Wat als we presteren in de jeugd minder belangrijk maken?
Bron: www.sportknowhowxl.nl
Introductie:
Onderstaand artikel gaat dan wel over voetbal tijdens het WK, maar de boodschap is minstens zo relevant voor judo, karate, taekwondo en vele andere kleinere sporten. Juist in deze sporten, waar de middelen voor talentontwikkeling en topsport vaak beperkt zijn, is de vraag hoe we jonge sporters opleiden belangrijker dan ooit.
Langs de sportmat hoor je regelmatig de opmerking: “We leren ze te winnen in plaats van goede technieken. Dat breekt ze later op.” Maar zit daar een kern van waarheid in?
Ja, deels wel. Op jonge leeftijd kunnen sporters met veel talent of fysieke kwaliteiten vaak wedstrijden winnen zonder technisch volledig ontwikkeld te zijn. Op nationaal niveau is dat soms voldoende. Maar zodra het internationale niveau hoger wordt, blijken juist de sporters met een sterke technische basis, tactisch inzicht en een brede motorische ontwikkeling het verschil te maken. Winnen op jonge leeftijd is mooi, maar het mag nooit ten koste gaan van de ontwikkeling van de sporter.
Betekent dit dat talent altijd boven komt drijven? Niet vanzelf. Talent is een prachtige basis, maar zonder de juiste begeleiding, goede trainers, voldoende trainingsuren en een omgeving waarin techniek en ontwikkeling centraal staan, kan zelfs het grootste talent onbenut blijven. Tegelijkertijd zien we regelmatig sporters die misschien niet als grootste talent werden gezien, maar dankzij doorzettingsvermogen, een uitstekende opleiding en passie uiteindelijk de absolute top bereiken.
De uitdaging voor onze sporten is daarom duidelijk: laten we niet kiezen tussen winnen óf ontwikkelen, maar ervoor zorgen dat winnen het gevolg is van een uitstekende opleiding. Investeer in techniek, stimuleer creativiteit, geef sporters de ruimte om fouten te maken en blijf bouwen aan de lange termijn.
Want uiteindelijk zijn het niet alleen de medailles die een sport groot maken, maar de kwaliteit van de sporters die we opleiden. Als we daarin blijven investeren, zal talent inderdaad boven komen drijven – én veel langer aan de top blijven.
Het WK-voetbal is, terecht of niet, elke vier jaar weer een graadmeter voor de kwaliteit van het nationale voetbal. Wie met een kritische blik kijkt naar de jeugdopleidingen in Nederland, ziet dat clubs volharden in een conservatieve manier van talentontwikkeling: prestatie staat boven ontwikkeling. Ook de onder 13 van pakweg welke club ook wil kampioen worden, om van de jeugdelftallen bij topclubs nog maar niet te spreken. Het moet anders, maar hoe?
Het had niet veel gescheeld of de complete Nederlandse defensie tijdens het WK (Van Dijk, Van Hecke, Van de Ven, Dumfries) had het betaalde voetbal nooit gehaald. Deze mannen spelen nu bij Liverpool, Tottenham Hotspur en Real Madrid. Wie de jeugdelftallen van de KNVB van de afgelopen decennia onder de loep neemt, kan constateren dat zelfs het bereiken van de hoogste leeftijdscategorie geen garantie is voor een loopbaan in het betaalde voetbal, laat staan voor een plek in het nationale elftal.
Afgelopen weekeinde organiseerde de Judo Bond Nederland de Nederlandse kampioenschappen voor teams. Zaterdags de -15 en op zondag de -18. Op zondag hebben Harry van den Hurk (Huhafoto) en Peter Wetzer enkele uurtjes foto’s gemaakt. De wedstrijden vonden plaats in Sporthal de Boog in Lent – Nijmegen. Zoals vanouds zijn deze teamkampioenschappen erg sfeervol en barstensvol passie zowel op de mat als op de tribune. Tevens zie je dat het judolandschap door de jaren heen fors gewijzigd is. Een enkele club/sportschool lukt het nog een ‘eigen‘ team op de mat te krijgen. Op de deelnemerslijst de ene na de andere ‘Topsport/Topjudo‘ organisatie of combinaties van 2, 3 of zelfs meer clubs/sportscholen. En dit is de leeftijdsklasse waarin iedereen de meeste leden zou moeten hebben…..
De uitslagen van de -15 vind je HIER en die van de -18 HIER.
De foto’s die Harry van den Hurk heeft gemaakt kun je in een hoge resolutie HIER downloaden
31-05-2026: Clinic Joanne van Lieshout bij Erik Verlaan Sport (Utrecht)
Zondag ging Joanne van Lieshout naar Utrecht om een clinic te geven aan de wedstrijdgroep van Erik Verlaan Sport. Anderhalf uur lang kregen de judoka’s les van Joanne en liet ze de judoka’s kennis maken met een van haar favoriete staande technieken en een grondtechniek die ze graag gebruikt in wedstrijden. De judoka’s genoten, evenals Joanne, van de les.
Gisteren samen met fotograaf Harry van den Hurk (Huhafoto) naar het Internationale Judotoernooi in Geldrop geweest. Voor de 17e keer georganiseerd door Judoschool Jurgen van Horssen. Ruim 700 judoka’s in sporthal De Kievit.
Podiumfoto’s van de organisatie komen op de Facebookpagina van de organisatie. Die pagina vind je HIER
“De zwarte band moet geen vage hoop zijn. Het moet een zichtbare, gestructureerde reis zijn.”
Hoi! Onlangs heeft Kokakids een mini-serie geschreven over ledenbehoud. Het is iets waar onze sport mee worstelt – en mijn doel is om oplossingen te vinden.
Om de serie af te ronden wilde ik in gesprek met iemand die ik beschouw als een echte expert op dit gebied: Vince Skillcorn.
Vince heeft een MSc in Advanced Sports Coaching Practice en runt (samen met zijn vrouw Sam Skillcorn) de Fighting Fitness Judo Academy. Vince is gespecialiseerd in het helpen van judocoaches om hun clubs om te vormen tot duurzame organisaties door het vergroten van het ledenaantal en de omzet.
Ik heb Vince gevraagd naar het belang van betrokkenheid buiten de mat, de rol van ouders, en hoe de beste dojo’s een balans vinden tussen instroom, behoud en inkomsten.
Zijn antwoorden zijn direct, eerlijk en gebaseerd op praktijkervaring met het runnen van een club met meer dan 500 leden. Ik hoop dat zijn inzichten ideeën geven over hoe jij de aanpak binnen je eigen club kunt versterken om judoka’s op de lange termijn betrokken te houden.
Interview met Vince Skillcorn
Wat zijn volgens jouw ervaring de drie belangrijkste redenen waarom een judoka stopt?
1. Geen duidelijk einddoel — geen duidelijke route naar de zwarte band
Een van de grootste redenen waarom judoka’s afhaken, is het ontbreken van een helder eindpunt.
Stel je voor dat je je inschrijft op school of universiteit en te horen krijgt: “Blijf gewoon komen, dan zien we wel wat er gebeurt.” In het onderwijs is er een duidelijke structuur: volg het programma, voldoe aan de eisen en je behaalt je diploma. In judo is die “graad” de zwarte band.
Te veel clubs verwarren het graduatiesysteem met een ontwikkelpad. Dat is het niet.
Graduaties meten vooruitgang, maar bepalen niet de reis. Zonder een gestructureerde route — met fases, verwachtingen, ontwikkelpunten en tijdslijnen — gaan leden zwerven. En wanneer vooruitgang willekeurig of onduidelijk voelt, zakt de motivatie.
Een dojo die haar eigen ontwikkelpad niet volledig kan sturen en structureren, zal vaak moeite hebben om leden langdurig te behouden. Mensen blijven betrokken als ze begrijpen:
Waar ze staan
Waar ze naartoe gaan
Wat er nodig is om daar te komen
En wie ze onderweg worden
De zwarte band moet geen vage hoop zijn. Het moet een zichtbare, gestructureerde reis zijn.
2. Te veel focus op competitie
Competitie heeft een belangrijke plek in judo — maar het is slechts een klein onderdeel van een veel groter geheel.
In de meeste clubs wil minder dan 10% van de leden echt serieus wedstrijden doen. Tenzij je de cultuur bewust die kant op duwt, trainen de meeste mensen om andere redenen: zelfvertrouwen, weerbaarheid, fitheid, focus, vriendschap en leiderschap.
Wanneer een club zich vooral richt op randori en wedstrijdvoorbereiding, verklein je onbedoeld de aantrekkingskracht. Instroom wordt moeilijker en behoud verslechtert.
Ouders schrijven hun kind meestal niet in om medailles te winnen, maar om:
Zelfvertrouwen op te bouwen
Discipline te ontwikkelen
Focus te verbeteren
Respect te leren
Als persoon te groeien
Competitie moet beschikbaar zijn en goed gefaciliteerd worden voor wie het wil, maar mag niet de identiteit van de dojo bepalen. Het is één tandwiel in een veel groter geheel.
3. Onhandige of te beperkte trainingsstructuur
Gewoonte zorgt voor betrokkenheid.
Veel clubs draaien op parttime schema’s — één of twee keer per week — vaak afhankelijk van zaalbeschikbaarheid in plaats van ontwikkelbehoefte. Hierdoor ontstaan snel agenda-conflicten en krijgen andere activiteiten prioriteit.
Als iemand maar één keer per week traint, gaat vooruitgang langzaam. Langzame vooruitgang verzwakt de emotionele band. En dat leidt tot afhaken.
Minimaal twee keer per week trainen is waar echte progressie ontstaat. Daar begint ook de identiteit: “Ik ben een judoka.”
Behoud draait niet alleen om motivatie, maar om het opbouwen van gewoontes. En gewoontes vragen om frequentie en structuur.
Hoe belangrijk zijn ouders voor ledenbehoud?
Ouders zijn cruciaal — zeker bij jeugdprogramma’s.
Maar betrokkenheid betekent niet afhankelijkheid.
Ouders hebben vooral behoefte aan educatie, niet aan operationele rollen.
Het is belangrijk om hen te informeren over:
De langetermijnvoordelen (zelfvertrouwen, focus, weerbaarheid, leiderschap)
De ontwikkelfases van hun kind
De uitdagingen die gaan komen — en hoe ze daarop kunnen reageren
Bijvoorbeeld:
Kinderen die direct na school achter een scherm gaan, hebben moeite met de overgang naar training
Tieners maken fysieke en mentale veranderingen door; training kan dan stabiliteit bieden
Wanneer ouders het proces begrijpen, ondersteunen ze hun kind ook beter in moeilijke fases.
Tegelijk ben ik geen voorstander van een sterk vrijwilligersgedreven model. Dat kan de professionaliteit ondermijnen. Ouders kunnen helpen bij evenementen, maar een dojo moet investeren in een eigen team.
Daarom investeren wij in:
Leadership-programma’s voor jeugd
Coachontwikkeling
Gestructureerde “Black Belt & Beyond”-systemen
Is betrokkenheid buiten de mat belangrijk?
Absoluut.
Als leden alleen aan judo denken wanneer ze op de mat staan, is de betrokkenheid oppervlakkig.
Een sterke dojo houdt de reis levend buiten de training, bijvoorbeeld via:
Leiderschapsprojecten
Thuisopdrachten of studiemateriaal
Aanbevolen boeken
Goede doelen en community-activiteiten
Sociale evenementen
Prijsuitreikingen
Ouderavonden
Dit versterkt identiteit en verbondenheid.
De kern: activiteiten buiten de mat moeten de Black Belt Journey ondersteunen — dus de mindset, gewoontes en karakterontwikkeling.
Competitie inspireert een kleine groep.
Gemeenschap en persoonlijke groei inspireren de meerderheid.
Kun je de ‘3 R’s’ uitleggen?
Elke dojo draait — bewust of onbewust — op drie pijlers:
Recruitment (instroom)
Retention (behoud)
Revenue (inkomsten)
Zonder instroom stagneer je.
Zonder behoud lek je leden.
Zonder inkomsten kun je niet groeien.
Veel instructeurs denken dat lagere prijzen de oplossing zijn. Op lange termijn werkt dat zelden. Kwaliteit en structuur kosten geld.
Belangrijk verschil:
De meeste mensen hebben geen judobedrijf — maar een judobaan.
Als alles afhankelijk is van de eigenaar die zelf alles doet, is het geen bedrijf. Een bedrijf draait op systemen, opgeleide coaches en voorspelbare processen.
Wat bedoel je met “systemen boven persoonlijke aandacht”?
Systemen vervangen persoonlijke aandacht niet — ze maken het juist mogelijk.
Bijvoorbeeld: 500+ graduaties organiseren zonder systemen zou chaos zijn. Systemen zorgen voor structuur en consistentie.
Maar het persoonlijke zit in:
De felicitatie
De erkenning
De handdruk
De foto
Wij gebruiken automatisering om:
Herinneringen te sturen
Verjaardagen te signaleren
Coaches te attenderen op belangrijke momenten
Het systeem creëert overzicht.
Mensen zorgen voor de verbinding.
Zonder systemen wordt groei onhoudbaar.
Zonder persoonlijkheid voelen systemen kil.
Drie dingen die je direct kunt doen om ledenbehoud te verbeteren
1. Maak de route naar de zwarte band zichtbaar
Laat leden en ouders zien:
Waar ze naartoe werken
Welke stappen er zijn
Wat er verwacht wordt
Hoe lang het duurt
Zicht geeft commitment.
2. Investeer bewust in relaties
Zorg dat leden zich gezien voelen.
Mist iemand een training? Neem contact op:
“Hey, we zagen dat je er niet was. Alles goed?”
Mensen blijven waar ze zich gewaardeerd voelen.
3. Herinner ze aan hun oorspronkelijke motivatie
De meeste mensen beginnen niet voor medailles, maar voor:
Zelfvertrouwen
Focus
Structuur
Weerbaarheid
Na de eerste enthousiaste weken komt de moeilijke fase — daar haken mensen af.
Juist dan moet je hen herinneren aan waarom ze begonnen zijn.
Groei is niet altijd comfortabel.
Maar ongemak betekent vaak dat ontwikkeling plaatsvindt.
Als een dojo deze vier elementen combineert:
Duidelijke visie
Sterke relaties
Goede systemen
Een doel dat verder gaat dan medailles
…dan verbetert ledenbehoud vrijwel vanzelf.
Korte termijn jacht of duurzame ontwikkeling in het judo?
Ik loop inmiddels al geruime tijd mee in de judowereld en werk sinds december 2025 samen met andere trainers binnen de JBN. Die samenwerking ervaar ik als waardevol. Het delen van kennis en het werken vanuit een gezamenlijke leerlijn geven richting en houvast. Tegelijkertijd zie ik een ontwikkeling die mij zorgen baart: de focus ligt steeds vaker op het aantrekken van judoka’s en coaches, in plaats van op het duurzaam ontwikkelen van mensen en structuren.
Die gezamenlijke leerlijn zet mij aan het denken. Niet alleen over wat er landelijk gebeurt, maar vooral over mijn eigen rol en verantwoordelijkheid binnen mijn regio en judoschool. In de praktijk merk ik hoe lastig het soms is om, naast alle dagelijkse werkzaamheden, voldoende tijd te maken om kennis en ervaring structureel over te dragen aan mijn eigen judoleraren.
Toch ben ik ervan overtuigd dat juist die kennisoverdracht essentieel is. Zowel gevestigde als beginnende trainers hebben daar baat bij. Wat mij betreft zou een vorm van jaarlijkse certificering, met meerdere vaste bijscholingsmomenten, een logische stap zijn. Alleen dan krijgt een keurmerk daadwerkelijk betekenis. In landen als België en Duitsland zie ik dat dit al langer serieus wordt aangepakt. Ook uit mijn eigen ervaring met intensieve opleidingsweken in het buitenland weet ik hoeveel impact dit kan hebben op de kwaliteit van trainers op de lange termijn.
Uiteindelijk draait het om wat we doorgeven aan de volgende generatie. Aan collega’s, maar vooral aan de jeugd. Juist in de jongste leeftijdscategorieën wordt de basis gelegd. Daarom vind ik het zorgelijk dat jonge judoka’s en coaches steeds vaker al op zeer jonge leeftijd (–13 en –15 jaar) vrijwel volledig uit hun clubs worden gehaald. Buitenlandse stages en vroege talentbinding kunnen waardevol zijn, maar mogen nooit ten koste gaan van een solide opleiding binnen de fundamentele leerlijnen van 6 tot en met 15 jaar.
Ik begeleid inmiddels ook trainers die ik zelf ooit op de mat heb zien staan, en dat doe ik met plezier. Maar het valt me op dat de aandacht vaak vooral uitgaat naar kansen buiten de club, terwijl de investering in structurele ontwikkeling binnen de vereniging achterblijft. Dat vraagt om meer balans.
Als we echt willen professionaliseren, moeten we ook eerlijk kijken naar hoe we omgaan met beginnende trainers. Begeleiding hoort daarbij, maar ook een passende vergoeding. Het is niet realistisch om contributies te blijven hanteren die nog zijn gebaseerd op de jaren tachtig, terwijl de eisen aan trainers steeds hoger worden. Besturen die vooral blijven hopen op subsidies en vrijwilligers lopen het risico de aansluiting met de realiteit te verliezen.
Een voorbeeld uit mijn eigen omgeving illustreert dat contrast. In dezelfde lokale krant lees ik enerzijds hoe verenigingen de noodklok luiden vanwege stijgende kosten, terwijl anderzijds een sportondernemer vanuit passie is doorgegroeid naar een faciliteit van 1000 m². Dat laat zien dat groei mogelijk is, mits er wordt durven gekozen voor ondernemerschap en ontwikkeling.
Natuurlijk moet sport toegankelijk blijven voor iedereen, ook voor mensen voor wie dat financieel of sociaal niet vanzelfsprekend is. Daar zijn voldoende mogelijkheden voor. Tegelijkertijd moeten jonge trainers die vanuit hun opleiding instromen perspectief krijgen. Zonder dat perspectief kiezen zij begrijpelijkerwijs voor ander werk, en verliezen we mensen die juist hard nodig zijn.
De cijfers laten zien dat er nog veel potentie is. Met 156.000 vechtsporters in Nederland en 21.000 jeugdleden bij de JBN ligt er een duidelijke uitdaging. Willen we groeien, dan vraagt dat om omdenken, lef en vooral om goed opgeleide professionals. Via eenduidige opleidingen en structurele bijscholing kunnen we hen meenemen in een gezamenlijke visie.
Voor mij is één ding duidelijk: duurzame groei begint bij kwaliteit, continuïteit en het serieus nemen van de mensen op de mat. Laten we daar samen verantwoordelijkheid voor nemen.
Marc Haagsma
08-03-2026 Fotoverslag internationale Judotoernooi Judoclub Berlicum
Peter Wetzer heeft zondagmiddag jl in Sint Michielsgestel enkele actiefoto’s gemaakt bij het internationale judotoernooi van Judoclub Berlicum. Je kunt al zijn foto’s kijken door HIER te klikken.
Optisport Sportboulevard Dordrecht stond zaterdag jl. weer in het teken van het NK Judo -21 jaar. De belangen waren groot en het judo goed. In sommige categorieën werd uitgekeken naar ‘clashes‘ die er niet altijd kwamen. Nieuwe kampioenen en judoka’s die hun titel prolongeerden of in een hogere klasse opnieuw wonnen. Chapeau! Fotograaf Harry van den Hurk (Huhafoto) en Peter Wetzer waren ’s middags enkele uurtjes present en maakten wat actie- en sfeerfoto’s.
Gisteren presenteerden de Judo Bond Nederland en de Europese Judo Unie met trots het Europees Kampioenschap Judo voor senioren 2027. Na maar liefst 22 jaar krijgt Nederland opnieuw de eer om dit prestigieuze individuele EK te organiseren. In 2027 vormt Apeldoorn het bruisende decor waar Europa’s beste judoka’s de strijd met elkaar aangaan. Een belangrijk EK in aanloop op de Olympische Spelen een jaar later in Los Angeles.
Nederland heeft door de jaren heen keer op keer bewezen een toonaangevend organisator te zijn van EK’s en WK’s. Onze ervaring, passie en professionaliteit maken dat internationale topsportevenementen hier in uitstekende handen zijn.
Tijdens een gepassioneerde toespraak benadrukte EJU-voorzitter Laslo Toth bovendien een indrukwekkend historisch feit: na 75 jaar Europese Kampioenschappen staat Nederland met maar liefst 105 medailles op een tweede plaats in de all-time medailleranking. Een prestatie om enorm trots op te zijn! Alleen Frankrijk blijft ons voor.
In de koninklijke stallen van Paleis Het Loo werd het contract officieel ondertekend door de JBN, de EJU en de provincie Gelderland — een krachtig symbool van samenwerking en ambitie.
De komende jaren gaan de JBN en de provincie Gelderland het EK actief tot leven brengen. Met inspirerende initiatieven, evenementen en sportstimuleringsprojecten wordt niet alleen toegewerkt naar een onvergetelijk Europees Kampioenschap, maar krijgt de judosport in Nederland een krachtige en positieve impuls. Mark Huizinga werd gepresenteerd als toernooidirecteur; een functie die de voormalig Olympisch Kampioen op het lijf geschreven is.
Op weg naar Apeldoorn 2027 — samen bouwen we aan een kampioenschap dat inspireert, verbindt en geschiedenis schrijft! 🥋✨
Kijk HIER voor een uitgebreid verslag op de site van de EJU
Ook fotograaf Marko Krachten was van de partij bij het NK judo -18 in Sportcampus Zuiderpark. Zijn foto’s en een link naar een compleet album vind je HIER. Hij heeft de hele dag foto’s gemaakt!
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen. Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring