Door Esther Stam; topjudoka en deelnemer Olympische Spelen Rio2016
Focus, 15 jaar lang! Voor topsport is focus belangrijk en judo stond altijd op de eerste plaats.. Wat heeft topsport mij eigenlijk gebracht? Wat heb ik gemist? Iets waar ik de laatste tijd vaker over nadenk.
Topsport was en is mijn leven. Het bracht mij in situaties die ik nooit voor mogelijk heb gehouden. Wie had ooit kunnen bedenken dat ik als Georgische op de bergtoppen van Bakuriani (in Georgië) zou trainen? En dat ik mij daar als enige vrouw staande moest houden in een herenteam? Alles voor dat ultieme doel waar ik me op bleef focussen. En wie had gedacht dat ik via deze weg mijn droom verwezenlijkte en in Rio de Olympische mat mocht betreden?
Ik heb daardoor competenties ontwikkeld waar ik de rest van mijn leven profijt van heb. Maar nu ik langzamerhand naar het einde van mijn carrière ga, geeft mij dit ook een flinke uitdaging. Want wie ben ik eigenlijk zonder topsport? Wat kan ik en belangrijker nog: Wat wil ik? Waar ga ik me de komende jaren op focussen?
Een simpele google opdracht doet mij al snel beseffen, dat dit een veelbesproken en actueel thema is. Er komt een aantal artikelen langs over depressiviteit van gestopte topsporters. Het welbekende zwarte gat. Een artikel wat de spijker op zijn kop slaat, is van Claire Hanna, een (ex-) Canadese volleybalster:
Maar is de struggle die Claire beschrijft nodig? Of kun je jezelf voorbereiden op de stap na je topsportcarrière? Vergeleken met haar heb ik een grote voorsprong. Ik heb naast mijn sport mijn studie communicatiewetenschappen kunnen afronden en jaren bij ING gewerkt. De start is er dus al. Ik ben bijgestaan door een carrièrecoach, loop mee bij organisaties, zoals @Fanbased, en praat met veel mensen uit het bedrijfsleven. En dan volgt hopelijk een nieuwe focus; mijn maatschappelijke carrière! Maar eerst nog even judoën…
PLEIDOOI VOOR HET OPZETTEN VAN EEN NATIONALE JUDOCOMPETITIE VOOR BEGINNENDE EN RECREATIEVE JUDOKA’S
Is het meedoen aan judowedstijden leuk?
– Voor de meeste deelnemers aan een judotoernooi niet.
– Wie twee of drie partijtjes verliest, ligt meestal uit het toernooi.
– Een wedstrijd duurt maar enkele minuten.
– Uitschakeling kan al naar enkele seconden.
– Deelnemers moeten zich doorgaans vroeg melden en gaan pas laat weer naar huis.
– Het meedoen aan een judotoernooi geeft daarom erg weinig sportbeleving.
WAAROM IS JUDO IN WEDSTRIJDVORM BELANGRIJK?
Een judowedstrijd is een direct lichamelijk gevecht waarin tegenstanders met al hun kracht, techniek, strategie en doorzettingsvermogen elkaar kunnen overmeesteren, onder controle houden of laten opgeven, zonder de tegenstander daarbij opzettelijk te blesseren.
Een judowedstrijd is een beschaafde manier om jezelf fysiek te meten met een ander.
WAAROM DOEN VOORAL KINDEREN VEEL AAN JUDO MAAR NIET MEE AAN WEDSTRIJDEN?
Judo heeft zich met name in Nederland ontwikkeld tot een pedagogische activiteit. Vooral goed voor persoonlijkheidsontwikkeling. Judo wordt aangeboden door judoleraren vanuit diverse organisaties (verenigingen, sportscholen, scholen, psycho-motorische therapie). Het meedoen aan judowedstrijden heeft voor deze judoleraren geen hoge prioriteit.
Judo als sportactiviteit verliest daardoor steeds meer terrein. Van de meer dan 120.000 judoka’s in Nederland zijn er ongeveer 40.000 aangesloten bij de JBN. Heel veel Nederlanders hebben op enig moment in hun leven aan judo gedaan maar voelen zich desondanks niet verbonden met de sport. Zijn waarschijnlijk zelfs nooit lid geweest van de JBN.
De beginnende judoka die wél besluit om mee te doen aan een toernooi krijgt meestal geen positieve ervaring. De belangrijkste judoregel die geldt voor topjudoka’s geldt namelijk ook voor de beginnende wedstrijdjudoka. Wie een –ippon- tegen krijgt verliest de wedstrijd.
Het effect is dat wie enthousiast aanvalt grote kans maakt te worden overgenomen en de wedstrijd verliest. Tactisch judoën wordt daardoor veel te vroeg in de ontwikkeling gestimuleerd.
Binnen de huidige regels is het niet geworpen worden veel belangrijker dan het zelf werpen. Het meedoen aan een judowedstrijd is voor de beginnende en recreatieve judoka daarom niet leuk.
HOE KAN DAT WORDEN VERANDERD?
De JBN zou een Nationale Judo Competitie kunnen opzetten die het voor de doelgroep aantrekkelijker maakt om aan mee te doen.
Inschrijven via internet. Indeling in categorieën (Jeugd, junioren, senioren A,B,C,D,E,F etc.)op basis van bijvoorbeeld 10 kenmerken (leeftijd, lengte, gewicht, ervaring, jongetje/meisje, kleur van de band etc.).
Uitgaande van 8 competitiedagen per jaar.
Duur per competitiedag/categorie maximaal 2 uur.
2 tot 4 partijen tegelijk op een reguliere judomat.
Begeleid door één waarnemer voor twee partijen.
Waarnemer controleert uitsluitend of de veiligheidsregels en etiquette worden nageleefd maar geeft geen punten.
Wedstrijd duurt de volle wedstrijdtijd van 2 of 3 minuten.
Waarnemer kan ingrijpen bij ongelijke strijd.
Beide judoka’s beslissen na afloop zelf wie de wedstrijd heeft gewonnen.
Wanneer zij daar niet uitkomen heeft de waarnemer een adviserende stem.
Iedere competitieronde doen de deelnemers tenminste 6 partijen.
In één seizoen maakt een deelnemer ruim 50 wedstrijden.
Het wedstrijdverloop is via internet te volgen.
Feestelijke laatste competitiedag met voor iedereen een herinnering en de winnaars een prijs.
DOELSTELLING
Deelnemen aan een judowedstrijd leuk maken.
Deelnemers een sportervaring bezorgen.
Stimuleren van sportief gedrag.
Toepassen van specifieke judotechnieken stimuleren.
Deelnemers automatisch lid maken van de JBN.
Naar een idee van
Robbert van der Geest
Voor een indruk van deze opzet:
Fotoverslag Belgian Open 2017 Vise (zaterdag)
Klik HIER voor een fotoverslag van de Belgian Open 2017 Vise (zaterdag)
Niet verliezen
bron: http://www.sportknowhowxl.nl
door: prof. dr Nico W. Van Yperen
Waar denk je aan bij ‘niet verliezen’? Precies, aan verliezen. En als je als atleet aan één ding NIET wilt denken, dan is het aan verliezen. Immers, de kans op een nederlaag wordt daardoor aanzienlijk groter.
In een interview in Trouw op 29 november 2016 zegt één van ’s werelds beste schaatser aller tijden Sven Kramer hierover:
‘Voor mij is de druk anders dan voor andere schaatsers. Als ik tweede word, is het groter nieuws dan als ik win. Daardoor rijd ik vaak wat te verdedigend. Ik moet juist rijden om te winnen, niet om niet te willen verliezen. Als ik verdedig, doe ik mezelf tekort, want dan rijd ik onder mijn kunnen. Als ik vooruitgang wil maken – en ik wil straks een baanrecord van 6.06 rijden op de vijf kilometer in Thialf – dan lukt dat alleen als ik ga rijden om te winnen.’
Atleten, trainers, en coaches hebben net als Sven Kramer regelmatig de neiging ‘niet verliezen’ als doel te stellen, weliswaar met de goede bedoeling om ‘een podiumplek veilig te stellen’ of ‘minimaal een punt mee naar huis’ te nemen, maar het gevaar is levensgroot dat dat juist daarom niet gaat lukken. Al in 1863 noteerde de Russische schrijver Fyodor Dostoevsky in zijn ‘Winter Notes on Summer Impressions’ dat het proberen om niet aan een ijsbeer te denken als gevolg heeft dat het verdomde beest niet uit je gedachten is weg te slaan. Met dit fenomeen als uitgangspunt introduceerde collega Daniel Wegner van Harvard University in 1987 de ‘Ironic Process Theory’ in de psychologische literatuur.
Vechtsport is populair onder jongeren, met name jongeren die opgroeien in krachtwijken waar het inkomen laag is en de overlast hoog. Deze jongeren vechten letterlijk en figuurlijk met hun idealen en omgeving. Zoals jullie weten is het imago van vechtsport niet altijd goed, maar juist voor deze vechtende jongeren kan vechtsport heel belangrijk zijn om toekomstperspectief te bieden.
Kenniscentrum Sport is in samenwerking met hogescholen en universiteiten en vechtsportclubs bezig met een project over de waarde van vechtsport voor jongeren. Op verschillende vechtsportclubs in Nederland onderzoeken studenten hoe de interactie tussen de trainer en de jongeren invloed heeft op hun ontwikkeling. Welke aspecten binnen de vechtsportclub dragen bij aan een positieve ontwikkeling van jongeren die bijvoorbeeld uit een gebroken gezin komen, leven in armoede of niet in Nederland zijn opgegroeid?
Wat het antwoord ook precies is, het is duidelijk dat passie een grote rol speelt: passie voor vechtende jongeren. Lees in dit artikel hoe trainers deze passie overbrengen en zorgen dat jongeren mee (gaan) doen in de maatschappij.
Blog Willem Visser: Leven en bewegen
Leven en bewegen
Wederom is de bondsraad van de JBN er niet in geslaagd om een nieuwe voorzitter te werven en aan te stellen. De interim voorzitter gaat dus gewoon weer door en wel op de oude weg, dus weer negatief in het nieuws. Deze slechte (reputatie)toestand van de JBN blijft voortduren zolang als er geen uiterst deskundig bestuur komt. Het NOC heeft bekend gemaakt dat de JBN nog steeds heel veel geld krijgt, ondanks de slechte resultaten in Rio. Er wordt in de media bij vermeld, dat men ook veel geld geeft, omdat de JBN gevolg heeft gegeven aan het bevel van het NOC om op Papendal te gaan trainen. Het NOC heeft de JBN gekocht en het bestuur (Jos Hell) heeft de JBN verkocht en topjudoka dreigen daar nu de dupe van te worden! Dat kon gebeuren, omdat de JBN nagenoeg failliet was en daardoor volledig afhankelijk van financiële steun van NOC. (NOC, een mogelijkheid voor oud hockeyers om een bestuurlijke carrière te maken.)
Het NOC is ook al reeds betrokken bij het hervormen van en inhoud geven aan de JBN opleidingen, terwijl er veel deskundigen binnen de JBN zijn! De afhankelijkheid van het NOC is veroorzaakt door het bestuur, die de JBN aan de rand van de afgrond bracht en wel op allerlei gebied: technische nivellering, onderdrukking van clubs en judoka, financieel wanbeleid enzovoorts en het NOC grijpt de kans om de lakens uit te delen. Een deskundig en onafhankelijk bestuur is dus, zo spoedig mogelijk, zeer gewenst en noodzakelijk; het werven van een goede voorzitter is de hoogste prioriteit! Maar alsjeblieft geen man met een ‘lege pijp’, geen man die alleen maar ‘de boel bij elkaar wil houden’ (verbindend), geen man die via de positie van bondsvoorzitter ‘politieke carrière wil maken’ en geen man ‘met het vuur van een opgebrande, geknakte, lucifer’. De nieuwe voorzitter moet een vrouwelijke of mannelijke judoka zijn, die met virtù en vlammend enthousiasme de JBN weer naar de wereldtop brengt. En…het is heel aanvaardbaar en normaal, dat geschikte kandidaten voor het voorzitterschap worden gevraagd i.p.v. het werven via een sollicitatieprocedure. De laatste sollicitatieprocedure leverde één sollicitant op, waaruit ook blijkt dat de bondsraad van de JBN zich niet al te hooghartig kan opstellen. De bondsraad kan een commissie aanstellen, die geschikte kandidaten gaat vragen of men interesse heeft om voorzitter van de JBN te worden. In die commissie kan de huidige voorzitter a.i. natuurlijk geen plaats hebben, ook al omdat de vorige voorzitter, door hem aangedragen, al na twee jaar en zonder afscheid is vertrokken. Die commissie kan en mag ook niet door het NOC worden gevormd, want de kans dat er een hockeyer aan het roer komt is dan veel te groot!
(Mevrouw Connie Eli moest vertrekken als algemeen directeur van de JBN. Dit keer werd, haast sneller dan het licht, een nieuwe directeur aangesteld. Er schijnt een kudde rondtrekkende sportbonddirecteuren te zijn, die onder supervisie van opperherder Maurits Hendriks, steeds van plek verwisselen. Van Ommeren, voorheen zwembond, Kaufman, voorheen atletiekbond, Fledderus, voorheen NOC en nu al weer weg bij de schaatsbond(!), en nu dan Stammes, voorheen wielrenbond, schaatsbond en wandelbond. Waarom toch geen judoka met ambitie en goede competenties? Waarom geen kans gegeven aan Benny van den Broek? Neen, er moest iemand uit dat rondtrekkende circus van sportbonddirecteuren komen, iemand uit die kudde van Maurits Hendriks, die overigens zelf niet schuwt om een zwart schaap zijn Olympische droom te ontnemen, die Olympische topsporters hun, nu in deze tijd zeer noodzakelijke, internationale verbroederingsfeest niet gunt en die nu direct of indirect judoka de kans ontneemt om zich verder te ontwikkelen ! Overigens krijg ik het Spaans benauwd als ik de introductie van de nieuwe bondsbureau directeur lees: “ De judobond is een sterk merk met onderscheidende merkwaarden….” en “het tot stand brengen van verandering in complexe, politieke, omgevingen….” en “ Het enthousiasme en de gedrevenheid om het beste uit mensen te willen halen, werkt heel verbindend”) Dat nieuwe bestuur, onder leiding van een judoka als inspirerende voorzitter, zal het (weer) verkrijgen van onafhankelijkheid als eerste doelstelling moeten hebben. Natuurlijk was vroeger niet alles beter. Er is echter een tijd geweest dat de Judo Bond Nederland: – sponsors had; – geen geldgebrek had; – ongeveer 60.000 leden had, een garantie voor financiële onafhankelijkheid; – een klein en hardwerkend bondsbureau had; – door het bestuur zakelijk en functioneel werd geleid (zonder gezwets uit www. managementboek.nl ); – een goede samenwerking had met het NOC, zonder ondergeschikt of afhankelijk te zijn; – de clubs en ook de relatie met de judoka respecteerde; – geen geld verloren liet gaan aan het financieren van meereizende clubcoaches en bestuursleden; – zeer drukbezochte applicatiecursussen voor leraren organiseerde; – het CHD zag en respecteerde als een onafhankelijk instituut binnen de JBN; – door toedoen van het bestuur de technische ontwikkeling stimuleerde en faciliteerde, zonder inhoudelijk invloed uit te oefenen. (Ja, dat was de periode Frans Hoogendijk, Jantine Stokkink, Rolf Gijssen, Gert Meyer en Toon Harks.)
Het nieuwe bestuur kan uit bovenstaande opsomming duidelijke doelstellingen formuleren, in plaats van bijvoorbeeld “het tot stand brengen van verandering in complexe, politieke, omgevingen….” De JBN moet er gewoon zijn voor judoka en daarbij horen geen teksten zoals hierboven! En om dan toch maar in managementtermen te spreken: – de omzet, het ledenaantal, moet omhoog; – de winst, wedstrijdresultaat en technische ontwikkeling in de meest brede zin, moet sterk toenemen. De Judo Bond Nederland moet een levende organisatie zijn, gekenmerkt door de beleving van mensen, die van judo houden en zich in willen zetten voor de JBN; judoka dus! Kenmerk van leven is bewegen; de tijd van 13 jaar stilstaan op bestuurlijk gebied moet voorbij zijn. Bewegen betekent ook, dat een bestuur in staat en bereid moet zijn om zich aan te passen aan en in te spelen op voortdurende veranderingen; persoonlijk, als team en in het grote geheel. Dat betekent natuurlijk in de spiegel kijken, maar vooral ook uit het raam kijken! Het bestuur moet dus voeling en binding houden met de wereld om zich heen, extern en vooral intern. Er is intern binnen de JBN heel veel kennis en ervaring en die kennis kan, indien nodig, worden samengebracht met externe kennis en ervaring. Echter, in eerste instantie zal de JBN het vermogen om in eigen omgeving de kansen te benutten sterk moeten verbeteren! Dat betekent dat de leiders van de JBN hun potentieel, individueel en als team, moeten aanwenden, ook om nieuwe gedragspatronen en nieuwe vaardigheden te ontdekken en… te implementeren. Het mobiliseren van zoveel mogelijk kennis en ervaring is een belangrijk onderdeel op de weg naar succes en voor die weg moet ruimte worden gecreëerd; ruimte is essentieel om te kunnen bewegen, om te kunnen presteren! Het blokkeren (voor het blok zetten) en ruimte ontnemen van judoka en persoonlijke coaches, het niet openstaan en zelfs negeren van andere meningen en afhankelijkheid van externe factoren (NOC) kunnen bepaald niet worden gedefinieerd als het creëren en geven van ruimte. Direct communiceren, in plaats van in het geheel niet communiceren, passief en gelaten afwachten en je als bestuur verschansen achter zelf getrokken grenzen, zal een belangrijk aandachtspunt kunnen zijn voor het nieuwe bestuur onder leiding van een nieuwe voorzitter!
Herhaling: De nieuwe voorzitter moet een vrouwelijke of mannelijke judoka zijn, die met virtù en vlammend enthousiasme de JBN weer naar de wereldtop brengt.
Bondsraad: zet aan tot ongekend bewegen; werf spoedig een judoka als voorzitter en werk aan snel herstel! (En bondsraad, als u toch het herstel gaat bevorderen, verander dan in de toekomst de hele verkiezingsstructuur. Er moeten kandidaten voor het voorzitterschap komen, die meteen een heel bestuur, inclusief beleid voor de komende vier jaar, meebrengen. De bondsraad kiest dus een geheel bestuur, een team, met het door hen ontwikkelde beleid. Dat bestuur zal dan één of twee keer per jaar verantwoording moeten afleggen aan de bondsraad; er kunnen dan ook eventueel bijstellingen van of aanvullingen op het beleid plaatsvinden.)
En toch, … toch hoop ik dat het judo in Nederland in 2017 weer tot grote bloei komt.
Januari 2017 Willem Visser
Waar judo en kunst elkaar ontmoeten
Koen Vermeule en Bertie Wetzer met op de achtergrond het portret van Jan Wetzer
Koen Vermeule maakt schilderij van Jan Wetzer (†)
Waar judo en kunst elkaar ontmoeten
Helmond/Amsterdam,- Koen Vermeule is niet alleen een fervent judoka. De Amsterdammer is ook een vermaard kunstenaar. Koen Vermeule is een van Nederlands beste judoka’s als het om kata (stijl) gaat. Hij maakt onderdeel uit van de Nederlandse selectie en is deelnemer aan Europese en Wereldkampioenschappen.
Koen Vermeule (L) en zijn trainingspartner Ruud van Zwieten demonstraren het Judo No Kata; een stijloefeing in het judo
Koen Vermeule
Weidse en lege landschappen met zware luchten schildert Koen Vermeule graag, al dan niet in de traditionele zin van het woord. Tevens schildert de kunstschilder, geboren in 1965 te Goes, stadsgezichten, waarin ingezoomd is op kleine, geconcentreerde scènes met mensen die in hun handelingen en bewegingen stilgezet lijken te zijn. De alledaagse, vluchtige werkelijkheid wordt dus voor een moment vastgezet.
Na de TeHaTex in Tilburg, waar hij van 1983 tot 1988 studeerde, besloot Vermeule in 1990 een opleiding aan de Rijksacademie van beeldende kunsten in Amsterdam te volgen. Toen hij in 1992 afgestudeerd was, debuteerde hij succesvol bij de befaamde galerie Art & Project in Amsterdam. Vele musea en galeries volgden.
Al sinds zijn zevende beoefent Vermeule judo. Deze sport fascineert hem nog steeds. Zo heeft hij een judokabinet binnen een tentoonstelling geheel gewijd aan deze passie. Naar Yves Klein, die ook een grote fascinatie voor judo had, gaat speciale aandacht uit. “Voor Klein betekende judo ‘het geestelijke ontdekken via het lichamelijke’. In mijn werk komt judo op een meer letterlijke manier terug. Ik isoleer houdingen uit het judo en plaats deze in een nieuwe context van een schilderij. Hierdoor krijgen houdingen een nieuwe betekenis, los van het judo”, aldus Vermeule. In het judokabinet zijn tevens twee werken van Klein opgenomen.
Bij onder meer het Singer Museum in Laren, het Rijksmuseum Twenthe te Enschede, het Gemeentemuseum Den Haag, het Fries Museum in Leeuwarden en het Stedelijk Museum te Amsterdam heeft Vermeule zijn werk tentoongesteld. Zijn kunst is opgenomen in de collecties van bedrijven, instellingen en musea, waaronder de Stadsgalerij Heerlen, het Stedelijk Museum Schiedam en het Fries Museum in Leeuwarden. Voor zijn oeuvre heeft de kunstenaar de Charlotte Köhler Prijs in 1994 gewonnen. In 2013 werd bekend dat hij één van de twaalf geselecteerde beeldend kunstenaars was die een schetsontwerp mocht maken voor een staatsieportret van koning Willem-Alexander.
Ook het Gemeentemuseum in Helmond heeft een ‘Koen Vermeule’ in zijn collectie.
Rechts het portret van Jan Wetzer. Links een typische ‘Vermeule’.
Helmond
Koen Vermeule heeft nog een connectie met Helmond. Peter Wetzer van het Helmondse bedrijf Nihon Sport Nederland, een groothandel in o.a. vechtsportkleding, sponsort Koen Vermeule en zijn judopartner Ruud van Zwieten. “Ruud en Koen zijn bijzonder gepassioneerde judoka’s en we hadden daardoor al snel een ‘klik’.” zegt Peter Wetzer “Aanvankelijk wist ik niet dat Koen ook zo’n beroemd kunstenaar is. Ruud van Zwieten vertelde het me en op internet kwam ik de mooiste schilderijen van hem tegen. Erg indrukwekkend! Ik heb ontzettend veel bewondering voor Koen zijn schilderkunst. Wat een creativiteit!”
Zomer 2016 trok Peter Wetzer de stoute schoenen aan en vroeg of Koen een schilderij voor hem wilde maken. “Ik 2013 is onze zoon Jan overleden; iets wat ons leven enorm beïnvloed heeft. Je bent er dagelijks mee bezig.” Jan was tevens mijn compagnon in Nihon Sport en ik mis hem iedere dag. Ik wist zeker dat mijn vrouw een mooi schilderij van Jan erg zou waarderen.” “Koen is niet direct een portrettenschilder en zijn agenda was overvol. We moesten dus geduld hebben”
Bertie Wetzer en Koen Vermeule
Schilderij
Afgelopen week was het dan zover. Koen vroeg of Peter en Bertie Wetzer naar zijn atelier in de Utrechtsedwarstraat wilden komen. “Koen had al een foto gestuurd terwijl hij met het schilderij bezig was en daar was ik al enorm van onder de indruk” zegt Bertie Wetzer “Toen ik echter zijn atelier binnen kwam hing het schilderij van Jan al aan de muur.” “Ik werd er erg emotioneel van; wat een mooi schilderij! Koen heeft Jan zo ontzettend mooi geschilderd. Jan was een enorm lieve, zorgzame en warme zoon. Dit schilderij geeft je direct dat gevoel”. “We waren amper bijgekomen van de eerste indrukken van het portret toen Koen ons verraste met een tweede schilderij van Jan en zijn dochtertje Fleur” zegt Bertie “Wat een ontzettend mooie verrassing!”
Koen Vermeule verraste Peter en Bertie Wetzer met een schitterend extra schilderij met daarop hun zoon Jan en zijn dochtertje Fleur
Video met Koen Vermeule en Ruud van Zwieten met een impressie van het kata judo
Nihon Sport helpt jeugdteam Essink naar toernooi in Fukuoka
Willen jullie met een team naar Japan? ”
Dat was de vraag die ik kreeg van Peter Wetzer. In 2012 mocht ik de reis maken met een meidenteam.
Een levenservaring voor deze leeftijd! Een toernooi wat bekend staat om ontmoeten, respect, sport, cultuur en ervaring!
In mijn tijd als coach voor Essink mocht ik in 2007 ook gaan. Deze stage is niet te vergelijken met deze stage.
Sanix verzorgd, verbind en bouwt aan relaties en aan de sport. Hard trainen, maar ook tijd voor elkaar. Een zware mooie competitie met ECHT judo. Volle punten en mooie worpen. Een super ervaring, ook om te zien hoe men met elkaar omgaat. De organisatie zorgt ook voor sightseeing en een perfecte tolk die zorgt dat alles loopt.
Hoe organiseren we zoiets? Na de uitnodiging maken we als technische commissie een selectie. Zodra we deze hebben lichtten we de ouders in. Na goedkeuring van de ouders lichtten we de judoka’s pas in. De rest van de organisatie ligt in handen van de ouders. Ervaringsdeskundigen sturen hen bij in het regelen. Door het samen te doen is de betrokkenheid erg groot!
Wil je weten hoe wij het hebben beleeft? Kijk op de Facebookpagina van Essink judoteam! Indien je interesse hebt vraag Peter naar de mogelijkheden!
Wij als team begonnen op het vliegveld in Düsseldorf, waar we vanuit daar een 8 uur vlucht hadden richting Bejing, toen we daar aankwamen hadden we de vlucht gemist, omdat we van de ene rij naar de andere rij werden geplaatst.
Gelukkig werd er geregeld dat we een nacht daar konden overnachten in een hotel. De dag daarop werd geregeld dat we naar de Chinese muur konden gaan.
Na de nacht slapen snel naar het vliegveld en dit keer wel in een keer in de goede rij geplaatst.
Een vlucht richting Fukuoka later kwamen we eindelijk aan op het vliegveld van Fukuoka. Daar gingen we met de bus naar de Global Arena.
Gelijk die avond nog even een training gedraait en daarna naar de slaapvertrekken.
De tweede dag stond er een training gepland van 09.00 uur tot 17.00 uur. Na deze trainingsdag hadden we nog meer trainingsdagen, een daarvan werd er training gegeven door de wereld kampioen van 2010.
Die dag daarop hadden wij het toernooi, waarbij wij de eerste wedstrijd wonnen, de volgende wedstrijd verloren wij daarentegen. Wij gingen daardoor naar de up en down zaal waar je steeds een wedstrijd doet, als je deze wint ging je een mat omhoog als je verloor ging je omlaag. Na deze dag hadden we een dag met heel veel team wedstrijden, 15 om precies te zijn. Zeker heel zwaar!
De dag daarop gingen we naar de binnenstad van Fukuoka om te shoppen. Toen we daarmee klaar waren gingen we voor de laatste keer bij de Global Arena slapen.
Even nog haasten op de laatste dag om de kamer schoon te krijgen en daarna snel naar het vliegveld om snel weer naar Nederland terug te gaan.
Fotoverslag “Kiloknaller” toernooi Kenamju
Klik HIER voor een uitgebreid fotoverslag van het “Kiloknaller’-toernooi 2017 van Kenamju
Topsporttalent kan niet zonder ouders
Bron: www.allesoversport.nl
Een kind met topsporttalent: Hoe herken je het en hoe ga je ermee om? Sportpsycholoog Ivo Spanjersberg geeft tips voor ouders of begeleiders op basis van de laatste inzichten.
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen. Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring