Nihon Sport

Boks het voor elkaar; Kampioen van je eigen leven

 

Vechtsport als middel om te werken aan weerbaarheid, zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen van jongeren. Dat is waar het om gaat bij de stichting ‘Boks het voor Elkaar’ in Amsterdam. Risicojongeren krijgen meer perspectief en werken aan hun levensritme, discipline en mentaliteit en leren omgaan met agressie. Wat is de kracht van dit succes van zevenvoudig wereldkampioen kickboksen Nourdin El Otmani en Roemer van Oordt, de twee initiatiefnemers? In dit artikel nemen we een kijkje in de keuken van dit succesvolle initiatief.

 

Boks het voor Elkaar

‘Boks het voor Elkaar’ is gevestigd in het Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West. El Otmani, manager, hoofdtrainer en sportcoördinator, geeft samen met Van Oort leiding aan de stichting. Van Oordt zich richt op het geven van advies, de communicatie, de subsidieaanvragen en de coördinatie van educatieve en aan werk gerelateerde activiteiten. Hoewel er nog volop wordt verbouwd aan het voormalige KAV Autoverhuur pand en de lessen pas sinds september 2015 in dit nieuwe pand zijn hervat, kent de stichting al bijna 400 leden. Het succes? Mond-op-mond-reclame van leden die vertrouwen hebben in de club. En dat vertrouwen is, evenals de factoren laagdrempeligheid, respect, discipline, doorzettingsvermogen en veiligheid, een term die volgens Van Oordt en El Otmani goed omschrijft waar de kracht van hun succes ligt.

Lees HIER verder

In de Hambaken Gym vinden jongeren weer toekomstperspectief

 

Jongeren in de wijk begeleiden naar een succesvolle toekomst, door de inzet van kickboksen: dat doet Youssef Noudri, verbinder in de wijk De Hambaken in Den Bosch.

 

Youssef Noudri, door de gemeente Den Bosch aangesteld als ‘Verbinder’ in de wijk De Hambaken, is geboren in Marokko en getogen in deze wijk. Die staat bekend als aandachtswijk, maar Noudri heeft daar naar eigen zeggen de beste tijd uit zijn leven gehad: hij kent de ‘handleiding’ van de wijk door en door.

 

‘Opgroeien in de wijk De Hambaken was ‘vechten’ voor je plaats’, stelt Noudri. Toen hij een klein jongetje was en aantal keer huilend thuis kwam, was bij zijn broer de maat vol: Noudri moest voor zichzelf leren opkomen. Omdat zijn broer kickbokste, was in 1991 deze tak van sport een logische stap voor Noudri. En het bleek een succes: hij behaalde een aantal titels en zijn zelfvertrouwen groeide.

 

Mensen verder helpen

 

Toen Divers, de welzijnsorganisatie in de wijk, Noudri en zijn broer in 2004 vroeg om een kickboksvereniging te starten, omdat jongeren in de wijk daar behoefte aan hadden, twijfelde hij geen moment: De Hambaken Gym was geboren.

 

Noudri vertelt dat zijn ouders hem altijd gesteund hebben en voor hem klaar stonden, maar dat hij tijdens zijn jeugd regelmatig met vragen zat waarmee hij niet altijd bij zijn ouders terecht kon: ‘Ik wilde graag een bijbaan, maar waar begin je? Bij wie moet je zijn? Hoe stel je een CV op? Dat soort kleine dingen heb ik van huis uit niet meegekregen, omdat mijn ouders de Nederlandse taal niet goed beheersten en het systeem hier niet kenden.’

 

Noudri’s moeder gaf wel aan dat ze graag zag dat hij plaats nam achter de bureaus op kantoor, in plaats van ze te moeten schoonmaken, zoals zij zelf deed. Hij besloot daartoe een opleiding tot boekhoudkundige te volgen. Daar bleek echter later in zijn leven niet zijn passie te zitten: ‘Mijn liefde is mensen verder te helpen.’

 

Lees HIER verder

 

Weerbaarheid en winnen met kickboksen in Arnhem

Jongeren leren wat respect is, en kinderen van hun trauma’s afhelpen: voormalig wereldkampioenen Fred Royers en Krista Fleming doen het als kickbokstrainers in Arnhem.

 

In de Arnhemse wijk Klarendal staat Fight & Power center Kickboxing Arnhem. Het is de club van voormalig wereldkampioenen Fred Royers en Krista Fleming. Zoals ze zelf zeggen: “Topvechtsport op een toplocatie.” In hetzelfde, gloednieuwe gebouw is ook het eigen bedrijf van Fleming, KF Action, gevestigd. Hiermee geeft ze persoonlijke begeleiding en weerbaarheidstrainingen aan kinderen en volwassenen, onder andere door de inzet van vechtsport. Zo bieden Royers en Fleming een interessante combinatie aan van fysieke en psychologische ontwikkelingstechnieken.

 

We gaan er langs voor dit vijfde artikel in een serie van zes Nederlandse voorbeelden waarbij risico- en kwetsbare jongeren meer perspectief krijgen dankzij vecht-, kracht- of verdedigingssport. Kenniscentrum Sport is benieuwd wat werkt en wat niet, wat deze takken van sport kunnen bieden aan andere jongeren, en wat nog verder onderzocht moet worden.

 

Directe confrontatie

 

Fred Royers is een grote naam in de vechtsportwereld. Hij begon zijn carrière als karateka en werd maar liefst negen keer Nederlands kampioen karate. Het harde van kickboksen trok ook zijn aandacht. Als we hem vragen waarom hij is gaan kickboksen, is zijn antwoord: “Ik durfde niet en kon dat niet uitstaan”.

 

Die angst voor het keiharde duel maakt dat hij kickboksen nu, op 61-jarige leeftijd, nog steeds een heel mooie sport vindt. “Het is een hele directe confrontatie tussen een man en een man of een vrouw en een vrouw op de meest basale wijze die je je maar kunt voorstellen.”

Lees verder

 

Wat eet mijn fanatiek sportende kind

Voedingsadviezen voor sportende kinderen zijn er eigenlijk niet.

Concrete voedingsadviezen voor sportende kinderen ontbreken vaak. Maar hoe kunnen we ze dan goede voeding geven? Wat hebben ze extra nodig? Kinderen sporten veel, doen mee aan wedstrijden, maar het zijn geen mini-volwassenen.

Het voedingsadvies voor jonge sporters komt in grote lijnen overeen met dat voor volwassen sporters.  Uit een literatuurstudie blijkt dat, net als voor volwassenen, individueel advies voor jonge sporters belangrijk is, met name tijdens de groeispurt.

 

Sportende kinderen

Vaak staat het sporten in het teken van sportstimulering en talentontwikkeling. De lichamelijke (en mentale) groei en ontwikkeling maken dat het prestatievermogen van kinderen toeneemt met de (biologische) leeftijd.

Maar je kent ze vast wel die uitblinkertjes, de talentjes als je het aan ze vraagt trainen ze veel, geven aan geen spierpijn te hebben, zweten niet overmatig, zijn niet echt moe, lijken hoog incasseringsvermogen te hebben! Hoe kan dit?

En het grappige is, als je vraagt wat ze zelf zouden kunnen aanpassen in hun voeding om nog beter te worden is het antwoord vaak: minder snoepen, meer eten voor trainen en meer drinken!

 

Veel onderlinge verschillen qua groei en ontwikkeling

Kinderen maken een zeer bewogen periode op zowel biologisch-, fysiek als emotioneel niveau mee. Het lichaam groeit in deze periode zeer snel, daarnaast ook nog toename van spiermassa, vetmassa en groei organen.

In deze periode kunnen kinderen ook zwaarder worden en misschien moeten afvallen voor wedstrijden om in een beppaalde gewichtsklasse uit te komen. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de mannelijke judoka’s tussen de 12 en 17 jaar probeert een week voor de wedstrijd nog gewicht te verliezen en meer dan de helft van hen doet dit door maaltijden over te slaan.

 

Tendens

Als we kijken naar de tijden waarop kinderen sporten, vallen die bijna altijd tijdens het avond eten. Ook kan het lastig voor een gezin zijn om alles rondom het sportende kind te organiseren, zeker als de ouders werken of er meer kinderen zijn. Vaak is er een beperkte tijd om te eten, omdat het sportkind vanuit school nog moet reizen naar de sportaccommodatie om te kunnen trainen.

Wat ik dan vaak zie is dat de kinderen geen of kwalitatief minder goed eten krijgt, denk bv aan kantinevoer (AA flesje en chips) of sneller gemaksvoedsel (pizza, patat, boterham, soep, tosti).

 

De minimale eisen voeding

De eisen van de voeding zijn afhankelijk van het kind en de sport die deze beoefend. Daarnaast zijn er nog meer belangrijke factoren: de leeftijd, groeisnelheid, fase van groeien, gewicht en hormonale veranderingen. De trainingsbelasting en frequentie van trainingen. De eisen van de sport betreft uiterlijk en lichaamsvormen. Zijn er blessures, ziektes.

Voor als nog gelden de ‘Richtlijnen goede voeding” volgens ‘De schijf van 5’ voor sportende kinderen. En vaak hebben de kinderen al een grotere energiebehoefte, maak gebruik van tussenmaaltijden. Met aandacht voor een verhoogde behoefte aan eiwitten, vitamines, mineralen en essentiële vetzuren.

 

Nog enkele tips

  • Hou snoep, snack en drinkgedrag goed in de gaten.
  • Let op isotone dranken! Wel of niet doen? Zijn wel veel snelle koolydraten.
  • Energy-drankjes zoals Red Bull verbieden voor kinderen onder de 18 jaar?
  • spreek met de leraar van school af om eventueel in de klas wat te laten eten!
  • Thuis: laat kinderen mee beslissen.
  • Meer voeden ipv vullen.

 

Eetstoornissen binnen de sport

Er zijn een aantal risicocategorieën waarbij we hogere getallen van eetstoornissen terugvinden zoals gewichtsklassen (roeien, vechtsporten), esthetische sporten (turnen, ballet), extreme duursporten (marathon, triatlon) en tijdens blessure of rustperiode. Wees daar alert op!

 

Herstel na de inspanning

 

Tijdens het trainen verbruik je energie, vooral koolhydraten uit de spieren (glycogeen) waar je lichaam maar een beperkte voorraad van heeft. Als je fanatiek gesport hebt en je bent bijna door je koolhydraatvoorraad heen, raak je uitgeput. Daarom is het noodzakelijk deze voorraad weer aan te vullen. Als je de koolhydraatvoorraad niet binnen 1 à 2 uur na de inspanning aanvult, sta je de volgende dag op met onvoldoende energie om die dag opnieuw te kunnen trainen.

 

Glycogeenvoorraad

De juiste keuze van voeding zorgt voor het versnellen van het herstel en daarmee het prestatievermogen op peil te houden. Normaal gesproken zijn glycogeenvoorraden binnen 24 uur weer herstelt, maar dit kan soms niet snel genoeg zijn. Omdat de eerste momenten na inspanning de glycogeen aanmaak sneller verloopt, is het van belang zo snel mogelijk na de inspanning te beginnen met aanvullen. Om de glycogeenvoorraad aan te vullen kun je zowel koolhydraatrijke hersteldranken als vaste voeding gebruiken. Uit onderzoek is gebleken dat de toevoeging van eiwitten aan een hersteldrank de aanmaak van nieuwe voorraden van glycogeen versnelt, waardoor je spieren weer sneller kunnen herstellen.

 

Dorstlesser

Drink binnen 2 uur na de finish voldoende dorstlesser (Isostar, Powerbar, Aquarius, AA iso) om de vochtvoorraad en verloren mineralen weer snel aan te vullen en het herstel te bevorderen. Het beste kan ook een beetje natrium (600-1200 mg/l) gebruikt worden, zodat het lichaam het water beter vast kan houden. De meeste hersteldranken bevatten vaak al natrium. Drink overigens ook voldoende na de inspanning tijdens koudere dagen.

 

Vaste producten

Voorbeelden van producten die je zou kunnen nemen na de inspanning zijn een volkorenbroodje met vleeswaren, een bakje magere yoghurt met muesli of een schaaltje vruchtenkwark. Ook kun je herstelproducten van PowerBar nemen, Recovery Drink of een ProteinPlus Bar. Deze producten bevatten goede combinaties van snelle en langzame koolhydraten om je glycogeenvoorraden weer snel aan te vullen en een speciale eiwittencombinatie van wei-, melk- en soja eiwitten die er voor zorgen dat je spieren weer kunnen herstellen en opbouwen.

 

Samenvattend is het belangrijk om na de inspanning te zorgen voor:
– voldoende koolhydraten (1,0-1,5 g per kilogram lichaamsgewicht per uur)
-kleine toevoeging van eiwitten (2-6%)
-voldoende vocht, drink minimaal 1,5 liter

 

Naast regelmatige training is voeding één van de belangrijkste factoren waarmee je invloed kunt uitoefenen op je prestatievermogen. Dus neem ook goede voeding NA je training of wedstrijd! Na de finish ben je er nog niet…

De Busen-kata: een vierkante cirkel

Er woedt in Nederland al redelijk lang een strijd tussen Busen en Kōdōkan: Busen is de stijl zoals die tot nu toe altijd in Nederland (en Europa) werd beoefend, terwijl Kōdōkan voor ons Europeanen dan de “nieuwe” stijl is zoals die uit Japan is komen overwaaien.

 

Voor worpen en technieken en dergelijke maakt het allemaal niet zo veel uit: er bestaan talloze variaties op technieken, en zeker als zwartebander leer je al snel om je niet alleen op, maar ook tussen de lijnen te bewegen. Duidelijker dan in het wedstrijdjudo zie je dat niet: je kunt een ōsotogari wel op een bepaalde manier aanleren, maar als je tegenstander net even verkeerd staat, zul je toch iets anders moeten doen om hem nog steeds met een soortgelijke techniek op de grond te krijgen. Zie daar: een ter plekke bedachte variatie die wél werkt.

 

Ga je het dus over een variatie op een vaste vorm hebben, dan spreek je jezelf tegen en is er een nieuwe school geboren. Vandaar ook de strijd tussen de Busen-kata en de Kōdōkan-kata. Er kan maar één vorm ideaal zijn. Om erachter te komen welke kata de juiste kata is, zullen we onszelf een aantal vragen moeten stellen.

 

Allereerst is daar de hamvraag: waar is het protocol waarin de kata wordt beschreven? Voor de Kōdōkan kan die vraag eenvoudig worden beantwoord. Dat protocol is er en wordt gewoon verstrekt door de Kōdōkan zelf. Je kunt het bestellen op internet. Wellicht verandert dat protocol af en toe op basis van nieuwe inzichten, maar we weten waar we moeten zijn als we denken het beter te weten.

 

Voor het Busen ligt dat anders. De school waar de Busen-kata zogenaamd vandaan komt, de 大日本武徳会 Dai-Nippon Butokukai (De Vereniging voor Martiaalse Deugden van Groter Japan) is namelijk op last van generaal Douglas MacArthur in 1946 opgeheven, omdat de organisatie volgens hem te nationalistisch en militaristisch was. Er is in 1953 wel een vervolgorganisatie (http://www.dnbk.org/) opgericht, die echter zeer holistisch is en zich bij lange na niet alleen bezighoudt met judo.

 

 

Deze commissie had twintig leden, waarvan zes leden uit de Kōdōkan. Deze zes leden waren tevens de enige leden met een judo-achtergrond. De andere veertien leden waren afkomstig van jiujiutsu-scholen.

 

De kata in kwestie was geen strikte judo-kata, maar een veel holistischere kata. Ze werd in 1908 gepubliceerd in het boekwerk 大日本武德會制定柔術形 (Dai Nippon Butokukai Seitei Jūjutsu-kata, ofwel “De jiujitsu-kata zoals vastgesteld door De Vereniging voor Martiaalse Deugden van Groter Japan”). Deze kata maakt nu deel uit van de huidige Kōdōkan-kata. Kortom: de Busen-kata was geen echte judo-kata, maar het deel dat betrekking had op judo is inmiddels wel opgegaan in de huidige Kōdōkan-kata (bron: 月刊武道 Gekkan Budō, juli 2006).

 

Dat de Butokukai trouwens een groot fan van Jigorō Kanō was, blijkt verder uit het feit dat Jigorō Kanō in 1905 van de Butokukai de titel hanshi kreeg toebedeeld (bron: 武道範士教士錬士名鑑 Budō Hanshi Kyōshi Renshi Meikan, pagina 163, de afdeling Tijdschriften van het hoofdkwartier van de Nippon Butokukai). En zoals gezegd: een jaar later werd Jigorō Kanō hoofd van de enige judokata-commissie die de Butokukai ooit heeft gehad. Mogen we dan stellen dat de Butokukai het volste vertrouwen had in de kata zoals Jigorō Kanō die opstelde?

 

 

Later zijn er nog talloze boeken over de Busen-kata uitgekomen. Niet in het Japans, maar wel in andere talen zoals het Nederlands. Maar als er al een bron voor deze boeken zou zijn, moet dat de hierboven genoemde jiujitsu-kata uit 1906 zijn. Al het andere is een verzinsel of een interpretatie, want na 1906 heeft de Busen-school niets meer aan de definitie van haar kata veranderd.

 

De namen van alle commissieleden. De naam van Jigoro Kano staat helemaal rechts, met de titel Honkai Hanshi (hanshi van deze organisatie).

 

Met het verdwijnen van de Butokukai is de Butokukai trouwens niet uitgestorven. Integendeel: de Butokukai is deels gewoon onder de vlag van de Kōdōkan doorgegaan. Op 23 en 24 november 1946 kwamen judoka van de toen al afgeschafte Butokukai, judoka van de Kōdōkan en judoka uit alle streken van Japan samen om de toekomstige koers van het judo te bepalen. In augustus 1947 werden de graden van de Butokukai ook binnen de Kōdōkan erkend (bron: All Japan Judo Federation, http://www.judo.or.jp/shiru/rekishi).

 

We kunnen dus stellen dat het judodeel van de Busen-kata op deze manier werd meegenomen en versmolten in de Kōdōkan. Binnen de ontstane Kōdōkan-kata (nage no kata, katame no kata, enzovoort) heeft elke kata weer een eigen geschiedenis.

 

 

 

Kortom: als het Busen-kata een judo-kata is, zal niet één kata het oude Busen-kata dichter benaderen dan de Kōdōkan-kata. Alles wat daarvan afwijkt, is dus een verzinsel of een interpretatie. Waarmee je dus eigenlijk aangeeft dat je het beter weet dan de oprichter van het judo en de hoofdorganisatie van het judo zelf. Dat mág trouwens. Maar noem het dan geen Busen-kata. Noem het dan de Loek van Kooten-kata of iets dergelijks.

 

 

Gezien het feit dat de Kōdōkan binnen het judo als de 総本山 (sōhonzan = het hoofdkwartier) wordt gezien, plaats je jezelf op die manier ook volledig buiten de sport. In feite heb je dan een nieuwe sport (Loek van Kooten-do) bedacht, en daarmee eindigt de discussie.

 

Kort gesteld: er is maar één directe referentie naar een Busen-kata, en dat is een niet-judokata die is bedacht door een commissie waarvan 100% van de leden met een judoachtergrond afkomstig was uit de Kōdōkan; daarnaast stond de commissie onder leiding van het hoofd van de Kōdōkan en de oprichter van het judo. Wat binnen die kata betrekking had op judo, is onder leiding van dezelfde Kōdōkan, waarbinnen inmiddels ook judoka van de Butokukai hadden plaatsgenomen, opgenomen in de huidige Kōdōkan-kata. Er bestaat dus niet zoiets als een aparte Busen-kata. De Kōdōkan-kata ís de Busen-kata.

 

Maar als klap op de vuurpijl komt dan nog deze definitie van het woord jūdō-kata op de Japanse Wikipedia:

柔道の形(じゅうどうのかた)とは、日本伝講道館柔道において、攻撃防御の理合いを習得するために行われる形稽古。

Jūdō no kata to wa, Nihonden Kōdōkan jūdō ni oite, kōgeki bōgyo no riai wo shūtoku suru tame ni okonawareru kata-keiko.

Judo-kata staat voor kata-training die binnen het Japanse Kōdōkan-judo wordt gegeven om inzicht te krijgen in aanval en verdediging.

Over Busen-kata wordt met geen woord gerept.

Als je met al deze informatie nog durft te pretenderen dat Busen-kata een toekomst heeft, plaats je jezelf in feite volledig buiten spel. Het woord Busen-kata is een contradictio in terminis. Het is vloeibaar ijs, koud vuur, een vierkante cirkel.

Het heeft mij als Busen-man pijn gedaan om tot dit inzicht te komen, maar op een gegeven moment moet je de feiten onder ogen zien: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

Mijn grote dank gaat uit naar Richard de Bijl (8e dan) die mij naar dit inzicht heeft geleid, en Sebastiaan Fransen (5e dan) die mij de nodige aanwijzingen heeft gegeven om een en ander historisch te kunnen staven.

 

Addendum

 

Inmiddels komen er ook reacties uit het Busen-kamp, vooral via Facebook, waarin men dit verhaal niet met argumenten maar met persoonlijke aanvallen bestrijdt. Ik heb als shodan nog geen flauw benul van judo, moet nog heel veel leren, en zou daarom geen recht van spreken hebben.

Hoewel ik het jammer vind dat de zaak door sommigen ad hominem wordt gespeeld, hebben deze Budo-mensen deels gelijk: er zijn inderdaad talloze Busen-mensen die veel beter kunnen judoën dan ik. Met “kunnen judoën” heeft dit dan ook helemaal niets te maken. Ik kan dat niet genoeg benadrukken en wil mij in dat opzicht bijzonder nederig opstellen.

Dit verhaal gaat puur en alleen om de juiste uitvoering van de kata. Niet over wie er beter kan judoën. Een Busen-kata van een goede judoka zal er honderd, zo niet duizend keer beter uitzien dan mijn Kodokan-kata, simpelweg omdat ik op dat gebied nog weinig ervaring heb. Ik heb mezelf wat judo betreft altijd als een absolute prutser beschouwd, en het is een godswonder dat ik het ooit tot zwart heb geschopt. Dat we dat even in de juiste context plaatsen.

Als de conclusie van  mijn verhaal mensen niet bevalt… dan moeten ze bij de Japanners zijn, niet bij mij. Ik geef alleen de boodschap door die door alle taalbarrières vaak niet goed wordt doorgegeven. Dit is wat de Japanners zelf schrijven – onder elkaar – als er geen Westerlingen naast zitten die ze misschien wel of niet voor het hoofd willen stoten.

Alle bronnen voor bovenstaand blog zijn vermeld. “Maar jij kunt niet judoën” is geen geldig argument waarmee je die bronnen kunt bestrijden. “Maar mijn leraar was heel beroemd en die zei iets anders” is ook geen geldig argument. Een geldig argument is een schriftelijke vermelding die terugvoert naar waar het allemaal begon. En in dit geval is die vermelding per definitie in het Japans opgesteld, want judo is nou eenmaal begonnen in Japan.

Dat is dan weer iets waar ik een rode band voor heb: de Japanse taal. En ik hoop dat we, door de kennis van judo-experts te combineren met mijn kennis over het Japans, tot betere inzichten kunnen komen die het judo als sport nog verder vooruit kunnen helpen. Want: kaizen. Het is nooit perfect, en het kan altijd nóg beter!

Jan Wetzer Stimuleringsprijs

Jan Wetzer Stimuleringsprijs

 

HET HOE EN WAAROM!

 

Ter nagedachtenis aan Jan Wetzer (1982 – 2013) heeft Nihon Sport Nederland besloten de “Jan Wetzer Stimuleringsprijs” in het leven te roepen.

Jan Wetzer was tot aan zijn overlijden directeur van Nihon Sport en stond aan de wieg van het internetbeleid, de automatisering en de eerste stappen naar een warehouse management systeem. Jan heeft de eerste Internetpagina voor Nihon Sport gemaakt in de tijd dat hij nog studeerde. Zijn pagina is nog altijd de basis van onze huidige webshop. Tijdens zijn studie begon hij met www.judopak.nl ook zijn eigen website.

Jan was een sportliefhebber en was o.a. actief met judo, fitness, hardlopen en mountainbiken.

Voor altijd in ons hart!

 

“Jan Wetzer Stimuleringsprijs”

 

De “Jan Wetzer Stimuleringsprijs” wordt een jaarlijks uit te reiken prijs in 3 categorieën.

1) Speciale stimuleringsprijs voor een vereniging/club/sportschool die met hun inzet opvalt. De winnende vereniging ontvangt 10 gesublimeerde trainingspakken of hoodies geheel naar eigen ontwerp.
2) Landelijke Jeugdstimuleringsprijs voor een sporter -16 jaar. Deze sporter ontvangt een tegoedbon van € 500,00 die besteed kan worden op www.nihonsport.nl
3) Regionale Jeugdstimuleringsprijs (Helmond e.o.) voor een sporter – 16 jaar. Deze sporter ontvangt een tegoedbon van € 500,00 die besteed kan worden op www.nihonsport.nl

 

Hoe kun je deelnemen?

 

Plaats op de speciale Facebookpagina een mooie of opvallende foto van jezelf of van je club waarbij een van onze hoofdmerken zichtbaar is. Uiteraard is het ook mogelijk dat je iemand nomineert; een sporter of club waarvan jij vind dat ze in aanmerking komen voor een van de prijzen.

Onze hoofdmerken zijn: adidas (judo en BJJ/Jiu-Jitsu), JC (Taekwondo), Arawaza (karate), Nihon (Judo, Jiu-Jitsu, karate en aikido), Top King (kickboksen), Starpro (MMA, fitboksen, boksen en kickboksen), Stroops (weerstandstraining), Rhinoc Sport (probiotisch reinigen) of Ice Power (spiergel).

Schrijf op deze Facebookpagina een motivatie waarom jij of je vereniging, club of sportschool de prijs zou moeten winnen.

Je kunt de foto’s/motivaties voor 2017 plaatsen tot en met 31 december 2017.

In de eerste week van januari 2018 zal de jury de prijswinnaars bekend maken.

De speciale Facebookpagina vind je HIER

Met korting naar seminar/work-out met Semmy Schilt

seminar Semmy Schilt UFW AALO

Speciaal voor u 10% korting op onderstaand seminar/work-out met de kortingscode: NihonSchilt267

Krijg les van niemand minder dan Semmy Schilt ®!

€ 29,- t/m 30 september
€ 39,- 1/m 31 oktober
€ 49,- vanaf 1 november
€ 55,- Deurverkoop (mits er nog plaatsen zijn)

*** € 10,- toeschouwers

Reserveer direct jouw plek via : https://www.ultimatefightworkout.org/…/seminar-workshop-se…/

Een leerzame workshop voor :
– Recreanten
– Instructeurs
– Wedstrijdvechters

Tijdens de workshop demonstreert Semmy Schilt® zijn TOP “Knock Out” combinaties en leer ook jij hoe deze vechtsportfenomeen maarliefst

*** 4x K1 Kampioen werd en..
*** 1x GLORY Kampioen

Semmy Schilt® is tevens technisch adviseur van het UFW Kickboksen. Ook krijg je deze dag onder leiding van Karatekampioen Wesley Jansen een “WARMING-UP-WORKOUT” UFW Kickboxing.

En als dat nog niet alles is, heb je ook de mogelijkheid om deel te nemen het nieuwste Boxingconcept “UFW Boxing45”.

De 2 uur durende workshop van Semmy Schilt® wordt afgesloten met een fotosessie zodat je samen met hem op de foto kan.

Reserveer direct jouw plek via : https://www.ultimatefightworkout.org/…/seminar-workshop-se…/

Wil je 10% korting op bijvoorbeeld op het nieuwe assortiment van Starpro boxing & MMA, of op het Thaise topmerk Top King? Of op een Kyokushinkai karate gi van Arawaza?  Dat kan tot 1 oktober a.s. Gebruik de kortingscode love en krijg eenmalig 10% op je bestelling via www.nihonsport.nl

 

“Nederland nu echte fietsnatie dankzij toegenomen concurrentie”

Deze kop stond boven een artikel van Iwan Tol in de Volkskrant van 26 september.
Het deed mij terugdenken aan de Wereldkampioenschappen Judo in Boedapest: geen goede prestaties en een ploeterende en foeterende Maarten Arens.
Vooropgesteld: Maarten Arens treft geen blaam!
De sterke achteruitgang van de prestaties is namelijk omgekeerd evenredig aan de kop van deze column.

 

Een kort historisch overzicht.

 

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kende Nederland een aantal zeer sterke judoclubs met coaches die ‘er alles voor over hadden om een sterke club te hebben en om van elkaar te winnen’.
Mahorokan met coach Koos Henneveld, Budokai Rijnmond met coach Chris de Korte, Sportschool Boersma met sensei Wim Boersma, Sport Instituut Ooms met coach Peter Ooms, Ken Am Ju met coach Cor van der Geest, Hikari met wisselende coaches, Judokwai Nijmegen met coach Cor van der Pool en Judo Ryu Nijmegen met ondergetekende als coach. En steeds waren er wel weer opkomende clubs die voor verrassingen zorgden.
Naast haast onuitputtelijke energie staken de genoemde coaches ook nog eens veel geld in hun clubs om aan de gestelde doelen te voldoen.
De nationale trainingen waren in die tijd additioneel aan de clubs en onder leiding van de bondscoach werden er ook vele internationale trainingsstages gemaakt.
Met een zeer beperkt budget, maximaal 250.000 gulden (!) tezamen voor dames en heren, werden goede resultaten behaald op de internationale toernooien.
Die resultaten werden behaald,

  • omdat er in de clubs heel veel inspanningen werden verricht en hindernissen werden overwonnen,
  • omdat de nationale trainingen additioneel waren,
  • omdat de clubs voortdurend in concurrentie met elkaar waren.

Onlangs mocht ik spreken met een van die ‘oude’ coaches; we dronken cappuccino (hij) en koffie (ik). Destijds hebben onze judoka veel onderlinge kampen uitgevochten, individueel en als team. Voor de wedstrijd keurden we elkaar geen blik waardig, de tribunes zaten afgeladen vol, verdeeld in verschillende kampen, de spanning was te snijden en een uur na de wedstrijd waren we ons alweer aan het voorbereiden op de volgende confrontatie.
Ja er was vaak onrust in de gelederen van de JBN, maar er werd gepresteerd. (Onlangs sprak ik een CEO van een multinational, hij zei: “als er rust is in het bedrijf dan ben ik meteen alert”…..Ook sprak ik eens met een belangrijke man uit Zuid Nederland: “jou moeten we niet hebben in het bondsbestuur, want jij brengt onrust”.)

Nostalgie? In maart van dit jaar was ik te gast bij de judokampioenschappen van Tokyo in de Budokan hal; dezelfde sfeer daar als in de jaren van Henneveld, de Korte, Boersma, Ooms, van der Geest, van der Pool en Visser. Spanning, concentratie en vlijmscherpe concurrentie!
Opvallend in Tokyo: Suzuki en Inue, nationale coaches, waren nu gewoon clubcoach voor Kokushikan daigaku en Tokai daigaku.

Rondom 2000 koos de Judo Bond Nederland voor een andere strategie en uiteindelijk bleven er twee clubs over Ken Am Ju (waar de heren werden gecentraliseerd) en Budokai Rijnmond (waar de dames werden gecentraliseerd).
Onbewust, of zou het toch bewust zijn geweest, werd de concurrentie ‘weg georganiseerd’.

Even later toen de JBN, onder leiding van voorzitter Jos Hell, in zwaar financieel en organisatorisch weer terecht was gekomen is ‘de zaak verkocht’ aan het NOC*NSF en daardoor werd de concurrentie tussen de clubs volledig ‘vermoord’. (Zie een van mijn eerder hier verschenen columns.)

 

 

En nu is ‘Leiden in last’.

 

(Onlangs werd ik gevraagd om te pogen om een Japanse topjudoka van heden voor een stage naar Europa te halen. Zijn clubcoach, Sinshi Hosokawa van de Tenri Universiteit, bepaalde dat het niet ging plaatsvinden, ongeacht wat de Japanse Judo Bond ervan zou vinden. Dit geeft ook aan hoe Japan aan zeven gouden medailles komt in Boedapest: de zelfstandigheid van de clubs en de concurrentie tussen de clubs, hoofdzakelijk universiteiten en politie. Die concurrentie maakt het voor de Japanse nationale coaches alleen maar gemakkelijker en ook resultaatrijker. Daarbij komt ook nog dat de Japanse nationale coaches nauw samenwerken met de universiteit- en politieclubs.)

 

Jonge coaches zijn nu niet meer bereid om ‘alles te geven’, ook omdat zij in een zeer vroeg stadium de judoka, die zij hebben opgeleid, moeten afstaan aan Papendal.
Naast de onvrede daarover is ook de concurrentie tussen de clubs teruggebracht naar ‘kinderniveau’ en daardoor verkeert het Nederlandse judo nu in dezelfde omstandigheden als het huidige voetbal. En evenals in voetbal zal er opnieuw moeten worden opgebouwd.

 

Kritiek is goed en oplossingen zijn beter.
Dus een gedeelte van de oplossing:

  • NOC*NSF geef geld, zoals dat ook aan de KNWU is gegeven, (€ 490.000 voor de mannen en iets minder voor de vrouwen) en laat judoka zich onder leiding van hun coach, onder supervisie van Maarten Arens en Michael Bazinski, ontwikkelen.
  • Kies een JBN bestuur met verstand van zaken, dus ook met verstand van topjudo; geen bestuurders die alleen maar de rust bewaren.
  • Laat Maarten Arens en Michael Bazinski met nationale en internationale trainingen additioneel aan de clubs werken en laat hen ook het internationale coachwerk doen. Zij hebben de informatie, de kennis en de ervaring om zulks te doen.
  • Beide voornoemde nationale coaches zijn in staat om samenwerkingsverbanden op te zetten en uit te bouwen met de clubcoaches aan de top.
  • JBN organiseer veel nationale competities en laat de tijd terugkeren waarin de clubs, nu onder leiding van jonge coaches, elkaar tot op het bot beconcurreren.
  • JBN promoot judo als pedagogisch spel, zodat het ledenaantal sterk groeit; het moet dan wel judo zijn en geen ‘haasje over’ en ander soort recreatiespelletjes. Dit betekent dat de opleiding voor jeugdjudo leider, judoleraar A en B op de schop moet; technisch judo moet centraal staan in deze opleiding.
  • En voor de korte termijn kunnen positief ingestelde adviseurs, met veel kennis en ervaring, voor het bestuur en voor de heren Maarten Arens en Michael Bazinski als klankbord dienen.

Daar ik lange tijd niet meer in Nederland mocht werken, weet ik niet in hoeverre de nieuwe judocoaches nog gemotiveerd zijn om ‘alles te geven’. Als de wil om ‘alles te geven’ er nog is dan is er hoop. (Als men wil weten waar men hoop vandaan haalt, lees dan het boek HOOP van Roland van der Vorst, ISBN 9789046806876.)

Het zullen de nieuwe judocoaches moeten zijn, die hoop omzetten in nieuw leven in de Judo Bond Nederland.

Willem Visser
www.willemvissercoaching.eu

Support van ouders: onmisbaar of onwenselijk?

Bron: http://www.topsporttopics.nl

 

Ouders zijn enerzijds onmisbaar om talenten de kans te geven door te breken. Aan de andere kant kan gedrag van ouders ook de ondergang van talent betekenen. Ouders kunnen hun kinderen helpen door financiële en mentale steun te bieden. Wel moeten ze oppassen dat ze niet zo’n hoge druk opleggen dat hun sportende kinderen hier aan ten onder gaan.

USAG- Humphreys

Om te kunnen sporten hebben kinderen eigenlijk altijd de steun van ouders nodig. In het begin van een sportcarrière is dat vooral financieel. Later, als een kind talentvol blijkt te zijn, draven ouders geregeld op om als chauffeur met hun kroost stad en land af te reizen naar trainingen en wedstrijden. Daarnaast vormen ouders vaak een vangnet bij tegenslagen en kunnen ze hun kind ook in die gevallen emotioneel steunen.

 

Een grote emotionele betrokkenheid van ouders kan enerzijds ondersteuning bieden maar anderzijds leiden tot te hoge druk. Een groep Engelse onderzoekers is dieper ingegaan op deze kwestie door bestaande wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp onder de loep te nemen.

 

(On)schuld

Vooral ouders die in hun kind een toekomstig medaillewinnaar zien, leggen hen geregeld (onbewust) een dermate hoge druk op dat een ‘burn out’ op de loer ligt. Een goede vertrouwensband tussen ouders en kind is belangrijk, omdat de kans op negatieve effecten groter is als deze ontbreekt. Dit geldt ook voor de karaktereigenschappen binnen het gezin. Zo blijkt bijvoorbeeld dat kinderen die perfectionistisch van aard zijn, de ondersteuning van ouders sneller opvatten als druk. Zij willen namelijk te allen tijde voldoen aan de verwachtingen van hun ouders, met een verhoogd risico op een ‘burn out’.

 

Ouders moeten ook leren

De onderzoekers staan uitgebreid stil bij de mogelijkheden om er voor te zorgen dat ouders wel hun kinderen ondersteunen, maar niet hun ontwikkeling om zeep helpen. In alle theorieën die onderzoekers aandragen speelt communicatie tussen ouders, kind en coach een sleutelrol. Coaches zullen het gesprek met ouders en kind aan moeten gaan, waarbij zelfreflectie het toverwoord is. Het moet voor ouders duidelijk zijn welke rol zij spelen in de begeleiding van hun kind en dat support positief en proactief moet zijn.

 

Er bestaat geen handboek met de do’s en don’ts voor ouders van een talentvol kind. Elke kind-ouder-situatie is uniek. Het is alleen wel essentieel dat zowel coaches, als ouders als kind inzien dat het uiteindelijk het kind is dat talent heeft. Hij of zij is alleen gebaat bij een omgeving waarin dat talent het best tot wasdom kan komen. Daarvoor is het belangrijk dat alle betrokkenen met elkaar blijven praten.

 

T.H. (Herman) IJzerman

Knight CJ, Berrow SR, Harwood CG (2017) Parenting in sport. Curr. Opin. Psychol., . 16: 93-97

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring