblijven.)

 

Maar helaas gaat het aanstaande zaterdag niet over Judo en over judoka; aanstaande zaterdag zullen ‘de reglementen-neukers’ hun bevrediging zoeken…….

 

 

 

Dit was mijn laatste artikel over de JBN als bestuursorganisatie; er zal na dit artikel geen draagvlak en belangstelling meer zijn voor mijn satirische beschouwingen.

 

Satire is als een boeket wilde bloemen en in de loopgraven van de Hel groeien en bloeien zelfs geen wilde bloemen.

 

 

200908

 

Willem Visser

8e dan Judo IJF

Willem Visser over Talentontwikkeling JBN

“Als judobond zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd om talentvolle judoka’s een optimale leerweg te bieden tot topjudoka”.

Dit is een onderdeel van een persbericht van de JBN, dat zeer recentelijk is verspreid. En het zou bepaald niet opzienbarend zijn geweest als de volgende zin als volgt zou zijn geweest: “ Als directeur topsport van de JBN ben ik verantwoordelijk voor het resultaat en daarom treed ik terug als directeur topsport van de JBN. Graag wil ik iedereen bedanken…..enz.” Welnu, die vervolgzin was er niet, omdat ‘koste wat kost’ de eigen functie behouden moet blijven (en ‘koste wat kost’ kost altijd teveel)!

Nadat Ben Sonnemans als technisch directeur de JBN was uitgewerkt, is eerst een hockeyer en daarna een schaatser bezig geweest om ‘de bal dan wel mis te slaan’ of ‘de verkeerde baan te nemen’. Ben Sonnemans kreeg niet eens de tijd om zich fatsoenlijk in te werken en daar hij zich niet neer wenste te leggen bij het hockey-management van het NOC vertrok hij.
(Hockey…mondiaal een heel kleine sport, evenals schaatsen overigens. Ooit meer dan 15 landen zien deelnemen aan EK, WK en/of Olympische Spelen bij hockey en schaatsen? Welnu, bij judo meer dan het tienvoudige van 15! En moeten wij als judoka ‘onze oren dan laten hangen’ naar kleine sporten als hockey en schaatsen?)
Ook werd het mooie woord “leerweg” geïntroduceerd, dat bleek dus ‘de verkeerde baan’ te zijn.

“Waarom richt je jezelf, met jouw talent, niet op de absolute top” vroeg ik een tijdje terug aan een judoka en het antwoord was: “laat ik het er maar op houden dat er geen wederzijds vertrouwen is op meerdere vlakken; en in mijn nieuwe sport mag ik zelf ook invloed uitoefenen op het invullen van mijn trainingsschema……!” Later vernam ik, dat veel judoka hun droom om dezelfde redenen hadden opgegeven!

Als judoka (en bepaald geen hockeyer of schaatser) krijg ik dan een brok in mijn keel; ja, die judocoach waar men eens over schreef dat hij ‘verstoken was van iedere vorm van gevoel’, krijgt dan een brok in zijn keel en tevens een gevoel van machteloosheid, omdat hij hier niets meer aan kan veranderen.

En onder het regiem van hockeyers en schaatsers, die door piloot Maurits Hendriks, met als grondnavigator Jos Hell, de JBN in zijn geparachuteerd, zijn talloze judoka voor topjudo verloren gegaan en is jarenlang een corona-achtige aanslag gepleegd op de judo-clubs in Nederland, waardoor veel judo-clubs aan het infuus liggen.

Het is verschrikkelijk dat talrijke talentvolle judoka ‘de jas aan de kapstok hebben gehangen’ en veel judocoaches ‘hebben de pijp aan Maarten gegeven’ en hebben dus ook vrijwel geen bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van jonge judoka, jonge mensen met ambitie om ‘alles eruit te halen wat er in zit’.

Als je als directeur topsport van de JBN op je geweten hebt dat jonge judoka zijn gestopt, clubcoaches zijn afgehaakt en clubs zijn gemarginaliseerd, mag je dan doodgemoedereerd op ‘je comfortabele stoel blijven zitten’? En heb je dan zelf niet het inzicht, dat je niet als ‘een bonus-trekkende verliesgevende Air France CEO’ in functie kunt blijven? En dat je ruimte moet maken voor iemand die ‘de bal wel weet te raken’ en die ‘wel de juiste baan neemt’?

En in dezelfde alinea wordt dan “een nieuwe structuur” gepresenteerd, waarin “hand in hand met de clubs gebouwd moet worden aan een goed gevulde vijver aan potentiële topjudoka’s”. (We moeten nu wel oppassen dat we, als de huidige directeur topsport tot inzicht is gekomen, geen zwemmer of roeier als directeur topsport JBN krijgen….)

Dit onderdeel van de zogenaamde “nieuwe structuur” bestond al sinds het voorzitterschap van Frans Hoogendijk (de beste voorzitter van de JBN ooit) met zeer veel internationale successen van junioren en senioren en….met 60.000 actieve leden in de bond!
Maar, de oude structuur met “full time programma’s op de RTC’s zullen nog tot 31 juli 2021 in stand blijven”, zo wordt in het persbericht gemeld. Nu neem ik toch aan dat hier een typefout is gemaakt? “31 juli 2021” moet natuurlijk zijn ‘31 juli 2020’.

En wat als het nu eens geen typefout is? Weer een groot aantal ambitieuze judoka die afhaken, weer meer gedemotiveerde coaches en een aanslag op de clubs?
Geen zorgen, het is een typefout!?!

Of loopt het contract van de huidige directeur topsport misschien tot 31 juli 2021…..?

“ ….. onderaan de streep hebben we onszelf een onvoldoende gegeven…..en besluiten nemen die bijdragen aan een opleidingsstructuur die toekomstbestendig is”. Ook dit is een citaat uit het persbericht en dan mag men toch aannemen dat het juiste besluit, zoals hierboven is beschreven, al is genomen!

Een belangrijke verandering is, citaat: “Op het NTC wordt duidelijker onderscheid aangebracht tussen het seniorenprogramma en het juniorenprogramma in de academie (start zomer 2020)”.

Op het eind van het persbericht dus toch nog een adder onder het gras, want weer wordt een aanslag gepleegd op de relatie judoka-clubcoach en de clubs, daar jonge judoka verplicht worden naar de JBN academie te gaan, zonder te weten welk ‘programma’ daar wordt aangeboden en zonder dat zijzelf of de clubcoach invloed heeft op die individuele (?) programma’s. En wordt er hier dan voorbijgegaan aan de alom gehoorde kritiek, dat er geen technisch programma is, simpelweg omdat men geen interesse heeft in techniekontwikkeling of geen kennis heeft van techniek en de ontwikkeling daarvan?

Uiteraard mag dit artikel geen herhaling worden van wat ik eerder, ook hier, publiceerde; toch nog een ‘ruwe schets’ van het ideaalbeeld:

* Het judo op Papendal is de plaats waar judoka, junioren en senioren, op het hoogste landelijke niveau randori kunnen doen;
* Op Papendal hebben judoka de gelegenheid om het individuele krachtrainingsprogramma af te werken;
* Het niveau op Papendal moet in alle opzichten het hoogste nationale niveau zijn, zodat judoka en clubcoaches de noodzaak inzien en judoka graag willen trainen op Papendal;
* De clubcoach heeft de eerste relatie met de judoka en is als het ware de projectmanager. De bondscoach is de programmamanager die meerdere projecten kan leiden;
* De clubcoach is de opleider van de judoka en de club is de thuisbasis van de judoka; de thuisbasis daar waar de judoka vandaan komt en waar de judoka altijd op terug kan vallen.

Er wordt gesproken over “nieuwe structuur” en daarover het onderstaande.
De structuur, het ideaalbeeld, kan bestaan uit twee onderdelen:

A. Een structuur met processen die continuïteit en kwaliteit ontwikkelt, perfectioneert en bewaakt. Dit is een structuur met een grote mate van vrijheid voor judoka, clubcoaches en bondscoaches om dwars door de organisatie samen te werken, kennis te delen en nieuwe ideeën uit te werken.
B. Het andere deel van de structuur is gericht op het ontwikkelen van de organisatie en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van judoka, clubcoaches en bondscoaches. Ook hier krijgen allen de vrije hand om met elkaar samen te werken.

Iedereen die met een proces, project of programma bezig is moet weten dat zij/hij daaraan ondergeschikt is en men kan dus door het bestuur worden geleid, begeleid en bijgestuurd.

En tot slot ‘het bestuur’.
De Judo Bond Nederland is een bijzonder ouderwetse organisatie. Het gaat me hier te ver om dat nader toe te lichten en ook hierover heb ik al eerder kort gepubliceerd. Dus ik beperk me tot het beknopt schetsen van een ideaalbeeld.

* De verkiezing van het bestuur gaat niet meer op individuele basis; een bestuur wordt verkozen als team op basis van een uit te voeren beleidsplan voor vier jaar.
* Een team bestaat dus uit een voorzitter, een financieel specialist, een secretaris, een topsport specialist en een breedtesport/opleiding specialist.
* Uit verschillende teams, aangevoerd door een potentiële voorzitter, wordt door de bondsraad een keuze gemaakt voor de tijd van vier jaar, bij voorkeur een Olympische cyclus.
* Het bestuur voert het beleidsplan uit en de bondsraad controleert tweemaal per jaar de voortgang van de uitvoering van het beleid.
* Het bestuur krijgt gedurende deze periodieke vergadering de gelegenheid om verantwoording af te leggen en om de noodzakelijke aanpassingen aan de bondsraad voor te leggen.

Ook hier geldt: Iedereen die met een proces, project of programma bezig is moet weten dat zij/hij daaraan ondergeschikt is en dat geldt ook voor bondsraad en bondsbestuur.

Het ideaalbeeld ontstaat in de verbeelding en zonder verbeelding geen resultaat.

200430
Willem Visser

Uitgebreide fotoreportage NK Judo -21 Almere 2020

Uitgebreide fotoreportage NK Judo -21 Almere 2020

Foto’s gemaakt door Marco Krachten.

Bekijk de volledige reportage HIER

Veiligheid door Perfectie

In 1977 verscheen er een boek van de hand van Anton Geesink met de titel “Veiligheid door Perfectie”.
Op de voorpagina Anton Geesink die, in een blauwe judogi, een migi uchi mata uitvoert, die door Leo de Vries, in een gele judogi, wordt geblokkeerd op een manier die vele judoka van nu niet kennen en ook tai sabaki is duidelijk zichtbaar!
Gelukkig is van het experiment met gekleurde judogi alleen blauw overgebleven, want er was al genoeg ‘lawaai en bonte kermis’ in de ontwikkeling van Judo.

In dit artikel gebruik ik de titel van het boek, niet omdat er nu een boekbespreking volgt, maar omdat ‘Veiligheid door Perfectie’ een uitstekende oneliner is van Anton Geesink die in deze tijd, 2020, nog zeer wel van kracht is.
(Overigens zijn er nog wel meer oneliners van Anton Geesink, zoals: “Je mag een eigen mening hebben, maar deze moet wel dezelfde zijn als die van mij, Anton Geesink”; een mening bevindt zich vaak midden op de lijn tussen onwetendheid en kennis…..
Een andere, altijd zeer goed te gebruiken, oneliner en helaas ook in onbruik geraakt is:
“If you want to be a champion, you have to look like a champion” een gezegde van Anton Geesink die zelfs als inspiratie-afbeelding in de Kokushikan Universiteit hangt; de Kokushikan die onder andere de Olympische Kampioenen Saitoh, Ucheshiba en Suzuki heeft opgeleid. Overigens staat er in het zicht van de dojo een boom, die daar door Anton Geesink is gepland en die nu letterlijk is uitgegroeid tot een groot symbool……)

‘Veiligheid door perfectie’ impliceert, terecht, dat imperfectie tot onveiligheid kan leiden. Onveiligheid kan dus de oorzaak zijn van een blessure.
Perfectie is een garantie voor veiligheid!

In een vorig artikel heb ik geschreven over ‘Hazumi & Ikioi’, over ‘essentie & hulpmiddelen’. De essentie in judo is techniek en de hulpmiddelen zijn vormen van kracht en uithoudingsvermogen. Zonder al teveel het vorige artikel opnieuw te herhalen is het hier wel noodzakelijk om nog eens te stellen, dat de hulpmiddelen de essentie nooit mogen overschaduwen, omdat Judo dan onherkenbaar wordt en vooral omdat Judo daarvoor niet ontwikkeld is. Of men nu spreekt over Judo als pedagogisch spel, als sport, als Olympische sport of als beweging-culturele activiteit, altijd moet Judo doordrongen blijven van de specifieke, unieke en grote waarden, die zo kenmerkend zijn voor Judo.
Perfectie houdt in Judo in, dat techniek en beweging optimaal, geconditioneerd naar Judo, moeten worden ontwikkeld. Dat geldt niet alleen voor aanvalstechiek, maar ook verdedigingstechniek.

Het internationale wedstrijdreglement heeft bijvoorbeeld kani basami en waki gatame vanuit staande positie om veiligheidsredenen verboden.
(Overigens is het aan de kennis en verantwoordelijkheid van de scheidsrechter om over waki gatame uit staande positie te oordelen en daarin worden, ook internationaal, grove fouten gemaakt.)
In het benoemen van de essentie van Judo maak ik onderscheid in techniek en beweging; niet te scheiden en wel te onderscheiden. Beiden verdienen aandacht om nader beschreven te worden.
In mijn boek ‘Kodokan Go Kyo no Waza’ beschrijf ik werptechnieken, ik geef een fundamentele voorbereidende beweging bij iedere worp aan en de biomechanica wordt middels een tekening verklaard. (Naast die fundamentele voorbereidende bewegingen zijn er andere voorbereidende bewegingen mogelijk!)
In de totaalopleiding van een judoka hoort dus ook de specifieke houdings- en bewegingsvorming voor Judo, zoals shizen tai, jigo tai, kumi kata, tai sabaki, shintai, kuzushi, tsukuri.
Volledige beheersing van shizen tai, jigo tai, kumi kata, tai sabaki, shintai, kuzushi, tsukuri en het perfect kunnen uitvoeren van nage waza en ne waza geven stabiliteit aan de judoka. Het overmatig aandacht besteden aan kumi kata en geen aandacht besteden aan shizen tai, jigo tai, tai sabaki, en shintai, en weinig aandacht besteden nage waza en ne waza is een grote tekortkoming in judo-onderwijs en judotraining!
(In het boek « le judo, évolution de la compétition » van Patrick Vial, Daniel Roche en Claude Fradet wordt kumi kata beschreven op pagina 15 t/m 53. ISBN 2-7114-0748-9)

In een totaalopleiding wordt de judoka zodanig ontwikkeld, dat deze in staat is om ‘geconditioneerd’ te ageren in en te reageren op iedere situatie. Er moet een automatische balans zijn en er is niet de minste onvolkomenheid mogelijk; snel en adequaat inspelen op steeds wisselende situaties, veelal beperkt door tijd en ruimte; meester blijven over de situatie.
Perfecte techniek-uitvoering alleen is niet voldoende; ook houding en beweging moeten perfect zijn, zowel in aanvallend als in verdedigend opzicht.
Voor een perfecte judo-techniek, voor een perfecte judo-houding en voor een perfecte judo-beweging, voor die ontwikkeling is de leraar/coach verantwoordelijk; vooral de leraar die de basisvorming heeft onderwezen, getraind en geleid.

Dat betekent dus dat de leraren die de basisvorming ‘doen’ zeer deskundige leraren moeten zijn. Judo is een ongekend gecompliceerde bewegingsvorm en ook de intelligentie van de leraar speelt een grote rol in dezen, omdat de basis van biomechanica, dynamica en logica ‘geprojecteerd’ moet worden op het individu, het individu dat altijd verschillend is.
(In de opleiding van leraren hoofdzakelijk bezig zijn met ‘zitvoetbal’, ‘haasje over’ en ‘kindertjes kata’ leidt niet tot de deskundigheid die vereist is om judoka perfect op te leiden.)

Als een judoka geblesseerd raakt, dan moet de leraar of coach zich verantwoordelijk voelen voor de basisvorming; techniek, houding, beweging. Ook als een judoka een wedstrijd verliest moet de leraar of coach zich verantwoordelijk voelen, ook in het geval van mentale tekortkomingen van de judoka!

Een judoka die verliest of geblesseerd raakt vanwege een omissie in de basisvorming mag daarvoor de leraar, die de basisvorming geleid heeft, verantwoordelijk achten. Evenzo goed als dat men de krachttrainer of conditietrainer, die verkeerd periodiseert, verantwoordelijk mag achten.
Als een judoka zwaar geblesseerd raakt tegen het einde van het Olympisch kwalificatie traject, bijvoorbeeld door onjuist bewegen (niet geconditioneerd judo-bewegen) dan is niet hij of zij, maar de leraar en/of de coach verantwoordelijk.

En bovenstaande leidt tot de gevolgtrekking, dat de verantwoordelijken voor opleidingsprogramma’s niet meer kracht, maar meer intelligentie in de opleidingsprogramma’s moeten brengen.

Hoe hoger het niveau van judo-beoefening is, des te specifieker, diepgaander en individueler de begeleiding moet zijn.

Met dank aan mijn leraren: sensei J. Vanderhorst (zeven jaar de basisleraar van Anton Geesink), sensei Wim Cobben en sensei Ichiro Abe.

200227
Willem Visser
8e dan Judo IJF

De Judo Bond Nederland, een levende organisatie

Zelfs op grote afstand lees of hoor ik over de ontwikkelingen van de JBN.
Natuurlijk ben ik, al 60 jaar lid van de JBN, nog steeds belangstellend en het is verontrustend om te vernemen, dat het niet goed gaat met de JBN.

Te vaak zie ik in het digitale JBN blad oproepen om leden op te geven of acties om leden te werven.
Ook las ik onlangs een ‘adviesrapport’ van een 70+ club, waarin ook, tussen de regels door, zorg werd uitgesproken over de kwaliteit van de JBN en het ‘adviesrapport’ was ook geschreven om 70+ers als lid van de JBN te behouden. (Dit moet wat mij betreft los worden gezien van het uiterst opmerkelijke middel dat 70+ adviseert; ook lijkt het mij obsessief als iedere verongelijkte groepering binnen de JBN meteen een legitieme status krijgt van adviesorgaan voor gevraagd en ongevraagd advies aan bestuur of portefeuillehouder breedtesport.)

Naast de twee bovenstaande voorbeelden speelt nog steeds ‘het gedwongen loskoppelen van zeer goed presterende tandems van judoka en coach’ met de daarmede gepaard gaande vernedering van hard aan de weg timmerende coaches en clubs. Overigens is dit loskoppelen ook in strijd met de uitspraak van Pieter van den Hoogenband, die onlangs in een Tv-programma juist de samenwerking tussen coach en topsporter propageerde en roemde.

Deze en andere informatie inspireerde mij om het onderstaande artikel te schrijven ter overweging voor allen die participeren in een organisatie, voor leidinggevenden in een organisatie en natuurlijk vooral bedoeld voor het JBN-bestuur en voor hen die het JBN-bestuur kiezen en controleren.

 

De JBN behoort een levende organisatie te zijn.

Dynamiek en innovatie zijn onderdelen die horen bij het begrip “levende organisatie” en dynamiek en innovatie moeten dus ook vast verbonden zijn aan de JBN.
(Het vaststellen van de eigen identiteit en het verwerven van eigen kracht gaan vooraf aan de onderdelen dynamiek en innovatie. Hier ga ik nu niet op in, ook omdat ik hierover al eens heb geschreven.)

Een levende organisatie overleeft alleen als men in staat is om zich aan te passen aan en in te spelen op de voortdurende veranderingen in de wereld om zich heen, zowel persoonlijk, in de eigen (comfort)zone of werksector als wel in het grote geheel.
Men moet dus voeling en binding houden met de wereld om zich heen.
Een levende organisatie is een voortdurend lerende organisatie.

Levende, lerende organisaties hebben, in een steeds veranderende en complexe wereld, meer kans op overleven, meer kans op ontwikkeling.
Succes komt tegenwoordig neer op het mobiliseren van zoveel mogelijk van de kennis die een organisatie ter beschikking staat. Die kennis wordt van binnenuit en van buitenaf gegenereerd, getolereerd zelfs. Daarvoor moet ruimte en vrijheid worden gecreëerd; ruimte is immers essentieel voor een kennisintensieve organisatie en vrijheid is een bron voor creativiteit.
De JBN moet het vermogen om de kansen in de eigen omgeving, intern en extern, benutten om verder te verbeteren.
Alle professionals van de JBN moeten het vermogen bezitten om te bewegen en dat bewegen moet gericht zijn op ontwikkeling; vooral als geheel bewegen in plaats van zich in geïsoleerde territoria op te houden en zichzelf achter grenzen te verschansen.

(Het is wellicht goed om het begrip professional te plaatsen tegenover het begrip vrijwilliger. De JBN kent professionals, de leraren/coaches, en vrijwilligers. Het is ‘vreemd’ dat de JBN wordt geleid door de vrijwilligers; het is ‘ongewenst’ dat de JBN wordt geleid door vrijwilligers omdat, oneerbiedig gezegd, de ‘hulpmiddelen’ de ‘essentie’ overschaduwd! Ook hier ga ik nu niet verder op in, omdat ik in vorige artikelen ook al heb geschreven over professionals versus vrijwilligers en over essentie en hulpmiddelen. Het zal duidelijk zijn dat ik het zeer betreurenswaardig vindt, dat de JBN niet wordt geleid door de professionals van de JBN. Hier in Frankrijk wordt de bond geleid door judo-leraren en
daarom is de FFJ zo’n grote en in vele opzichten, (eigen identiteit/eigen kracht), sterke judobond. Dit is ook kritiek op de professionals binnen de JBN en ik hoor hen roepen “en waar was jij dan?”; welnu, in 2013 en in 2016 heb ik me gemeld voor het voorzitterschap en onder leiding van voorzitter en later interim voorzitter van de Hel ben ik in de doofpot gestopt, waar ik juist voor mijn crematie, zie YouTube, uit ben bevrijd…..)

Bestuursleden moeten het individuele potentieel benutten om nieuwe gedragspatronen -nieuwe vaardigheden- te ontdekken en te implementeren.
Directe communicatie, in plaats van passief en gelaten afwachten, is het middel om een vaardigheid van een individu in te zetten en ook over te brengen op de gehele gemeenschap.

Het woord dynamiek is in dit artikel gebruikt. Dynamiek kan niet louter en alleen gedefinieerd worden als het verrichten van inspanningen. Daarmee doet men het begrip dynamiek tekort, want voor gepassioneerde professionals is het leveren van inspanningen niet moeilijk. Dynamiek wordt echt dynamiek als er nog een component aan toe wordt gevoegd, namelijk: het overwinnen van hindernissen.
Werken op het niveau van manager, directie en bestuur bestaat hoofdzakelijk uit het voorkomen en wegnemen van hindernissen. Daarvoor moet men voortdurend bewegen, moet men voortdurend leren, voortdurend zoeken naar nieuwe gedragspatronen en deze inbrengen.

Het woord innovatie is ook genoemd. Onder innovatie kan worden verstaan dat men steeds weer vorm moet geven aan steeds weer nieuwe signalen en steeds weer nieuwe gebeurtenissen. Als men daarin slaagt, dan is men innovatief.
Om innovatief te zijn is creativiteit nodig.
Vroeger werd nog wel eens het woord proactief gebruikt. Dat woord heb ik persoonlijk afgeschaft, omdat pro-activiteit een achterhaald begrip is en omdat het steeds weer wordt ingehaald. Pro-activiteit kan beter vervangen worden door creativiteit.
Creativiteit brengt mensen in beweging en beweging is een kenmerkend teken van leven. Creativiteit kan ook de JBN in beweging brengen en kan de JBN tot een levende organisatie maken.
Een levende JBN heeft de toekomst, ook als er hindernissen overwonnen moeten worden.
Een levende JBN wordt niet alleen gekenmerkt door waarden en rationele zaken; een levende JBN wordt ook gekenmerkt door de beleving van de mensen, mensen die verbonden zijn met de JBN.
Die beleving genereert creativiteit en de verbondenheid zet aan tot ongekend bewegen.

Kortom, eigen identiteit, eigen kracht, dynamiek, innovatie en creativiteit zijn vijf bouwstenen waarmee men een moderne organisatie, een moderne JBN opbouwt. En ook bij renovatie zijn deze vijf onderdelen leidend.

Een levend JBN-bestuur zal inspirerend, voorbeeld stellend en stimulerend moeten zijn voor de gehele organisatie.
De noodzaak tot synergie en een bewuste bijdrage leveren aan het grote geheel is een belangrijke taak voor de nabije toekomst.

200205
Willem Visser
8e dan Judo IJF

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring