Vroeger vond ik het leuk om foto’s te maken als mijn zoon en dochters aan judo wedstrijden deelnamen. Zeker toen Margot nationaal en internationaal successen boekte was het fototoestel een mogelijkheid me erachter te verstoppen en mijn spanning onder controle te houden. Mijn vriend Harry van den Hurk van HuHaFoto heeft me gestimuleerd weer meer aan fotografie te doen. Afgelopen week een nieuwe camera gekocht, de Sony RX10M4, en afgelopen zondag, tijdens de Grand Slam van Parijs, foto’s gemaakt (vanaf de tribune).
Peter Wetzer
De Judo Bond Nederland, een levende organisatie
Zelfs op grote afstand lees of hoor ik over de ontwikkelingen van de JBN. Natuurlijk ben ik, al 60 jaar lid van de JBN, nog steeds belangstellend en het is verontrustend om te vernemen, dat het niet goed gaat met de JBN.
Te vaak zie ik in het digitale JBN blad oproepen om leden op te geven of acties om leden te werven. Ook las ik onlangs een ‘adviesrapport’ van een 70+ club, waarin ook, tussen de regels door, zorg werd uitgesproken over de kwaliteit van de JBN en het ‘adviesrapport’ was ook geschreven om 70+ers als lid van de JBN te behouden. (Dit moet wat mij betreft los worden gezien van het uiterst opmerkelijke middel dat 70+ adviseert; ook lijkt het mij obsessief als iedere verongelijkte groepering binnen de JBN meteen een legitieme status krijgt van adviesorgaan voor gevraagd en ongevraagd advies aan bestuur of portefeuillehouder breedtesport.)
Naast de twee bovenstaande voorbeelden speelt nog steeds ‘het gedwongen loskoppelen van zeer goed presterende tandems van judoka en coach’ met de daarmede gepaard gaande vernedering van hard aan de weg timmerende coaches en clubs. Overigens is dit loskoppelen ook in strijd met de uitspraak van Pieter van den Hoogenband, die onlangs in een Tv-programma juist de samenwerking tussen coach en topsporter propageerde en roemde.
Deze en andere informatie inspireerde mij om het onderstaande artikel te schrijven ter overweging voor allen die participeren in een organisatie, voor leidinggevenden in een organisatie en natuurlijk vooral bedoeld voor het JBN-bestuur en voor hen die het JBN-bestuur kiezen en controleren.
De JBN behoort een levende organisatie te zijn.
Dynamiek en innovatie zijn onderdelen die horen bij het begrip “levende organisatie” en dynamiek en innovatie moeten dus ook vast verbonden zijn aan de JBN. (Het vaststellen van de eigen identiteit en het verwerven van eigen kracht gaan vooraf aan de onderdelen dynamiek en innovatie. Hier ga ik nu niet op in, ook omdat ik hierover al eens heb geschreven.)
Een levende organisatie overleeft alleen als men in staat is om zich aan te passen aan en in te spelen op de voortdurende veranderingen in de wereld om zich heen, zowel persoonlijk, in de eigen (comfort)zone of werksector als wel in het grote geheel. Men moet dus voeling en binding houden met de wereld om zich heen. Een levende organisatie is een voortdurend lerende organisatie.
Levende, lerende organisaties hebben, in een steeds veranderende en complexe wereld, meer kans op overleven, meer kans op ontwikkeling. Succes komt tegenwoordig neer op het mobiliseren van zoveel mogelijk van de kennis die een organisatie ter beschikking staat. Die kennis wordt van binnenuit en van buitenaf gegenereerd, getolereerd zelfs. Daarvoor moet ruimte en vrijheid worden gecreëerd; ruimte is immers essentieel voor een kennisintensieve organisatie en vrijheid is een bron voor creativiteit. De JBN moet het vermogen om de kansen in de eigen omgeving, intern en extern, benutten om verder te verbeteren. Alle professionals van de JBN moeten het vermogen bezitten om te bewegen en dat bewegen moet gericht zijn op ontwikkeling; vooral als geheel bewegen in plaats van zich in geïsoleerde territoria op te houden en zichzelf achter grenzen te verschansen.
(Het is wellicht goed om het begrip professional te plaatsen tegenover het begrip vrijwilliger. De JBN kent professionals, de leraren/coaches, en vrijwilligers. Het is ‘vreemd’ dat de JBN wordt geleid door de vrijwilligers; het is ‘ongewenst’ dat de JBN wordt geleid door vrijwilligers omdat, oneerbiedig gezegd, de ‘hulpmiddelen’ de ‘essentie’ overschaduwd! Ook hier ga ik nu niet verder op in, omdat ik in vorige artikelen ook al heb geschreven over professionals versus vrijwilligers en over essentie en hulpmiddelen. Het zal duidelijk zijn dat ik het zeer betreurenswaardig vindt, dat de JBN niet wordt geleid door de professionals van de JBN. Hier in Frankrijk wordt de bond geleid door judo-leraren en daarom is de FFJ zo’n grote en in vele opzichten, (eigen identiteit/eigen kracht), sterke judobond. Dit is ook kritiek op de professionals binnen de JBN en ik hoor hen roepen “en waar was jij dan?”; welnu, in 2013 en in 2016 heb ik me gemeld voor het voorzitterschap en onder leiding van voorzitter en later interim voorzitter van de Hel ben ik in de doofpot gestopt, waar ik juist voor mijn crematie, zie YouTube, uit ben bevrijd…..)
Bestuursleden moeten het individuele potentieel benutten om nieuwe gedragspatronen -nieuwe vaardigheden- te ontdekken en te implementeren. Directe communicatie, in plaats van passief en gelaten afwachten, is het middel om een vaardigheid van een individu in te zetten en ook over te brengen op de gehele gemeenschap.
Het woord dynamiek is in dit artikel gebruikt. Dynamiek kan niet louter en alleen gedefinieerd worden als het verrichten van inspanningen. Daarmee doet men het begrip dynamiek tekort, want voor gepassioneerde professionals is het leveren van inspanningen niet moeilijk. Dynamiek wordt echt dynamiek als er nog een component aan toe wordt gevoegd, namelijk: het overwinnen van hindernissen. Werken op het niveau van manager, directie en bestuur bestaat hoofdzakelijk uit het voorkomen en wegnemen van hindernissen. Daarvoor moet men voortdurend bewegen, moet men voortdurend leren, voortdurend zoeken naar nieuwe gedragspatronen en deze inbrengen.
Het woord innovatie is ook genoemd. Onder innovatie kan worden verstaan dat men steeds weer vorm moet geven aan steeds weer nieuwe signalen en steeds weer nieuwe gebeurtenissen. Als men daarin slaagt, dan is men innovatief. Om innovatief te zijn is creativiteit nodig. Vroeger werd nog wel eens het woord proactief gebruikt. Dat woord heb ik persoonlijk afgeschaft, omdat pro-activiteit een achterhaald begrip is en omdat het steeds weer wordt ingehaald. Pro-activiteit kan beter vervangen worden door creativiteit. Creativiteit brengt mensen in beweging en beweging is een kenmerkend teken van leven. Creativiteit kan ook de JBN in beweging brengen en kan de JBN tot een levende organisatie maken. Een levende JBN heeft de toekomst, ook als er hindernissen overwonnen moeten worden. Een levende JBN wordt niet alleen gekenmerkt door waarden en rationele zaken; een levende JBN wordt ook gekenmerkt door de beleving van de mensen, mensen die verbonden zijn met de JBN. Die beleving genereert creativiteit en de verbondenheid zet aan tot ongekend bewegen.
Kortom, eigen identiteit, eigen kracht, dynamiek, innovatie en creativiteit zijn vijf bouwstenen waarmee men een moderne organisatie, een moderne JBN opbouwt. En ook bij renovatie zijn deze vijf onderdelen leidend.
Een levend JBN-bestuur zal inspirerend, voorbeeld stellend en stimulerend moeten zijn voor de gehele organisatie. De noodzaak tot synergie en een bewuste bijdrage leveren aan het grote geheel is een belangrijke taak voor de nabije toekomst.
200205 Willem Visser 8e dan Judo IJF
Fotoreportage Landelijke Veteranen Training bij Essink Sportcentrum
Fotoreportage Landelijke Veteranen Training bij Essink Sportcentrum
Foto’s gemaakt door Harry van den Hurk.
Harry is een gepassioneerd fotograaf die ook graag in sporthallen vertoeft om actiefoto’s te maken. Op zijn site en facebookpagina zie je echter ook veel reis-, natuur- en muziekfoto’s.
Wil je dat Harry foto’s voor of van je maakt? Mail hem: huhafoto@gmail.com
Fotoreportage Dutch Open Espoir 2020 II
Fotoreportage Dutch Open Espoir 2020 II
Foto’s gemaakt door Harry van den Hurk.
Harry is een gepassioneerd fotograaf die ook graag in sporthallen vertoeft om actiefoto’s te maken. Op zijn site en facebookpagina zie je echter ook veel reis-, natuur- en muziekfoto’s.
Fotoreportage “Kiloknallers” 2020 bij Kenamju (4-1-2020)
Fotoreportage “Kiloknallers” 2020 bij Kenamju (4-1-2020)
Foto’s gemaakt door Harry van den Hurk.
Harry is een gepassioneerd fotograaf die ook graag in sporthallen vertoeft om actiefoto’s te maken. Op zijn site en facebookpagina zie je echter ook veel reis-, natuur- en muziekfoto’s.
Onlangs is de heer Jan Snijders, uiteindelijk, bevordert tot 9e dan Judo.
De enorme verdiensten van Jan Snijders voor het internationale judo heb ik in een vorig artikel al geschetst en hierbij zeer kort een statement:
‘Zonder Jan Snijders zou Judo nooit de positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt, die het heeft doorgemaakt!’
(Voor hen die nog onderscheid willen maken in Judo en wedstrijdjudo geef ik ter verduidelijking aan, dat het wedstrijdjudo als het ware ‘het uithangbord’ van Judo is.)
Met positieve ontwikkeling bedoel ik, dat Judo, dat dreigde te verworden tot worstelen in een wit en blauw ‘pakkie’ en elkaar straffen ‘aansmeren’, hoogst persoonlijk door IJF scheidsrechters-directeur Jan Snijders een halt is toegeroepen.
Jan Snijders heeft jarenlang, daarmee ook zijn politieke bekwaamheid bewijzend, gestreden om de waardevolle principes van Judo in wedstrijden te waarborgen. Dat heeft hij gedaan door de regels in wedstrijdjudo steeds af te stemmen op de principes van Judo, zoals Judo door Jigoro Kano Shihan is bedoeld.
Als iemand 9e dan is, dan is dat wel Jan Snijders.
Deze bijzondere erepromotie, op basis van werkelijk grote verdiensten, is meteen aanleiding om het fenomeen ‘graduatie in Judo’ (nog) eens onder de loep te nemen.
Daarbij hanteer ik twee uitgangspunten van judo-beoefening:
Op basis van het principe van doelmatig gebruik van energie, geestelijk en lichamelijk, komen tot een volmaakte harmonie van lichaam en geest, door middel van beoefening van judo.
Door middel van judo lichaam en geest tot een goede harmonie ontwikkelen, om zichzelf te vervolmaken tot een harmonisch mens om te kunnen bijdragen tot een goede levenssfeer voor alle mensen.
Ippon is het ultieme streven in judo en moet dus ook zichtbaar zijn een judo-examen; ippon bestaat uit:
techniek of kracht
snelheid
coördinatie
psychisch vermogen
Bij de beoordeling van een judoka bij een examen moeten bovenstaande criteria worden geobserveerd, tegen de bovenstaande achtergrond.
Een examen leidt tot een graduatie en gradueren is: waarderen, belonen en stimuleren.
Gradueren gebeurt na een examen, of in zeer uitzonderlijke gevallen na een ander soort beoordeling, en de onderstaande punten moeten positief kunnen worden beoordeeld:
Houding, gedrag en instelling (1), begrip van judo (2), techniek (3), competitie (4), tijd van judobeoefening (5), actief in judo (6), leeftijd (7).
Voor 4e dan en hoger zal een theorie-examen zeer toepasselijk zijn.
Bij de uitvoering van techniek zijn de onderstaande punten belangrijk:
Kamae: houding, shizenhontai migi en hidari.
Kumi kata: basis, rever/mouw + de relatie kamae-kumi kata (rechts vast-rechts voor. Links vast-links voor.), henka (variaties) en henka yotsu (rechts tegenover links).
Beweging: houdt de steunpunten onder het zwaartepunt en houdt het steunvlak groot. Dit moet zichtbaar zijn als men beweegt (aymi ashi, tsugi ashi, tai sabaki en shintai) en werpt in alle richtingen met variaties (henka) zoals bijvoorbeeld mawari komi, oikomi, tobi komi, hikidashi. Men moet kunnen bewegen in verschillende richtingen overeenkomstig de wetten van de zwaartekracht, dynamica en logica.
De wetten van Newton, vertraging en versnelling, zijn van belang alsmede de richtingverandering. Deze principes zijn zowel in nage waza als wel in ne waza van groot belang.
Zwaartekracht en dynamica zijn vanwege de exactheid geen onderwerp van discussie, maar logica wordt veelal verschillend gewaardeerd en verdient veel studie!
Tweezijdig uitvoeren (en oefenen). Van belang voor harmonie, balans (geestelijk en lichamelijk), technisch, fysiologisch en psychisch.
Kuzushi: actie, actie-reactie en gebruikmaken van disbalans van uke.
Een techniek bestaat uit: voorbereidende beweging, kuzushi, tsukuri en gake of gatame. (Als een van deze facetten niet aanwezig is: geen goede techniek.) Ook de volgorde moet juist zijn, en wel vloeiend in elkaar overlopend.
Ne waza
Bij osea, shime en ude kansetsu waza is controle het meest belangrijk. Ook moet er ordening worden gebracht in ne waza: basis, komen tot ne waza, varianten en inspelen op steeds wisselende situaties. Over het algemeen is de benaming te weinig bekend. Bij 1e, 2e en 3e dan-examens wordt er gewerkt vanuit randori-situaties; bij 4e dan en hoger vanuit benaming en varianten.
Kata
Kata brengt de ethiek van het judo tot uitdrukking. Ieder kata heeft zijn eigen uitdrukkingsvorm, die tot volledige samenhang moet komen. De basis is een theoretisch gegeven: aanval en verdediging. Esthetiek, ethiek, mechanica, dynamica en logica vormen judo tot een systeem van lichamelijke opvoeding met vele waarden. Alles moet met een maximale doeltreffendheid leiden tot algemeen welzijn. Kata is geen demonstratie van afzonderlijke technieken, kata moet een kunstvorm zijn, dus met hart en ziel. Kunst mag een eigen opvatting hebben, maar de grondvorm van vaststaande bewegingsmotoriek moet aanwezig zijn. Ritme is van groot belang. Het moment, de timing, wordt ontwikkeld door ritme (harmonisch omgaan met spanning en ontspanning). Kata is ook een oefening.
Hoekige en felle handelingen, die het gevolg zijn van energie (verkwisting) moeten vermeden worden. Het is niet harmonisch. Disharmonie is de grote vijand van iedere interpretatie van kunst. Er moet harmonie zijn in het eigen ritme en in kata moeten de ritmes op elkaar zijn afgestemd. Lange training is hiervoor noodzakelijk. Bij tori en uke moet een gelijk niveau zijn van techniek en instelling. Rust en harmonie is belangrijk, nooit onrust en ongeduld.
Systeem
Een examen kan leiden tot graduatie.
Willen we goed gradueren dan zal de methodiek hetzelfde moeten zijn, dat wil zeggen: hetzelfde systeem en dezelfde weg waarlangs(structuur).
Er is maar een universele waarheid. Daar moet je als leraar naar blijven zoeken als een intermediair tussen de waarheid en de wereld.
Een systeem is een gestructureerd geheel van kennen en kunnen:
gebaseerd op grondslagen
gericht op doelstellingen
het geeft de weg waarlangs en de middelen waarmee het doel kan worden bereikt.
In Nederland is steeds een groot gebrek aan een universeel systeem.
Ontwikkeling van judoka: (ook van belang bij graduatie-eisen)
Kyu periode: aanleren van basistechniek, nage waza, ne waza, hikomi waza
1e t/m 3e dan: verdieping van techniek en tokui waza ontwikkeling.
4e en 5e dan: diepgang en achtergronden van onder andere kata en wat, waarom en hoe.
6e dan en hoger: betekenis van het judo in het leven en in het leven van de judoka.
Stijl en ritueel: Stijl en ritueel worden veronachtzaamd. Juist bij de verdieping (vanaf 4edan dus) is stijl en ritueel belangrijk.
Judo is een vorm van fysieke en mentale opvoeding en vorming, een vorm van houding en beweging. Houding en beweging houdt veel meer in dan alleen maar doelmatigheid. Ook leven is niet alleen maar doelmatigheid. Zorg besteden aan stijl en achting van ritueel misstaat zeker niet.
Ook examinatoren en examens dienen dus stijlvol te zijn en ritueel moet een plaats hebben.
Bij een examen worden mensen juist gewaardeerd. De voorwaarden om juist te kunnen waarderen moeten dan ook aanwezig zijn. Stijl en ritueel zijn fundamenten. (Onder de leiding van de heer Peter Demandt heeft stijl en ritueel weer een plaats gekregen bij de judo-examens vanaf 4e dan!)
Het onderwerp ‘bijzondere promoties’ is een heikel onderwerp, alhoewel alle onderdelen van bovenstaande tekst van toepassing kunnen zijn.
De JBN heeft wat criteria omschreven en men denkt wel lichtzinnig over de beoordeling door de IJF. Denk niet, dat de IJF ‘zomaar even’ promoties accordeert dan wel overneemt. IJF vraagt zeer uitgebreide documentatie en bewijs van de bijdragen, die men, nationaal en internationaal, heeft geleverd; dus dat is ‘niet zomaar klaar’.
Voor een eenmalige erepromotie moet men echt wel wat gedaan hebben en in de tijd van nivellering moet men attent zijn op meedoen met nivellering.
Ook moet men inzien dat het niet voor iedereen weggelegd is om 4e, 5e, 6e,7e of 8e dan te worden. Ook lichamelijke gebreken, ik herhaal: ook lichamelijke gebreken kunnen op ieder niveau een belemmering zijn. Voor mensen die zich uitputtend en niet aflatend inspannen voor judo en die, om wat voor redenen dan ook (ook fysieke) geen of beperkt judo kunnen doen, voor die, onmisbare, mensen zijn er onderscheidingen anders dan judograduaties.
Eerder schreef ik over ‘betekenis van judo in het leven’ (6e dan en hoger); dit is op vele manieren in te vullen; door publicaties, werkstukken, het ontwikkelen en/of leiden van grote langlopende projecten etc. Ook dat kan in het oordeel over ‘bijzondere promoties’ meegenomen worden in het bepalen van de criteria.
Vanaf 4e dan is attitude een zeer belangrijk, zo niet het belangrijkste, aspect bij beoordeling en graduatie.
Tot slot:
Het jezelf voordragen voor 6e, 7e en 8e dan is voor mij onbegrijpelijk, citaat van Flaubert:
” Het is merkwaardig dat de mensen stompzinniger worden naarmate ze zichzelf meer verafgoden!”
Als je de uitspraak van Flaubert plaatst tegen de achtergrond van attitude, attitude die zeker voor 6e,7e en 8e dan het belangrijkst is, dan moet men de gevolgtrekking kunnen maken, dat ‘jezelf voordragen en daarmee je eigen attitude beoordelend’ alles te maken heeft met “jezelf verafgoden”.
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen. Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring