In judo kan men een onderscheid maken in:
a. Algemeen voorbereidende periode
b. Specifiek voorbereidende periode
c. Voorbereidende wedstrijdperiode
d. Voorbereidende en eigenlijke wedstrijdperiode
e. Eigenlijke wedstrijdperiode
In judo kan men een onderscheid maken in:
a. Algemeen voorbereidende periode
b. Specifiek voorbereidende periode
c. Voorbereidende wedstrijdperiode
d. Voorbereidende en eigenlijke wedstrijdperiode
e. Eigenlijke wedstrijdperiode
In de algemeen voorbereidende periode vindt de algemene en basisconditietraining plaats.
De algemene conditietraining heeft als doel de fundamentele fysieke kwaliteiten te verbeteren met een middelmatige omvang en een lage intensiteit.
De basisconditionering heeft als doel de fundamentele fysieke kwaliteiten te verbeteren en ook de motorische en psychologische vaardigheden. De omvang neemt toe tot hoog en de intensiteit blijft middelmatig tot laag.
De specifiek voorbereidende periode versterkt de sport-specifieke functionele fysieke kwaliteiten, de basale en complexe motorische vaardigheden en de meer specifieke psychologische vaardigheden.
De hoge omvang loopt terug tot middelmatig en de intensiteit stijgt van middelmatig tot hoog.
In de voorbereidende wedstrijdperiode moet men de fysieke kwaliteiten onderhouden, er moet veel aandacht zijn voor individuele uitbouw: technisch, tactisch en strategisch.
In deze periode dient men te trainen met een middelmatige tot hoge intensiteit en met een middelmatige omvang.
De te maken randori en renshu shiai (oefenwedstrijden) worden scherp geëvalueerd en er wordt lering uit getrokken; in de training wordt aandacht besteed aan de verkregen informatie.
De voorbereidende en eigenlijke wedstrijdperiode wordt gekenmerkt door nog sterkere individuele gerichtheid, concentratie en wedstrijdmotivatie. In termen van trainingsdoelstellingen kan men spreken van een optimale last.
De eigenlijke wedstrijdperiode is gelijk aan de voorbereidende wedstrijdperiode. Er is nu een optimale last in termen van wedstrijddoelstellingen.
Aan het einde van de wedstrijdperiode vindt een overgang plaats. De omvang daalt tot middelmatig met een lage intensiteit en de basale motorische vaardigheden, tactieken en fundamentele fysieke kwaliteiten worden getraind.
Na deze periode vindt een verder afbouw plaats met ruimte voor recreatiesport en andere zaken.
De eerder in deze reeks artikelen geïntroduceerde ‘standaard wedstrijdtraining’ leent zich uitstekend om gebruikt en ingevuld te worden op basis van de bovenstaande onderdelen; periodisering!
Het is wel heel moeilijk om een jaarplanning te maken, omdat er steeds meer belangrijke wedstrijden gedurende het gehele jaar zijn. Het is moeilijk vanwege de technische, fysieke en mentale aspecten. Daar komt nog bij, dat de individuele judoka haar/zijn eigen ambitie en doelen heeft (zie Topsportfase, die wordt gekenmerkt door individuele doelen). Echter, de standaardwedstrijdtraining geeft mogelijkheden om de individuele doelen van de judoka te verwerken in de trainingsonderdelen.
Ondanks dit alles is het noodzakelijk om een jaarplan te maken, voor een trainingsgroep en/of voor de individuele judoka.
De volgende onderdelen zijn ook van groot belang bij het samenstellen van een jaarplan:
Willem Visser
8th dan judo IJF

Ouders, leerkrachten, opvoeders, we vinden kinderen die altijd nog het laatste woord willen hebben vaak irritant. Stil in de groep betekent ook echt stil.
Hoe komt dit, vooraan in de rij, laatste woord, altijd maar die wedstrijd
Als je vroeger, net als bij de dieren, vooraan in de rij stond als het eten verdeeld werd of er gevoederd werd, wist je zeker dat je te eten had. Het is dus een hele primitieve reactie op hetgeen er om je heen gebeurd. Dat verklaart een deel van het gedrag. Maar niet alles dus.
Er zijn ook kinderen, die iets zeggen omdat het er zo maar uit floept, ze horen iets, krijgen een beeld in hun hoofd en reageren meteen. Ook als een reflex op hetgeen er gebeurt. Bij deze laatste groep kinderen is er een andere irritatie als bij de 1e groep kinderen.
Klasgenoten hebben vooral last van de laatste groep: ineens iets roepen of zeggen, waardoor een groot deel van de klas uit de concentratie is.
Opvoeders hebben vooral last van de 1e groep: altijd die strijd aangaan, zo vermoeiend
Tijdens de Train-de-Trainer cursussen voor de weerbaarheid word je geleerd om vragen te stellen over de irritatie. Dat vergt ook onderzoek bij jezelf: Waar heb ik last van? Wat doet het met me of met de groep?
Bij de strijders is de vraag: wil je me begrijpen of wil je een wedstrijd met me spelen?
Soms houden kinderen dan spontaan de mond, omdat ze beseffen dat ze voortdurend in de strijd zitten. Als ze dan stil zijn, krijgen ze een compliment, ze hebben namelijk nagedacht over zichzelf en hun gedrag veranderd. Daar was het om te doen. Soms is het zinvol om nog een keer hierop terug te komen om de oorzaak van die strijd te benoemen. Bijvoorbeeld veel ruzie thuis of ouders in een echtscheiding wat voor veel kinderen een onzeker gevoel geeft, waardoor ze in een spannende situatie terecht komen.
EN in een spannende situatie ga je Vechten, Vluchten of Verstarren. Als dit een keuze is, dus als je nagedacht hebt, ben je Assertief, neem je Afstand, of Negeer je de ander. De kinderen duidelijk maken dat thuis een andere situatie is dan school, dat er niet de hele dag gevochten hoeft te worden, kan voor de kinderen een eye-opener zijn.
Weerbaarheid betekent niet dat je te pas en te onpas de grenzen opzoekt van de ander. Het betekent ook dat je de grenzen van de ander accepteer, aanvoelt, ziet
Bij de spontane opmerkingen: Kun jij je mond houden, of moet je van jezelf overal op reageren?
Ook dit brengt bij veel kinderen bewustwording teweeg. Kan ik mijn mond houden? Soms zeggen kinderen: Goede vraag, volgens mij kan ik dat niet omdat…………….
Hoe je hier mee omgaat, komt in een volgend blog of kom naar een Train-de-Trainer Methode B of A
In een vorig artikel heb ik de verschillende fasen van ontwikkeling in judo genoemd.
Voor de Basisfase A en Basisfase B, de Uitbouwfase, de Aansluitingsfase en de Topsportfase zijn beweging technische karakteristieken genoemd alsmede kernpunten voor iedere fase.
Hieronder verschillende trainingsindelingen voor de verschillende fasen en ook de verklaring van de trainingsonderdelen.
Taiso + Ukemi bijvoorbeeld door spel 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 15 minuten
Randori Nage-waza (3×3 min) 10 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Taiso + Ukemi 15 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 15 minuten
Randori Nage-waza (3×3 min) 10 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten
Taiso + Ukemi 15 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Kakari-geiko 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 15 minuten
Randori Nage-waza 10 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten

Taiso 10 minuten
Ukemi
Uchi-komi 1 10 minuten
Uchi-komi 2 15 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Kakari-geiko 15 minuten
(op intervalbasis mogelijk)
Sotai-renshu Nage-waza 20 minuten
van een werptechniek
Randori Nage-waza 15 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
van een controletechniek
Randori Ne-waza 15 minuten
of 2 maal 7 ½ minuut
Seiry Taiso 5 minuten
Moku-so
– ideo-motorische en positiefsuggestieve training
Bovenstaande is een basis wedstrijdtraining. Bij specifieke behoefte kan uiteraard worden afgeweken.
De techniekkeuze voor beide Sotai-renshu dient op jaarbasis te worden vastgelegd aan de hand van:
Uit fysiologische, didactische of methodische overwegingen kan men een variatie maken op de standaard wedstrijdtraining, door het Ne-waza gedeelte naar voren te halen. De training komt er dan als volgt uit te zien:
Taiso (inclusiefs Ebi en Hiki-komi) 15 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Uchi-komi 2 15 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Kakari-geiko 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 20 minuten
Randori Nage-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten
Mondo 2 minuten
Moku-so 3 minuten
Op bovenstaande indeling kan nog een variant gemaakt worden door de Uchi-komi 2 na de Randori Nage-waza te plaatsen, wat naast fysiologische effecten ook mentale effecten heeft.
De oefenstof (inhoud) kan in deze lesindelingen (vorm) gegoten worden, waarmee dus vorm en inhoud wordt gegeven aan een jaarplan en zelfs meerjarenplan.
Vorm en inhoud vormen tezamen een structuur. Op deze wijze werkt men dus gestructureerd naar een doel.
Met……niveau bepaling aan het einde van een fase.
Verantwoording en uitleg van de verschillende trainingsonderdelen
De fysiologische waarde van een warming-up zijn voldoende aangetoond en behoeven hier niet te worden behandeld. In de warming-up onderscheiden we drie onderdelen:

Valoefening is altijd in een training opgenomen. Het is van zowel technische als wel van psychisch/mentale waarde. Het Zempo Kaiten (rollen) heeft ook zeer coördinatieve waarden; Nl. bij het rollen behoort men de lichaamsledematen zo gunstig mogelijk te groeperen rondom het zwaartepunt.
Het vallen is de ziel van het judo.
We onderscheiden globaal twee Uchi-komi momenten in een training:
E.e.a. wordt geperiodiseerd, d.w.z. ingedeeld in de week en dus verdeeld over 6 trainingseenheden en afgestemd op de periode in het seizoen en soms bijvoorbeeld bij trainingsachterstand, individueel aangepast.
Balans verstoren en inkomen maken in twee pasritme voor worpen in voorwaartse richting en achterwaartse richting. In voorwaartse richting onderscheiden we dan ook nog Koshi-waza en Te-waza en in achterwaartse richting onderscheiden we O-uchi-gari, Ko-uchi-gari en O-soto-gari.
Bewegingsverloop:
Doel en plaats:
Bewegingsverloop:
Doel en plaats:
Bewegingsverloop:
Doel en plaats:
Bewegingsverloop:
Doel en plaats:
Men leert met deze Uchi-komi tevens onmiddellijk te antwoorden op een techniek van de opponent.
Bewegingsverloop:
Doel en plaats:
Bewegingsverloop:
(Voorbereiding, Kuzushi, Tsukuri)
Bijvoorbeeld 5 maal rechts en 5 maal links:
Doel en plaats:
Bewegingsverloop:
Voortdurend achter elkaar:
Doel en plaats:
Op de beurt werpen; vrije techniekkeuze. De judoka kiezen veelal hun Tokui-waza (specialiteit) in verschillende bewegingsrichtingen en/of hun specifieke voorbereiding of met gevarieerde Kumi-kata.
Tori valt aan, 5 maal 1 minuut en Uke ontwijkt 5 maal 1 minuut. Om de minuut wordt van functie gewisseld en om de twee minuten wordt van partner gewisseld.
In de rust wordt de kleding geordend en de polsslag gecontroleerd.
Men dient onderscheid te maken in ontwijken en verdedigen:
Zonder blokkeringen, los in de armen, geen overname techniek, spelen met het zwaartepunt.
Ontwijken en blokkeren, wel overname en techniek.
In de Kakari-geiko wordt de eigen bewegingsgevormdheid ontwikkeld. Er wordt veel gebruik gemaakt van Tokui-waza en verbindingen. Ook worden technieken, die in de vorige trainingen beoefend zijn, uitgeprobeerd c.q. eigen gemaakt.
Kakari-geiko is een zeer belangrijk trainingsonderdeel, vooral omdat het een zeer specifieke bewegingsgevormdheid geeft.
Sotai-renshu Nage-waza
In dit oefengedeelte worden gedurende 20 minuten in een langzaam tempo, maar uiterst nauwkeurig, nieuwe bewegingen aangeleerd, eventueel verbeterd. Ook vele speciale Kumi-kata met bijbehorende werptechniek worden aangeleerd en verbeterd. Ieder oefent dezelfde beweging, ook al is het een techniek, die men zelf niet zal maken in Shiai. Bovenstaande beoefent men links en rechts. Dit wordt door velen als tijdsverlies gezien. Dit is echter een grote misvatting. Immers; de bewegingsgevormdheid wordt vergroot, men krijgt inzicht in de beweging, waardoor het gemakkelijker wordt te anticiperen op de aanval van de tegenstrever. Als men bijvoorbeeld verschillende malen in Shiai geworpen is met Yoko-tomoe-nage, dan verdient het aanbeveling Yoko-tomoe-nage te bestuderen, dus beoefenen.
Randori Nage-waza
Hierin wordt Tokui-waza, verbindingen en overnames en aangeleerde techniek in Sotai-renshu, zeer offensief in spel beoefend. De kamp om de Kumi-kata speelt een rol, maar zeker geen hoofdrol. Hieraan wordt in sommige trainingen apart aandacht besteed.
Maki-komi-waza is in training verboden, daar dit techniekontwikkeling remt, zelfs terugdringt.
Sotai-renshu Ne-waza
Zie Sotai-renshu Nage-waza. De oefentijd van nieuwe techniek is korter dan bij Nage-waza, daar het trainen van het oment van minder belang is (let wel, van minder beland, dus niet van geen belang).
Randori Ne-waza
De eigen voorkeurstechnieken en de eventueel nieuw aangeleerde technieken worden in spel getraind.
Accenten:
Seiry Taiso
Lichte Uchi-komi om de bekende fysiologische redenen, maar ook omdat de techniek wordt geschoold, als technische oefeningen nog worden verricht in omstandigheden van vermoeidheid.
Uiteraard wordt voor langzame uitvoeringswijze gekozen. Het stretchen wordt per spiergroep langer aangehouden, daar de spier nu veel warmer is als aan het begin van de training.
Mondo
Technische, tactische of organisatorische aanwijzingen.
Moku-so
Gedurende 2 á 3 minuten zitten de judoka in Seiza, met de opdracht in stilte de training door te nemen, vooral het nieuwe aangeleerde (ideo-motorische). Ook een stuk positief-suggestieve training is vertegenwoordigd. Niet “tobben” over wat fout ging, maar “zich verheugend” denken over wat goed ding. (Judoka kunnen in dit verband ook geadviseerd worden, om voor het slapen gaan, enige minuten zo bezig te zijn met Tokui-waza of met techniek, die men moet of wil eigen maken).

Verhouding Nage-waza — Ne-waza, gezien in trainingstijd
Nage-waza Ne-waza
Basisfase A 50% 50%
Basisfase B 55% 45%
Uitbouwfase 60% 40%
Aansluitingsfase 65% 35%
Topsportfase 65% 35%
Fysiologische belasting Mentale belasting
Taiso 1 tot 3 1
Ukemi 1 2
Uchi-komi 1 2 tot 3 2
Uchi-komi 2 3 tot 4 2
Yaku-soku-geiko 2 3
Kakari-geiko 3 tot 4 4
Sotai-renshu Nage-waza 2 tot 3 4
Randori Nage-waza 4 3 tot 4
Sotai-renshu Ne-waza 2 4
Randori Ne-waza 4 3 tot 4
Seiry Taiso 2 tot 1 2
Mondo — 2
Moku-so 1 3
Dit is een globale analyse. Strikt genomen laat belasting zich niet scheiden, wel kan worden onderscheiden.
Getracht dient te worden om een wat golvende belasting-curve te krijgen.
(Waardering tabel: 1 = zeer laag, 2 = laag, 3 = hoog, 4 = zeer hoog)
Juni 2019
Willem Visser
8e dan judo IJF
Aikido. Het klinkt Japans en dat is het ook. Het is geen vechtsport, maar een heuse krijgskunst. Een sport die er vooral op gericht is om jezelf te leren verdedigen. Het is alleen geen cursus zelfverdediging.
Als we op een zaterdagochtend de Waraku dojo van Aikido Dordrecht binnenstappen, zien we heel veel kindjes aikido beoefenen. Aikido zorgt ervoor dat je weerbaarder wordt. Zowel mentaal als fysiek.
‘Waar je bij judo veel kinderen ziet die baat hebben bij wat extra weerbaarheid, laten ook veel ouders hun kinderen kennismaken met aikido. Bij aikido zit namelijk geen wedstrijdelement. En juist dat wedstrijdelement, wat je bijvoorbeeld bij judo wel hebt, kan kinderen onzeker maken. Bij aikido zie je ook de wat verlegen kinderen groeien in hun zelfvertrouwen.’ We zijn in gesprek met Lijnie van Aikido Dordrecht.
Lees HIER verder

Het is voor judo-onderwijs en judotraining van groot belang om te weten wat er onderwezen en getraind kan worden in de verschillende leeftijdsfasen.
In dit artikel geef ik beknopt en globaal een aantal principes voor judo-onderwijs en judotraining aan, die behoren bij de verschillende leeftijdstijdsfasen.
Er zijn vier fasen te onderscheiden:
14 tot 17 jaar
18 tot 20 jaar
vanaf 20 jaar.
De basisfase a (8-11 jaar) wordt gekenmerkt door een aantal aspecten:
Meisjes en jongens kunnen in deze fase nog competitie met elkaar maken.

De basisfase b (11-14 jaar) wordt gekenmerkt door:
Samenvatting:

De uitbouwfase (14-17 jaar) wordt gekenmerkt door:
Alle reeds eerder genoemde componenten komen in deze fase terug en er worden een aantal andere onderdelen toegevoegd.

De aansluitingsfase (18-20 jaar) wordt gekenmerkt door:

De topsportfase wordt gekenmerkt door:

April 2019
Willem Visser
Actiefoto’s: Harrie van den Hurk

Judo is steeds volop in ontwikkeling en enige tijd dreigde judo te verworden tot worstelen in een wit en blauw pak.
Kracht en uithoudingsvermogen, de hulpmiddelen, waren geruime tijd belangrijker dan de essentie van judo, techniek. De specifieke stijl van judo werd hierdoor aangetast.
Gelukkig heeft de Internationale Judo Federatie, met de heren Vizer, Uemura, Barta en Snijders, het gevaar op tijd onderkend en de IJF heeft, hoofdzakelijk door het verbeteren van het wedstrijdreglement, judo weer op het juiste spoor van het ontwikkelingspad gebracht.
(Het is voor het Nederlandse judo strikt noodzakelijk om ook dat spoor te volgen en dus mag kracht en uithoudingsvermogen de essentie van judo, techniek, niet langer overschaduwen! Ja, als trainer en coach is het gemakkelijk om bezig te zijn met het vergroten van kracht en uithoudingsvermogen; het is echter vele malen moeilijker om techniek en de vaardigheid in randori te ontwikkelen en wedstrijden te begeleiden.)
Door de nieuwe reglementen voor wedstrijden (min of meer terug naar de jaren 60 van de vorige eeuw) is de essentie van judo, techniek, weer het belangrijkste facet in judo geworden.

Hazumi en Ikioi
Twee begrippen waarmee men de het judo kan verklaren zijn Hazumi en Ikioi.
Om het hoogste te behalen moeten Hazumi en Ikioi in de juiste verhouding in harmonie worden gebracht.
Wat is nu Ikioi en wat is Hazumi?
Ikioi is een hulpmiddel, dat onontbeerlijk is en dat in bepaalde mate aanwezig moet zijn; het mag echter nooit boven Hazumi uitstijgen.
Hazumi is het vermogen om massa en snelheid samen te schikken, te coördineren. Dit vereist bewegingsgevormdheid, die alleen maar kan ontstaan als men informatie kan opnemen en kan verwerken. Informatie over wat men moet doen en hoe men het moet doen, afhankelijk van de plaats (de omstandigheden) en het tijdsbestek (de snelheid) waarin men het moet doen.
Wil men slagen dan zal men altijd de vorm moeten achten; misvorming kost tijd en gaat ten koste van de snelheid.

Om juist om te gaan met massa en snelheid moet men gevormd zijn en gevormd zijn betekent: stijl!
Hazumi is ook het vermogen om massa en snelheid samen te schikken. Dit vermogen wordt bepaald door spirit: dwz kalmte, alertheid, vol energie, compleet bewust en juist reagerend. Armen en benen ontspannen, de kern hard, je blik gericht op de kin van de tegenstrever.
De som van al deze onderdelen kan men actieve gelatenheid noemen.
Ikioi is de stuwkracht: de kracht die het lichaam zwaar, hard en gespannen maakt. De ledematen worden aangespannen, de tegenstrever moet worden weerstaan.
Ikioi moet hulpmiddel zijn.
Als Ikioi gaat heersen over Hazumi dan verdringt het de vrijheid en….zonder vrijheid is men ver verwijderd van de vooruitgang.
Met dank aan professor Jigoro Kano.
April 2019,
Willem Visser
© Willem Visser Coaching B.V.


Door: Daniël Sabanovic
Afgelopen maand was het NK Karate voor Senioren Individueel en Teams. Ik heb dit toernooi gebruikt om (definitief) afscheid te nemen als actief wedstrijdsporter en heb dat in stijl mogen doen zoals Peter Wetzer reeds mooi heeft beschreven in zijn bericht op 18 maart j.l.
Naast de vele felicitaties die ik heb ontvangen, uiteraard iedereen bedankt daarvoor, ging er al vrij snel een post via de sociale media met daarin een lijst van alle behaalde titels/medailles en in navolging daarvan kreeg de vraag: “Welke titel is je mooiste?” En alhoewel op papier de Wereldtitel van 2000 het
meest logische antwoord lijkt, is er eerlijk gezegd niet ‘1 mooiste titel’. Elke titel en zelfs elke medaile heeft een verhaal, een achtergrond en het leek mij een leuk idee, en qua timing een perfect moment, om meer van mijzelf aan jullie bloot te stellen. De titels en medailles is slechts de top van de ijsberg. De titel voor dit bericht heb ik overigens uit een van mijn favoriete games ooit; Final Fantasy X 😉

In december 1991, op 12-jarige leeftijd, ben ik begonnen met trainen en al vrij snel begon ik een liefde te ontwikkelen voor het wedstrijdonderdeel ‘kumite’ en trainde bij Van Hellemond Sport in Hilversum o.a. regelmatig met Anthony Boelbaai (voormalig bondscoach) en Anthony Leito (Wereldtopper). In maart
1992 tijdens mijn eerste NK jeugd behaalde ik direct brons en het jaar erop mijn eerste Nederlandse titel. Tussen 1995 en 1997 maakte ik een behoorlijke groeispurt (28cm!) waar ik in 1996 nog niet zo’n last van had (onfortuinlijk 5e plek op EK maar een mooie Bronzen Medaille op het WK voor 16-17 jarigen), echter in de tweede helft van 1996 en eerste helft van 1997 verkeerde ik in een ‘vormdip’ (werd slechts derde op NK en verloor direct in eerste ronde van het EK voor 16-17 jarigen), ermee stoppen was toen mijn eerste gedachte. De ‘opleving’ kwam (toch wel) onverwachts in juni 1997; een telefoontje van René Oerlemans (coach Kenamju Haarlem) of ik in zijn Team wilde meedoen tijdens EK voor
clubteams! (ik was toen nog 17, dus er moest dispensatie worden geregeld) Het bleek het begin van veel mooie resultaten; we werden met het Team 3e van Europa en ik heb die dag mooie partijen mogen draaien tegen enkele Toppers van de sport uit die tijd. In 1998 behaalde ik mijn eerste individuele EK medaille; Brons op het EK voor 18-20 jaar en ik 1999 mijn eerste EK titel! In 1999 behaalde ik ook mijn eerst senioren succes; 2x brons op het EK (zowel individueel als met het Nederlandse Team). Mijn juniorentijd heb ik mogen afsluiten met een Wereldtitel in 1999 en een prolongatie van mijn Europese titel in 2000.
2000 bleek een bepalend jaar te zijn, zowel privé als sportief. Ondanks mijn (niet optimale thuissituatie op dat moment), wist ik alsnog brons te behalen tijdens het EK. De zomer van 2000 stond in het teken van het kopen, verbouwen en inrichten van onze woning en alles wat daarbij komt kijken. In die periode
heb ik serieus overwogen helemaal met de sport te stoppen. Echter door de motivatie en steun van mijn (huidige) vrouw Mariola heb ik doorgezet, ben gewisseld van Club naar Kenamju in Haarlem en in oktober 2000 behaalde ik de Wereldtitel! (tot op de dag van vandaag nog steeds de laatste Nederlandse
Wereldkampioen senioren WKF Karate). Leuk detail is dat ik na die finale Mariola ten huwelijk heb gevraagd en op 16 juni 2001 was ‘de dag’.

De EK 2001 was er een van gemengde emoties. Op vrijdag met het Team reikten we tot de halve finales tegen Spanje. En deze hadden we MOETEN winnen, maar (door scheidsrechterlijke dwaling) mocht het niet zo zijn. De strijd om het brons tegen Engeland kwam te kort op de teleurstelling met een 5e plek als resultaat. Op Zaterdag kwam ik uit in de Open klasse en dat ging eigenlijk super goed. In de halve finale kwam ik uit tegen de regerend Europees Kampioen, Stojadinov uit Servië, en na een zinderende en harde strijd won ik die partij. De finale (tegen Felix uit FRA) verloor ik terecht. Zondag in mijn eigen gewichtsklasse ging het wederom super. En o.a. via mijn Franse rivaal Baillon bereikte ik wederom de
finale. De Spaanse grootheid Herrero was hierin mijn tegenstander en het kwam tot de Golden Score verlenging. In een aanval waarin mijn tegenstanders zelfs toegaf mocht ik helaas geen score ontvangen en uiteindelijk verloor ik deze finale. En ondanks dat Zilver op een EK echt wel mooi is, heb ik nog steeds het gevoel dat ik daar mijn eerste senioren EK titel verloren heb.
In 2002 raakte ik tijdens het EK geblesseerd op zaterdag (ingescheurde achterste kruisband rechterknie) en wonder boven wonder (en door goede verzorging en een portie doorzettingsvermogen) bereikte ik op zondag alsnog de finale in mijn gewichtsklasse. In wellicht mijn slechtste finalepartij ooit, verloor ik die van Muhovic uit BiH, maar uiteindelijk was Zilver wel positief. De revalidatie na dat EK verliep redelijk voorspoedig en tijdens het WK 2002 (waar ik inmiddels ook als assistent bondscoach acteerde) was ik alweer wedstrijdfit. Ik bereikte wederom de finale en wederom tegen Baillon (FRA), maar dit keer kwam ik als verliezer uit die strijd en mocht ik weer Zilver toevoegen aan ‘de lijst’.
In 2003 was ik ‘gepromoveerd’ tot bondscoach en tijdens het EK was ik gebrand en eerlijk gezegd vnl. gericht op mijn rivaal, Baillon (ik had enkele weken ervoor de finale van de Italian Open van hem verloren). Ik trof hem in de kwart finale en dit was echt een spectaculaire pot waarin we elkaar echt, op sportief vlak, tot het uiterste dreven. Ik won die partij en de ontlading – na die finalewaardige partij – bleek te groot. De halve Finale verloor ik op beslissing van Zivkovic uit Servië, die de verrassing van de dag bleek door de titel te pakken. Uiteindelijk wist ik nog wel Brons ‘binnen te harken’.

Eind 2003 (29 november om precies te zijn), werd Lisa geboren en dit ging mede met de nodige slaapgebrek ;). Echter tijdens het EK 2004 voltrok zich een geweldig scenario; in Moskou tegen Eldarouchev uit Rusland behaalde ik dan eindelijk mijn eerste Europese senioren Titel! Ik weet nog heel goed dat Lisa (toen 6 maanden oud) op Mariola haar schoot lag te slapen tijdens die finale.
Als regerend Europees Kampioen en als finalist van de afgelopen 2 WK’s ga je maar voor 1 ding naar het WK; GOUD! En alles verliep volgens plan met wederom een finaleplek. Echter bleek Celik uit TUR een brug te ver die dag (ik heb zijn naam nog niet eerder genoemd in dit verhaal, maar een andere
grootheid in de halfzwaargewicht klasse. Zie ons; Sabanovic-Celik-Baillon ongeveer als de Ali-Frasier-Foreman van onze klasse in die periode. De #1, #2 & #3 van de All Time WKF Ranking Kumite Heren tot 80kg.) En alhoewel de teleurstelling op dat moment heel groot was, maakte dat gevoel later plaats
voor tevredenheid. Ander ‘detail’ is dat dit de succesvolste EK sinds jaren waren voor Nederland en de succesvolste voor mij als bondscoach met 3 medailles; mijn zilver EN zowel zilver als brons voor Vanesca Nortan (Dames +60kg en Dames Open Klasse)
Ik heb altijd gezegd; “kampioen worden is leuk, maar kampioen blijven dat is uniek.” En zo geschiedde het in 2005. Op Tenerife begon het echter zeker niet volgens plan. In de eerste ronde kreeg ik een goede ‘pofferd’ op mijn onderlip met een flinke snee als gevolg. Het nadeel; het wilde maar niet stoppen met bloeden en ik herinner het me nog als de dag van gisteren dat de scheidsrechter overlegde met de arts en het woord “Kiken” viel (= overgave). Met al mijn overtuiging schudde en zei ik “NOOOOO!”. De arts kwam terug met een vinger vol met vaseline en die ging over de snee en gelukkig mocht ik door.
Via o.a. mijn ‘nieuwe Franse rivaal’ Cacheux bereikte ik de finale en daarin wachtte de Engelsman Pack.
Wij hadden al enkele malen tegen elkaar gestreden, ook in onze junioren tijd, en alhoewel ik nog niet van hem had verloren was hij zeker uitgegroeid tot een topper in de tot 80kg klasse. Het gevaar in deze ontmoeting is dat het wachten was op die keer dat hij van mij zou gaan winnen…maar het zou niet deze
finale zijn 😉 – voor de volledigheid; tijdens de Dutch Open 2006 zou ik wel van hem verliezen.
Tijdens dit EK draaide ik ook de Open Klasse en na een winst in de eerste ronde tegen de Russische geweldenaar Guerunov (o.a. wereldkampioen +80kg 2004), verloor ik helaas van onze zuiderbuur Vandeschrick die uiteindelijk het brons zou winnen.
De EK 2005 zouden de succesvolste EK zijn sinds 1979 voor Nederland en de succesvolste voor mij als bondscoach met 4 medailles; mijn goud, goud voor Vanesca Nortan (Dames Open Klasse), goud voor Timothy Petersen (Heren -75kg) en zilver voor Geoffrey Berens (Heren -60kg)

2006 beloofde een ‘heel bijzonder’ jaar te worden. Na het succes van het EK van 2005 leek een de terugkeer van ‘Hollands Glorie’ een kwestie van tijd, echter bleek de EK van 2006 een harde les in ‘van Hero to Zero’ te worden. Direct verlies in de eerste ronde, en ook echt door slecht spel, was het resultaat. Maar ook bleven de successen van andere individuele Nederlandse karateka’s uit en zo
dreigde alle succes van een jaar eerder in de vergetelheid te raken. Dag 2 mocht ik opdraven voor de Open Klasse, maar ook daar kwam ik niet verder dan een schamele 9e plek. En toen was daar de afsluitende dag van de Team wedstrijden; we gingen erin met een “we hebben toch niets te verliezen” mentaliteit en het resultaat mocht er zijn: BRONS! ‘Mijn’ eerste Team medaille als bondscoach en weer de eerste sinds 1999. De strijd om het brons was een bikkelharde strijd tegen Frankrijk waarin we echt vochten als leeuwen en na winst (waren de volledige 5 partijen voor nodig) stonden we te janken als een stel kinderen 😉
En zo eindigde het EK 2006 ‘bitterzoet’, maar was het voor mij persoonlijk vooral een EK waar ik het nog lang moeilijk mee hebt gehad. Lange tijd heeft Twijfel bij mij de overhand gehad over Zelfvertrouwen en dat lijkt niet een optimale basis voor de voorbereiding op de opkomende WK.
De WK 2006 in Finland (wat mijn laatste WK zouden worden) bleek weer een golf van emoties. We beginnen positief, tijdens de Open Klasse bereikte ik de finale na enkele zwaarbevochten partijen tegen hoofdzakelijk zwaargewichten (zelfs een boomlange 2meter+ Noor). De tank was leeg en dat bleek duidelijk in de finale die ik vrij kansloos verlies van de Italiaan Maniscalco. Ik kon er niet te lang bij stilstaan, want de volgende dag stond de -80 op het programma en ik was in de eerste ronde direct geloot tegen de Fransman Cossou, een zeer gevaarlijke tegenstander waar ik nog niet van had gewonnen (wel verloren). De partij verliep supergoed en ik zou in een bloedvorm verkeren! Helaas bleek Luigi Busa in mijn Waterloo (al blijf ik tot op de dag van vandaag erbij dat de score waar hij de partij mee won niet voor hem was maar voor mij) en hij zou later die dag de nieuwe Wereldkampioen worden. Ik heb mijzelf na die verliespartij helaas niet kunnen herpakken om terug te keren naar mijn ‘beginniveau’ waardoor ik genoegen moest nemen met een 7e plek. Maar oh oh oh, als ik OOIT nog 1x
Wereldkampioen had moeten/mogen worden…. Wat zou het toch mooi zijn geweest.
2007 slaan we even over….. (je raadt het wellicht al, verliep teleurstellend)

Om aan te belanden bij de EK van 2008, mijn laatste internationale ‘eindtoernooi’, al wist ik dat toen overigens nog niet. Mijn laatste, toch ook wel zwaarbevochten, Bronzen EK Medaille in de Open Klasse ging o.a. via verlies in de halve finale tegen dé Aghayev (AZE) en winst op Mahalla (SUI) om brons.
Na een periode van afwezigheid (van 7,5 jaar) besloot in december 2015 weer contact te zoeken met René Oerlemans en zo ging de bal weer rollen en het bloed toch weer een beetje kruipen. Heb nog 4 NK’s gedraaid (2x brons, 1x zilver en dus afgelopen maand 1x goud) en bij alle 4 ook goud met het Heren Team. Ben inmiddels weer een jaar lang actief als bondstrainer (vnl. voor de cadetten & junioren) en probeer daarnaast mijn steen bij te dragen door kleinschalige training en begeleiding van atleten die naast club- & bondstrainingen en begeleiding op zoek zijn naar aanvulling daarvan.
Terwijl ik dit schrijf en nalees besef ik mij dat ik nog steeds niet heb kunnen kiezen… welke is de mooiste. Natuurlijk! De Wereldtitel van 2000, maar die is eigenlijk meer bijzonder (geworden) omdat het nog steeds de laatste is. De Europese titel van 2004… EINDELIJK! Of toch die eerste Europese titel
voor junioren, de start van een rivaliteit tussen 2 van de ‘grootsten’ van hun tijd. Ik kan niet kiezen, jij?


Uitgebreide fotoreportage Nederlands Kampioenschap Judo -15 2019. Klik HIER






Beste judoka,
In de bijlage vindt u een pdf bestand van een korte verhandeling over de judosport in Nederland.
Hieronder ook een link waarmee u dit schrijven in een digitaal eenvoudig te lezen format kunt bekijken.
Het PDF-bestand in de bijlage kunt u openen en eventueel opslaan of afdrukken. Het bestand via onderstaande link kan alleen on-line worden gelezen en niet worden gedownload.
https://issuu.com/planbhaarlem/docs/boekje_inter
Wanneer u dit bericht eventueel wil doorsturen aan andere betrokkenen of geïnteresseerden dan staat u dit vrij om te doen.
De deelnemers aan de workshop van de NVJJL op zondag 14 april zullen deze verhandeling ook in druk krijgen aangeboden.
Mocht u willen reageren dan kan dat per mail of via 06-15007280
Met vriendelijke groet,
Robbert van der Geest

Bij boksen, judo, karate, worstelen, taekwondo en andere kracht- en vechtsporten wordt gebruik gemaakt van gewichtsklassen. Deze geven het maximumgewicht aan wat een sporter mag wegen om mee te doen in een bepaalde competitie, zodat deelnemers strijden tegen tegenstanders van ongeveer hetzelfde gewicht. Als sporter moet je dan goed op je gewicht letten, omdat als je te zwaar bent niet mee kunt doen met de wedstrijden. Maar hoe doe je dat? Op welke manier kan je als sporter ervoor zorgen dat je je gewicht binnen je gewichtsklasse krijgt of houdt?
Zelf heb ik ook jaren lang gestoeid met afvallen om in mijn gewichtsklasse uit te kunnen komen. Het was een van de minst leuke zijde van de medaille, die constante strijd met je gewicht. Het is een van de reden waardoor sporters uiteindelijk ook besluiten om ermee te stoppen. Je moet namelijk afvallen en niet omdat je te dik bent, maar omdat je in die bepaalde klasse uit wil/moet komen. En dat kan verrekte moeilijk zijn.
Als een sporter een keuze maakt in welke gewichtsklasse die wil uitkomen, zal deze daar het hele seizoen in uit moeten komen of misschien wel de rest van zijn topsportcarrière. De keuze van een gewichtsklasse kan een bewuste keuze zijn, maar soms ook een opgelegde keuze omdat er anders bijvoorbeeld geen plaats is in de (nationale) selectie of de concurrentie te groot is of een bepaalde stijl niet bij je past.
Maar hoe ga je daar dan mee om? Hoe kom je in die klasse? Wat zijn de te nemen stappen?Het belangrijkste is wat vind je zelf fijn? WAT HEB JIJ NODIG? Dus neem de regie in handen.
Steun
Het zou mooi zijn dat de keuze van de klasse in samenspraak gaat met een professional, de trainer/coach en eventueel met het thuisfront. Het kan soms namelijk best wel wat van de omgeving vragen! Niet iedereen is vrolijk als hij niks te eten krijgt of eigenlijk heel graag wil eten ivm herstel na een zware training en dit niet kan doen ivm de weging.
Kennis
Als je niet veel voedingskennis hebt, is het zeer verstandig om daar hulp bij te zoeken. Ik zie het helaas nog vaak genoeg fout gaan. Daarnaast is het vaak ook fijner om begeleiding te hebben, want het is niet altijd makkelijk: fysiek maar ook mentaal gezien! Zoek hiervoor iemand waarbij je een fijn gevoel hebt, bv een sportdiëtist, ervaringsdeskundige of iemand anders met kennis.
Kunnen
Als je voldoende kennis hebt, is het vervolgens de truc om het ook juist toe te passen. Ook dat kan best wel eens lastig zijn. Want eigenlijk moet je structureel minder eten dan dat je nodig hebt. En dit kan ten koste gaan van je prestaties en wel bevinden tijdens de trainingen. Welke voedingsmiddelen zijn dan wel goed? Welke tekorten kan ik oplopen? Moet ik extra supplementen nemen? Waar koop ik alles? En zijn deze veilig (NZVT-lijst)?
Veel sporters vallen altijd op dezelfde (verkeerde) manier af en jongeren nemen dat gedrag over van oudere sporters. Uit onderzoek blijkt ook dat veel sporters in de laatste week nog 4-5 kg moeten afvallen.
Uit eigen ervaring komt het er dan vaak op neer dat je toch te laat begint met afvallen, waardoor het alleen nog maar zwaarder en moeilijker wordt. Daarom is het wederom prettig om begeleiding te hebben.
Doen
Begin op tijd met afvallen en probeer niet meer dan 0,5-1 kg per week af te vallen. Hierbij is het het beste om te zorgen voor een matige energiebeperking. Met andere woorden je moet meer energie verbranden dan dat je binnenkrijgt. Deze methode heeft de meeste voorkeur omdat te snelle gewichtsafname kan leiden tot prestatieverlies, verminderd concentratievermogen, vergrote kans op het krijgen van blessures, gebrek aan energie en afbraak van spiermassa en dus kracht. Hou dus een goede planning bij. Dit is bij iedereen anders dus ga hiermee experimenteren. Zoals meer water drinken, meer eiwitten eten en minder vet en koolhydraten eten en/of anders trainen. Ervaar hoe je lijf aanvoelt en hoe je er op presteert en niet geheel onbelangrijk wat het resultaat op de weegschaal is.
Veel sporters zijn vlak voor de weging toch te zwaar voor hun gewichtsklasse. En moeten in enkele dagen toch nog snel gewicht verliezen. Dit is een veel toegepaste manier, maar brengt wel veel risico’s met zich mee! Als het dan toch moet gebeuren, wordt dit gedaan door het verlies van vocht, glycogeen en darminhoud. Het verliezen van gewicht op deze manier is niet bepaald gezond, maar soms onvermijdelijk.
Verschillende manieren om snel gewicht te verliezen voor een wedstrijd zijn: zout (of natrium) arm eten, vezelarm eten, koolhydraatarm eten of op vocht dmv meer te zweten of minder te drinken. De ene methode brengt meer risico’s met zich mee dan de andere.
Pas alleen de noodmaatregelen toe bij extreme gevallen, waarbij er (voldoende) tijd is om te herstellen na de weging. Deze methode van gewichtsverlies is niet wenselijk, ongezond en kan een negatief effect hebben op de prestaties en je sportvreugde.
Het behalen en behouden van het gewenste gewicht en daarnaast genoeg macro- en micronutriënten eten om optimaal te presteren, kan lastig zijn. Mijn advies is dan ook om het advies van een erkend sportdiëtist in te winnen met ervaring. Die kan je helpen om je gewenste gewicht te behalen, je te begeleiden mocht je toch snel moeten afvallen en zorgen voor een optimaal herstelplan om te zorgen dat je toch optimaal kan presteren.
Blijf er niet alleen mee zitten, maar zoek begeleiding.
Als je vragen hebt, dan hoor ik die graag!
Eet slim!
Ik hoor graag van je!
Met sportieve groet,
Daniëlle Gommers-Vriezema
Sportdiëtist, leefstijlcoach en sportbegeleider
(Di)eet Slim en Leef Slim
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring