Uitgebreide fotoreportage Clinic Frank de Wit tijdens Trainingsstage Bushi Arnhem
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER
Uitgebreide fotoreportage Clinic Frank de Wit tijdens Trainingsstage Bushi Arnhem
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER
Uitgebreide fotoreportage Trainingsstage Bushi Arnhem 2020
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER

Onlangs is de heer Jan Snijders, uiteindelijk, bevordert tot 9e dan Judo.
De enorme verdiensten van Jan Snijders voor het internationale judo heb ik in een vorig artikel al geschetst en hierbij zeer kort een statement:
‘Zonder Jan Snijders zou Judo nooit de positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt, die het heeft doorgemaakt!’
(Voor hen die nog onderscheid willen maken in Judo en wedstrijdjudo geef ik ter verduidelijking aan, dat het wedstrijdjudo als het ware ‘het uithangbord’ van Judo is.)
Met positieve ontwikkeling bedoel ik, dat Judo, dat dreigde te verworden tot worstelen in een wit en blauw ‘pakkie’ en elkaar straffen ‘aansmeren’, hoogst persoonlijk door IJF scheidsrechters-directeur Jan Snijders een halt is toegeroepen.
Jan Snijders heeft jarenlang, daarmee ook zijn politieke bekwaamheid bewijzend, gestreden om de waardevolle principes van Judo in wedstrijden te waarborgen. Dat heeft hij gedaan door de regels in wedstrijdjudo steeds af te stemmen op de principes van Judo, zoals Judo door Jigoro Kano Shihan is bedoeld.
Als iemand 9e dan is, dan is dat wel Jan Snijders.

Deze bijzondere erepromotie, op basis van werkelijk grote verdiensten, is meteen aanleiding om het fenomeen ‘graduatie in Judo’ (nog) eens onder de loep te nemen.
Daarbij hanteer ik twee uitgangspunten van judo-beoefening:
Ippon is het ultieme streven in judo en moet dus ook zichtbaar zijn een judo-examen; ippon bestaat uit:
Bij de beoordeling van een judoka bij een examen moeten bovenstaande criteria worden geobserveerd, tegen de bovenstaande achtergrond.
Een examen leidt tot een graduatie en gradueren is: waarderen, belonen en stimuleren.
Gradueren gebeurt na een examen, of in zeer uitzonderlijke gevallen na een ander soort beoordeling, en de onderstaande punten moeten positief kunnen worden beoordeeld:
Houding, gedrag en instelling (1), begrip van judo (2), techniek (3), competitie (4), tijd van judobeoefening (5), actief in judo (6), leeftijd (7).
Voor 4e dan en hoger zal een theorie-examen zeer toepasselijk zijn.
Bij de uitvoering van techniek zijn de onderstaande punten belangrijk:
De wetten van Newton, vertraging en versnelling, zijn van belang alsmede de richtingverandering. Deze principes zijn zowel in nage waza als wel in ne waza van groot belang.
Zwaartekracht en dynamica zijn vanwege de exactheid geen onderwerp van discussie, maar logica wordt veelal verschillend gewaardeerd en verdient veel studie!
Een techniek bestaat uit: voorbereidende beweging, kuzushi, tsukuri en gake of gatame. (Als een van deze facetten niet aanwezig is: geen goede techniek.) Ook de volgorde moet juist zijn, en wel vloeiend in elkaar overlopend.
Bij osea, shime en ude kansetsu waza is controle het meest belangrijk. Ook moet er ordening worden gebracht in ne waza: basis, komen tot ne waza, varianten en inspelen op steeds wisselende situaties. Over het algemeen is de benaming te weinig bekend. Bij 1e, 2e en 3e dan-examens wordt er gewerkt vanuit randori-situaties; bij 4e dan en hoger vanuit benaming en varianten.
Kata brengt de ethiek van het judo tot uitdrukking. Ieder kata heeft zijn eigen uitdrukkingsvorm, die tot volledige samenhang moet komen. De basis is een theoretisch gegeven: aanval en verdediging. Esthetiek, ethiek, mechanica, dynamica en logica vormen judo tot een systeem van lichamelijke opvoeding met vele waarden. Alles moet met een maximale doeltreffendheid leiden tot algemeen welzijn. Kata is geen demonstratie van afzonderlijke technieken, kata moet een kunstvorm zijn, dus met hart en ziel. Kunst mag een eigen opvatting hebben, maar de grondvorm van vaststaande bewegingsmotoriek moet aanwezig zijn. Ritme is van groot belang. Het moment, de timing, wordt ontwikkeld door ritme (harmonisch omgaan met spanning en ontspanning). Kata is ook een oefening.
Hoekige en felle handelingen, die het gevolg zijn van energie (verkwisting) moeten vermeden worden. Het is niet harmonisch. Disharmonie is de grote vijand van iedere interpretatie van kunst. Er moet harmonie zijn in het eigen ritme en in kata moeten de ritmes op elkaar zijn afgestemd. Lange training is hiervoor noodzakelijk. Bij tori en uke moet een gelijk niveau zijn van techniek en instelling. Rust en harmonie is belangrijk, nooit onrust en ongeduld.
Een examen kan leiden tot graduatie.
Willen we goed gradueren dan zal de methodiek hetzelfde moeten zijn, dat wil zeggen: hetzelfde systeem en dezelfde weg waarlangs(structuur).
Er is maar een universele waarheid. Daar moet je als leraar naar blijven zoeken als een intermediair tussen de waarheid en de wereld.
Een systeem is een gestructureerd geheel van kennen en kunnen:
In Nederland is steeds een groot gebrek aan een universeel systeem.
Judo is een vorm van fysieke en mentale opvoeding en vorming, een vorm van houding en beweging. Houding en beweging houdt veel meer in dan alleen maar doelmatigheid. Ook leven is niet alleen maar doelmatigheid. Zorg besteden aan stijl en achting van ritueel misstaat zeker niet.
Ook examinatoren en examens dienen dus stijlvol te zijn en ritueel moet een plaats hebben.
Bij een examen worden mensen juist gewaardeerd. De voorwaarden om juist te kunnen waarderen moeten dan ook aanwezig zijn. Stijl en ritueel zijn fundamenten. (Onder de leiding van de heer Peter Demandt heeft stijl en ritueel weer een plaats gekregen bij de judo-examens vanaf 4e dan!)
Het onderwerp ‘bijzondere promoties’ is een heikel onderwerp, alhoewel alle onderdelen van bovenstaande tekst van toepassing kunnen zijn.
De JBN heeft wat criteria omschreven en men denkt wel lichtzinnig over de beoordeling door de IJF. Denk niet, dat de IJF ‘zomaar even’ promoties accordeert dan wel overneemt. IJF vraagt zeer uitgebreide documentatie en bewijs van de bijdragen, die men, nationaal en internationaal, heeft geleverd; dus dat is ‘niet zomaar klaar’.
Voor een eenmalige erepromotie moet men echt wel wat gedaan hebben en in de tijd van nivellering moet men attent zijn op meedoen met nivellering.
Ook moet men inzien dat het niet voor iedereen weggelegd is om 4e, 5e, 6e,7e of 8e dan te worden. Ook lichamelijke gebreken, ik herhaal: ook lichamelijke gebreken kunnen op ieder niveau een belemmering zijn. Voor mensen die zich uitputtend en niet aflatend inspannen voor judo en die, om wat voor redenen dan ook (ook fysieke) geen of beperkt judo kunnen doen, voor die, onmisbare, mensen zijn er onderscheidingen anders dan judograduaties.
Eerder schreef ik over ‘betekenis van judo in het leven’ (6e dan en hoger); dit is op vele manieren in te vullen; door publicaties, werkstukken, het ontwikkelen en/of leiden van grote langlopende projecten etc. Ook dat kan in het oordeel over ‘bijzondere promoties’ meegenomen worden in het bepalen van de criteria.
Vanaf 4e dan is attitude een zeer belangrijk, zo niet het belangrijkste, aspect bij beoordeling en graduatie.
Tot slot:
Het jezelf voordragen voor 6e, 7e en 8e dan is voor mij onbegrijpelijk, citaat van Flaubert:
” Het is merkwaardig dat de mensen stompzinniger worden naarmate ze zichzelf meer verafgoden!”
Als je de uitspraak van Flaubert plaatst tegen de achtergrond van attitude, attitude die zeker voor 6e,7e en 8e dan het belangrijkst is, dan moet men de gevolgtrekking kunnen maken, dat ‘jezelf voordragen en daarmee je eigen attitude beoordelend’ alles te maken heeft met “jezelf verafgoden”.
December 2019

Willem Visser
8e dan Judo IJF

Uitgebreide fotoreportage Wereld Kampioenschap Judo u21 2019 Marrakech
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER
Uitgebreide fotoreportage Nederlands Kampioenschap Judo 2019.
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER

Sporters die in het verleden een hersenschudding hebben opgelopen, hebben op latere leeftijd meer geheugen- en aandachtsproblemen. Dat blijkt uit een grote overzichtsstudie naar het verband tussen eerder opgelopen hersenschuddingen en cognitief functioneren bij oud-sporters.
De resultaten van de overzichtsstudie bevestigen het belang om klachten bij sporters met een hersenschudding serieus te nemen. Want dat een hersenschudding blijvende schade aan het brein kan veroorzaken, is niets nieuws. Dat er echter een verband bestaat tussen een hersenschudding en cognitieve functies – zoals geheugen, aandacht en concentratie – vele jaren later, was nog onbekend volgens een groep Chinese en Amerikaanse onderzoekers. Zij namen daarom recentelijk alle literatuur over dit onderwerp onder de loep en publiceerde hun bevindingen in het wetenschappelijk tijdschrift Brain Sciences.
Lees HIER verder
Uitgebreide fotoreportage Europees Kampioenschap Judo -21 2019.
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER

Uitgebreide fotoreportage NKT Almere 2019.
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage HIER
Klik op onderstaande foto voor een diavoorstelling van een selectie van de foto’s

De kans op mondschade is minstens twee keer zo klein bij sporters die een bitje dragen. Dat blijkt uit een grote overzichtsstudie naar de effecten van gebitsbeschermers op mondblessures bij sporters.
Het idee dat een bitje gebitsschade zou voorkomen is niks nieuws. Sinds 2015 zijn hockeyers in Nederland zelfs verplicht om een bitje te dragen tijdens wedstrijden. Ook in andere contactsporten, zoals handbal, neemt het gebruik van deze mondbeschermer toe. Toch twijfelen mensen of een bitje in sommige gevallen niet juist meer schade veróórzaakt dan voorkómt. Bij een harde bal of tik zou een bitje de kracht verdelen over het hele gebit, waardoor uiteindelijk meer tanden zouden beschadigen. Veel onderzoekers keken daarom de afgelopen jaren of het aantal mondblessures vermindert door het gebruik van een mondbeschermer. Een Amerikaanse onderzoeksgroep vond het nu hoog tijd om alle studies hiernaar over de periode 1956 – 2018 op een rij te zetten.
Lees HIER verder
In judo kan men een onderscheid maken in:
a. Algemeen voorbereidende periode
b. Specifiek voorbereidende periode
c. Voorbereidende wedstrijdperiode
d. Voorbereidende en eigenlijke wedstrijdperiode
e. Eigenlijke wedstrijdperiode
In de algemeen voorbereidende periode vindt de algemene en basisconditietraining plaats.
De algemene conditietraining heeft als doel de fundamentele fysieke kwaliteiten te verbeteren met een middelmatige omvang en een lage intensiteit.
De basisconditionering heeft als doel de fundamentele fysieke kwaliteiten te verbeteren en ook de motorische en psychologische vaardigheden. De omvang neemt toe tot hoog en de intensiteit blijft middelmatig tot laag.
De specifiek voorbereidende periode versterkt de sport-specifieke functionele fysieke kwaliteiten, de basale en complexe motorische vaardigheden en de meer specifieke psychologische vaardigheden.
De hoge omvang loopt terug tot middelmatig en de intensiteit stijgt van middelmatig tot hoog.
In de voorbereidende wedstrijdperiode moet men de fysieke kwaliteiten onderhouden, er moet veel aandacht zijn voor individuele uitbouw: technisch, tactisch en strategisch.
In deze periode dient men te trainen met een middelmatige tot hoge intensiteit en met een middelmatige omvang.
De te maken randori en renshu shiai (oefenwedstrijden) worden scherp geëvalueerd en er wordt lering uit getrokken; in de training wordt aandacht besteed aan de verkregen informatie.
De voorbereidende en eigenlijke wedstrijdperiode wordt gekenmerkt door nog sterkere individuele gerichtheid, concentratie en wedstrijdmotivatie. In termen van trainingsdoelstellingen kan men spreken van een optimale last.
De eigenlijke wedstrijdperiode is gelijk aan de voorbereidende wedstrijdperiode. Er is nu een optimale last in termen van wedstrijddoelstellingen.
Aan het einde van de wedstrijdperiode vindt een overgang plaats. De omvang daalt tot middelmatig met een lage intensiteit en de basale motorische vaardigheden, tactieken en fundamentele fysieke kwaliteiten worden getraind.
Na deze periode vindt een verder afbouw plaats met ruimte voor recreatiesport en andere zaken.
De eerder in deze reeks artikelen geïntroduceerde ‘standaard wedstrijdtraining’ leent zich uitstekend om gebruikt en ingevuld te worden op basis van de bovenstaande onderdelen; periodisering!
Het is wel heel moeilijk om een jaarplanning te maken, omdat er steeds meer belangrijke wedstrijden gedurende het gehele jaar zijn. Het is moeilijk vanwege de technische, fysieke en mentale aspecten. Daar komt nog bij, dat de individuele judoka haar/zijn eigen ambitie en doelen heeft (zie Topsportfase, die wordt gekenmerkt door individuele doelen). Echter, de standaardwedstrijdtraining geeft mogelijkheden om de individuele doelen van de judoka te verwerken in de trainingsonderdelen.
Ondanks dit alles is het noodzakelijk om een jaarplan te maken, voor een trainingsgroep en/of voor de individuele judoka.
De volgende onderdelen zijn ook van groot belang bij het samenstellen van een jaarplan:
Willem Visser
8th dan judo IJF
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring