Ultimate Fight Workout: Sportclubmanagers en -eigenaren OPGELET!

Juli en augustus zijn de maanden waarin je moet knallen!
Juli en augustus zijn de maanden waarin je moet knallen en in die zesde versnelling moet gaan! In september en oktober kan jij nieuwe leden binnenhalen, mits je goed bent voorbereid. En bij die voorbereiding gaat het vaak mis, want in de zomermaanden doen we het graag toch iets rustiger aan. Op zich niets mis mee, als je aan het gemiddelde of onder het gemiddelde wilt presteren. Maar als jij ver boven het gemiddelde wilt scoren, zal je ook bovengemiddeld moeten handelen. Wil jij deze zomer lekker lui op het strand liggen, een camping of festivalletje bezoeken, óf wil jij je inzetten om jouw sportschool zó goed op de kaart zetten dat het de andere 10 maanden voelt alsof je vakantie hebt?
Straks kan jij rustig aandoen of vakantie nemen in bijvoorbeeld november of maart, omdat in die periodes de motor perfect draait vanwege jouw super voorbereiding in de zomermaanden.
Luieren op het strand, of knallen op je club…? De keuze is aan jou!
Stel dat je gaat voor succes. Wat nu, waarop ga je inzetten? Wat is deze ronde jouw unique selling point? Op welke hype ga jij inspelen?
Eind jaren 90 was er Tae Bo. 15 jaar later bestormden mensen massaal de sportclubs om een les Zumba te volgen. En wat nu…?
Kickboksen.
Al wordt er niet direct reclame voor gemaakt, ons onderbewuste wordt steeds meer gevoed met deze sport. Het negatieve imago van het kickboksen is voorgoed vaarwel gezegd. Rico Verhoeven is populair in de media. Denk aan de goed bekeken serie Vechtershart en BNN die Filemon volgt tijdens zijn kickbokstrainingen. Daarbij telde het bekende festival Healthyfest dit jaar maar liefst 7 boksgerelateerde workouts én is zelfs jouw doodgewone buurvrouw gevallen voor deze geweldige sport.
Oké, nu weet je dit, maar hoe ga jij kickboksen introduceren bij jou op de sportclub? Waar houd je rekening mee? En hoe zorg je dat mensen dit voor een langere tijd blijven volhouden? Misschien herken je de volgende vragen.
Vragen van clubs:
- Kan ik in een korte tijd mijn eigen personeel opleiden tot een goede kickboksinstructeur?
- Kan je een kickboksprogramma aanbieden dat korter is dan de gemiddelde kickbokstraining van 1,5 uur?
- Kan je ervoor zorgen dat iedere instructeur op dezelfde wijze en op hetzelfde niveau lesgeeft?
Vragen van leden:
1. Kunnen wij iedere week ongeveer hetzelfde verwachten?
- Ben je binnen een uur klaar?
- Komen er ook oefeningen voor de buik, benen en billen?
- Word er gespard?
- Wat als je last heb van je knieën of benen en je niet kunt trappen?
Hoe kan jij aan al deze wensen voldoen? Voor een goede voorbereiding is een zeer creatieve mindset nodig. Iedere keer met gemak tot nieuwe oefeningen komen en weer een inspirerende les neerzetten, is niet voor iedereen weggelegd. Zoals je voor zangers een tekstschrijver hebt en voor dansers een choreograaf, zijn er concepten en kant-en-klare lesvoorbereidingen voor instructeurs. Met Wesley Jansen bedacht ik een kickboksconcept dat zich inmiddels ruimschoots heeft bewezen, en dat is gebaseerd op de bovenstaande wensen van clubs en hun leden. Waarom zou je uren aan een eigen lesvoorbereiding gaan zitten, als je voor een klein bedrag (€ 21,- p.m. ex. btw) om de twee maanden een kant en klare les krijgt aangeleverd?
Wij hebben een volledig kickboksprogramma van exact 55 minuten gemaakt, waarbij het bijna onmogelijk is voor de trainer om ervan af te wijken. De opbouw is altijd hetzelfde, maar de inhoud mag door de instructeur naar eigen inzicht en op het niveau van de deelnemers worden aangepast. De les bestaat uit:
– een warming-up
– HIIT (High Intensity Interval Training, waarin direct alle spiergroepen aan bod komen)
– stretch (voor de beenspieren, ter voorbereiding op de traptechnieken)
– kickbokstraining (diverse kickbokscombinaties met een partner)
– kussentraining (series van een minuut om aan het einde nog even los te gaan)
In de trainingen mag niet gespard worden en dit is exact wat de meeste deelnemers over streep helpt!
Voor mensen die last hebben van hun knieën of benen en die niet kunnen trappen hebben we speciaal een nieuw boksconcept ontwikkeld: BOXING45. Dit is alleen boksen en je kunt het met schoenen aan doen.
UFW biedt veel voordelen. Topsporters hebben een team van coaches en begeleiders de ervoor zorgen dat zij daadwerkelijk die TOP behalen. Wij zien de instructeur als een topsporter. Daarom bieden wij de mogelijkheid voor extra ondersteuning in onder andere lesvoorbereiding en het behouden van de eigen vaardigheden (stoten en trappen).
UFW International biedt de mogelijkheid tot extra ondersteuning na het behalen de erkende AALO-opleiding. Voor een kleine investering van € 21,- p.m. profiteren de instructeurs van de volgende voordelen:
– iedere 2 maanden een volledige lesvoorbereiding die je kunt downloaden in pdf en kunt streamen met video’s van de website;
– 10% korting op alle tastbare producten die te vinden zijn in onze UFW-webshop;
– 70% korting bij aanmelding voor UFW Events (the Challenge);
– (kick-)boks en kickbag-handschoenen en scheenberschermers van het merk STARPRO tegen inkoopsprijs aanschaffen;
– gratis deelname aan techniekworkshops;
– vermelding als officiële instructeur op de UFW Instructorspagina met vermelding van de clubwebsite en/of Facebook/LinkedIn
– gebruik van de naam UFW en UFW-beeldmateriaal.
De eerste opleidingen starten in december, maar jij wil dit unieke concept natuurlijk direct na de zomermaanden introduceren. Daarom verzorgen wij in de zomer incompany-trainingen. We komen langs bij jullie op de club en binnen 1 weekend en 1 examendag zijn jouw instructeurs klaar en kunnen de lessen starten. De eerste opleiding voor BOXING45 start 4 november.
We verzorgen slechts 10 incompany-trainingen dus wie het eerst komt….
Wil je meer weten of direct een incompany-training inplannen, stuur me dan een bericht op jimmy.peek@ufw-international.org.
BALANS

Aangezien dit mijn eerste Blog is die ik voor deze site schrijf zal ik beginnen om mij voor te stellen.
Ik ben Geoffrey Berens (34) en beoefen karate als wedstrijdsport op het hoogste internationale niveau (2-voudig Vice-Wereldkampioen -60 Kg 2014 / 2016). Daarnaast ben ik als bondscoach U18 & U21 jaar actief voor de Karate-do Bond Nederland.
In het dagelijks leven werk ik als ZZP-er en verzorg ik o.a. karatelessen, judolessen, weerbaarheidstrainingen en bedrijfstrainingen voor verschillende sportscholen, op (basis)scholen en sinds september 2016 voor ‘mijn’ karatevereniging: Geoffrey Berens Karate Academy in Breda.
Het combineren van mijn privéleven met het leven als ZZP-er, topsporter en bondscoach is vaak lastig en tijdrovend. Thuis heb ik een prachtig gezin met een sterke vrouw waar ik erg gelukkig mee ben en onze twee kinderen, Devon (8) en Darla (7).

De kunst voor mij en ons gezin is om alle activiteiten van mij, mijn vrouw en onze kinderen in balans te houden. Hier ligt een vergelijking met ‘mijn’ sporten, judo en karate, voor het inkoppen maar is in de praktijk vaak puzzelen en is begrip, inzet en communicatie erg belangrijk.
Aan mijn prestaties in de afgelopen jaren is niet af te lezen hoeveel impact de hiervoor beschreven combinatie is: Brons EK -60 kg en Brons EK landenteams (2014), Vice-Wereldkampioen -60 kg (2014), Brons EK landenteams (2015), Vice-Wereldkampioen -60 kg (2016).
Helaas is het als topkarateka in Nederland noodzaak om naast deze ‘fulltime’ job ook fulltime te werken aangezien er op financieel gebied geen ondersteuning (meer) mogelijk is vanuit NOC*NSF. Daar karate niet behoort tot de zogenaamde Focussporten binnen NOC*NSF is het niet meer mogelijk een A of B status te behalen en zodoende gebruik te maken van (financiële) ondersteuning vanuit onze nationale sportkoepel. Soms is het moeilijk te accepteren dat een prestatie als een zilveren medaille op het WK karate (1 x per twee jaar vind dit plaats) niet wordt gewaardeerd zoals bij andere sporten. Dit terwijl er bij het afgelopen WK ruim 70 deelnemers in mijn gewichtsklasse actief waren! Het is moeilijk te accepteren dat het mede hierdoor voor Nederlandse karateka’s een bijzonder moeilijke klus wordt een kwalificatie voor de OS2020 in Tokyo te realiseren. Veel zal neerkomen op persoonlijke sponsoring, inzet, toewijding en voorbereiding aangezien er op dit moment financiële middelen binnen de karatesport ontbreken om als professionele topsporters te leven voor de sport en het Olympisch kwalificatietraject in te gaan vanaf 2019 en 2020.
Het is daarom prachtig om te zien dat er ondanks de huidige situatie van het karate in Nederland toch verschillende karateka’s in staat zijn zich te (blijven) meten met de internationale top, terwijl de middelen en mogelijkheden in veel landen vele malen beter zijn. denk bijvoorbeeld aan professionele, goedbetaalde bondscoaches die dagelijks werken met karateka’s die betaald krijgen als atleten en alle denkbare faciliteiten tot hun beschikking hebben. Medische begeleiding, krachttrainers, sportpsychologen, bewegingswetenschappers, ijsbaden, sauna’s, etc.
Het blijft daardoor een kunst om de motivatie vast te houden om deze ‘oneerlijke’ strijd aan te blijven gaan samen met mijn gezin, ondersteuning van mijn trainer, bondscoaches en mijn trainingsmaatjes bij mijn club en het Nederlands team.
Momenteel ben ik gestart met mijn voorbereiding op de World Games, welke plaatsvinden op 25 juli in Wroclaw, Polen. Hierover zal ik later een update bloggen!

Brandstapel
Gastblog door de heer Willem Visser
Brandstapel
“ Respect voor het individu is de basis voor een goed functionerend nationaal team “.
Juul Franssen behaalde als individueel judoka een grote overwinning. Een overwinning op hen die een brandstapel voor haar hadden opgeworpen.
Juul heeft, volledig terecht gewonnen, en velen zullen daar van gaan profiteren.
Ja ‘profiteren’, want Juul heeft alleen de kastanjes uit het vuur gehaald, omdat anderen kennelijk zodanig geïntimideerd werden, dat zij zich verborgen hielden in de spelonken van Papendal.
De rechter gaf de bouwers van de brandstapel, Hell en Bonnes, nog vier weken de tijd om dit achterlijk, middeleeuws en wreed moordmiddel, uit de tijd van Jeanne d’Arc en Richelieu, af te breken. (Overigens heeft Calvijn, gepijnigd door vreselijke aambeienpijn ook heel wat onschuldige mensen op de brandstapel geslingerd.)
Gedwongen door het NOC en volledig verstoken van lef en eigen kracht bleef de brandstapel staan en de dreiging dat deze ‘hel’ zou gaan branden bleef nog vier weken bestaan.
(Onlangs profileerde een directeur van de JBN zich door enige frasen van een managementboek te citeren; hij had beter door kunnen lezen tot de hoofdstukken ‘Conflicthantering’, ‘Conflictproces’ en ‘Conflicthanteringsmodel’!)
Gelukkig is het recht niet in handen van Hell, Bonnes, van die man die halve managementboeken leest of andere dictatoriale bestuursleden van JBN en NOC.
De rechter verbood dus het ontsteken van de brandstapel, waarop Juul, als mogelijk Jeanne d’Arc van de JBN en als angstaanjagend voorbeeld voor anderen, al was vastgebonden.
De rechter bepaalde, dat de rechten van de individuele judoka (en dus ook andere atleten) gerespecteerd dienden te worden. (Respect is overigens een van de kernwaarden in judo.)
De uitspraak van de rechter heeft gevolgen:
- Juul Franssen kan zich met haar eigen begeleidingsteam gaan voorbereiden op haar terugkeer op de internationale wedstrijdmat, met hopelijk goede resultaten en uiteindelijk kwalificatie voor de Olympische Spelen in Tokio.
- Andere judoka, ook zij die zich in de spelonken van Papendal verborgen hielden, kunnen zich door de inzet en het doorzettingsvermogen van Juul, individueel en naar eigen inzicht voorbereiden op de grote internationale wedstrijden.
- Andere atleten, anders dan judoka, kunnen op basis van de uitspraak van de rechter, hun persoonlijke voorbereiding op internationale wedstrijden bijstellen of volledig veranderen.
- Judoclubs kunnen en zullen weer gemotiveerd zijn om de opleiding en ontwikkeling van topjudoka serieus ter hand te nemen, ook omdat zij niet per definitie judoka ‘moeten afstaan’ of ‘verliezen’ aan de JBN.
- Clubcoaches verkrijgen weer ‘de eerste relatie’ met de topjudoka van hun club en zullen daardoor geïnspireerd worden en zich gewaardeerd voelen.
- Judoka weten nu ook, dat zij bijvoorbeeld in geval van blessure of terugval in resultaat, gebruik kunnen maken van de ‘warmte’ van hun eigen club.
- De JBN zal faciliterend moeten zijn voor de judoka.
- De JBN zal die facilitering op het hoogste niveau moeten brengen, zodanig dat de topjudoka het als onontbeerlijk en strikt noodzakelijk ervaren in de persoonlijke ontwikkeling als topjudoka en het behalen van resultaat. In dit geval is verplichting van deelname aan de nationale trainingen overbodig.
Niemand heeft in dit artikel gelezen, dat gezamenlijk trainen op het hoogste niveau (dat zou de nationale training moeten zijn) niet noodzakelijk en prestatie bevorderend zou zijn.
- De JBN zal ruimte moeten geven voor ‘individuele projecten’ en de bondscoach zal deze projecten als een programmamanager (dat staat overigens ook beschreven in dat managementboek) de projecten moeten leiden.
Maar…….
- Zal Juul Franssen, na al deze onwezenlijke inspanningen en overwinnen van door de JBN opgeworpen hindernissen, herstellen (en op tijd herstellen) om optimaal kunnen presteren op het WK in Boedapest, eind augustus/begin september?
En gaat de JBN zich verontschuldigen en haar extra ondersteunen?
Het lijkt mij heel goed! - En blijven dat bestuur en die technisch directeur nu op dat pluche plakken, met 1e klas reistickets en hotels op Europese- en Wereldkampioenschappen, en op Olympische Spelen?
Of neemt de bondsraad een voorbeeld aan het moedige gedrag van Juul Franssen en stuurt ze bestuur en technisch directeur, zonder eervolle vermelding of vetleren medaille, onmiddellijk naar huis?
Het lijkt mij heel goed!
Maar ja, ook die bondsraadsleden hebben weggekeken toen de brandstapel werd
Opgeworpen, moeten de hand in eigen boezem steken en zullen ook wel verstoken
zijn van lef en kracht om de noodzakelijke drastische maatregelen te nemen. - Nationale coaches moeten nu ook antwoord geven op de vraag of zij instaat en bereid zijn om optimaal faciliterend voor topjudoka kunnen werken. Ook zullen zij de competenties moeten hebben om te bouwen aan ‘facilitering op het hoogste niveau’ en dat kan ook betekenen, dat er opnieuw selectie moet plaatsvinden……
Kortom
- Mooie tijden breken aan; het is lente en dus tijd voor de grote schoonmaak. Maar ja, wie gaat dat doen. Het is als het schoonmaken van een vies zwembad: ‘degene die de stop eruit trekt verdwijnt meestal als eerst in het afvalputje”. De oplossing van het probleem staat ook weer beschreven in dat managementboek: een interim manager, die snel en doeltreffend reorganiseert. Een judoka met ervaring en opleiding in dit soort zaken is Anthony Wurth; hij zou gevraagd kunnen worden. Ja bondsraadsleden ‘gevraagd’ (desnoods op blote knieën), want maar weinig judoka, met de juiste competenties, staan te trappelen om deze schoonmaak uit te voeren.
- De nationale training zal naar het hoogste niveau moeten worden gebracht, zodat topjudoka er de noodzaak van inzien.
De sfeer binnen die nationale training zal een functionele en op prestatiegerichte moeten zijn, zonder dat de invloed van een club of stroming bepalend is.
Judoka moeten vertrouwen hebben in de nationale coaches (waarbij het opwerpen van brandstapels, van wat voor vorm dan ook, onmogelijk moet zijn). - Juul Franssen moet per onmiddellijk benoemd worden tot lid van verdiensten van de JBN, want zij heeft op eigen kracht, met inzet van haar gehele persoon, met niet aflatende dynamiek zorg gedragen voor de strikt noodzakelijk innovatie.
Het is, volledig van harte, te hopen dat Juul geweldige resultaten gaat behalen, zodat ze na de Olympische Spelen in Tokio toch tevreden kan terugkijken naar haar judocarrière!
Sérandon 170516
Willem Visser
Naschrift
In dit artikel werd het woord ‘managementboek’ gebruikt; er wordt niet speciaal één boek bedoeld en over het algemeen is het geen opwindende literatuur.
Wel is het aan te raden om ‘Mind over Muscle’ te lezen, ook te verkrijgen in een uitstekende vertaling van Mitesco.
Het boek beschrijft onder meer ‘waardig strijden’ waarover hieronder een kort artikel.

Waardig strijden
Strijd wordt een waardige strijd als iedereen altijd het beste doel voor ogen heeft (“het ware, het goede en het schone”), als alle geestelijke en lichamelijke energie gebruikt wordt om het doel te bereiken en als iedereen zijn eigen balans en harmonie volkomen realiseert en daarmee de samenleving dient.
Waardig strijden betekent dat je jezelf beweegt op het hoogste niveau en het hoogste niveau is de vervolmaking van je eigen persoon met als hoogste doel de perfectie van de samenleving.
In Japan kent men het principe seiryoku zenyo jita kyoei (alle energie efficiënt inzetten voor het algemeen welzijn) en als men leeft volgens dit principe dan is men voortdurend en bewust doende met het ontwikkelen van alle individuele vaardigheden zoals doelgerichtheid, deugdzaamheid, wilskracht, moed en meegaandheid (toegeeflijkheid) die worden ingezet voor het algemeen belang.
Jita kyoei (algemeen welzijn) kan worden gezien als het principe van evenwicht van de samenleving.
Seiryoku zenyo is de voeding
Waardig strijden.
Het meest effectieve gebruik van je mentale en fysieke energie, kan op alle aspecten van het leven worden toegepast. Men moet daarom goed kijken hoe men het principe kan toepassen op alles in het leven en men moet er ook naar gaan leven.
Intellectueel gezien moet in al ons strijden eerst worden vastgesteld wat het doel is dat we voor ogen hebben; voorzichtigheid, observatie, kracht om te overwegen, oordeel- en voorstellingsvermogen kunnen door het ontwikkelen en volgen van het principe worden aangewend. Als er geen helder doel is dan kan het principe niet in de praktijk worden gebracht.
In moreel opzicht zal er voorafgaand aan de strijd eerst verstandelijk moeten worden vastgesteld wat goed en kwaad is. Maar alleen kennis hebben van goed en kwaad is niet voldoende. Het getraind zijn in het goede willen en het kwade niet willen is een onderdeel van morele ontwikkeling. De wil en de gewoontes om goed te handelen worden door het toepassen van de principes getraind en voortdurend ontwikkeld. De training van goede gewoontes (rituelen) versterkt het goed handelen. De beste bedoelingen om het kwade te verwerpen kunnen mislukken als men niet de gewoonte heeft om zo te handelen.
Uit sociaal oogpunt hoeft er maar een persoon in een groep te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben en het toepassen van het principe is niet meer mogelijk. Daarom moet zelfzucht worden vermeden en men moet handelen op basis van wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Op die manier ontstaat harmonie en worden conflicten vermeden of op een natuurlijke wijze opgelost. Totale balans is een staat van zijn, die door het trainen van de principes, wordt getraind en wordt ontwikkeld.
Toepassing van het principe seryoku zenyo jita kyoei kan ook bij sociale interactie. Woede, kwaadheid en haat vreten energie evenals teleurstelling, grieven en ruzies. Dit zijn dus geen gemoedstoestanden die in overeenstemming zijn met het principe. Het principe kan fundamenteel zijn bij het oplossen van allerlei, vooral morele, kwesties. De energie van woede en kwaadheid kan beter gebruikt worden om te bezien wat goed is en om voort te gaan op de weg.
Jezelf ieder dag leiden overeenkomstig het principe maakt het individu en de samenleving tot een harmonische eenheid. Eis daarom veel van jezelf en wees mild voor anderen
“Als seiryoku zenyo en jita kyoei worden gerealiseerd, dan zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan. En als leden van de samenleving kan iedereen bereiken waarop men hoopt.” (Professor Jigoro Kano (1860-1938) minister van onderwijs en cultuur en stichter van het Kodokan Judo.)
(Doorgever: willem visser. Bronnen: “Mind over Muscle” en “Jigoro Kano and the Kodokan, an innovative response to modernisation”.)
Slaap uit na late avondtraining
Bron: http://www.topsporttopics.nl
Sporters slapen te weinig door een slechte planning van trainingstijden. De dag afsluiten met een late training, om de volgende dag te starten met een vroege training, doet hen de das om. Trainers doen er verstandig aan hiermee rekening te houden in de planning.
Chronisch slecht en weinig slapen heeft een directe weerslag op de sportprestatie. Niet alleen dat, het kan ook leiden tot gezondheidsklachten door een verminderde weerstand en bijvoorbeeld slechtere schoolprestaties.

Vol programma, weinig slaap
Om voldoende slaap te kunnen hebben is vroeg naar bed gaan of later opstaan een vereiste. Veel sporters trainen echter vroeg, gaan naar school of werk en trainen ’s avonds laat nog een keer. Zo blijft er logischerwijs weinig tijd over om te slapen.
Onderzoekers uit Nashville hebben aan de hand van een literatuuronderzoek nu aangetoond dat dit trainingsregime werkelijk zijn weerslag heeft op de slaapkwaliteit. Zo drinken sporters tijdens een training bijvoorbeeld vaak meer dan dat ze nodig hebben om hun vochtpeil weer op orde te brengen. Als dit tijdens een avondtraining gebeurt moeten sporters er vaak ’s nachts uit om te plassen. Daarnaast duurt het gemiddeld 20 minuten langer voordat een sporter de slaap kan vatten na een late intensieve training. Veelvuldig vroeg in de ochtend trainen, bijvoorbeeld tussen zes en zeven uur, verkort niet alleen de slaaptijd op trainingsdagen, maar ook op niet-trainingsdagen omdat de biologische klok verschuift door dit vroege opstaan. Hierdoor ontwaken sporters altijd vroeg.
Trainingspuzzel
Het is praktisch vaak niet mogelijk later op de ochtend of vroeger op de avond te trainen vanwege zaalhuur, school of werk. Toch kunnen trainers er wel voor zorgen dat bijvoorbeeld doordeweekse late trainingen niet gevolgd worden door een vroege training de volgende dag. Als dat toch een keer moet gebeuren is het verstandig dit in te plannen op dagen wanneer een sporter overdag een middagslaapje kan doen. Deze “powernap” kan in ieder geval ten dele slaaptekort en de negatieve effecten ervan opheffen.
De onderzoekers gaan in deze studie vooral in op het effect van slaapgebrek bij jonge sporters die nog naar school gaan, maar hetzelfde geldt voor sporters die overdag werken. Ook zij lopen tegen bovenstaande problemen aan en zullen op moeten letten met de trainingstijden van opeenvolgende trainingen om een tekort aan slaap tegen te gaan.
Waar uit eerder onderzoek vooral adviezen volgen over welke randzaken belangrijk zijn om de slaap te verbeteren, zoals het vermijden van fel licht voor het slapen gaan, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat sporters überhaupt voldoende kunnen slapen.
T.H. (Herman) IJzerman
Copenhaver EA, Diamond AB (2017) The value of sleep on athletic performance, injury, and recovery in the young athlete. Pediatr. Ann., 1;46: e106-e111
Functionele (kracht) training

Voor het verbeteren van een (top)sportprestatie moet het hele lichaam (de gehele bewegingsketen) goed functioneren.
Functioneel training is trainen in de functie van wat je wil doen: voetballen, hardlopen, turnen, vechtsport etc. Sport specifiek dus. Het lichaam bestaat niet uit spieren die geïsoleerd liggen maar juist in ketens met de fasciale structuren daartussen.
Uitgangspunt voor training is de lichaamshouding.
Wat is een actieve lichaamshouding?
Basiskennis van de anatomie is hiervoor van belang. Er bestaan verschillende vormen van spiercontractie dit vereist sport specifieke krachttraining.
Vaak kan een makkelijke bewegingstest informatie geven of een sport specifieke beweging wel uitgevoerd kan worden compensatie door een beperking in het lichaam kan namelijk tot blessures leiden.
Om de kennis over sport specifieke training te vergroten organiseert Fysiotherapie Maarten van Berlo een basiscursus functionele (kracht) training. Deze duurt 1 dag en bestaat uit 2 blokken van 3 uur.
Het primaire doel van de cursusdag is de theoretische en praktische kennis op het gebied van functionele training en functionele beweging te vergroten.
Aan bod komen o.a. het trainen en vergroten van de kracht, flexibiliteit, explosiviteit, snelheid, coördinatie, behendigheid, balans, houding en blessurepreventie .
De cursusdag is bedoeld voor trainers, begeleiders en sporters met een basiskennis over trainingsleer.
De cursusdag staat open voor maximaal 10 personen en wordt uitgevoerd door Maarten van Berlo sportfysiotherapeut en fysiek trainer van diverse (top) sporters.
De theorie en de praktijk komen beide ruim aan bod en iedereen die meedoet krijgt een certificaat van deelname.
Mocht u belangstelling hebben op welke dagen de cursus gegeven zal worden en wat de kosten zijn dan kunt u een mail sturen naar maarten@maartenvanberlo.nl

Energiedrankje? Neem liever een boterham!

Ben je na een halfuur sporten al drijfnat van het zweet? Dat betekent vochtverlies – en dus dat je goed moet drinken. Maar wat voor een sportdrank kan ik het beste nemen?
Sportdrankjes zijn niet alleen gemaakt voor sporters, maar vooral ook voor de grote commerciële markt. Die drankjes hebben een sportief imago, zodat mensen aan de bar of in de supermarkt denken: ‘Ik koop zo’n sportdrankje, want dat is gezond.’ Maar het is niet altijd nodig om een sportdrank te nemen. Als je korter dan een uur sport, is water vaak prima om je vochtverlies aan te vullen.
Sport je langer dan een uur, dan heb je aanvulling nodig. Ook als amateursporter. In sportdrankjes zitten snelle suikers die in korte tijd in je bloed worden opgenomen, waardoor je weer snel energie krijgt tijdens het sporten. Je kan kiezen uit isotone sportdrank – de dorstlessers en rehydratation-drankjes – en hypertone sportdrank, ofwel de energiedrankjes.
Isotone sportdrank
Energie kan je halen uit vetten in je lichaam, maar ook uit koolhydraten die zitten opgeslagen in je spieren. Als je aan het sporten bent, kan die voorraad na een uur, anderhalf uur opraken. Dan is het verstandig om je koolhydraten aan te vullen, waarvoor een isotone drank ideaal is. Ook is deze geschikt om snel je vochtverlies aan te vullen.
Energiedrank
De tweede soort is de hypertone sportdrank, beter bekend als energiedrank. Deze bevat veel suikers en meer koolhydraten dan de isotone dranken, maar energiedrank wordt minder snel in je lichaam opgenomen. Deze is dus niet geschikt om tijdens het sporten je vocht aan te vullen, eventueel wel om na de training of wedstrijd je energievoorraad op peil te brengen. Maar daar heb je zo’n drankje niet voor nodig! Je kan je energie beter aanvullen met brood en beleg, vruchtenkwark of met een recoverydrank (met koolhydraten en whey eiwitten). Het is sowieso verstandig om binnen twee uur na het sporten wat te eten, het liefst een kwartier of halfuur na de inspanning. Om zo snel mogelijk te herstellen.
Recoverydrank
Je hebt tot slot nog hersteldrankjes, waarin veel koolhydraten en eiwitten zitten die snel worden opgenomen. Deze drankjes zijn meestal niet erg lekker – al wordt de smaak steeds beter – maar wel ideaal voor topsporters die bijvoorbeeld twee keer op een dag trainen en snel moeten herstellen.
Prestatieverlies
Hoe weet je of je genoeg drinkt tijdens het sporten? Als je voor en na het sporten op de weegschaal gaat staan en je bent afgevallen, dan heb je tijdens de inspanning niet genoeg gedronken. En als je dorst krijgt, ben je eigenlijk al te laat. Let er dus op dat je voldoende drinkt, want vochtverlies leidt ook mogelijk tot prestatieverlies. Wanneer je 2 procent lichaamsgewicht aan vocht verliest, kan je stofwisseling al geremd zijn waardoor je kracht en duurvermogen afnemen. Je kan ineens dat snelle sprintje niet meer trekken of krijgt krampen.
Onder sporters is het vochtregime vaak slecht; ze drinken tijdens de training alleen water, vaak ook nog te weinig en uit dezelfde bidon. Trainers zouden daar ook meer op moeten letten. Mijn advies tot slot: train je langer dan een uur, vul dan je vocht- en energievoorraad aan met isotone drank. En gebruik je eigen bidon, zodat je na afloop kan zien hoeveel je gedronken hebt. Ook kan je de kleur van je urine checken, als deze te geel is dan drink je te weinig.
Weetjes…
Isotone sportdranken – zoals Gatorade, Extran dorstlesser en Aquarius – bevatten 6 tot 8 gram koolhydraten per 100 ml. Hypertone sportdranken – zoals de energy drinks van Extran en AA – bevatten meer dan 8 gram koolhydraten per 100 ml, soms wel meer dan 15 gram. Gewone frisdrank en vruchtensap bevatten gemiddeld 10 g koolhydraten per 100 ml. In dorstlessers zitten per 100 gram gemiddeld zo’n 25 calorieën, bij sommige energiedrankjes kan dit bijna drie keer zoveel zijn.
In een flesje AA kan zo maar 14 suikerklontjes inzitten!
Factsheet eetstoornissen
Bron: http://www.topsporttopics.nl

Achtergrond
Eetstoornissen zoals anorexia en boulimia komen vaker voor bij topsporters dan bij de rest van de bevolking. Dat geldt zowel voor mannelijke als vrouwelijke sporters. Echter, eetstoornissen komen wel vaker voor bij vrouwen [4]. Met name gewichtsklassesporten, esthetische sporten en duursporten zijn sporten waarbij het risico op eetstoornissen verhoogd is [4].
Sporters die een zo laag mogelijk gewicht nastreven, gaan extreem weinig eten, soms in combinatie met braken, laxerende middelen slikken en extra veel bewegen om maar zoveel mogelijk energie te verbranden. Dat eetstoornissen een enorme impact hebben op zowel het fysiek als mentaal functioneren van een sporter staat buiten kijf. Zo nemen onder andere de spierkracht en de flexibiliteit af en de gevoelens van onzekerheid toe [2].
Weinig eten en voortdurend willen afvallen zijn kenmerken van veel sportculturen. Sommige sporters vinden zichzelf te dik om goed te kunnen presteren terwijl ze dat feitelijk niet zijn [3]. Maar ook trainers en ouders maken geregeld deze vergissing. Daardoor voelen sporters vaak ook de druk van buitenaf om af te vallen. Zo kunnen trainers en ouders hun pupillen of kinderen het gevoel geven dat zij moeten afvallen [1].
Hoe te voorkomen en hoe hiermee om te gaan
Voorkomen dat sporters een eetstoornis oplopen is complex. Enerzijds zal de bestaande cultuur binnen een sport moeten veranderen. Dit betekent dat sporters, maar ook trainers, coaches en ouders uitleg moeten krijgen over de gevolgen van steeds minder willen wegen. Het kan daarbij helpen dat succesvolle sporters die op een gezonde manier met hun gewicht omgaan, vertellen over hun ervaringen en behaalde successen. Zij stellen zo een voorbeeld voor een nieuwe generatie sporters. Dat het een complex probleem is, blijkt ook uit het feit dat sporters die hulp hebben ingeschakeld vaak geen emotionele steun van ouders krijgen. Daarnaast blijkt de acceptatie van het fenomeen eetstoornissen als aandoening ver te zoeken in de sportwereld [6].
Anderzijds, naast cultuurveranderingen, is het ook belangrijk om sporters individueel te benaderen en voor te lichten. Deze benadering is er echter één van de lange adem, kortdurende interventies zullen weinig succesvol zijn. Intensieve voorlichting op (LOOT)scholen kan de kans op eetstoornissen bij jonge topsporters verkleinen [5].
Tot slot
Om eetstoornissen te voorkomen en op te merken, is een multidisciplinaire aanpak vereist. Ouders, trainers, sport- of huisarts, sportdiëtist, andere begeleiders en mede-sporters zullen alert moeten zijn op veranderend eetgedrag en lichaamsgewicht. Zij moeten daarnaast ook proactief benadrukken dat voldoende goede voeding noodzakelijk is om zowel mentaal als fysiek optimaal te kunnen presteren. Het is belangrijk dat de aandoening eetstoornissen geaccepteerd wordt en dat alle betrokkenen er onderling open over kunnen praten [4].
Topsport Topics
Download hier het facsheet
Fysiotherapie onmisbaar
Bron: InFysio (http://magazine.infysio.nl/)
Interview judoka Henk Grol & meerkampster Nadine Broersen
Topsporters belasten hun lichaam zwaar. Wat betekent dat voor eventuele blessures en welke rol speelt fysiotherapie daarbij? We spreken eerst met topatlete en meerkampster Nadine Broersen en daarna met judoka Henk Grol over de rol van fysiotherapie rondom trainingen en wedstrijden.
Binnen de meerkamp worden alle onderdelen gedaan. Er ontstaan veel verschillende blessures. Nadine: “Ik zie veel achillespeesblessures, maar daar heb ik gelukkig nog geen last van. Wel al eens een scheurtje in mijn hamstrings opgelopen en drie weken voor een EK mijn mediale enkelbanden ingescheurd.
Trainingshardheid
“Ik heb van nature de neiging om te lang door te gaan. Omdat we veel trainen met een grote omvang ga je niet bij elk pijntje direct stoppen. Je bouwt natuurlijk door de jaren heen ook wel een bepaalde trainingshardheid op. Vroeger ging ik soms echt te lang door, maar nu – met meerdere jaren ervaring – weet ik steeds beter wanneer ik op tijd moet ingrijpen. Mijn coach speelt daarbij een redelijk grote rol. De coach kan altijd ingrijpen of natuurlijk de training stoppen.”
Allemaal een andere visie
De fysiotherapeut wisselt nogal eens bij de bond. Op Papendal is er via het SMCP (SportMedisch Centrum Papendal) een fysiotherapeut beschikbaar. Naar het buitenland gaat weer een andere fysiotherapeut mee. Nadine reageert: “Ik heb 5 verschillende fysiotherapeuten gezien in de afgelopen 8 jaar.”
Het lijkt voordelig als je één fysiotherapeut hebt die overal bij is. “Toch is dat niet altijd zo”, nuanceert Nadine. “Een andere fysiotherapeut heeft toch weer een ander inzicht, ze hebben allemaal een verschillende visie, soms reageer ik goed op een alternatieve aanpak.” Nadine reageert ook goed op de manueel therapeut. “Ik laat 1 keer per maand de manueel therapeut alles bekijken en recht zetten, indien dat nodig is. Maar soms als de manueel therapeut mee gaat naar een toernooi wordt er weleens 4 keer wat recht gezet in 2 weken. Dat is voor mij weer niet goed, ik heb dan het gevoel dat mijn lichaam het niet meer zelf kan oplossen.’’
Goed overleg
Nadine is veranderd van coach waardoor ze nu niet meer fulltime in Papendal verblijft. ‘’Ik heb gemerkt dat een eigen team om je heen eigenlijk het ideale plaatje is. Dat is het voordeel van de trainingskampen. Je hebt dan gedurende het kamp het gehele team om je heen, vaak is er dan ook nog een sportarts beschikbaar. In de dagen dat ik niet op Papendal zit, moet ik veel meer zelf regelen, ook met betrekking tot de fysiotherapeuten. Ik vind het erg fijn dat de betrokken fysiotherapeuten bereid zijn goed met elkaar, met de sportarts en mijn coach te overleggen.’’
Voor Nadine was de fysiotherapeut aanvankelijk niet in beeld. Nadine: “Ik kwam in 2009, op 18-jarige leeftijd, bij de nationale selectie. Ik was daarvoor nog nooit naar een fysiotherapeut geweest. Maar wat ik inmiddels wel heb geleerd en ervaren is dat voor mijn topsportcarrière als meerkampster fysiotherapie echt onmisbaar is.’’
Judo doet altijd pijn
“Rugklachten, knieklachten, liesklachten, schouderproblemen, spierblessures, gebroken teen en duim, AC-luxatie, sternum- en polsfactuur, ach welke blessure heb ik nog niet gehad”, antwoordt Henk op de vraag naar zijn blessureverleden. “Weet je wat het is, topjudo en blessures horen bij elkaar. Judo doet altijd pijn. Judo is vechten en daar hoort ‘lijden’ gewoon bij.”
Rode vlek
De fysiotherapeut is voor veel judoka’s onmisbaar, maar ook vaak een rode vlek. Natuurlijk zegt de fysio vaak dat de sporter rust moet nemen, maar dat kan gewoon niet altijd. ‘’Of er wordt een scan geadviseerd, maar wat heb ik daaraan?’’ vult Henk aan. ‘’Ik heb er vaak niets aan. Het is een continue strijd van wat nog wel en niet verantwoord is én ik luister slecht.’’
Slecht luisteren
Dat ‘slecht luisteren’ is niet altijd een positieve eigenschap. ‘’Ik ben met serieuze klachten en vele waarschuwingen gewoon ook te lang doorgegaan. Vooral de laatste 7- 8 jaar heb ik vaak toch te veel risico’s genomen. Wordt er een rusttijd van 6 weken geadviseerd, ben ik na 2 weken toch weer zo onrustig dat ik alweer aan de trainingen begin. Sommige blessures zijn daardoor veel langzamer hersteld en heb ik een veel lagere hersteltijd gehad. Slecht luisteren komt ook door mijn eigen interne druk van ‘het moeten’.
De combinatie van slecht luisteren en steeds moeten heeft me heeft veel gebracht, maar daardoor heb ik die gewilde Wereldtitels en Olympische titel gemist. Ik heb dat losgelaten. Ik heb nu veel meer plezier in het judoën. Dat is heerlijk.’’
Henk heeft via Matrix Fitness de beschikking over een eigen Gym of zoals ze zelf noemen: Henk’s IJzerwinkel. Daar doet hij zijn krachttrainingen en/of hersteltrainingen tijdens revalidatieperioden. Via de topsportpolis heeft hij onbeperkte vergoedingen voor fysiotherapie. De fysiotherapeut speelt bij Henk geen rol in de krachttraining of zoals Henk zegt: “Daar heeft de fysio geen verstand van.”
Papendal
Henk zit nu fulltime op Papendal en heeft daarmee ook gemakkelijk toegang tot SportMedisch Centrum Papendal (SMCP). Dat is voor Henk belangrijk want zoals hij zelf zegt: “Topsport zonder fysiotherapie is niet te doen.” Hij geeft een speciale pluim aan zijn huidige fysiotherapeute Cynthia Bos. ‘’Zij is echt heel goed. Dry Needling werkt ontzettend goed. Zij ‘prikt’ perfect en ze kan heel goed tapen. Cynthia gaat ook mee naar toernooien waar ze heel goed omgaat met de wedstrijdspanning, de pijntjes en de rol van de fysiotherapeut.’’
Het fulltime verblijf op Papendal bevalt prima, maar Henk is wel kritisch. ‘’Vooral voor jonge judoka’s is Papendal in mijn optiek misschien een te luxe situatie. Judo is ook vechten en ‘lijden’ hoort daarbij.
Als je alles zo goed faciliteert en bij elke pijntje naar de sportmedische begeleiding stapt dan kun je de pijn niet meer zo goed verdragen. Terwijl pijn gewoon bij de judosport hoort.’’
Mooie video’s doen het! Ideeën?
Bij Nihon Sport zetten we steeds vaker video’s in om sporters, merken en/of producten te promoten.
Onderstaand enkele voorbeelden. Schitterende video’s die gemaakt zijn door Graatje Weber; judoka en student aan de Design Academie in Maastricht.
Video’s van Arawaza gemaakt om in te zetten in aanloop op het Karate1 Premier League in Rotterdam:
Arawaza “All the power you need” Video 1 met Geoffrey Berens en Timothy Petersen
Arawaza “All the power you need” Video 1 met Geoffrey Berens en Thimothy Petersen
Adidas video met judo – kata in de hoofdrol. Uitgevoerd door Ruud van Zwieten en Koen Vermeulen
Een doorsnee trainingsdag van Special Olympics kampioen Jurgen van der Heijden
Kijk maar eens op ons Youtube kanaal voor al onze filmpjes. Ga HIER naar ons Youtube kanaal.
Je kunt je abonneren op dit kanaal zodat je een berichtje krijgt als we weer een nieuwe film hebben.
Ideeën voor een leuk filmpje? Contacteer ons!
Doelen Stellen; hoe zet ik dit in als sporter?
Doelen Stellen; hoe zet ik dit in als sporter?

Het seizoen is al even bezig, maar dit “instrument” uit de sportpsychologie kun je het hele seizoen gebruiken! Er wordt in de sport volop gebruik gemaakt van het stellen van resultaatdoelen. Maar hoe gericht ben je elke training bezig met een specifieke worp of techniek?
Om echt goed gebruik te maken van dit mentale instrument, kun je het veel breder inzetten en dus ook veel gerichter aan doelen werken. Dit helpt voor meer zelfvertrouwen, focus en aandacht en motivatie. Bovendien dragen subdoelen bij aan het uiteindelijke doel!
De verschillende doelen op een rijtje:
Resultaatdoelen: de meest bekende en die jij als sporter vast al hebt gesteld voor dit seizoen (Nederlands Kampioen, prijzen op een toernooi, deelname EK etc.). Deze doelen stellen de meeste sporters wel en daar wordt naar toegewerkt (meestal vooral fysiek, tactisch en technisch en jammer genoeg niet zoveel mentaal)
Prestatiedoelen: In trainingen zou je deze kunnen verwerken, bijvoorbeeld ik stoot 10 keer raak van de 20 pogingen of ik gebruik een bepaalde worp 3 keer in deze oefenpartij. Deze doelen kan je bijstellen. Belangrijk is dat je ze ook evalueert.
Procesdoelen: Hoe doe je iets? In de budo- en vechtsporten zou je kunnen denken over de uitvoering van je worp of stoot en dan stap voor stap dit ontleden en welk stapje je op dit moment wilt verbeteren.
Tips:
- Gebruik resultaatdoelen, prestatiedoelen en procesdoelen
- Maak gebruik van smart geformuleerde doelen en evalueer ze, maak het meetbaar!
- Gebruik de verschillende gebieden: tactisch, technisch, fysiek en mentaal
- Gebruik verschillende termijnen: korte termijn, middellange termijn, lange termijn. En voor je motivatie voeg een droom
Je kan het zo professioneel aanpakken als jij wilt! Het is immers jouw sportcarrière.
Interesse in een workshop of een individuele sessie betreft doelen stellen waar dit onderwerp gedetailleerder en praktisch aan bod komt? Mail naar info@coachingbyellen.nl voor de mogelijkheden.
Sportieve groet,
Ellen


Rode vlek