Nihon Sport

Functionele (kracht) training


Voor het verbeteren van een (top)sportprestatie moet het hele lichaam (de gehele bewegingsketen) goed functioneren.

Functioneel training is trainen in de functie van wat je wil doen: voetballen, hardlopen, turnen, vechtsport etc. Sport specifiek dus. Het lichaam bestaat niet uit spieren die geïsoleerd liggen maar juist in ketens met de fasciale structuren daartussen.

Uitgangspunt voor training is de lichaamshouding.

 
Wat is een actieve lichaamshouding?

 

Basiskennis van de anatomie is hiervoor van belang. Er bestaan verschillende vormen van spiercontractie dit vereist sport specifieke krachttraining.

Vaak kan een makkelijke bewegingstest informatie geven of een sport specifieke beweging wel uitgevoerd kan worden compensatie door een beperking in het lichaam kan namelijk tot blessures leiden.
Om de kennis over sport specifieke training te vergroten organiseert Fysiotherapie Maarten van Berlo een basiscursus functionele (kracht) training. Deze duurt 1 dag en bestaat uit 2 blokken van 3 uur.
Het primaire doel van de cursusdag is de theoretische en praktische kennis op het gebied van functionele training en functionele beweging te vergroten.

Aan bod komen o.a. het trainen en vergroten van de kracht, flexibiliteit, explosiviteit, snelheid, coördinatie, behendigheid, balans, houding en blessurepreventie .

De cursusdag is bedoeld voor trainers, begeleiders en sporters met een basiskennis over trainingsleer.

De cursusdag staat open voor maximaal 10 personen en wordt uitgevoerd door Maarten van Berlo sportfysiotherapeut en fysiek trainer van diverse (top) sporters.

De theorie en de praktijk komen beide ruim aan bod en iedereen die meedoet krijgt een certificaat van deelname.
Mocht u belangstelling hebben op welke dagen de cursus gegeven zal worden en wat de kosten zijn dan kunt u een mail sturen naar maarten@maartenvanberlo.nl

 

Energiedrankje? Neem liever een boterham!

Ben je na een halfuur sporten al drijfnat van het zweet? Dat betekent vochtverlies – en dus dat je goed moet drinken. Maar wat voor een sportdrank kan ik het beste nemen?

Sportdrankjes zijn niet alleen gemaakt voor sporters, maar vooral ook voor de grote commerciële markt. Die drankjes hebben een sportief imago, zodat mensen aan de bar of in de supermarkt denken: ‘Ik koop zo’n sportdrankje, want dat is gezond.’ Maar het is niet altijd nodig om een sportdrank te nemen. Als je korter dan een uur sport, is water vaak prima om je vochtverlies aan te vullen.

Sport je langer dan een uur, dan heb je aanvulling nodig. Ook als amateursporter. In sportdrankjes zitten snelle suikers die in korte tijd in je bloed worden opgenomen, waardoor je weer snel energie krijgt tijdens het sporten. Je kan kiezen uit isotone sportdrank – de dorstlessers en rehydratation-drankjes – en hypertone sportdrank, ofwel de energiedrankjes.

Isotone sportdrank
Energie kan je halen uit vetten in je lichaam, maar ook uit koolhydraten die zitten opgeslagen in je spieren. Als je aan het sporten bent, kan die voorraad na een uur, anderhalf uur opraken. Dan is het verstandig om je koolhydraten aan te vullen, waarvoor een isotone drank ideaal is. Ook is deze geschikt om snel je vochtverlies aan te vullen.

Energiedrank
De tweede soort is de hypertone sportdrank, beter bekend als energiedrank. Deze bevat veel suikers en meer koolhydraten dan de isotone dranken, maar energiedrank wordt minder snel in je lichaam opgenomen. Deze is dus niet geschikt om tijdens het sporten je vocht aan te vullen, eventueel wel om na de training of wedstrijd je energievoorraad op peil te brengen. Maar daar heb je zo’n drankje niet voor nodig! Je kan je energie beter aanvullen met brood en beleg, vruchtenkwark of met een recoverydrank (met koolhydraten en whey eiwitten). Het is sowieso verstandig om binnen twee uur na het sporten wat te eten, het liefst een kwartier of halfuur na de inspanning. Om zo snel mogelijk te herstellen.

Recoverydrank  
Je hebt tot slot nog hersteldrankjes, waarin veel koolhydraten en eiwitten zitten die snel worden opgenomen. Deze drankjes zijn meestal niet erg lekker – al wordt de smaak steeds beter – maar wel ideaal voor topsporters die bijvoorbeeld twee keer op een dag trainen en snel moeten herstellen.

Prestatieverlies
Hoe weet je of je genoeg drinkt tijdens het sporten? Als je voor en na het sporten op de weegschaal gaat staan en je bent afgevallen, dan heb je tijdens de inspanning niet genoeg gedronken. En als je dorst krijgt, ben je eigenlijk al te laat. Let er dus op dat je voldoende drinkt, want vochtverlies leidt ook mogelijk tot prestatieverlies. Wanneer je 2 procent lichaamsgewicht aan vocht verliest, kan je stofwisseling al geremd zijn waardoor je kracht en duurvermogen afnemen. Je kan ineens dat snelle sprintje niet meer trekken of krijgt krampen.

Onder sporters is het vochtregime vaak slecht; ze drinken tijdens de training alleen water, vaak ook nog te weinig en uit dezelfde bidon. Trainers zouden daar ook meer op moeten letten. Mijn advies tot slot: train je langer dan een uur, vul dan je vocht- en energievoorraad aan met isotone drank. En gebruik je eigen bidon, zodat je na afloop kan zien hoeveel je gedronken hebt.  Ook kan je de kleur van je urine checken, als deze te geel is dan drink je te weinig.

Weetjes…
Isotone sportdranken – zoals Gatorade, Extran dorstlesser en Aquarius – bevatten 6 tot 8 gram koolhydraten per 100 ml. Hypertone sportdranken – zoals de energy drinks van Extran en AA – bevatten meer dan 8 gram koolhydraten per 100 ml, soms wel meer dan 15 gram. Gewone frisdrank en vruchtensap bevatten gemiddeld 10 g koolhydraten per 100 ml. In dorstlessers zitten per 100 gram gemiddeld zo’n 25 calorieën, bij sommige energiedrankjes kan dit bijna drie keer zoveel zijn.
In een flesje AA kan zo maar 14 suikerklontjes inzitten!

Factsheet eetstoornissen

Bron: http://www.topsporttopics.nl

Evelina Zachariou

Achtergrond

Eetstoornissen zoals anorexia en boulimia komen vaker voor bij topsporters dan bij de rest van de bevolking. Dat geldt zowel voor mannelijke als vrouwelijke sporters. Echter, eetstoornissen komen wel vaker voor bij vrouwen [4]. Met name gewichtsklassesporten, esthetische sporten en duursporten zijn sporten waarbij het risico op eetstoornissen verhoogd is [4].

Sporters die een zo laag mogelijk gewicht nastreven, gaan extreem weinig eten, soms in combinatie met braken, laxerende middelen slikken en extra veel bewegen om maar zoveel mogelijk energie te verbranden. Dat eetstoornissen een enorme impact hebben op zowel het fysiek als mentaal functioneren van een sporter staat buiten kijf. Zo nemen onder andere de spierkracht en de flexibiliteit af en de gevoelens van onzekerheid toe [2].

Weinig eten en voortdurend willen afvallen zijn kenmerken van veel sportculturen. Sommige sporters vinden zichzelf te dik om goed te kunnen presteren terwijl ze dat feitelijk niet zijn [3]. Maar ook trainers en ouders maken geregeld deze vergissing. Daardoor voelen sporters vaak ook de druk van buitenaf om af te vallen. Zo kunnen trainers en ouders hun pupillen of kinderen het gevoel geven dat zij moeten afvallen  [1].

 

Hoe te voorkomen en hoe hiermee om te gaan

Voorkomen dat sporters een eetstoornis oplopen is complex. Enerzijds zal de bestaande cultuur binnen een sport moeten veranderen. Dit betekent dat sporters, maar ook trainers, coaches en ouders uitleg moeten krijgen over de gevolgen van steeds minder willen wegen. Het kan daarbij helpen dat succesvolle sporters die op een gezonde manier met hun gewicht omgaan, vertellen over hun ervaringen en behaalde successen. Zij stellen zo een voorbeeld voor een nieuwe generatie sporters. Dat het een complex probleem is, blijkt ook uit het feit dat sporters die hulp hebben ingeschakeld vaak geen emotionele steun van ouders krijgen. Daarnaast blijkt de acceptatie van het fenomeen eetstoornissen als aandoening ver te zoeken in de sportwereld [6].

Anderzijds, naast cultuurveranderingen, is het ook belangrijk om sporters individueel te benaderen en voor te lichten. Deze benadering is er echter één van de lange adem, kortdurende interventies zullen weinig succesvol zijn. Intensieve voorlichting op (LOOT)scholen kan de kans op eetstoornissen bij jonge topsporters verkleinen [5].

 

Tot slot

Om eetstoornissen te voorkomen en op te merken, is een multidisciplinaire aanpak vereist. Ouders, trainers, sport- of huisarts, sportdiëtist, andere begeleiders en mede-sporters zullen alert moeten zijn op veranderend eetgedrag en lichaamsgewicht. Zij moeten daarnaast ook proactief benadrukken dat voldoende goede voeding noodzakelijk is om zowel mentaal als fysiek optimaal te kunnen presteren. Het is belangrijk dat de aandoening eetstoornissen geaccepteerd wordt en dat alle betrokkenen er onderling open over kunnen praten [4].

Topsport Topics

Download hier het facsheet

Fysiotherapie onmisbaar

Bron: InFysio (http://magazine.infysio.nl/)

Interview judoka Henk Grol & meerkampster Nadine Broersen

Topsporters belasten hun lichaam zwaar. Wat betekent dat voor eventuele blessures en welke rol speelt fysiotherapie daarbij? We spreken eerst met top­atlete en meerkampster Nadine Broersen en daarna met judoka Henk Grol over de rol van fysiotherapie rondom trainingen en wedstrijden.

Binnen de meerkamp worden alle onderdelen gedaan. Er ontstaan veel verschillende blessures. Nadine: “Ik zie veel achillespeesblessures, maar daar heb ik gelukkig nog geen last van. Wel al eens een scheurtje in mijn hamstrings opgelopen en drie weken voor een EK mijn mediale enkelbanden ingescheurd.

Trainingshardheid

“Ik heb van nature de neiging om te lang door te gaan. Omdat we veel trainen met een grote omvang ga je niet bij elk pijntje direct stoppen. Je bouwt natuurlijk door de jaren heen ook wel een bepaalde trainingshardheid op. Vroeger ging ik soms echt te lang door, maar nu – met meerdere jaren ervaring – weet ik steeds beter wanneer ik op tijd moet ingrijpen. Mijn coach speelt daarbij een redelijk grote rol. De coach kan altijd ingrijpen of natuurlijk de training stoppen.”

Allemaal een andere visie

De fysiotherapeut wisselt nogal eens bij de bond. Op Papendal is er via het SMCP (SportMedisch Centrum Papendal) een fysiotherapeut beschikbaar. Naar het buitenland gaat weer een andere fysiotherapeut mee. Nadine reageert: “Ik heb 5 verschillende fysiotherapeuten gezien in de afgelopen 8 jaar.”
Het lijkt voordelig als je één fysiotherapeut hebt die overal bij is. “Toch is dat niet altijd zo”, nuanceert Nadine. “Een andere fysiotherapeut heeft toch weer een ander inzicht, ze hebben allemaal een verschillende visie, soms reageer ik goed op een alternatieve aanpak.” Nadine reageert ook goed op de manueel therapeut. “Ik laat 1 keer per maand de manueel therapeut alles bekijken en recht zetten, indien dat nodig is. Maar soms als de manueel therapeut mee gaat naar een toernooi wordt er weleens 4 keer wat recht gezet in 2 weken. Dat is voor mij weer niet goed, ik heb dan het gevoel dat mijn lichaam het niet meer zelf kan oplossen.’’

Goed overleg

Nadine is veranderd van coach waardoor ze nu niet meer fulltime in Papendal verblijft. ‘’Ik heb gemerkt dat een eigen team om je heen eigenlijk het ideale plaatje is. Dat is het voordeel van de trainingskampen. Je hebt dan gedurende het kamp het gehele team om je heen, vaak is er dan ook nog een sportarts beschikbaar. In de dagen dat ik niet op Papendal zit, moet ik veel meer zelf regelen, ook met betrekking tot de fysiotherapeuten. Ik vind het erg fijn dat de betrokken fysiotherapeuten bereid zijn goed met elkaar, met de sportarts en mijn coach te overleggen.’’

Voor Nadine was de fysiotherapeut aanvankelijk niet in beeld. Nadine: “Ik kwam in 2009, op 18-jarige leeftijd, bij de nationale selectie. Ik was daarvoor nog nooit naar een fysiotherapeut geweest. Maar wat ik inmiddels wel heb geleerd en ervaren is dat voor mijn topsportcarrière als meerkampster fysiotherapie echt onmisbaar is.’’

Judo doet altijd pijn

“Rugklachten, knieklachten, liesklachten, schouderproblemen, spierblessures, gebroken teen en duim, AC-luxatie, sternum- en polsfactuur, ach welke blessure heb ik nog niet gehad”, antwoordt Henk op de vraag naar zijn blessureverleden. “Weet je wat het is, topjudo en blessures horen bij elkaar. Judo doet altijd pijn. Judo is vechten en daar hoort ‘lijden’ gewoon bij.”

Rode vlek

De fysiotherapeut is voor veel judoka’s onmisbaar, maar ook vaak een rode vlek. Natuurlijk zegt de fysio vaak dat de sporter rust moet nemen, maar dat kan gewoon niet altijd. ‘’Of er wordt een scan geadviseerd, maar wat heb ik daaraan?’’ vult Henk aan. ‘’Ik heb er vaak niets aan. Het is een continue strijd van wat nog wel en niet verantwoord is én ik luister slecht.’’

Slecht luisteren

Dat ‘slecht luisteren’ is niet altijd een positieve eigenschap. ‘’Ik ben met serieuze klachten en vele waarschuwingen gewoon ook te lang doorgegaan. Vooral de laatste 7- 8 jaar heb ik vaak toch te veel risico’s genomen. Wordt er een rusttijd van 6 weken geadviseerd, ben ik na 2 weken toch weer zo onrustig dat ik alweer aan de trainingen begin. Sommige blessures zijn daardoor veel langzamer hersteld en heb ik een veel lagere hersteltijd gehad. Slecht luisteren komt ook door mijn eigen interne druk van ‘het moeten’.

De combinatie van slecht luisteren en steeds moeten heeft me heeft veel gebracht, maar daardoor heb ik die gewilde Wereldtitels en Olympische titel gemist. Ik heb dat losgelaten. Ik heb nu veel meer plezier in het judoën. Dat is heerlijk.’’
Henk heeft via Matrix Fitness de beschikking over een eigen Gym of zoals ze zelf noemen: Henk’s IJzerwinkel. Daar doet hij zijn krachttrainingen en/of hersteltrainingen tijdens revalidatieperioden.  Via de topsportpolis heeft hij onbeperkte vergoedingen voor fysiotherapie. De fysiotherapeut speelt bij Henk geen rol in de krachttraining of zoals Henk zegt: “Daar heeft de fysio geen verstand van.”

Papendal

Henk zit nu fulltime op Papendal en heeft daarmee ook gemakkelijk toegang tot SportMedisch Centrum Papendal (SMCP). Dat is voor Henk belangrijk want zoals hij zelf zegt: “Topsport zonder fysiotherapie is niet te doen.” Hij geeft een speciale pluim aan zijn huidige fysiotherapeute Cynthia Bos. ‘’Zij is echt heel goed. Dry Needling werkt ontzettend goed. Zij ‘prikt’ perfect en ze kan heel goed tapen. Cynthia gaat ook mee naar toernooien waar ze heel goed omgaat met de wedstrijdspanning, de pijntjes en de rol van de fysiotherapeut.’’
Het fulltime verblijf op Papendal bevalt prima, maar Henk is wel kritisch. ‘’Vooral voor jonge judoka’s is Papendal in mijn optiek misschien een te luxe situatie. Judo is ook vechten en ‘lijden’ hoort daarbij.

Als je alles zo goed faciliteert en bij elke pijntje naar de sportmedische begeleiding stapt dan kun je de pijn niet meer zo goed verdragen. Terwijl pijn gewoon bij de judosport hoort.’’

Mooie video’s doen het! Ideeën?

Bij Nihon Sport zetten we steeds vaker video’s in om sporters, merken en/of producten te promoten.

 

Onderstaand enkele voorbeelden. Schitterende video’s die gemaakt zijn door Graatje Weber; judoka en student aan de Design Academie in Maastricht.

 

Video’s van Arawaza gemaakt om in te zetten in aanloop op het Karate1 Premier League in Rotterdam:

 

Arawaza “All the power you need” Video 1 met Geoffrey Berens en Timothy Petersen

 

 

Arawaza “All the power you need” Video 1 met Geoffrey Berens en Thimothy Petersen

 

 

Adidas video met judo – kata in de hoofdrol. Uitgevoerd door Ruud van Zwieten en Koen Vermeulen

 

 

Een doorsnee trainingsdag van Special Olympics kampioen Jurgen van der Heijden

 

 

Kijk maar eens op ons Youtube kanaal voor al onze filmpjes. Ga HIER naar ons Youtube kanaal.

Je kunt je abonneren op dit kanaal zodat je een berichtje krijgt als we weer een nieuwe film hebben.

 

Ideeën voor een leuk filmpje? Contacteer ons!

Doelen Stellen; hoe zet ik dit in als sporter?

Doelen Stellen; hoe zet ik dit in als sporter?

 


Het seizoen is al even bezig, maar dit “instrument” uit de sportpsychologie kun je het hele seizoen gebruiken! Er wordt in de sport volop gebruik gemaakt van het stellen van resultaatdoelen. Maar hoe gericht ben je elke training bezig met een specifieke worp of techniek?

 

Om echt goed gebruik te maken van dit mentale instrument, kun je het veel breder inzetten en dus ook veel gerichter aan doelen werken. Dit helpt voor meer zelfvertrouwen, focus en aandacht en motivatie. Bovendien dragen subdoelen bij aan het uiteindelijke doel!

 

 

De verschillende doelen op een rijtje:

Resultaatdoelen: de meest bekende en die jij als sporter vast al hebt gesteld voor dit seizoen (Nederlands Kampioen, prijzen op een toernooi, deelname EK etc.). Deze doelen stellen de meeste sporters wel en daar wordt naar toegewerkt (meestal vooral fysiek, tactisch en technisch en jammer genoeg niet zoveel mentaal)

Prestatiedoelen: In trainingen zou je deze kunnen verwerken, bijvoorbeeld ik stoot 10 keer raak van de 20 pogingen of ik gebruik een bepaalde worp 3 keer in deze oefenpartij. Deze doelen kan je bijstellen. Belangrijk is dat je ze ook evalueert.

Procesdoelen: Hoe doe je iets? In de budo- en vechtsporten zou je kunnen denken over de uitvoering van je worp of stoot en dan stap voor stap dit ontleden en welk stapje je op dit moment wilt verbeteren.

 

Tips:

 

  • Gebruik resultaatdoelen, prestatiedoelen en procesdoelen
  • Maak gebruik van smart geformuleerde doelen en evalueer ze, maak het meetbaar!
  • Gebruik de verschillende gebieden: tactisch, technisch, fysiek en mentaal
  • Gebruik verschillende termijnen: korte termijn, middellange termijn, lange termijn. En voor je motivatie voeg een droom

 

Je kan het zo professioneel aanpakken als jij wilt! Het is immers jouw sportcarrière.
Interesse in een workshop of een individuele sessie betreft doelen stellen waar dit onderwerp gedetailleerder en praktisch aan bod komt? Mail naar info@coachingbyellen.nl voor de mogelijkheden.

 

Sportieve groet,
Ellen

Nadenken over een leven na topsport… Wat nu?

Door Esther Stam; topjudoka en deelnemer Olympische Spelen Rio2016

Focus, 15 jaar lang! Voor topsport is focus belangrijk en judo stond altijd op de eerste plaats.. Wat heeft topsport mij eigenlijk gebracht? Wat heb ik gemist? Iets waar ik de laatste tijd vaker over nadenk.

 

Topsport was en is mijn leven. Het bracht mij in situaties die ik nooit voor mogelijk heb gehouden. Wie had ooit kunnen bedenken dat ik als Georgische op de bergtoppen van Bakuriani (in Georgië) zou trainen? En dat ik mij daar als enige vrouw staande moest houden in een herenteam? Alles voor dat ultieme doel waar ik me op bleef focussen. En wie had gedacht dat ik via deze weg mijn droom verwezenlijkte en in Rio de Olympische mat mocht betreden?

 

Ik heb daardoor competenties ontwikkeld waar ik de rest van mijn leven profijt van heb. Maar nu ik langzamerhand naar het einde van mijn carrière ga, geeft mij dit ook een flinke uitdaging. Want wie ben ik eigenlijk zonder topsport? Wat kan ik en belangrijker nog: Wat wil ik? Waar ga ik me de komende jaren op focussen?

 

Een simpele google opdracht doet mij al snel beseffen, dat dit een veelbesproken en actueel thema is. Er komt een aantal artikelen langs over depressiviteit van gestopte topsporters. Het welbekende zwarte gat. Een artikel wat de spijker op zijn kop slaat, is van Claire Hanna, een (ex-) Canadese volleybalster:

https://mygameplan.ca/the-athlete-transition-struggling-with-identity-after-sport/

 

Maar is de struggle die Claire beschrijft nodig? Of kun je jezelf voorbereiden op de stap na je topsportcarrière? Vergeleken met haar heb ik een grote voorsprong. Ik heb naast mijn sport mijn studie communicatiewetenschappen kunnen afronden en jaren bij ING gewerkt. De start is er dus al. Ik ben bijgestaan door een carrièrecoach, loop mee bij organisaties, zoals @Fanbased, en praat met veel mensen uit het bedrijfsleven. En dan volgt hopelijk een nieuwe focus; mijn maatschappelijke carrière! Maar eerst nog even judoën…

 

www.fanbased.foundation

Judowedstrijden; van toernooi naar competitie

Bijdrage van Robbert van der Geest

 

PLEIDOOI VOOR HET OPZETTEN VAN EEN NATIONALE JUDOCOMPETITIE VOOR BEGINNENDE EN RECREATIEVE JUDOKA’S

 

Is het meedoen aan judowedstijden leuk?

 

– Voor de meeste deelnemers aan een judotoernooi niet.

– Wie twee of drie partijtjes verliest, ligt meestal uit het toernooi.

– Een wedstrijd duurt maar enkele minuten.

– Uitschakeling kan al naar enkele seconden.

– Deelnemers moeten zich doorgaans vroeg melden en gaan pas laat weer naar huis.

– Het meedoen aan een judotoernooi geeft daarom erg weinig sportbeleving.

 

 

WAAROM IS JUDO IN WEDSTRIJDVORM BELANGRIJK?

 

Een judowedstrijd is een direct lichamelijk gevecht waarin tegenstanders met al hun kracht, techniek, strategie en doorzettingsvermogen elkaar kunnen overmeesteren, onder controle houden of laten opgeven, zonder de tegenstander daarbij opzettelijk te blesseren.

 

Een judowedstrijd is een beschaafde manier om jezelf fysiek te meten met een ander.

 

 

WAAROM DOEN VOORAL KINDEREN VEEL AAN JUDO MAAR NIET MEE AAN WEDSTRIJDEN?

 

Judo heeft zich met name in Nederland ontwikkeld tot een pedagogische activiteit. Vooral goed voor persoonlijkheidsontwikkeling. Judo wordt aangeboden door judoleraren vanuit diverse organisaties (verenigingen, sportscholen, scholen, psycho-motorische therapie).  Het meedoen aan judowedstrijden heeft voor deze judoleraren geen hoge prioriteit.

 

Judo als sportactiviteit verliest daardoor steeds meer terrein. Van de meer dan 120.000 judoka’s in Nederland zijn er ongeveer 40.000 aangesloten bij de JBN. Heel veel Nederlanders hebben op enig moment in hun leven aan judo gedaan maar voelen zich desondanks niet verbonden met de sport. Zijn waarschijnlijk zelfs nooit lid geweest van de JBN.

 

De beginnende judoka die wél besluit om mee te doen aan een toernooi krijgt meestal geen positieve ervaring. De belangrijkste judoregel die geldt voor topjudoka’s geldt namelijk ook voor de beginnende wedstrijdjudoka. Wie een –ippon- tegen krijgt verliest de wedstrijd.

 

Het effect is dat wie enthousiast aanvalt grote kans maakt te worden overgenomen en de wedstrijd verliest. Tactisch judoën wordt daardoor veel te vroeg in de ontwikkeling gestimuleerd.

Binnen de huidige regels is het niet geworpen worden veel belangrijker dan het zelf werpen. Het meedoen aan een judowedstrijd is voor de beginnende en recreatieve judoka daarom niet leuk.

 

 

 

 

 

 

HOE KAN DAT WORDEN VERANDERD?

 

De JBN zou een Nationale Judo Competitie kunnen opzetten die het voor de doelgroep aantrekkelijker maakt om aan mee te doen.

Inschrijven via internet. Indeling in categorieën (Jeugd, junioren, senioren A,B,C,D,E,F etc.)op basis van bijvoorbeeld 10 kenmerken (leeftijd, lengte, gewicht, ervaring, jongetje/meisje, kleur van de band etc.).

Uitgaande van 8 competitiedagen per jaar.

Duur per competitiedag/categorie maximaal 2 uur.

2 tot 4 partijen tegelijk op een reguliere judomat.

Begeleid door één waarnemer voor twee partijen.

Waarnemer controleert uitsluitend of de veiligheidsregels en etiquette worden nageleefd maar geeft geen punten.

Wedstrijd duurt de volle wedstrijdtijd van 2 of 3 minuten.

Waarnemer kan ingrijpen bij ongelijke strijd.

Beide judoka’s beslissen na afloop zelf wie de wedstrijd heeft gewonnen.

Wanneer zij daar niet uitkomen heeft de waarnemer een adviserende stem.

Iedere competitieronde doen de deelnemers tenminste 6 partijen.

In één seizoen maakt een deelnemer ruim 50 wedstrijden.

Het wedstrijdverloop is via internet te volgen.

Feestelijke laatste competitiedag met voor iedereen een herinnering en de winnaars een prijs.

 

DOELSTELLING

 

Deelnemen aan een judowedstrijd leuk maken.

Deelnemers een sportervaring bezorgen.

Stimuleren van sportief gedrag.

Toepassen van specifieke judotechnieken stimuleren.

Deelnemers automatisch lid maken van de JBN.

 

Naar een idee van

Robbert van der Geest

 

 

Voor een indruk van deze opzet:

Fotoverslag Belgian Open 2017 Vise (zaterdag)

 

Klik HIER voor een fotoverslag van de Belgian Open 2017 Vise (zaterdag)

 

Niet verliezen

bron: http://www.sportknowhowxl.nl

 

door: prof. dr Nico W. Van Yperen

Waar denk je aan bij ‘niet verliezen’? Precies, aan verliezen. En als je als atleet aan één ding NIET wilt denken, dan is het aan verliezen. Immers, de kans op een nederlaag wordt daardoor aanzienlijk groter.

In een interview in Trouw op 29 november 2016 zegt één van ’s werelds beste schaatser aller tijden Sven Kramer hierover:

‘Voor mij is de druk anders dan voor andere schaatsers. Als ik tweede word, is het groter nieuws dan als ik win. Daardoor rijd ik vaak wat te verdedigend. Ik moet juist rijden om te winnen, niet om niet te willen verliezen. Als ik verdedig, doe ik mezelf tekort, want dan rijd ik onder mijn kunnen. Als ik vooruitgang wil maken – en ik wil straks een baanrecord van 6.06 rijden op de vijf kilometer in Thialf – dan lukt dat alleen als ik ga rijden om te winnen.’

Atleten, trainers, en coaches hebben net als Sven Kramer regelmatig de neiging ‘niet verliezen’ als doel te stellen, weliswaar met de goede bedoeling om ‘een podiumplek veilig te stellen’ of ‘minimaal een punt mee naar huis’ te nemen, maar het gevaar is levensgroot dat dat juist daarom niet gaat lukken. Al in 1863 noteerde de Russische schrijver Fyodor Dostoevsky in zijn ‘Winter Notes on Summer Impressions’ dat het proberen om niet aan een ijsbeer te denken als gevolg heeft dat het verdomde beest niet uit je gedachten is weg te slaan. Met dit fenomeen als uitgangspunt introduceerde collega Daniel Wegner van Harvard University in 1987 de ‘Ironic Process Theory’ in de psychologische literatuur.

Lees HIER verder

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring