Nihon Sport

Gesprekken op en over de WPFG

André en Pim waren op de World Police en Fire Games in Rotterdam. Ze keken een dagje judo en spraken met judoliefhebbers. De indrukken en gesprekken van deze dag, een online meeting over gewichten bij jeugdjudo en het laatste nieuws vormen de inhoud voor deze nieuwe podcast.
Natuurlijk is er ook weer iets voor in de boekhoek.
In ruim 40 minuten ben je weer helemaal bij en kun je met behulp van de links in onze linktree pagina ook veel nog eens terugkijken of lezen.

Willem Visser: Verschillende trainingsindelingen in judo

In een vorig artikel heb ik de verschillende fasen van ontwikkeling in judo genoemd.

Voor de Basisfase A en Basisfase B, de Uitbouwfase, de Aansluitingsfase en de Topsportfase zijn beweging technische karakteristieken genoemd alsmede kernpunten voor iedere fase.

Hieronder verschillende trainingsindelingen voor de verschillende fasen en ook de verklaring van de trainingsonderdelen.

 

 

Basisfase A (jeugdles)

 

Taiso + Ukemi bijvoorbeeld door spel                        15 minuten

Sotai-renshu Nage-waza                                            15 minuten

Randori Nage-waza (3×3 min)                                    10 minuten

Sotai-renshu Ne-waza                                                10 minuten

Randori Ne-waza                                                      10 minuten

 

Basisfase B (jeugdles)

 

Taiso + Ukemi                                                          15 minuten

Uchi-komi 1                                                              10 minuten

Yaku-soku-geiko                                                         5 minuten

Sotai-renshu Nage-waza                                            15 minuten

Randori Nage-waza (3×3 min)                                    10 minuten

Sotai-renshu Ne-waza                                                10 minuten

Randori Ne-waza                                                      10 minuten

Seiry Taiso                                                                 5 minuten

 

 

Uitbouwfase

 

Taiso + Ukemi                                                          15 minuten

Uchi-komi 1                                                              10 minuten

Yaku-soku-geiko                                                         5 minuten

Kakari-geiko                                                             15 minuten

Sotai-renshu Nage-waza                                            15 minuten

Randori Nage-waza                                                   10 minuten

Sotai-renshu Ne-waza                                                10 minuten

Randori Ne-waza                                                      10 minuten

Seiry Taiso                                                                 5 minuten

Aansluitingsfase & Topsportfase

Standaard wedstrijdtraining:

Taiso                                                                        10 minuten

  • Circulatie warming-up
  • Normalisering
  • Stretching

 

Ukemi

  • valoefening

 

Uchi-komi 1                                                              10 minuten

  • judotechnische warming-up

 

Uchi-komi 2                                                              15 minuten

  • interval training

 

Yaku-soku-geiko                                                          5 minuten

  • op de beurt werpen

 

Kakari-geiko                                                             15 minuten

  • Tori valt aan, Uke ontwijkt

(op intervalbasis mogelijk)

Sotai-renshu Nage-waza                                            20 minuten

  • aanleren of verbeteren

van een werptechniek

 

Randori Nage-waza                                                   15 minuten

  • 2 á 3 maal 5 minuten

 

Sotai-renshu Ne-waza                                                10 minuten

  • aanleren of verbeteren

van een controletechniek

 

Randori Ne-waza                                                      15 minuten

  • 3 maal 5 min.

of 2 maal 7 ½ minuut

 

Seiry Taiso                                                                  5 minuten

  • lichte Uchi-komi en stretching

 

Mondo

  • technische, tactische of organisatorische aanwijzingen

 

Moku-so

­             –     ideo-motorische en positiefsuggestieve training

 

 

Bovenstaande is een basis wedstrijdtraining. Bij specifieke behoefte kan uiteraard worden afgeweken.

De techniekkeuze voor beide Sotai-renshu dient op jaarbasis te worden vastgelegd aan de hand van:

  • Ideaalbeeld van judo;
  • Individuele behoefte judoka;
  • Statistische conclusies, verkregen uit informatie van het vorige seizoen;
  • Nationale en Internationale ontwikkelingen.

 

Variaties op Standaard Wedstrijdtraining:

Uit fysiologische, didactische of methodische overwegingen kan men een variatie maken op de standaard wedstrijdtraining, door het Ne-waza gedeelte naar voren te halen. De training komt er dan als volgt uit te zien:

 

Taiso (inclusiefs Ebi en Hiki-komi)                            15 minuten

Sotai-renshu Ne-waza                                                10 minuten

Randori Ne-waza                                                      10 minuten

Uchi-komi 1                                                              10 minuten

Uchi-komi 2                                                              15 minuten

Yaku-soku-geiko                                                         5 minuten

Kakari-geiko                                                             15 minuten

Sotai-renshu Nage-waza                                            20 minuten

Randori Nage-waza                                                   10 minuten

Seiry Taiso                                                                 5 minuten

Mondo                                                                        2 minuten

Moku-so                                                                     3 minuten

 

Op bovenstaande indeling kan nog een variant gemaakt worden door de Uchi-komi 2 na de Randori Nage-waza te plaatsen, wat naast fysiologische effecten ook mentale effecten heeft.

 

De oefenstof (inhoud) kan in deze lesindelingen (vorm) gegoten worden, waarmee dus vorm en inhoud wordt gegeven aan een jaarplan en zelfs meerjarenplan.

Vorm en inhoud vormen tezamen een structuur. Op deze wijze werkt men dus gestructureerd naar een doel.

Met……niveau bepaling aan het einde van een fase.

 

 

 

Verantwoording en uitleg van de verschillende trainingsonderdelen

 

Taiso

De fysiologische waarde van een warming-up zijn voldoende aangetoond en behoeven hier niet te worden behandeld. In de warming-up onderscheiden we drie onderdelen:

  1. De circulatie warming-up
    • Het losmaken van spieren en gewrichten;
    • Het opwarmen van de spieren;
    • Het op arbeidsniveau brengen van de organen.
  2. De normalisering
    • Spierversterking; na gewenning zal dit ook op peil houden van de spierkracht betekenen.
  3. De stretching
    • Licht en kort statisch rekken van de spiergroepen.

Ukemi

Valoefening is altijd in een training opgenomen. Het is van zowel technische als wel van psychisch/mentale waarde. Het Zempo Kaiten (rollen) heeft ook zeer coördinatieve waarden; Nl. bij het rollen behoort men de lichaamsledematen zo gunstig mogelijk te groeperen rondom het zwaartepunt.

Het vallen is de ziel van het judo.

 

 

 

Uchi-komi

We onderscheiden globaal twee Uchi-komi momenten in een training:

  1. Als specifieke warming-up en als cooling-down;
  2. Als conditietraining op basis van techniek;
    1. Als algemene conditietraining;
    2. Als specifieke intervaltraining:
      1. Duurtraining: 1:30 arbeid, 0:30 rust
      2. Tempotraining: 0:45 arbeid, 0:30 rust
  • Snelheidstraining: 0:30 arbeid, 1:00/1:30 rust

E.e.a. wordt geperiodiseerd, d.w.z. ingedeeld in de week en dus verdeeld over 6 trainingseenheden en afgestemd op de periode in het seizoen en soms bijvoorbeeld bij trainingsachterstand, individueel aangepast.

 

Uchi-komi ingedeeld naar bewegingsverloop

 

  • Butsu-kari

Balans verstoren en inkomen maken in twee pasritme voor worpen in voorwaartse richting en achterwaartse richting. In voorwaartse richting onderscheiden we dan ook nog Koshi-waza en Te-waza en in achterwaartse richting onderscheiden we O-uchi-gari, Ko-uchi-gari en O-soto-gari.

 

Bewegingsverloop:

  • Stilstaande met zwaaibeen;
  • In beweging met zwaaibeen;
  • In Shintai (bewegen in het sagittale vlak).

 

Doel en plaats:

  • Specifieke warming-up en bij de cooling-down met als doel perfectioneren van Kuzushi en Tsukuri.

 

  • Uchi-komi met zwaaibeen, te gebruiken als:

Bewegingsverloop:

  • Stilstaande;
  • In beweging.

 

Doel en plaats:

  • Specifieke warming-up en cooling-down;
  • Intervaltraining;
  • Onderdeel van de techniekverbetering (langzame bewegingsaanloop en bewegingsafloop).

 

  • Uchi-komi met uitstappen:

Bewegingsverloop:

  • Stilstaande;
  • In beweging.

 

Doel en plaats:

  • Specifieke warming-up;

 

 

 

 

 

  • Uchi-komi in Shintai:

Bewegingsverloop:

  • Recht naar links;
  • Links naar links;
  • Rechts naar links en omgekeerd;
  • Afwisselend rechts-links of links-rechts.

 

Doel en plaats:

  • Interval training;
  • Cooling-down;
  • In periode van actief herstel.

 

Men leert met deze Uchi-komi tevens onmiddellijk te antwoorden op een techniek van de opponent.

 

  • Uchi-komi met verbindingen:

Bewegingsverloop:

  • Renzoku-waza: In dezelfde richting bijv. Seoi-nage à Ippon-seoi-nage
  • Renraku-waza: In de andere richting bijv. O-uchi-gari à Tai-otoshi

 

Doel en plaats:

  • Specifieke warming-up;

 

  • Uchi-komi vrij bewegend over de mat:

Bewegingsverloop:

(Voorbereiding, Kuzushi, Tsukuri)

Bijvoorbeeld 5 maal rechts en 5 maal links:

  • Opdracht;
  • Eigen keuze van techniek;
  • Verbindingen;

 

Doel en plaats:

  • Techniektraining;
  • Laatste trainingen voor de wedstrijddag.

 

  • Uchi-komi Okuri-eri Kumi-kata:

Bewegingsverloop:

Voortdurend achter elkaar:

  • Inzet rechts naar achter;
  • Inzet rechts naar voor;
  • Inzet links naar achter;
  • Inzet links naar voor.

 

Doel en plaats:

  • Warming-up voor wedstrijden;
  • Techniektraining;
  • Concentratietraining, vooral aan het einde van een zware training.

 

Yaku-soku-geiko

Op de beurt werpen; vrije techniekkeuze. De judoka kiezen veelal hun Tokui-waza (specialiteit) in verschillende bewegingsrichtingen en/of hun specifieke voorbereiding of met gevarieerde Kumi-kata.

 

Kakari-geiko

Tori valt aan, 5 maal 1 minuut en Uke ontwijkt 5 maal 1 minuut. Om de minuut wordt van functie gewisseld en om de twee minuten wordt van partner gewisseld.

In de rust wordt de kleding geordend en de polsslag gecontroleerd.

 

Men dient onderscheid te maken in ontwijken en verdedigen:

  • Ontwijken:

Zonder blokkeringen, los in de armen, geen overname techniek, spelen met het zwaartepunt.

  • Verdedigen:

Ontwijken en blokkeren, wel overname en techniek.

 

In de Kakari-geiko wordt de eigen bewegingsgevormdheid ontwikkeld. Er wordt veel gebruik gemaakt van Tokui-waza en verbindingen. Ook worden technieken, die in de vorige trainingen beoefend zijn, uitgeprobeerd c.q. eigen gemaakt.

Kakari-geiko is een zeer belangrijk trainingsonderdeel, vooral omdat het een zeer specifieke bewegingsgevormdheid geeft.

 

Sotai-renshu Nage-waza

In dit oefengedeelte worden gedurende 20 minuten in een langzaam tempo, maar uiterst nauwkeurig, nieuwe bewegingen aangeleerd, eventueel verbeterd. Ook vele speciale Kumi-kata met bijbehorende werptechniek worden aangeleerd en verbeterd. Ieder oefent dezelfde beweging, ook al is het een techniek, die men zelf niet zal maken in Shiai. Bovenstaande beoefent men links en rechts. Dit wordt door velen als tijdsverlies gezien. Dit is echter een grote misvatting. Immers; de bewegingsgevormdheid wordt vergroot, men krijgt inzicht in de beweging, waardoor het gemakkelijker wordt te anticiperen op de aanval van de tegenstrever. Als men bijvoorbeeld verschillende malen in Shiai geworpen is met Yoko-tomoe-nage, dan verdient het aanbeveling Yoko-tomoe-nage te bestuderen, dus beoefenen.

 

Randori Nage-waza

Hierin wordt Tokui-waza, verbindingen en overnames en aangeleerde techniek in Sotai-renshu, zeer offensief in spel beoefend. De kamp om de Kumi-kata speelt een rol, maar zeker geen hoofdrol. Hieraan wordt in sommige trainingen apart aandacht besteed.

Maki-komi-waza is in training verboden, daar dit techniekontwikkeling remt, zelfs terugdringt.

 

Sotai-renshu Ne-waza

Zie Sotai-renshu Nage-waza. De oefentijd van nieuwe techniek is korter dan bij Nage-waza, daar het trainen van het oment van minder belang is (let wel, van minder beland, dus niet van geen belang).

 

Randori Ne-waza

De eigen voorkeurstechnieken en de eventueel nieuw aangeleerde technieken worden in spel getraind.

Accenten:

  • Vecht je naar initiatief en tracht het te behouden;
  • Weet door te verbinden, dus anticiperen en zien en voelen in vele projecties en perspectieven;
  • Het verkrijgen van controle is veel belangrijker dan de sensatie van de Shime-waza of Ude-kansetsu-waza (in Shiai probeert men vak zonder controle tot klem of omstrengeling te komen, waardoor veelvuldige mislukking voorkomt. Dus eerst controle en daarna pas opgave techniek plaatsen).

 

Seiry Taiso

Lichte Uchi-komi om de bekende fysiologische redenen, maar ook omdat de techniek wordt geschoold, als technische oefeningen nog worden verricht in omstandigheden van vermoeidheid.

Uiteraard wordt voor langzame uitvoeringswijze gekozen. Het stretchen wordt per spiergroep langer aangehouden, daar de spier nu veel warmer is als aan het begin van de training.

Mondo

Technische, tactische of organisatorische aanwijzingen.

 

Moku-so

Gedurende 2 á 3 minuten zitten de judoka in Seiza, met de opdracht in stilte de training door te nemen, vooral het nieuwe aangeleerde (ideo-motorische). Ook een stuk positief-suggestieve training is vertegenwoordigd. Niet “tobben” over wat fout ging, maar “zich verheugend” denken over wat goed ding. (Judoka kunnen in dit verband ook geadviseerd worden, om voor het slapen gaan, enige minuten zo bezig te zijn met Tokui-waza of met techniek, die men moet of wil eigen maken).

 

 

Verhouding Nage-waza — Ne-waza, gezien in trainingstijd

 

Nage-waza                               Ne-waza

Basisfase A                              50%                                         50%

Basisfase B                              55%                                         45%

Uitbouwfase                             60%                                         40%

Aansluitingsfase                       65%                                         35%

Topsportfase                            65%                                         35%

 

 

 

Belasting bij de verschillende trainingsonderdelen

 

Fysiologische belasting             Mentale belasting

Taiso                                              1 tot 3                                      1

Ukemi                                                 1                                         2

Uchi-komi 1                                    2 tot 3                                      2

Uchi-komi 2                                    3 tot 4                                      2

Yaku-soku-geiko                                 2                                         3

Kakari-geiko                                   3 tot 4                                      4

Sotai-renshu Nage-waza                  2 tot 3                                      4

Randori Nage-waza                              4                                    3 tot 4

Sotai-renshu Ne-waza                          2                                         4

Randori Ne-waza                                 4                                    3 tot 4

Seiry Taiso                                     2 tot 1                                      2

Mondo                                              —                                         2

Moku-so                                              1                                         3

 

Dit is een globale analyse. Strikt genomen laat belasting zich niet scheiden, wel kan worden onderscheiden.

Getracht dient te worden om een wat golvende belasting-curve te krijgen.

 

(Waardering tabel: 1 = zeer laag, 2 = laag, 3  = hoog, 4 = zeer hoog)

 

 

 

Juni 2019

 

Willem Visser

8e dan judo IJF

Willem Visser: Ontwikkelingsfasen in Judo

Het is voor judo-onderwijs en judotraining van groot belang om te weten wat er onderwezen en getraind kan worden in de verschillende leeftijdsfasen.

In dit artikel geef ik beknopt en globaal een aantal principes voor judo-onderwijs en judotraining aan, die behoren bij de verschillende leeftijdstijdsfasen.

Er zijn vier fasen te onderscheiden:

 

  • De basisfase
  1. 8 tot 10 jaar
  2. 11 tot 14 jaar

 

  • De uitbouwfase

14 tot 17 jaar

 

  • De aansluitingsfase

18 tot 20 jaar

 

  • De topsportfase

vanaf 20 jaar.

De basisfase a (8-11 jaar) wordt gekenmerkt door een aantal aspecten:

 

  • De vaardigheden zijn eenvoudig en niet complex.
  • De technieken zijn grove motorische en geen fijn-motorische.
  • Niets mag schadelijk zijn voor gezondheid en groei.
  • Alle activiteiten zijn gericht op het aerobe vermogen.
  • Technieken worden in ontspannen bewegingspatronen gebracht.
  • Veel aandacht moet worden besteed aan het valbreken. Valbreken is de ziel van het judo. Angst voor het vallen belemmert de judo-ontwikkeling daar de aanvalsdurf wordt belemmerd als men angst heeft om overgenomen te worden.
  • De ontwikkeling van het zelfvertrouwen, de eigenwaarde, de onderlinge interactie en de samenwerking krijgt veel aandacht.
  • De leraar/trainer mag 100% inzet eisen, maar de jeugd moet plezier hebben.
  • De juiste kijk op winnen en verliezen moet worden bijgebracht.
  • In deze leeftijdsfase veelvuldig stimuleren en vooral het goed kunnen uitvoeren van de techniek moet worden bejubeld. (Dit is in deze fase belangrijker dan winnen, winnen moet niet voorop staan.)
  • Specialisatie moet worden vermeden.
  • In deze fase niet teveel competitie en de aard van de competitie moet ingehouden zijn, bijvoorbeeld clubcompetitie en interclubcompetitie.
  • In deze leeftijdsfase neemt de jeugd deel aan andere sporten.
  • Gezonde eetgewoonten worden bijgebracht.

Meisjes en jongens kunnen in deze fase nog competitie met elkaar maken.

De basisfase b (11-14 jaar)  wordt gekenmerkt door:

 

  • Verfijnde en meer ingewikkelde technieken bijbrengen.
  • In het laatste gedeelte van deze fase kan een begin worden gemaakt met anaërobe arbeid en sub-maximale krachttraining.
  • De judoka moet zijn bewegingsvaardigheden blijven oefenen en er kan al een serieuze voorbereiding van wedstrijden zijn.
  • De judoka moet blijven bouwen aan de ontwikkeling van het zelfvertrouwen en eigenwaarde.
  • Winnen is nog steeds geen beslissende factor; de techniekontwikkeling moet voorop staan.
  • Het is in deze fase nuttig om groepsdoelen en beperkte individuele doelen te stellen.
  • Specialisatie moet nog steeds niet worden bevorderd, alhoewel de leraar/trainer de voorkeurtechnieken al wel kan onderscheiden.
  • Er kunnen in deze fase meer wedstrijden worden gemaakt, bijvoorbeeld op regionaal en districtsniveau. Deze wedstrijden moeten goed georganiseerd zijn.
  • In het laatste gedeelte van deze fase kan een begin worden gemaakt met tactische en strategische vorming.
  • Meisjes en jongens moeten geen competitie meer met elkaar maken in deze fase.

 

 

 

Samenvatting:

 

  • De basistechnieken moeten worden aangeleerd.
  • De technieken kunnen in beweging worden aangeleerd.
  • In het eerste gedeelte van de fase moet echt judo-onderwijs worden gegeven; in het tweede gedeelte kan al worden begonnen met judotraining.
  • De wedstrijden zijn kort en goed georganiseerd, oplopend van club en interclub naar regionaal en districtsniveau.
  • Centraal staat: Techniek ontwikkeling en ervaring opdoen.

De uitbouwfase (14-17 jaar) wordt gekenmerkt door:

 

Alle reeds eerder genoemde componenten komen in deze fase terug en er worden een aantal andere onderdelen toegevoegd.

 

  • Het proces van verfijning wordt voortgezet.
  • De bewegingsvaardigheden worden uitgebreid.
  • Het concentratievermogen moet worden vergroot.
  • De nadruk blijft liggen op 100% inzet en de ontwikkeling van zelfvertrouwen en eigenwaarde.
  • Tactisch en strategisch moet de judoka verder worden ontwikkeld.
  • Groepsdoelen en individuele doelen moeten nadrukkelijker worden gesteld.
  • Specialisme wordt ontwikkeld.
  • Technisch gezien moet men veel aandacht besteden aan volgtechnieken in verschillende richtingen en aan overname technieken.
  • In deze fase wordt gerichte krachttraining ingebracht.
  • Een begin kan worden gemaakt met krachtuithoudingsvermogen.
  • In deze fase neemt men deel aan districtstoernooien, nationale toernooien, nationale kampioenschappen en aan internationale wedstrijden.
  • Het judo-onderwijs is overgegaan in judotraining en de standaard-wedstrijdtraining kan worden gebruikt.
  • Centraal in deze fase: Resultaat maken op basis van techniek.

De aansluitingsfase (18-20 jaar) wordt gekenmerkt door:

 

  • Eerder genoemde componenten worden verder ontwikkeld.
  • De krachtraining wordt gericht op het individu. Individuele programma’s worden gemaakt en aangeboden.
  • De zelfstandigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de judoka moet worden ontwikkeld.
  • Het goed kunnen omgaan met spanning en ontspanning wordt steeds belangrijker in deze fase en de judoka moet daarin worden
  • Er moet worden getraind in concentratietechnieken.
  • Het zelfvertrouwen en het gevoel voor eigenwaarde moet voortdurend worden ontwikkeld.
  • De trainer/coach moet 100% inzet eisen, want de judoka heeft nu duidelijk gekozen en moet dus de gevolgen aanvaarden.
  • Specialisatieontwikkeling is nu zeer belangrijk.
  • De judoka doet mee aan veeleisende topsportwedstrijden en het winnen van wedstrijden is het belangrijkste doel.
  • Technisch gezien is de aansluitingsfase een voortzetting van de uitbouwfase, maar deze fase is meer individueel gericht.
  • Variëren, combineren, verbinden en overnemen zijn de belangrijkste accenten in deze fase.
  • De trainer/coach stelt een jaarplan op en houdt daarbij rekening met:
  1. de gevorderdheid van de groep
  2. doelen en tussendoelen
  3. statistische gegevens
  4. nationale en internationale ontwikkelingen.
  • Centraal in deze fase: Nationaal en internationaal resultaat maken, ook op het niveau van EK en WK junioren, en ervaring opdoen bij senioren.

De topsportfase wordt gekenmerkt door:

 

  • De fase wordt gekenmerkt door HOE en
  • Ervaring opdoen met spanning-regulatie zowel fysiek als wel mentaal.
  • Kumi kata moet worden verfijnd en versterkt.
  • Reflexen moeten worden getraind.
  • Specialiteiten moeten worden verbeterd en in relatie worden gebracht met specifieke kumi kata en ook met andere technieken.
  • Anticiperen op de actie en de reactie van de tegenstrever, ook en vooral in kumi kata.
  • Het moment moet worden geschoold: in de tijd maar ook in gebruik van de juiste techniek.
  • De positie op de mat moet worden verbeterd.
  • In deze fase vindt ook de overgang van junior naar senior plaats. Dit gaat vaak gepaard met een enorme terugslag. Subtiel en voorzichtig omgaan met alle aspecten, ook met de technische aspecten, is de beste methode om door deze periode te komen.
  • De topsportfase is sterk individueel gericht. Veel persoonlijke aandacht aan de judoka geven is belangrijk.
  • Judo is een individuele sport en de judoka is sterk gericht op zichzelf, zonder dat de judoka veel aandacht heeft voor groepsprocessen. Functioneel participeren in de groep is wel wenselijk, omdat men elkaar nodig heeft om te trainen.
  • In de topsportfase is nauwkeurige en deskundige periodisering wenselijk en om resultaat te behalen zelfs noodzakelijk.

April 2019

Willem Visser

Kōdōkan-judo in al zijn glans

Kōdōkan-judo in al zijn glans

Na de oorlog hebben de Kōdōkan en de All Japan Judo Federation gefunctioneerd als de twee wielen aan een kar en de twee vleugels aan een vliegtuig. Dankzij dit gegeven hebben judoliefhebbers in Japan zowel turbulente als rustige tijden weten te doorstaan, ook omdat ze solidair met elkaar waren en met elkaar samenwerkten. De doelstellingen van beide organisaties hebben veel overeenkomsten, en het is dan ook niet meer dan vanzelfsprekend dat deze instellingen met elkaar samenwerken om hun taken uit te voeren.

Hierbij wil ik wel vermelden dat er vanuit het Japanse Kōdōkan-judo talloze wegen ontspringen, zodat de activiteiten zich hebben verbreed.

Als we Kōdōkan-judo bestuderen, dragen we een verantwoordelijkheid: een verantwoordelijkheid om ons op de leer van Jigorō Kanō-shihan te baseren, voort te borduren op de nalatenschap van onze voorgangers en dit als onderdeel van de Japanse cultuur op de wereld over te brengen.

Judoka van welke generatie dan ook zullen datgene wat bescherming verdient altijd moeten beschermen. En datgene wat bescherming verdient, is volgens mij een gedegen ukemi en etiquette enerzijds en de verwerving en training van techniek (het streven naar de ippon) anderzijds.

In de toekomst zullen we verder ook onderzoek moeten doen naar de scheidsrechterregels en gewichtsklassen. Het is verwarrend dat de scheidsrechterregels van de International Judo Federation herhaaldelijk worden gewijzigd. Natuurlijk hebben de leraren en atleten in de loopgraven veel onderzoek gedaan naar deze regels om ze te kunnen koppelen aan een overwinning: de regels zijn oorspronkelijk bedoeld om een winnaar en een verliezer aan te kunnen wijzen.

 

“Het woord hikiwake heeft een frisse klank. Het voelt zelfs comfortabel aan.”

 

De scheidsrechterregels spreken over een “winnaar”, een “verliezer” en “hikiwake” (gelijkspel). Het woord “hikiwake” heeft een frisse klank. Het voelt zelfs comfortabel aan en is volgens mij typerend voor de Japanse ziel. Ik denk dat de betekenis van “hikiwake” de basis vormt van Kōdōkan-judo. De Zenkoku Jūdō Kōdansha Taikai (het nationale judotoernooi voor hoge dangraden) dat in de Kōdōkan worden gehouden, volgt de regels van de Kōdōkan. Op dit toernooi kun je niet alleen winnen of verliezen: dit jaarlijkse evenement met meer dan duizend deelnemers is onderdeel van een sport die je je leven lang beoefent. Verder organiseert elke prefectuur zelfstandig toernooien die de gezondheid en vriendschap tussen houders van hoge dangraden uit het hele land bevorderen.

Voor de gewichtsklassen wordt er onderzoek gedaan naar oefenmethodieken en de praktische aanpak op wedstrijden. Daarover zijn talloze dissertaties geschreven, en het debat zal ongetwijfeld worden geïntensiveerd. Mijn eigen scriptie, die ik in 1959 heb geschreven, had als titel trouwens “Gewichtsklassen voor leerlingen van de bovenbouw”.

Een wedstrijd kun je niet winnen zonder aanmerkelijke inspanningen te verrichten. Maar ook als je drie tot vier jaar keihard hebt geoefend, is er altijd maar één winnaar. De overweldigende meerderheid van de deelnemers krijgt dus nooit de eer die haar toekomt.

 

“Judo doe je niet alleen in de dojo.”

 

Maar in het leven daarna kan iedereen ergens in uitblinken. Judo doe je namelijk niet alleen in de dojo. Ik vind dat je ook volgens de principes van judo kunt leven door bijvoorbeeld goed je werk te doen. Je geluk afdwingen, gebruik maken van je capaciteiten, goed voor jezelf zorgen en je plicht in de maatschappij vervullen: ook dat is training. Een eerlijk leven leiden zonder dat iemand je nawijst en streven naar een duurzame maatschappij, ook dat is training. Toen ik nog docent was, vroeg ik mijn leerlingen wel eens wat ze nu hun slagen met judo gingen doen. Ik was dan geroerd als mensen zeiden dat ze door wilden gaan als ze de tijd en een locatie konden vinden. Maar het is een feit dat veel mensen geen kans meer zien om een gi aan te trekken als ze zich eenmaal in de maatschappij hebben gestort. Ik hoop dat die mensen in ieder geval de geest van judo, die ze in de dojo hebben geleerd, in het echt in de praktijk zullen brengen.

 

“De toekomst duurt lang. Haast je daarom langzaam.” – Horiguchi Daigaku

 

Een van de boeken die Jigorō Kanō-shihan heeft geschreven is “Seinen Shūyōkun” (lessen voor zelfverbetering van de jeugd) uit 1910, met in totaal 50 hoofdstukken. Vóór de oorlog werd het ook als lesboek gebruikt, en ik heb gehoord dat hoofdstuk 2 met als titel “Word iemand die het waard is om geboren te zijn” bij veel mensen een geliefde leidraad is. Ook interessant is dat hoofdstuk 47 (Het dagelijks leven) ingaat op drinkgewoonten. In dit hoofdstuk wordt duidelijk hoe Kanō-shihan over drinkgewoonten denkt en wat voor praktische adviezen hij geeft aan de jeugd die nog een toekomst voor zich heeft. Ik vind dat interessant en zal er daarom iets meer over vertellen.

“Mensen die een hekel hebben aan alcohol, moeten het vooral niet drinken. Mensen die geen hekel hebben aan alcohol, moeten het vooral wel drinken, mits dat niet ten koste gaat van hygiëne, economie of moraal. Bovenstaande geldt voor normale mensen. Als we dit gaan betrekken op leerlingen, is het verstrekken van alcohol aan de jeugd echter gelijk aan de kat op het spek binden. Drank leidt in dat geval makkelijk tot moreel falen, zodat het voor de jeugd beter is om niet te drinken.”

Zelf hield ik van alcohol. Ik heb daarom vaak gefaald. Verder heb ik talloze inkijkjes gekregen in het leven van zwaar aangeschoten senpai. Ze zeggen ook wel eens dat alcohol het beste medicijn is. Ik wil in ieder geval met mate kunnen drinken om mijn vriendenkring te vergroten en het leven op een zinvolle manier door te brengen.

 

“Mensen die geen hekel hebben aan alcohol, moeten het vooral drinken.” – Jigorō Kanō

 

Er is na de oorlog van alles gebeurd met judo, maar dankzij de onafgelaten inspanningen van onze voorgangers heeft het zich kunnen verspreiden en ontwikkelen. Momenteel zijn er voldoende faciliteiten, beschikken we over talloze begeleiders en verkeren we in een aangenaam klimaat. Maar de afname van het aantal judoka is opmerkelijk. Ik denk dat dit deels is terug te voeren op denataliteit, vergrijzing en de diversificatie van sport, maar dat zijn allemaal factoren waaraan we bar weinig kunnen doen. Er is geen eenvoudige of snelle manier om dit probleem op te lossen. We kunnen slechts gestaag voortploegen.

Zouden we ons in de judowereld niet moeten bezighouden met de promotie van jeugdjudo en dus een verbreding aan de basis? Leden van de Kōdōkan in het hele land zullen daarbij moeten helpen.

Leer van het verleden, beloon goedheid en wees dankbaar. Ik hoop mij tot in lengte van dagen met iedereen in het land te mogen inzetten voor de verdere ontwikkeling van het Japanse Kōdōkan-judo.

 

“Zouden we ons in de judowereld niet moeten bezighouden met de promotie van jeugdjudo en dus een verbreding aan de basis?”

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring