Jan Wetzer was tot aan zijn overlijden directeur van Nihon Sport en stond aan de wieg van het internetbeleid, de automatisering en zette namens Nihon de eerste stappen naar een warehouse managementsysteem. Jan heeft de eerste Internetpagina voor Nihon Sport gemaakt in de tijd dat hij nog studeerde. Zijn pagina is nog altijd de basis van onze huidige webshop.
De jury, onder leiding van Bertie Wetzer – Foederer; de moeder van Jan Wetzer, had de moeilijke taak om de winnaars te selecteren uit de vele inzendingen. “Er waren veel inzending uit heel Nederland” zegt Bertie Wetzer “En ze waren stuk voor stuk uniek en erg goed gemotiveerd. Je gunt iedereen zo’n prijs maar uiteindelijk zullen we jaarlijks drie prijzen uitreiken ter nagedachtenis aan Jan.”
Bertie Wetzer en Nina van Knippenberg
De Regionale Stimuleringsprijs is gewonnen door Nina van Knippenberg (Helmond). Nina laat zich niet alleen regionaal regelmatig gelden, maar presteert op landelijk en internationaal niveau. Onlangs werd ze met het aspirantenteam kampioen van Nederland. Een pittige meid met een toekomst in de judosport die traint bij Sportschool Eddie van de Pol. Nina draagt bij al haar wedstrijden een judopak van adidas.
Bertie Wetzer en Rayan Lagmich
De Landelijke Stimuleringsprijs is gewonnen door Rayan Lagmich (Zoetermeer). In zijn verhaal komt zijn inzet, passie en ook plezier naar voren. Naast het perfectioneren van zijn technieken, concentratie, conditie enz. Vindt hij zijn uitrusting ook erg belangrijk. Arawaza is zijn keuze. Rayan traint bij Unity99 in Rotterdam.
Bertie Wetzer en Mirjam van ’t Hul van Stichting Judo Zutphen
De beide winnaars van de individuele stimuleringsprijs ontvangen een tegoedbon van € 500,00 die bij Nihon Sport te besteden is aan sportmaterialen. Voor Judo Zutphen wordt een speciale hoody of trainingspak ontworpen en middels sublimatie gemaakt. Ze ontvangen 10 speciaal voor hen gemaakte trainingspakken/hoodies.
Ook voor 2018 zullen de drie prijzen uitgereikt worden.
Voor verdere informatie kun je naar de speciale Facebookpagina gaan. Klik HIER
KODOKAN JUDO
Gastblog door Willem Visser
In Nederland is sinds korte tijd belangstelling voor het Kodokan judo. Die belangstelling is hoofdzakelijk ontstaan vanwege het feit dat er kata wedstrijden worden gehouden, die op internationaal niveau beoordeeld worden volgens de normen van de Kodokan.
Het zal echter ook goed zijn als de waarden en normen van Kodokan judo volledig worden onderkend in de toekomst. De waarden van het Kodokan judo worden ook volledig onderkend,onderschreven en gepropageerd door de International Judo Federatie De verbreiding van het Kodokan judo in Nederland ondervindt veel weerstand van het zogenaamde Budokaden judo, door een enkeling Budosenmon genoemd. Het Kodokan judo is gebaseerd op de waarden van onder andere pedagogiek, psychologie, filosofie, ethiek, esthetiek, mechanica en biomechanica; daarmee moet het Budokaden judo echter niet worden ontkend. Het Budokaden judo heeft andere basisprincipes, die in een tijdsbeeld van het verleden pasten. Men dient respect te hebben voor de historie, hetgeen bij deze dan ook betoond is. Het judo van deze tijd is niet op de eerste plaats een methode van zelfverdediging, zoals dat bijvoorbeeld bij de strijdkrachten en bij de politie gebruikt kan worden. Het judo is nu pedagogisch spel, sport, topsport en bewegingsculturele activiteit. Natuurlijk heeft judo veel aspecten in zich die vrijwel onmiddellijk kunnen worden gebruikt bij de strijdkrachten en bij de politie; het behoeft slechts een omschakeling van mentaliteit in een specifieke situatie. De grote bruikbaarheid van het Kodokan goshin jitsu als basisvorming bij strijdkrachten en politie is duidelijk aangetoond.
Judovaardigheid en judomentaliteit kunnen voor ieder mens van belang zijn in spanningloze en vooral in spanningrijke situaties. Daar waar Budokaden zich hoofdzakelijk richt op fysiek welbevinden en weerbaarheid, zijn er ook stromingen in judo die zich uitsluitend richten op de ethische en filosofische aspecten. Men mag en kan vanuit historische, concrete en abstracte overwegingen respect hebben voor beiden.
Kodokan judo richt zich op alle aspecten van het menselijke bestaan en alle vormen van wetenschap kunnen, moeten en worden aangewend om Kodokan judo verder te ontwikkelen. Uiteraard zullen die ontwikkelingen gericht zijn op het judoprincipe: seiryoku zenyo jita kyoei (maximaal gebruik van energie tot nut en algemeen welzijn). De ontwikkelingen zullen steeds weer moeten worden getoetst aan “het ware, het juiste en het schone”; de essentie die stabiliteit geeft. Budokaden kent geen ontwikkeling, terwijl Kodokan judo wordt gekenmerkt door “evolutionaire vooruitgang”.Kodokan judo richt zich bij uitstek op humaniteit en menselijke waardigheid, onderdelen waarmee een ideale gemeenschap kan worden opgebouwd en alle ontwikkelingen zullen aan bovenstaande principes moeten voldoen.
Het principe seiryoku zenyo jita kyoei zal judo laten uitstijgen boven het niveau van “gewone sport” en daarom zal judo, in de hoedanigheid van pedagogisch spel, sport, topsport en bewegingsculturele activiteit, exclusief en onderscheidend kunnen zijn. Gekunstelde onderverdelingen in “judo modern” versus “judo traditioneel” en/of “Olympisch judo” versus “judo recreatief” behoeven dan niet te worden gemaakt. Dergelijke onderverdelingen zijn zelfs zeer ongewenst, omdat de specifieke waarden van judo hiermee niet worden onderkend en zelfs kunnen worden uitgesloten. Ook judo als wedstrijdsport en Olympische sport zal moeten voldoen aan de specifieke kenmerken van humaniteit en menswaardigheid, die overigens volledig zijn opgenomen in het judoprincipe. Kodokan judo bestaat uit randori, shiai en kata.
Randori is een kunstvorm waarin de judoka op zoek is naar de mogelijkheden voor zichzelf. Shiai is een kunstvorm waarin subjectieve en objectieve prestaties nagestreefd kunnen worden. Hieronder hoort ook het Olympisch judo. Het behoeft geen speciale titel en laten we niet vergeten dat prof. Jigoro Kano zich volledig ingezet heeft om judo ook een Olympische performance te geven. Het is prof. Kano gelukt en Nederland kan en mag nog steeds trots zijn op het feit dat Anton Geesink gouden medaillewinnaar is op de Olympische Spelen van Tokio, waar judo voor het eerst in het programma was opgenomen. Later hebben Willem Ruska (2 gouden medailles O.S.1972) en Mark Huizinga (gouden medaille O.S. 2000), evenals Anton Geesink in1964, een waardige performance (prestatie en uitstraling) gegeven van het ware judo.
Deze drie Nederlandse Olympische kampioenen toonden waardige trots, liefde voor judo, dynamiek en ook waardering voor prestaties van anderen. (Tegenover trots staat ego, tegenover liefde voor judo staat ijdelheid, tegenover dynamiek staat obsessie en eigenwijsheid is de tegenpool van waardering voor prestaties en ideeën van anderen.)
Kata geeft vooral de ethische en esthetische principes weer. Het is een kunstvorm en het kan een verfijning zijn. Bovenstaande omschrijvingen van randori, shiai en kata zijn in dit artikel uiterst summier en met opzet is het woord “kunstvorm” gebruikt. In kunst moet lichaam en ziel zijn; kunst heeft de performance van cultuur op basis van ethische en esthetische principes, waarbij in sommige onderdelen efficiëntie ook belangrijk is. Kunst is altijd in zekere zin harmonisch (esthetiek staat ook voor balans) en niet harmonisch is de vijand van kunst, is de vijand van balans. Omwille van de efficiëntie is ritme van groot belang. Ritme is de harmonische wisseling van spanning en ontspanning. Ritme vormt het moment, de zogenaamde timing; de timing die in judo van zo groot belang is. Ritme wordt door de ademhaling geregeld. Wie de ademhaling beheerst, beheerst haar/zijn bewegingen, beheerst haar/zijn evenwicht, beheerst haar/zijn geestelijke instelling en lichamelijke houding. En in randori, shiai en kata neemt de kunst van het ademhalen een centrale plaats in. De neiging bestaat om overmatig aandacht aan kata te besteden.
Als men kata als grammatica van het judo beschouwt, dan is randori het proza. In randori schrijft men, met de onderdelen nage waza en ne waza, als het ware het eigen verhaal. Men schrijft het verhaal in de eigen bewoordingen (lees: waza) en op basis van grammatica (lees: kata). Men maakt de eigen randori ook op basis van de principes van Kodokan judo; principes die in kata verfijnd kunnen worden.
Kodokan judo bestaat dus niet alleen uit kata, maar ook (en vooral) uit randori en shiai. Als we spreken over Kodokan judo en werken met Kodokan judo, dan mag dat niet beperkt blijven tot kata. Ook randori (nage waza en ne waza) zijn onderzocht en omschreven door de Kodokan en daarin vinden nog steeds ontwikkelingen plaats. (Zie het laatste boek van Daigo uit 2007). De ontwikkelingen in shiai staan zeker niet stil, maar deze ontwikkelingen moeten ook steeds in overeenstemming zijn met de principes van judo, van Kodokan judo. Kodokan judo heeft een eigen identiteit, is krachtig vanuit zichzelf, kent een juiste dynamiek en zoekt voortdurend de ontwikkeling op basis van haar principes. Het is daarom dat Kodokan judo leert, beweegt en leeft. Schrijver van dit artikel (sinds 1965 beoefenaar van Kodokan judo) bestudeert, onderzoekt en werkt al ruim 45 jaar op basis van het Kodokan judo. Resultaten, in stijl, van een groot aantal judoka en de persoonlijke ontwikkeling van de schrijver zijn gebaseerd op deze studie, dit onderzoek en werk.
Sensei Ichiro Abe, 10e dan, en Sensei Jan Vanderhorst, 9e dan, zijn mijn inspirators en leermeesters; de judoka, die op basis van dit systeem objectieve of subjectieve prestaties hebben behaald, zijn voor de schrijver grote evaluatiebronnen, als het ware abstracte leermeesters, geweest; daardoor ontstaat er steeds weer nieuwe inspiratie. Daarvoor ben ik hen allen dankbaar! Een systeem is in theorie vrij gemakkelijk te ontwikkelen. Een systeem uittesten op de praktische kracht (het maken van resultaat) en steeds aan de hand van evaluaties aanpassen duurt wat langer. In de periode oktober 1976 tot november 2001 is in Nederland door mij bewezen, dat het systeem kracht in zich heeft. De nationale en internationale belangstelling voor het Kodokan groeit gestaag.
Het Kodokan judo wordt basistechnisch methodisch onderbouwd in het Kodokan Gokyo no waza. Het Kodokan Gokyo als systeem moet als totaliteit worden gezien; onder andere de volgordelijkheid, de verschillende bewegingsrichtingen, steeds opgebouwd vanuit de veiligheid voor Uke, het geleidelijk laten ervaren van de bewegingsassen voor zowel Uke als Tori en de mogelijkheid om na een bepaalde periode persoonsgericht te ontwikkelen. Ook is er onmiddellijk de mogelijkheid om te verbinden, te combineren, te variëren en over te nemen. Het Kodokan Gokyo als methodisch systeem moet als één geheel worden gezien en is niet te scheiden; de verschillende technieken zijn echter wel te onderscheiden. Door niet te scheiden ontstaat er een structuur. Grondslagen (principes), doelstellingen en de weg waarlangs vormen door de specifieke structuur één geheel. De grondslagen zijn maximale doelmatigheid en gemeenschappelijke welzijn en de doelstelling is het streven naar een volmaakte harmonie van lichaam en geest (ook te onderscheiden, maar niet te scheiden). De weg waarlangs is de methode, het middel om de doelstelling te bereiken.
Het Kodokan Gokyo geeft de weg waarlangs de doelstelling (op basis van de principes) kan worden bereikt en geeft door haar voortdurende ontwikkelingsmogelijkheden ruimte voor ideeën.
Het Kodokan judo ontwikkelt de grootst mogelijke bewegingsgevormdheid op basis van: seiryoku zenyo jita kyoei.
Er woedt in Nederland al redelijk lang een strijd tussen Busen en Kōdōkan: Busen is de stijl zoals die tot nu toe altijd in Nederland (en Europa) werd beoefend, terwijl Kōdōkan voor ons Europeanen dan de “nieuwe” stijl is zoals die uit Japan is komen overwaaien.
Voor worpen en technieken en dergelijke maakt het allemaal niet zo veel uit: er bestaan talloze variaties op technieken, en zeker als zwartebander leer je al snel om je niet alleen op, maar ook tussen de lijnen te bewegen. Duidelijker dan in het wedstrijdjudo zie je dat niet: je kunt een ōsotogari wel op een bepaalde manier aanleren, maar als je tegenstander net even verkeerd staat, zul je toch iets anders moeten doen om hem nog steeds met een soortgelijke techniek op de grond te krijgen. Zie daar: een ter plekke bedachte variatie die wél werkt.
Voor kata, de vaste demonstratievorm van judo, ligt dat echter totaal anders. De hele idee achter een kata, een vaste vorm, is namelijk dat de vorm vastligt, dat er één perfecte manier is om een bepaalde techniek uit te voeren in ideale omstandigheden. Het kata is een typisch Japans verschijnsel, dat je ook buiten de krijgskunst tegenkomt. Ook zaken als bloemschikken, kalligrafie en de theeceremonie verlopen volgens zeer vaste protocollen, die je nooit exact zult kunnen volgen, maar wel kunt proberen zo veel mogelijk te benaderen.
Ga je het dus over een variatie op een vaste vorm hebben, dan spreek je jezelf tegen en is er een nieuwe school geboren. Vandaar ook de strijd tussen de Busen-kata en de Kōdōkan-kata. Er kan maar één vorm ideaal zijn. Om erachter te komen welke kata de juiste kata is, zullen we onszelf een aantal vragen moeten stellen.
Allereerst is daar de hamvraag: waar is het protocol waarin de kata wordt beschreven? Voor de Kōdōkan kan die vraag eenvoudig worden beantwoord. Dat protocol is er en wordt gewoon verstrekt door de Kōdōkan zelf. Je kunt het bestellen op internet. Wellicht verandert dat protocol af en toe op basis van nieuwe inzichten, maar we weten waar we moeten zijn als we denken het beter te weten.
Voor het Busen ligt dat anders. De school waar de Busen-kata zogenaamd vandaan komt, de 大日本武徳会 Dai-Nippon Butokukai (De Vereniging voor Martiaalse Deugden van Groter Japan) is namelijk op last van generaal Douglas MacArthur in 1946 opgeheven, omdat de organisatie volgens hem te nationalistisch en militaristisch was. Er is in 1953 wel een vervolgorganisatie (http://www.dnbk.org/) opgericht, die echter zeer holistisch is en zich bij lange na niet alleen bezighoudt met judo.
We zullen dus moeten kijken naar de laatste kata die voor Busen is vastgelegd. Toevallig gebeurde dat in 1906 in een tijdsbestek van een week, door een commissie die onder leiding stond van… Jigorō Kanō, de oprichter van het judo en de Kōdōkan.
Deze commissie had twintig leden, waarvan zes leden uit de Kōdōkan. Deze zes leden waren tevens de enige leden met een judo-achtergrond. De andere veertien leden waren afkomstig van jiujiutsu-scholen.
De kata in kwestie was geen strikte judo-kata, maar een veel holistischere kata. Ze werd in 1908 gepubliceerd in het boekwerk 大日本武德會制定柔術形 (Dai Nippon Butokukai Seitei Jūjutsu-kata, ofwel “De jiujitsu-kata zoals vastgesteld door De Vereniging voor Martiaalse Deugden van Groter Japan”). Deze kata maakt nu deel uit van de huidige Kōdōkan-kata. Kortom: de Busen-kata was geen echte judo-kata, maar het deel dat betrekking had op judo is inmiddels wel opgegaan in de huidige Kōdōkan-kata (bron: 月刊武道 Gekkan Budō, juli 2006).
Dat de Butokukai trouwens een groot fan van Jigorō Kanō was, blijkt verder uit het feit dat Jigorō Kanō in 1905 van de Butokukai de titel hanshi kreeg toebedeeld (bron: 武道範士教士錬士名鑑 Budō Hanshi Kyōshi Renshi Meikan, pagina 163, de afdeling Tijdschriften van het hoofdkwartier van de Nippon Butokukai). En zoals gezegd: een jaar later werd Jigorō Kanō hoofd van de enige judokata-commissie die de Butokukai ooit heeft gehad. Mogen we dan stellen dat de Butokukai het volste vertrouwen had in de kata zoals Jigorō Kanō die opstelde?
De commissie die in 1906 de kata van de Butokukai opstelde. Jigoro Kano zit vooraan in het midden, met een grote stok.
Later zijn er nog talloze boeken over de Busen-kata uitgekomen. Niet in het Japans, maar wel in andere talen zoals het Nederlands. Maar als er al een bron voor deze boeken zou zijn, moet dat de hierboven genoemde jiujitsu-kata uit 1906 zijn. Al het andere is een verzinsel of een interpretatie, want na 1906 heeft de Busen-school niets meer aan de definitie van haar kata veranderd.
De namen van alle commissieleden. De naam van Jigoro Kano staat helemaal rechts, met de titel Honkai Hanshi (hanshi van deze organisatie).
Met het verdwijnen van de Butokukai is de Butokukai trouwens niet uitgestorven. Integendeel: de Butokukai is deels gewoon onder de vlag van de Kōdōkan doorgegaan. Op 23 en 24 november 1946 kwamen judoka van de toen al afgeschafte Butokukai, judoka van de Kōdōkan en judoka uit alle streken van Japan samen om de toekomstige koers van het judo te bepalen. In augustus 1947 werden de graden van de Butokukai ook binnen de Kōdōkan erkend (bron: All Japan Judo Federation, http://www.judo.or.jp/shiru/rekishi).
We kunnen dus stellen dat het judodeel van de Busen-kata op deze manier werd meegenomen en versmolten in de Kōdōkan. Binnen de ontstane Kōdōkan-kata (nage no kata, katame no kata, enzovoort) heeft elke kata weer een eigen geschiedenis.
Als we het nage no kata (waarvan de basis is bedacht in 1884) als voorbeeld nemen, is de huidige vorm in 1960 definitief vastgesteld door de Kōdōkan. Busen-mensen zullen wellicht aanvoeren dat de Busen-vorm van nage no kata toen volledig is verkracht, maar als je kijkt naar het soort wijzigingen dat destijds is doorgevoerd, heeft dat vooral met het schrappen/invoeren van worpen, en helemaal niets met het wijzigen van de uitvoering van de worpen zelf te maken (bron: https://ja.wikipedia.org/wiki/%E6%9F%94%E9%81%93%E5%BD%A2).
Kortom: als het Busen-kata een judo-kata is, zal niet één kata het oude Busen-kata dichter benaderen dan de Kōdōkan-kata. Alles wat daarvan afwijkt, is dus een verzinsel of een interpretatie. Waarmee je dus eigenlijk aangeeft dat je het beter weet dan de oprichter van het judo en de hoofdorganisatie van het judo zelf. Dat mág trouwens. Maar noem het dan geen Busen-kata. Noem het dan de Loek van Kooten-kata of iets dergelijks.
De omslag van de originele “Busen-kata”.
Foto’s van de kataguruma uit het originele kata-boek.
Gezien het feit dat de Kōdōkan binnen het judo als de 総本山 (sōhonzan = het hoofdkwartier) wordt gezien, plaats je jezelf op die manier ook volledig buiten de sport. In feite heb je dan een nieuwe sport (Loek van Kooten-do) bedacht, en daarmee eindigt de discussie.
Kort gesteld: er is maar één directe referentie naar een Busen-kata, en dat is een niet-judokata die is bedacht door een commissie waarvan 100% van de leden met een judoachtergrond afkomstig was uit de Kōdōkan; daarnaast stond de commissie onder leiding van het hoofd van de Kōdōkan en de oprichter van het judo. Wat binnen die kata betrekking had op judo, is onder leiding van dezelfde Kōdōkan, waarbinnen inmiddels ook judoka van de Butokukai hadden plaatsgenomen, opgenomen in de huidige Kōdōkan-kata. Er bestaat dus niet zoiets als een aparte Busen-kata. De Kōdōkan-kata ís de Busen-kata.
Maar als klap op de vuurpijl komt dan nog deze definitie van het woord jūdō-kata op de Japanse Wikipedia:
Jūdō no kata to wa, Nihonden Kōdōkan jūdō ni oite, kōgeki bōgyo no riai wo shūtoku suru tame ni okonawareru kata-keiko.
Judo-kata staat voor kata-training die binnen het Japanse Kōdōkan-judo wordt gegeven om inzicht te krijgen in aanval en verdediging.
Over Busen-kata wordt met geen woord gerept.
Als je met al deze informatie nog durft te pretenderen dat Busen-kata een toekomst heeft, plaats je jezelf in feite volledig buiten spel. Het woord Busen-kata is een contradictio in terminis. Het is vloeibaar ijs, koud vuur, een vierkante cirkel.
Het heeft mij als Busen-man pijn gedaan om tot dit inzicht te komen, maar op een gegeven moment moet je de feiten onder ogen zien: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.
Mijn grote dank gaat uit naar Richard de Bijl (8e dan) die mij naar dit inzicht heeft geleid, en Sebastiaan Fransen (5e dan) die mij de nodige aanwijzingen heeft gegeven om een en ander historisch te kunnen staven.
Een uitleg van Jigoro Kano over de kataguruma uit de “Busen-kata”, in het eerder genoemde kata-boek.
Addendum
Inmiddels komen er ook reacties uit het Busen-kamp, vooral via Facebook, waarin men dit verhaal niet met argumenten maar met persoonlijke aanvallen bestrijdt. Ik heb als shodan nog geen flauw benul van judo, moet nog heel veel leren, en zou daarom geen recht van spreken hebben.
Hoewel ik het jammer vind dat de zaak door sommigen ad hominem wordt gespeeld, hebben deze Budo-mensen deels gelijk: er zijn inderdaad talloze Busen-mensen die veel beter kunnen judoën dan ik. Met “kunnen judoën” heeft dit dan ook helemaal niets te maken. Ik kan dat niet genoeg benadrukken en wil mij in dat opzicht bijzonder nederig opstellen.
Dit verhaal gaat puur en alleen om de juiste uitvoering van de kata. Niet over wie er beter kan judoën. Een Busen-kata van een goede judoka zal er honderd, zo niet duizend keer beter uitzien dan mijn Kodokan-kata, simpelweg omdat ik op dat gebied nog weinig ervaring heb. Ik heb mezelf wat judo betreft altijd als een absolute prutser beschouwd, en het is een godswonder dat ik het ooit tot zwart heb geschopt. Dat we dat even in de juiste context plaatsen.
Als de conclusie van mijn verhaal mensen niet bevalt… dan moeten ze bij de Japanners zijn, niet bij mij. Ik geef alleen de boodschap door die door alle taalbarrières vaak niet goed wordt doorgegeven. Dit is wat de Japanners zelf schrijven – onder elkaar – als er geen Westerlingen naast zitten die ze misschien wel of niet voor het hoofd willen stoten.
Alle bronnen voor bovenstaand blog zijn vermeld. “Maar jij kunt niet judoën” is geen geldig argument waarmee je die bronnen kunt bestrijden. “Maar mijn leraar was heel beroemd en die zei iets anders” is ook geen geldig argument. Een geldig argument is een schriftelijke vermelding die terugvoert naar waar het allemaal begon. En in dit geval is die vermelding per definitie in het Japans opgesteld, want judo is nou eenmaal begonnen in Japan.
Dat is dan weer iets waar ik een rode band voor heb: de Japanse taal. En ik hoop dat we, door de kennis van judo-experts te combineren met mijn kennis over het Japans, tot betere inzichten kunnen komen die het judo als sport nog verder vooruit kunnen helpen. Want: kaizen. Het is nooit perfect, en het kan altijd nóg beter!
“Nederland nu echte fietsnatie dankzij toegenomen concurrentie”
Deze kop stond boven een artikel van Iwan Tol in de Volkskrant van 26 september. Het deed mij terugdenken aan de Wereldkampioenschappen Judo in Boedapest: geen goede prestaties en een ploeterende en foeterende Maarten Arens. Vooropgesteld: Maarten Arens treft geen blaam! De sterke achteruitgang van de prestaties is namelijk omgekeerd evenredig aan de kop van deze column.
Een kort historisch overzicht.
In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kende Nederland een aantal zeer sterke judoclubs met coaches die ‘er alles voor over hadden om een sterke club te hebben en om van elkaar te winnen’. Mahorokan met coach Koos Henneveld, Budokai Rijnmond met coach Chris de Korte, Sportschool Boersma met sensei Wim Boersma, Sport Instituut Ooms met coach Peter Ooms, Ken Am Ju met coach Cor van der Geest, Hikari met wisselende coaches, Judokwai Nijmegen met coach Cor van der Pool en Judo Ryu Nijmegen met ondergetekende als coach. En steeds waren er wel weer opkomende clubs die voor verrassingen zorgden. Naast haast onuitputtelijke energie staken de genoemde coaches ook nog eens veel geld in hun clubs om aan de gestelde doelen te voldoen. De nationale trainingen waren in die tijd additioneel aan de clubs en onder leiding van de bondscoach werden er ook vele internationale trainingsstages gemaakt. Met een zeer beperkt budget, maximaal 250.000 gulden (!) tezamen voor dames en heren, werden goede resultaten behaald op de internationale toernooien. Die resultaten werden behaald,
omdat er in de clubs heel veel inspanningen werden verricht en hindernissen werden overwonnen,
omdat de nationale trainingen additioneel waren,
omdat de clubs voortdurend in concurrentie met elkaar waren.
Onlangs mocht ik spreken met een van die ‘oude’ coaches; we dronken cappuccino (hij) en koffie (ik). Destijds hebben onze judoka veel onderlinge kampen uitgevochten, individueel en als team. Voor de wedstrijd keurden we elkaar geen blik waardig, de tribunes zaten afgeladen vol, verdeeld in verschillende kampen, de spanning was te snijden en een uur na de wedstrijd waren we ons alweer aan het voorbereiden op de volgende confrontatie. Ja er was vaak onrust in de gelederen van de JBN, maar er werd gepresteerd. (Onlangs sprak ik een CEO van een multinational, hij zei: “als er rust is in het bedrijf dan ben ik meteen alert”…..Ook sprak ik eens met een belangrijke man uit Zuid Nederland: “jou moeten we niet hebben in het bondsbestuur, want jij brengt onrust”.)
Nostalgie? In maart van dit jaar was ik te gast bij de judokampioenschappen van Tokyo in de Budokan hal; dezelfde sfeer daar als in de jaren van Henneveld, de Korte, Boersma, Ooms, van der Geest, van der Pool en Visser. Spanning, concentratie en vlijmscherpe concurrentie! Opvallend in Tokyo: Suzuki en Inue, nationale coaches, waren nu gewoon clubcoach voor Kokushikan daigaku en Tokai daigaku.
Rondom 2000 koos de Judo Bond Nederland voor een andere strategie en uiteindelijk bleven er twee clubs over Ken Am Ju (waar de heren werden gecentraliseerd) en Budokai Rijnmond (waar de dames werden gecentraliseerd). Onbewust, of zou het toch bewust zijn geweest, werd de concurrentie ‘weg georganiseerd’.
Even later toen de JBN, onder leiding van voorzitter Jos Hell, in zwaar financieel en organisatorisch weer terecht was gekomen is ‘de zaak verkocht’ aan het NOC*NSF en daardoor werd de concurrentie tussen de clubs volledig ‘vermoord’. (Zie een van mijn eerder hier verschenen columns.)
En nu is ‘Leiden in last’.
(Onlangs werd ik gevraagd om te pogen om een Japanse topjudoka van heden voor een stage naar Europa te halen. Zijn clubcoach, Sinshi Hosokawa van de Tenri Universiteit, bepaalde dat het niet ging plaatsvinden, ongeacht wat de Japanse Judo Bond ervan zou vinden. Dit geeft ook aan hoe Japan aan zeven gouden medailles komt in Boedapest: de zelfstandigheid van de clubs en de concurrentie tussen de clubs, hoofdzakelijk universiteiten en politie. Die concurrentie maakt het voor de Japanse nationale coaches alleen maar gemakkelijker en ook resultaatrijker. Daarbij komt ook nog dat de Japanse nationale coaches nauw samenwerken met de universiteit- en politieclubs.)
Jonge coaches zijn nu niet meer bereid om ‘alles te geven’, ook omdat zij in een zeer vroeg stadium de judoka, die zij hebben opgeleid, moeten afstaan aan Papendal. Naast de onvrede daarover is ook de concurrentie tussen de clubs teruggebracht naar ‘kinderniveau’ en daardoor verkeert het Nederlandse judo nu in dezelfde omstandigheden als het huidige voetbal. En evenals in voetbal zal er opnieuw moeten worden opgebouwd.
Kritiek is goed en oplossingen zijn beter. Dus een gedeelte van de oplossing:
NOC*NSF geef geld, zoals dat ook aan de KNWU is gegeven, (€ 490.000 voor de mannen en iets minder voor de vrouwen) en laat judoka zich onder leiding van hun coach, onder supervisie van Maarten Arens en Michael Bazinski, ontwikkelen.
Kies een JBN bestuur met verstand van zaken, dus ook met verstand van topjudo; geen bestuurders die alleen maar de rust bewaren.
Laat Maarten Arens en Michael Bazinski met nationale en internationale trainingen additioneel aan de clubs werken en laat hen ook het internationale coachwerk doen. Zij hebben de informatie, de kennis en de ervaring om zulks te doen.
Beide voornoemde nationale coaches zijn in staat om samenwerkingsverbanden op te zetten en uit te bouwen met de clubcoaches aan de top.
JBN organiseer veel nationale competities en laat de tijd terugkeren waarin de clubs, nu onder leiding van jonge coaches, elkaar tot op het bot beconcurreren.
JBN promoot judo als pedagogisch spel, zodat het ledenaantal sterk groeit; het moet dan wel judo zijn en geen ‘haasje over’ en ander soort recreatiespelletjes. Dit betekent dat de opleiding voor jeugdjudo leider, judoleraar A en B op de schop moet; technisch judo moet centraal staan in deze opleiding.
En voor de korte termijn kunnen positief ingestelde adviseurs, met veel kennis en ervaring, voor het bestuur en voor de heren Maarten Arens en Michael Bazinski als klankbord dienen.
Daar ik lange tijd niet meer in Nederland mocht werken, weet ik niet in hoeverre de nieuwe judocoaches nog gemotiveerd zijn om ‘alles te geven’. Als de wil om ‘alles te geven’ er nog is dan is er hoop. (Als men wil weten waar men hoop vandaan haalt, lees dan het boek HOOP van Roland van der Vorst, ISBN 9789046806876.)
Het zullen de nieuwe judocoaches moeten zijn, die hoop omzetten in nieuw leven in de Judo Bond Nederland.
Willem Visser www.willemvissercoaching.eu
JBN en Nihon Sport ondertekenen overeenkoms
Op donderdag 14 september zijn Judo Bond Nederland (JBN) en Nihon Sport een partnership aangegaan in de vorm van een leveranciersovereenkomst. Voor een periode van ruim drie jaar verzorgt Nihon Sport voor alle JBN coaches Adidas judogi. Daarnaast biedt Nihon Sport alle sporters in het programma van de JBN (NTC + RTC) de mogelijkheid om judopakken en –banden aan te schaffen tegen een mooie prijs.
Huub Stammes (algemeen directeur JBN) en Peter Wetzer (eigenaar Nihon Sport)
Nihon Sport is groothandel in en leverancier van vechtsportartikelen en wordt met deze samenwerking preferred supplier van het topjudo op het gebied van judogi. Hoewel de sporters vrij zijn om hun eigen merk judogi te kiezen, adviseert de JBN in eerste instantie de pakken van Adidas.
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen. Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring