Nihon Sport

Blog Willem Visser: “Ouwe zakken” (de knuppel in het hoenderhok)

Op 19 juni 2020 stuurde het bondsbestuur een brief naar de bondsraad. In die brief werd, onder het hoofdstuk “ Structureel probleem” onder andere gesteld dat er een moeizame relatie is. “De moeizame relatie is niet van de laatste twee jaar, maar bestaat helaas al gedurende bijna negen jaar.” “Het gevolg van deze structureel moeizame relatie is, dat het bestuur belemmerd wordt in het uitvoeren van beleid….”.

Het voert te ver om de gehele brief hier te citeren en te analyseren; in het kort komt het er op neer dat er een onwerkbare situatie is ontstaan met de bekende gevolgen. Ook de mogelijke oorzaken en de oplossingen worden in de brief genoemd.

(Naar ik aanneem is de brief openbaar dus op te vragen bij de JBN.)

Nog een citaat van het bestuur: “Tot hier en nu verder!”

Ondertussen is een gedeelte van het bondsbestuur opgestapt, negen bondsraadsleden willen een vergadering bijeenroepen en de voorzitter en oud voorzitter van de reglementen commissie hebben daarop, met de reglementen in de hand, negatief gereageerd. (Vroeger had ik het nooit zo op scheidsrechters die gedurende de wedstrijd het reglementenboekje op zak hadden……veel coaches zullen dit gevoel wel kennen?) Dus als er nagedacht moet worden over ‘tot hier en nu verder’ beginnen de bondsraadsleden hun achterhoede gevechten, zoals ze ook vóór de bondsraadvergadering van 11 juli 2020 de messen slepen, de vizieren sloten en de loopgraven betrokken om vandaar het bondsbestuur te beschieten.

En nu moet ik toch snel duidelijk maken dat ik niet vóór dit bestuur ben en niet tegen hun aftreden. Immers, als er al negen jaar een moeizame relatie is met de bondsraad dan zegt dat veel over de bondsraad en ook veel over het bestuur. Als iets dergelijks langer dan één jaar duurt dan faal je als bestuur en treed je af. Ook een extern bureau Anderson Elffers Felix (vermoedelijk ingehuurd door het NOC*NSF) lost dan niets op.

Ook de bondsraad lost niets op, zeker als men nu al ziet dat ‘messen worden geslepen, vizieren worden gesloten en loopgraven worden betrokken’. En….de geschiedenis van de bondsraad leert dat dit al sinds jaar en dag zo gaat.

 

De oplossingen

In het belang van de judoka en de Judo Bond Nederland is een snelle en duurzame oplossing noodzakelijk.

In een vorig artikel noemde ik vijf componenten die als basis moet dienen voor de structuur die ingevoerd moeten worden binnen Judo Nederland, voor beiden judoka en organisaties:

– eigen kracht

– eigen identiteit

– dynamiek

– innovatie

– creativiteit

 

Ook heb ik de manier waarop men in een structuur dient te werken omschreven.

De structuur, het ideaalbeeld, kan bestaan uit twee onderdelen:

Een structuur met processen, die de continuïteit en kwaliteit van judo bewaakt en perfectioneert.

En een structuur met een grote mate van vrijheid voor professionals om dwars door de organisatie heen samen te werken, kennis te delen en nieuwe ideeën uit te werken; dynamiek, innovatie, creativiteit. (Onder professional versta ik: deskundig, integer en bereid en in staat om samen te werken.) Iedereen die met een proces/project bezig is, moet weten dat zij/hij daaraan op dat moment ondergeschikt is en dus wordt geleid, begeleid en bijgestuurd.

Het andere deel van de structuur is gericht op het ontwikkelen van de organisatie en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van mensen. Hierin krijgen professionals de vrije hand om met elkaar samen te werken.

 

Opties

Op dit moment wil de club van negen en ook de reglementen commissie vasthouden aan het oude. De club van negen wil een interim voorzitter benoemen, een interim bestuurder voor topsport en een interim penningmeester.

De ‘reglementen-politie’ wil slechts een penningmeester benoemen, omdat een bestuur van minimaal drie koppen is voorgeschreven in de reglementen.

Als we de twee bovenstaande mogelijkheden leggen tegen de meetlat gevormd uit de vijf genoemde componenten en de manier waarop men binnen de structuur kan werken dan is gemakkelijk vast te stellen dat deze beoordelingstoets niet kan worden doorstaan. Deze optie kan dus worden geschrapt.

(De club van negen is inmiddels een club van 18 geworden en zij willen de terugkeer van oudgedienden. Het is nooit goed om terug te keren op dezelfde functie in dezelfde organisatie; het is niet goed voor hen die terugkeren en het is niet goed voor de organisatie!)

 

Dus op zoek naar een tweede mogelijkheid.

De historie van de JBN op bestuurlijk gebied zorgt bepaald niet voor een goede uitstraling en grote populariteit. De kans is dus groot dat er zich potentiële bestuurders melden zonder de noodzakelijke competenties. Dat kan voorkomen worden door mensen met grote kwaliteiten en zonder egocentrische doelstellingen ‘te vragen’ om bestuurslid te worden.

Wie?????

– Jessica Gal of Anthony Wurth voor het voorzitterschap;

– Theo Meyer voor de portefeuille topsport;

– Emiel Pruim voor de portefeuille financiën;

– Edward Kruyning voor de portefeuille breedtesport, opleidingen en onderzoek;

– Dennis van der Geest voor de portefeuille public relations & communicatie.

 

Secretariaat en wedstrijdzaken kunnen worden ondergebracht bij het bondsbureau.

En dan de derde optie, die volledig afrekent met oude structuren.

Alles moet weg: het bestuur heeft geen leiding gegeven en de bondsraad heeft teveel macht. De huidige structuur is zeer ouderwets en ook daardoor is de JBN onbestuurbaar.

Terugkijken kost nu teveel tijd, dus vooruit kijken:

  1. Het overgebleven bestuur en de bondsraad worden op non actief gezet;
  2. In een interim-periode, maximaal drie maanden, worden onder leiding van een

ervaren reorganisatie-deskundige met volmacht, de lopende zaken afgehandeld (in

samenwerking met de directeur van de JBN) en een nieuwe structuur wordt

ingevoerd;

  1. Er wordt een bondsraad gevormd bestaande uit de districtsvoorzitters en uit ieder

district nog een persoon, judoka liefst met financiële competenties. Dus een bondsraad

van 14 personen;

  1. Bestuur-teams kunnen zich melden om verkozen te worden:

– een bestuur-team bestaat uit voorzitter, secretaris, penningmeester,

portefeuillehouder breedtesport en opleiding, portefeuillehouder topsport.

– de voorzitter van een bestuur-team levert een beleidsplan voor vier jaar

(Olympische cyclus);

  1. De bondsraad kiest een bestuur-team;
  2. Tweemaal per jaar wordt de uitvoering van het beleid op details door bestuur en

bondsraad geëvalueerd, gecontroleerd en eventueel bijgesteld;

  1. De districten conformeren zich, onder leiding van de districtsvoorzitter, aan het beleid van

het bestuur van de JBN;

  1. Een Raad van Toezicht wordt ingesteld, die één of tweemaal per jaar vergaderd en

toezicht houdt op het functioneren van bestuur en bondsraad.

(Graag wil ik het team dat ik eerder met namen noemde stimuleren om een team te vormen, een beleidsplan te schrijven en om deel te nemen aan de bestuur-team verkiezing!)

 

Uiteraard moet de laatste optie verder worden uitgewerkt en dat is aan de leider van de reorganisatie en de directeur van de JBN.

 

De titel van dit artikel is provocerend; troost u met de gedachte dat ik zelf ook tot de “ouwe zakken” behoor!

Wat door mij is bedoeld is het onderstaande:

– Geen oude wijn in nieuwe zakken;

– Geen nieuwe wijn in oude zakken;

maar

NIEUWE WIJN IN NIEUWE ZAKKEN

 

 

Willem Visser

8e dan Judo IJF

De extreme afvalmethodes van Nederlandse judoka’s

Bron: http://www.vicesports.nl

 

Nog geen 48 uur nadat de Japanse judoka Masashi Ebinuma op de Olympische weging was ingewogen op 66 kilo, verscheen er een foto op Instagram waarop hij opnieuw op de weegschaal stond. Zijn gewicht op dat moment: bijna 78 kilo. Het zou natuurlijk aan de schaal kunnen liggen, maar het is waarschijnlijker dat de judolegende en winnaar van Olympisch brons in Rio in twee dagen tijd gewoon twaalf kilo was aangekomen. Omdat judoka’s op de weging geen gram boven het maximaal toegestane gewicht in hun klasse mogen wegen en ze vaak kiezen voor een zo licht mogelijke klasse, is afvallen (en weer aankomen) even onlosmakelijk met judo verbonden als bloemkooloren en gekneusde vingers.

 

Ook onder Nederlandse judoka’s is afvallen eerder regel dan uitzondering. Oud-judoka en sportarts Jessica Gal publiceerde samen met psycholoog Karin de Bruin een onderzoek naar ‘gewicht maken’ in het judo. Van de 400 deelnemers zei zo’n tachtig procent wel eens af te vallen voor wedstrijden. “Afvallen zit echt in de cultuur van het judo,” vertelt Gal aan VICE Sports. “Iedereen die met judo te maken heeft, heeft te maken met afvallen.”

 

Veel judoka’s kiezen voor een lichtere klasse omdat ze geloven meer kans te maken op succes, denkt Gal: “Als judoka’s eenmaal iets hebben gepresteerd, koppelen ze die prestaties heel erg aan hun gewicht. Ze zijn bang om over te stappen naar een volgende klasse, omdat het onzeker is of ze daar ook zullen presteren.”

 

“Afvallen geeft status,” legt Gal uit. “Het wordt geassocieerd met leven voor je sport, er alles voor over hebben. Dat het moeilijk en ongezond zou zijn, is een soort taboe. Er wordt vaak gezegd: zie maar hoe je het doet, als je maar op gewicht bent.”

 

Judoka’s zetten soms extreme middelen in om hun doel te bereiken. Een klein deel van de deelnemers zei laxeer-, dieet-, of plaspillen te gebruiken, en anderen gaven toe zichzelf te dwingen om over te geven. Maar in korte tijd zoveel afvallen kan gevaarlijk zijn. Zo kreeg een Koreaanse topjudoka die een crashdieet volgde ooit een hartstilstand in de sauna. Zijn dood hield volgens zijn omgeving duidelijk verband met het afvallen.

 

Extreem afvallen kan volgens Gal tot een hele hoop problemen leiden: acute en chronische blessures, depressies, psychische klachten, menstruatieklachten en eetproblemen. Zelf heeft ze een eetstoornis gehad die getriggerd werd door het afvallen: tijdens haar carrière kampte de viervoudig Europees kampioene met boulimia. Toen ze stopte met judo, stopte ze ook met het ‘obsessieve bezig zijn met eten’. Ze vindt daarom dat afvallen moet worden afgeraden en dat judoka’s gestimuleerd moeten worden om eerder over te stappen naar een hoger gewicht.

 

Ook Ruben Houkes was tijdens zijn carrière bijna obsessief bezig met zijn gewicht. Als oud-wereldkampioen in het lichtste gewicht (-60kg, 2007) is hij waarschijnlijk de bekendste afvaller in het Nederlandse judo. Het verhaal gaat dat hij in de dagen voor wedstrijden leefde op één kiwi per dag. We vroegen hem naar zijn aanpak en ervaringen met afvallen.

 

rubenhoukes_u60

Ruben Houkes. (Foto door Buf Valmont)

 

VICE Sports: Hey Ruben, wanneer ben jij begonnen met afvallen en waarom?
Ruben Houkes: Ik weet nog dat ik als jonge jongen midden in de zomer met een vuilniszak onder mijn kleding en een muts op door Schagen liep. Ik deed toen geloof ik mee aan het NK onder de 18. Waarschijnlijk had ik mijn clubgenoten dat ook zien doen. Afvallen was binnen mijn club heel normaal, maar mijn ouders zullen wel raar hebben opgekeken.

Later, toen ik bij de senioren judode, praatte ik veel met Cor van der Geest. Ik zat altijd tot 60 kilo, maar werd op een gegeven moment zwaarder. Ik had natuurlijk kunnen overstappen naar een andere klasse, maar Cor had het altijd over een lang Frans lichtgewicht uit zijn tijd, die niet aan te pakken was door al die kleine, geblokte gasten, omdat hij gewoon zijn armen ertussen hield. Omdat ik ook vrij lang en pezig was voor een zestiger, was dat zijn ideaalplaatje. Als lang lichtgewicht zou ik echt iets unieks hebben, en daarom heb ik ervoor gekozen om tot 60 te blijven. Voor altijd.

 

Hoeveel moest je dan afvallen?
In het begin viel het wel mee, het begon met twee kilo. Dat heb je er zo af. Sowieso val je ’s avonds als je in bed ligt al een paar ons af. Als je even naar de wc gaat val je af, en als je een paar dagen wat minder eet, val je ook af. Dan heb je het op maaginhoud al gewonnen. Dan weet je ook dat je het haalt als je drie rondjes in de sauna gaat zitten en niet meer drinkt. Dat is een simpel mechanisme.

 

Maar later werd het meer?
Ja, ik werd sterker, krachttraining werd steeds belangrijker, en ik werd gewoon ouder. Toen liep het op tot vijf, zes kilo. Als je 65 kilo weegt, is het gewoon ellendig om vijf kilo van je lijf af te halen. Dat is bijna 10 procent van je lichaamsgewicht. Ik had al een extreem laag vetpercentage, tussen de 5 en 7 procent. Ik was vel over been en kon aan mijn huidplooien op 200 gram nauwkeurig bepalen hoe zwaar ik was. Dat is lang mijn manier van leven geweest. Ik zat niet op judo maar op afvallen.

 

Hoe raakte je zo veel kilo’s kwijt?
Het principe van afvallen is niet moeilijk. Je moet meer verbranden dan dat je tot je neemt. Ik trok er voor het begin van het seizoen altijd anderhalf, twee maanden voor uit om weer terug te gaan richting de 60 kilo. Dat deed ik naast mijn normale training. Voordat we ’s ochtends begonnen met krachttraining zat ik altijd een uur op een cardioapparaat, puur om te verbranden. Daarnaast ging ik extreem op mijn voeding letten. Ik at alleen wat ik nodig had,  alle excessen gingen eruit.

 

Je was dus weken van tevoren al bezig met je gewicht halen?
Ja, ik ging langzaam minder eten. Zo’n vier weken van tevoren begon ik al met afbouwen. Als je steeds minder gaat eten, dan gaat je maag er ook aan wennen, dat is ook een kwestie van training. Tijdens het seizoen probeerde ik mijn gewicht stabiel te houden, zodat ik steeds maar maximaal twee kilo hoefde af te vallen.

 

In de laatste dagen viel ik ook af op vocht. Als je in de sauna gaat zitten, is elke twintig minuten een paar ons. Als ik het goed had gedaan van tevoren, dan was ik de dag voor een weging niet zwaarder dan één of anderhalve kilo. Normaal verlies je ’s nachts ongeveer een halve kilo, maar als je al uitgeknepen bent, dan is dat nog maar twee a drie ons. Dus ik wilde altijd naar bed op een gewicht van 60.3, 60.2. Dat voelde veilig. Het liefst nog iets lichter, want dan kun je nog een glas water drinken.

 

Sterf je dan niet van de honger en dorst?
Op de laatste dag heb je geen trek meer, maar wel dorst. Je tanden poetsen en dan een klein slokje drinken, dat is heerlijk, dat is fantastisch. Als ik ’s nachts dorst kreeg, wreef ik met een ijsklontje over m’n tong.

 

Hoe zit het met dat verhaal van één kiwi per dag?
Dat kun je redelijk letterlijk nemen. In de laatste week ben je echt extreem aan het balanceren. Je moet je gewicht halen, maar moet ook nog redelijk fit op een wedstrijd verschijnen. Soms bleef ik een tijdje hangen op een bepaald gewicht. Dat is irritant, dus dan ging ik wat extremer leven om echt even door die grens te zakken. Dan at ik echt heel weinig en at ik inderdaad maar een kiwi per dag. Dat kun je niet weken achter elkaar doen, maar de laatste paar dagen voor een weging wel.

 

wegen-ebinuma

Kana Ebinuma zet trots het gewicht van haar man Masashi op Instagram.

 

Werd je begeleid bij het afvallen of heb je alles zelf uitgevonden?
Ik heb veel naar Maarten Arens (huidige bondscoach, red.) gekeken. Die maakte op een gegeven moment een keiharde keuze door terug te gaan van 90 naar 81 kilo. Ik heb ook wel met wat voedingsdeskundigen gesproken, maar zij snapten niet helemaal wat ik deed. Ik wilde ook niet naar ze luisteren, omdat ik dan volgens mij binnen no-time 68 kilo had gewogen.

 

Ik weet dat ik op mijn manier altijd mijn gewicht haalde en drie uur later op de mat ook nog wat kon, maar ik weet niet of het de beste manier was. Ik at een kiwi, maar misschien was een banaan wel beter geweest. In de begeleiding vallen nog wel wat procentjes te winnen.

 

Ben je ook judoka’s tegengekomen met een heel andere aanpak?
Je hebt volgens mij twee typen afvallers: mensen zoals ik, die het gedisciplineerd aanpakken en er weken voor uittrekken om tijdens de training al tegen hun wedstrijdgewicht aan te zitten, en judoka’s die ervoor kiezen om tot een week voor een wedstrijd nog zes kilo zwaarder te zijn. Hun filosofie is: ik heb me heel lang heel goed gevoeld, en maar heel kort heel slecht. Die moeten die laatste week dus extreem crashen. Ik geloofde niet in die aanpak. Ik vond het fijn om de zekerheid te hebben dat ik het ging halen, en al een beetje te voelen hoe ik me op de wedstrijddag zou voelen.

 

Voelde je je ook beter door het afvallen?
Ik heb ook wel eens in een hogere gewichtsklasse gejudood, maar als ik niet hoefde af te vallen, miste ik toch een bepaalde scherpte en focus. Als je zo met je lijf bezig bent, dwingt dat je ook om heel erg met zo’n wedstrijd bezig te zijn. Het had ook wel iets, als ik op de weging tussen al die zestigers stond en er bijna een kop bovenuit stak. Dat was cool.

 

Dat afvallen is het dus allemaal waard geweest?
Ik stond ermee op en ging ermee naar bed, dus het bepaalde echt mijn leven. Maar het was wel een hele mooie periode. Afvallen hoorde daarbij. Misschien romantiseer ik het nu wel een beetje, omdat ik al een tijdje ben gestopt. Nu kan ik gewoon een lekker broodje eten of bier drinken, maar soms mis ik het wel een beetje om zo extreem met mijn lijf bezig te zijn. Om al die vezels en spiertjes te kunnen zien. Ik heb dankzij het afvallen mooie medailles gewonnen, maar ik weet niet wat er was gebeurd als ik wel naar 66 was gegaan. Dan was ik misschien ook wel heel goed geweest, of heel slecht. Maar ook als ik die medailles niet had gewonnen was het het waard. Daar ben ik van overtuigd.

 

 

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen:

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring