Nihon Sport

De Busen-kata: een vierkante cirkel

Er woedt in Nederland al redelijk lang een strijd tussen Busen en Kōdōkan: Busen is de stijl zoals die tot nu toe altijd in Nederland (en Europa) werd beoefend, terwijl Kōdōkan voor ons Europeanen dan de “nieuwe” stijl is zoals die uit Japan is komen overwaaien.

 

Voor worpen en technieken en dergelijke maakt het allemaal niet zo veel uit: er bestaan talloze variaties op technieken, en zeker als zwartebander leer je al snel om je niet alleen op, maar ook tussen de lijnen te bewegen. Duidelijker dan in het wedstrijdjudo zie je dat niet: je kunt een ōsotogari wel op een bepaalde manier aanleren, maar als je tegenstander net even verkeerd staat, zul je toch iets anders moeten doen om hem nog steeds met een soortgelijke techniek op de grond te krijgen. Zie daar: een ter plekke bedachte variatie die wél werkt.

 

Ga je het dus over een variatie op een vaste vorm hebben, dan spreek je jezelf tegen en is er een nieuwe school geboren. Vandaar ook de strijd tussen de Busen-kata en de Kōdōkan-kata. Er kan maar één vorm ideaal zijn. Om erachter te komen welke kata de juiste kata is, zullen we onszelf een aantal vragen moeten stellen.

 

Allereerst is daar de hamvraag: waar is het protocol waarin de kata wordt beschreven? Voor de Kōdōkan kan die vraag eenvoudig worden beantwoord. Dat protocol is er en wordt gewoon verstrekt door de Kōdōkan zelf. Je kunt het bestellen op internet. Wellicht verandert dat protocol af en toe op basis van nieuwe inzichten, maar we weten waar we moeten zijn als we denken het beter te weten.

 

Voor het Busen ligt dat anders. De school waar de Busen-kata zogenaamd vandaan komt, de 大日本武徳会 Dai-Nippon Butokukai (De Vereniging voor Martiaalse Deugden van Groter Japan) is namelijk op last van generaal Douglas MacArthur in 1946 opgeheven, omdat de organisatie volgens hem te nationalistisch en militaristisch was. Er is in 1953 wel een vervolgorganisatie (http://www.dnbk.org/) opgericht, die echter zeer holistisch is en zich bij lange na niet alleen bezighoudt met judo.

 

 

Deze commissie had twintig leden, waarvan zes leden uit de Kōdōkan. Deze zes leden waren tevens de enige leden met een judo-achtergrond. De andere veertien leden waren afkomstig van jiujiutsu-scholen.

 

De kata in kwestie was geen strikte judo-kata, maar een veel holistischere kata. Ze werd in 1908 gepubliceerd in het boekwerk 大日本武德會制定柔術形 (Dai Nippon Butokukai Seitei Jūjutsu-kata, ofwel “De jiujitsu-kata zoals vastgesteld door De Vereniging voor Martiaalse Deugden van Groter Japan”). Deze kata maakt nu deel uit van de huidige Kōdōkan-kata. Kortom: de Busen-kata was geen echte judo-kata, maar het deel dat betrekking had op judo is inmiddels wel opgegaan in de huidige Kōdōkan-kata (bron: 月刊武道 Gekkan Budō, juli 2006).

 

Dat de Butokukai trouwens een groot fan van Jigorō Kanō was, blijkt verder uit het feit dat Jigorō Kanō in 1905 van de Butokukai de titel hanshi kreeg toebedeeld (bron: 武道範士教士錬士名鑑 Budō Hanshi Kyōshi Renshi Meikan, pagina 163, de afdeling Tijdschriften van het hoofdkwartier van de Nippon Butokukai). En zoals gezegd: een jaar later werd Jigorō Kanō hoofd van de enige judokata-commissie die de Butokukai ooit heeft gehad. Mogen we dan stellen dat de Butokukai het volste vertrouwen had in de kata zoals Jigorō Kanō die opstelde?

 

 

Later zijn er nog talloze boeken over de Busen-kata uitgekomen. Niet in het Japans, maar wel in andere talen zoals het Nederlands. Maar als er al een bron voor deze boeken zou zijn, moet dat de hierboven genoemde jiujitsu-kata uit 1906 zijn. Al het andere is een verzinsel of een interpretatie, want na 1906 heeft de Busen-school niets meer aan de definitie van haar kata veranderd.

 

De namen van alle commissieleden. De naam van Jigoro Kano staat helemaal rechts, met de titel Honkai Hanshi (hanshi van deze organisatie).

 

Met het verdwijnen van de Butokukai is de Butokukai trouwens niet uitgestorven. Integendeel: de Butokukai is deels gewoon onder de vlag van de Kōdōkan doorgegaan. Op 23 en 24 november 1946 kwamen judoka van de toen al afgeschafte Butokukai, judoka van de Kōdōkan en judoka uit alle streken van Japan samen om de toekomstige koers van het judo te bepalen. In augustus 1947 werden de graden van de Butokukai ook binnen de Kōdōkan erkend (bron: All Japan Judo Federation, http://www.judo.or.jp/shiru/rekishi).

 

We kunnen dus stellen dat het judodeel van de Busen-kata op deze manier werd meegenomen en versmolten in de Kōdōkan. Binnen de ontstane Kōdōkan-kata (nage no kata, katame no kata, enzovoort) heeft elke kata weer een eigen geschiedenis.

 

 

 

Kortom: als het Busen-kata een judo-kata is, zal niet één kata het oude Busen-kata dichter benaderen dan de Kōdōkan-kata. Alles wat daarvan afwijkt, is dus een verzinsel of een interpretatie. Waarmee je dus eigenlijk aangeeft dat je het beter weet dan de oprichter van het judo en de hoofdorganisatie van het judo zelf. Dat mág trouwens. Maar noem het dan geen Busen-kata. Noem het dan de Loek van Kooten-kata of iets dergelijks.

 

 

Gezien het feit dat de Kōdōkan binnen het judo als de 総本山 (sōhonzan = het hoofdkwartier) wordt gezien, plaats je jezelf op die manier ook volledig buiten de sport. In feite heb je dan een nieuwe sport (Loek van Kooten-do) bedacht, en daarmee eindigt de discussie.

 

Kort gesteld: er is maar één directe referentie naar een Busen-kata, en dat is een niet-judokata die is bedacht door een commissie waarvan 100% van de leden met een judoachtergrond afkomstig was uit de Kōdōkan; daarnaast stond de commissie onder leiding van het hoofd van de Kōdōkan en de oprichter van het judo. Wat binnen die kata betrekking had op judo, is onder leiding van dezelfde Kōdōkan, waarbinnen inmiddels ook judoka van de Butokukai hadden plaatsgenomen, opgenomen in de huidige Kōdōkan-kata. Er bestaat dus niet zoiets als een aparte Busen-kata. De Kōdōkan-kata ís de Busen-kata.

 

Maar als klap op de vuurpijl komt dan nog deze definitie van het woord jūdō-kata op de Japanse Wikipedia:

柔道の形(じゅうどうのかた)とは、日本伝講道館柔道において、攻撃防御の理合いを習得するために行われる形稽古。

Jūdō no kata to wa, Nihonden Kōdōkan jūdō ni oite, kōgeki bōgyo no riai wo shūtoku suru tame ni okonawareru kata-keiko.

Judo-kata staat voor kata-training die binnen het Japanse Kōdōkan-judo wordt gegeven om inzicht te krijgen in aanval en verdediging.

Over Busen-kata wordt met geen woord gerept.

Als je met al deze informatie nog durft te pretenderen dat Busen-kata een toekomst heeft, plaats je jezelf in feite volledig buiten spel. Het woord Busen-kata is een contradictio in terminis. Het is vloeibaar ijs, koud vuur, een vierkante cirkel.

Het heeft mij als Busen-man pijn gedaan om tot dit inzicht te komen, maar op een gegeven moment moet je de feiten onder ogen zien: beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald.

Mijn grote dank gaat uit naar Richard de Bijl (8e dan) die mij naar dit inzicht heeft geleid, en Sebastiaan Fransen (5e dan) die mij de nodige aanwijzingen heeft gegeven om een en ander historisch te kunnen staven.

 

Addendum

 

Inmiddels komen er ook reacties uit het Busen-kamp, vooral via Facebook, waarin men dit verhaal niet met argumenten maar met persoonlijke aanvallen bestrijdt. Ik heb als shodan nog geen flauw benul van judo, moet nog heel veel leren, en zou daarom geen recht van spreken hebben.

Hoewel ik het jammer vind dat de zaak door sommigen ad hominem wordt gespeeld, hebben deze Budo-mensen deels gelijk: er zijn inderdaad talloze Busen-mensen die veel beter kunnen judoën dan ik. Met “kunnen judoën” heeft dit dan ook helemaal niets te maken. Ik kan dat niet genoeg benadrukken en wil mij in dat opzicht bijzonder nederig opstellen.

Dit verhaal gaat puur en alleen om de juiste uitvoering van de kata. Niet over wie er beter kan judoën. Een Busen-kata van een goede judoka zal er honderd, zo niet duizend keer beter uitzien dan mijn Kodokan-kata, simpelweg omdat ik op dat gebied nog weinig ervaring heb. Ik heb mezelf wat judo betreft altijd als een absolute prutser beschouwd, en het is een godswonder dat ik het ooit tot zwart heb geschopt. Dat we dat even in de juiste context plaatsen.

Als de conclusie van  mijn verhaal mensen niet bevalt… dan moeten ze bij de Japanners zijn, niet bij mij. Ik geef alleen de boodschap door die door alle taalbarrières vaak niet goed wordt doorgegeven. Dit is wat de Japanners zelf schrijven – onder elkaar – als er geen Westerlingen naast zitten die ze misschien wel of niet voor het hoofd willen stoten.

Alle bronnen voor bovenstaand blog zijn vermeld. “Maar jij kunt niet judoën” is geen geldig argument waarmee je die bronnen kunt bestrijden. “Maar mijn leraar was heel beroemd en die zei iets anders” is ook geen geldig argument. Een geldig argument is een schriftelijke vermelding die terugvoert naar waar het allemaal begon. En in dit geval is die vermelding per definitie in het Japans opgesteld, want judo is nou eenmaal begonnen in Japan.

Dat is dan weer iets waar ik een rode band voor heb: de Japanse taal. En ik hoop dat we, door de kennis van judo-experts te combineren met mijn kennis over het Japans, tot betere inzichten kunnen komen die het judo als sport nog verder vooruit kunnen helpen. Want: kaizen. Het is nooit perfect, en het kan altijd nóg beter!

“Nederland nu echte fietsnatie dankzij toegenomen concurrentie”

Deze kop stond boven een artikel van Iwan Tol in de Volkskrant van 26 september.
Het deed mij terugdenken aan de Wereldkampioenschappen Judo in Boedapest: geen goede prestaties en een ploeterende en foeterende Maarten Arens.
Vooropgesteld: Maarten Arens treft geen blaam!
De sterke achteruitgang van de prestaties is namelijk omgekeerd evenredig aan de kop van deze column.

 

Een kort historisch overzicht.

 

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kende Nederland een aantal zeer sterke judoclubs met coaches die ‘er alles voor over hadden om een sterke club te hebben en om van elkaar te winnen’.
Mahorokan met coach Koos Henneveld, Budokai Rijnmond met coach Chris de Korte, Sportschool Boersma met sensei Wim Boersma, Sport Instituut Ooms met coach Peter Ooms, Ken Am Ju met coach Cor van der Geest, Hikari met wisselende coaches, Judokwai Nijmegen met coach Cor van der Pool en Judo Ryu Nijmegen met ondergetekende als coach. En steeds waren er wel weer opkomende clubs die voor verrassingen zorgden.
Naast haast onuitputtelijke energie staken de genoemde coaches ook nog eens veel geld in hun clubs om aan de gestelde doelen te voldoen.
De nationale trainingen waren in die tijd additioneel aan de clubs en onder leiding van de bondscoach werden er ook vele internationale trainingsstages gemaakt.
Met een zeer beperkt budget, maximaal 250.000 gulden (!) tezamen voor dames en heren, werden goede resultaten behaald op de internationale toernooien.
Die resultaten werden behaald,

  • omdat er in de clubs heel veel inspanningen werden verricht en hindernissen werden overwonnen,
  • omdat de nationale trainingen additioneel waren,
  • omdat de clubs voortdurend in concurrentie met elkaar waren.

Onlangs mocht ik spreken met een van die ‘oude’ coaches; we dronken cappuccino (hij) en koffie (ik). Destijds hebben onze judoka veel onderlinge kampen uitgevochten, individueel en als team. Voor de wedstrijd keurden we elkaar geen blik waardig, de tribunes zaten afgeladen vol, verdeeld in verschillende kampen, de spanning was te snijden en een uur na de wedstrijd waren we ons alweer aan het voorbereiden op de volgende confrontatie.
Ja er was vaak onrust in de gelederen van de JBN, maar er werd gepresteerd. (Onlangs sprak ik een CEO van een multinational, hij zei: “als er rust is in het bedrijf dan ben ik meteen alert”…..Ook sprak ik eens met een belangrijke man uit Zuid Nederland: “jou moeten we niet hebben in het bondsbestuur, want jij brengt onrust”.)

Nostalgie? In maart van dit jaar was ik te gast bij de judokampioenschappen van Tokyo in de Budokan hal; dezelfde sfeer daar als in de jaren van Henneveld, de Korte, Boersma, Ooms, van der Geest, van der Pool en Visser. Spanning, concentratie en vlijmscherpe concurrentie!
Opvallend in Tokyo: Suzuki en Inue, nationale coaches, waren nu gewoon clubcoach voor Kokushikan daigaku en Tokai daigaku.

Rondom 2000 koos de Judo Bond Nederland voor een andere strategie en uiteindelijk bleven er twee clubs over Ken Am Ju (waar de heren werden gecentraliseerd) en Budokai Rijnmond (waar de dames werden gecentraliseerd).
Onbewust, of zou het toch bewust zijn geweest, werd de concurrentie ‘weg georganiseerd’.

Even later toen de JBN, onder leiding van voorzitter Jos Hell, in zwaar financieel en organisatorisch weer terecht was gekomen is ‘de zaak verkocht’ aan het NOC*NSF en daardoor werd de concurrentie tussen de clubs volledig ‘vermoord’. (Zie een van mijn eerder hier verschenen columns.)

 

 

En nu is ‘Leiden in last’.

 

(Onlangs werd ik gevraagd om te pogen om een Japanse topjudoka van heden voor een stage naar Europa te halen. Zijn clubcoach, Sinshi Hosokawa van de Tenri Universiteit, bepaalde dat het niet ging plaatsvinden, ongeacht wat de Japanse Judo Bond ervan zou vinden. Dit geeft ook aan hoe Japan aan zeven gouden medailles komt in Boedapest: de zelfstandigheid van de clubs en de concurrentie tussen de clubs, hoofdzakelijk universiteiten en politie. Die concurrentie maakt het voor de Japanse nationale coaches alleen maar gemakkelijker en ook resultaatrijker. Daarbij komt ook nog dat de Japanse nationale coaches nauw samenwerken met de universiteit- en politieclubs.)

 

Jonge coaches zijn nu niet meer bereid om ‘alles te geven’, ook omdat zij in een zeer vroeg stadium de judoka, die zij hebben opgeleid, moeten afstaan aan Papendal.
Naast de onvrede daarover is ook de concurrentie tussen de clubs teruggebracht naar ‘kinderniveau’ en daardoor verkeert het Nederlandse judo nu in dezelfde omstandigheden als het huidige voetbal. En evenals in voetbal zal er opnieuw moeten worden opgebouwd.

 

Kritiek is goed en oplossingen zijn beter.
Dus een gedeelte van de oplossing:

  • NOC*NSF geef geld, zoals dat ook aan de KNWU is gegeven, (€ 490.000 voor de mannen en iets minder voor de vrouwen) en laat judoka zich onder leiding van hun coach, onder supervisie van Maarten Arens en Michael Bazinski, ontwikkelen.
  • Kies een JBN bestuur met verstand van zaken, dus ook met verstand van topjudo; geen bestuurders die alleen maar de rust bewaren.
  • Laat Maarten Arens en Michael Bazinski met nationale en internationale trainingen additioneel aan de clubs werken en laat hen ook het internationale coachwerk doen. Zij hebben de informatie, de kennis en de ervaring om zulks te doen.
  • Beide voornoemde nationale coaches zijn in staat om samenwerkingsverbanden op te zetten en uit te bouwen met de clubcoaches aan de top.
  • JBN organiseer veel nationale competities en laat de tijd terugkeren waarin de clubs, nu onder leiding van jonge coaches, elkaar tot op het bot beconcurreren.
  • JBN promoot judo als pedagogisch spel, zodat het ledenaantal sterk groeit; het moet dan wel judo zijn en geen ‘haasje over’ en ander soort recreatiespelletjes. Dit betekent dat de opleiding voor jeugdjudo leider, judoleraar A en B op de schop moet; technisch judo moet centraal staan in deze opleiding.
  • En voor de korte termijn kunnen positief ingestelde adviseurs, met veel kennis en ervaring, voor het bestuur en voor de heren Maarten Arens en Michael Bazinski als klankbord dienen.

Daar ik lange tijd niet meer in Nederland mocht werken, weet ik niet in hoeverre de nieuwe judocoaches nog gemotiveerd zijn om ‘alles te geven’. Als de wil om ‘alles te geven’ er nog is dan is er hoop. (Als men wil weten waar men hoop vandaan haalt, lees dan het boek HOOP van Roland van der Vorst, ISBN 9789046806876.)

Het zullen de nieuwe judocoaches moeten zijn, die hoop omzetten in nieuw leven in de Judo Bond Nederland.

Willem Visser
www.willemvissercoaching.eu

JBN en Nihon Sport ondertekenen overeenkoms

Op donderdag 14 september zijn Judo Bond Nederland (JBN) en Nihon Sport een partnership aangegaan in de vorm van een leveranciersovereenkomst. Voor een periode van ruim drie jaar verzorgt Nihon Sport voor alle JBN coaches Adidas judogi. Daarnaast biedt Nihon Sport alle sporters in het programma van de JBN (NTC + RTC) de mogelijkheid om judopakken en –banden aan te schaffen tegen een mooie prijs.


Huub Stammes (algemeen directeur JBN) en Peter Wetzer (eigenaar Nihon Sport)

Nihon Sport is groothandel in en leverancier van vechtsportartikelen en wordt met deze samenwerking preferred supplier van het topjudo op het gebied van judogi. Hoewel de sporters vrij zijn om hun eigen merk judogi te kiezen, adviseert de JBN in eerste instantie de pakken van Adidas.

Klik hier voor meer informatie over Nihon Sport.

Fotoverslag NKT Judo Eindhoven 9 september 2017

 

Zaterdag jl. was het NKT in het Indor Sportcentrum van Eindhoven. Foto’s zeggen mer dan woorden.

Vind HIER een uitgebreid fotoverslage.

Fotoverslag NK judo voor teams (senioren)

 

 

Klik op onderstaande foto voor een uitgebreid verslag

 

In memoriam Bart Coumans

Met ontsteltenis hebben we kennis genomen van het overlijden van Bart Coumans. We kennen Bart als een gepassioneerd judoka en medewerker van de dopingautoriteit.

Bart was sinds afgelopen jaar ook betrokken bij deze Blogpagina en wilde met regelmaat bijdragen leveren om sporters te informeren.

Wij wensen zijn vrouw, familie, vrienden en collega’s ontzettend veel sterkte met het verlies van Bart.

Peter Wetzer

 

Bron: http://www.dopingautoriteit.nl

 

 

In memoriam Bart Coumans

13 juni 2017

Op 12 juni is onze collega Bart Coumans overleden. Bart stierf thuis aan de gevolgen van een hartstilstand. Dit is voor ons een volledig onverwachte, onwerkelijke en onbegrijpelijke gebeurtenis.

afbeelding bij In memoriam Bart Coumans

Bart was altijd het toonbeeld van sportiviteit. Zijn voornaamste passie lag bij het judo, waar hij de derde dan had behaald. Met veel enthousiasme trainde hij zelf en was hij betrokken bij het geven van cursussen. Daarnaast deed hij aan crossfit, liep hij hard en fietste graag.

Ook in zijn werk, als hoofd van de afdeling preventie, was hij altijd buitengewoon betrokken. Hij nam deel aan vele nationale en internationale werkgroepen en was lid van het ‘Education Committee’ van het Wereld Anti-Doping Agentschap en van de ‘Advisory Group on Education’ van de Raad van Europa. In Nederland was hij stuurgroep-lid van het Onderzoeksprogramma Sport en voorzitter van de pijler ‘Presteren’. Hij was een graag geziene gast op (inter)nationale congressen, symposia en vergaderingen.

Zijn overlijden is een grote slag voor zowel zijn collega’s van de Dopingautoriteit als alle andere nationale en internationale collega’s. Bart heeft heel veel voor ons vak betekend, en wij kunnen ons het werk niet voorstellen zonder hem.

Bovenal mist de wereld met het overlijden van Bart een buitengewoon aimabele man. Wij zullen zijn lach, zijn grappen en zijn grote betrokkenheid en professionaliteit enorm missen. Wij wensen zijn vrouw Annie, zijn familie en zijn vrienden veel sterkte met het verwerken van dit onnoemelijke verlies.

Fotoverslag Groot Nederlands Studentenkampioenschap Judo

 

 

Klik op bovenstaande foto voor het fotoverslag

Brandstapel

Gastblog door de heer Willem Visser

 

Brandstapel

“ Respect voor het individu is de basis voor een goed functionerend nationaal team “.

Juul Franssen behaalde als individueel judoka een grote overwinning. Een overwinning op hen die een brandstapel voor haar hadden opgeworpen.
Juul heeft, volledig terecht gewonnen, en velen zullen daar van gaan profiteren.
Ja ‘profiteren’, want Juul heeft alleen de kastanjes uit het vuur gehaald, omdat anderen kennelijk zodanig geïntimideerd werden, dat zij zich verborgen hielden in de spelonken van Papendal.
De rechter gaf de bouwers van de brandstapel, Hell en Bonnes, nog vier weken de tijd om dit achterlijk, middeleeuws en wreed moordmiddel, uit de tijd van Jeanne d’Arc en Richelieu, af te breken. (Overigens heeft Calvijn, gepijnigd door vreselijke aambeienpijn ook heel wat onschuldige mensen op de brandstapel geslingerd.)
Gedwongen door het NOC en volledig verstoken van lef en eigen kracht bleef de brandstapel staan en de dreiging dat deze ‘hel’ zou gaan branden bleef nog vier weken bestaan.
(Onlangs profileerde een directeur van de JBN zich door enige frasen van een managementboek te citeren; hij had beter door kunnen lezen tot de hoofdstukken ‘Conflicthantering’, ‘Conflictproces’ en ‘Conflicthanteringsmodel’!)
Gelukkig is het recht niet in handen van Hell, Bonnes, van die man die halve managementboeken leest of andere dictatoriale bestuursleden van JBN en NOC.
De rechter verbood dus het ontsteken van de brandstapel, waarop Juul, als mogelijk Jeanne d’Arc van de JBN en als angstaanjagend voorbeeld voor anderen, al was vastgebonden.
De rechter bepaalde, dat de rechten van de individuele judoka (en dus ook andere atleten) gerespecteerd dienden te worden. (Respect is overigens een van de kernwaarden in judo.)
De uitspraak van de rechter heeft gevolgen:

  • Juul Franssen kan zich met haar eigen begeleidingsteam gaan voorbereiden op haar terugkeer op de internationale wedstrijdmat, met hopelijk goede resultaten en uiteindelijk kwalificatie voor de Olympische Spelen in Tokio.
  • Andere judoka, ook zij die zich in de spelonken van Papendal verborgen hielden, kunnen zich door de inzet en het doorzettingsvermogen van Juul, individueel en naar eigen inzicht voorbereiden op de grote internationale wedstrijden.
  • Andere atleten, anders dan judoka, kunnen op basis van de uitspraak van de rechter, hun persoonlijke voorbereiding op internationale wedstrijden bijstellen of volledig veranderen.
  • Judoclubs kunnen en zullen weer gemotiveerd zijn om de opleiding en ontwikkeling van topjudoka serieus ter hand te nemen, ook omdat zij niet per definitie judoka ‘moeten afstaan’ of ‘verliezen’ aan de JBN.
  • Clubcoaches verkrijgen weer ‘de eerste relatie’ met de topjudoka van hun club en zullen daardoor geïnspireerd worden en zich gewaardeerd voelen.
  • Judoka weten nu ook, dat zij bijvoorbeeld in geval van blessure of terugval in resultaat, gebruik kunnen maken van de ‘warmte’ van hun eigen club.
  • De JBN zal faciliterend moeten zijn voor de judoka.
  • De JBN zal die facilitering op het hoogste niveau moeten brengen, zodanig dat de topjudoka het als onontbeerlijk en strikt noodzakelijk ervaren in de persoonlijke ontwikkeling als topjudoka en het behalen van resultaat. In dit geval is verplichting van deelname aan de nationale trainingen overbodig.

Niemand heeft in dit artikel gelezen, dat gezamenlijk trainen op het hoogste niveau (dat zou de nationale training moeten zijn) niet noodzakelijk en prestatie bevorderend zou zijn.

  • De JBN zal ruimte moeten geven voor ‘individuele projecten’ en de bondscoach zal deze projecten als een programmamanager (dat staat overigens ook beschreven in dat managementboek) de projecten moeten leiden.

 

Maar…….

 

  • Zal Juul Franssen, na al deze onwezenlijke inspanningen en overwinnen van door de JBN opgeworpen hindernissen, herstellen (en op tijd herstellen) om optimaal kunnen presteren op het WK in Boedapest, eind augustus/begin september?
    En gaat de JBN zich verontschuldigen en haar extra ondersteunen?
    Het lijkt mij heel goed!
  • En blijven dat bestuur en die technisch directeur nu op dat pluche plakken, met 1e klas reistickets en hotels op Europese- en Wereldkampioenschappen, en op Olympische Spelen?
    Of neemt de bondsraad een voorbeeld aan het moedige gedrag van Juul Franssen en stuurt ze bestuur en technisch directeur, zonder eervolle vermelding of vetleren medaille, onmiddellijk naar huis?
    Het lijkt mij heel goed!
    Maar ja, ook die bondsraadsleden hebben weggekeken toen de brandstapel werd
    Opgeworpen, moeten de hand in eigen boezem steken en zullen ook wel verstoken
    zijn van lef en kracht om de noodzakelijke drastische maatregelen te nemen.
  • Nationale coaches moeten nu ook antwoord geven op de vraag of zij instaat en bereid zijn om optimaal faciliterend voor topjudoka kunnen werken. Ook zullen zij de competenties moeten hebben om te bouwen aan ‘facilitering op het hoogste niveau’ en dat kan ook betekenen, dat er opnieuw selectie moet plaatsvinden……

 

Kortom

 

  • Mooie tijden breken aan; het is lente en dus tijd voor de grote schoonmaak. Maar ja, wie gaat dat doen. Het is als het schoonmaken van een vies zwembad: ‘degene die de stop eruit trekt verdwijnt meestal als eerst in het afvalputje”. De oplossing van het probleem staat ook weer beschreven in dat managementboek: een interim manager, die snel en doeltreffend reorganiseert. Een judoka met ervaring en opleiding in dit soort zaken is Anthony Wurth; hij zou gevraagd kunnen worden. Ja bondsraadsleden ‘gevraagd’ (desnoods op blote knieën), want maar weinig judoka, met de juiste competenties, staan te trappelen om deze schoonmaak uit te voeren.
  • De nationale training zal naar het hoogste niveau moeten worden gebracht, zodat topjudoka er de noodzaak van inzien.
    De sfeer binnen die nationale training zal een functionele en op prestatiegerichte moeten zijn, zonder dat de invloed van een club of stroming bepalend is.
    Judoka moeten vertrouwen hebben in de nationale coaches (waarbij het opwerpen van brandstapels, van wat voor vorm dan ook, onmogelijk moet zijn).
  • Juul Franssen moet per onmiddellijk benoemd worden tot lid van verdiensten van de JBN, want zij heeft op eigen kracht, met inzet van haar gehele persoon, met niet aflatende dynamiek zorg gedragen voor de strikt noodzakelijk innovatie.
    Het is, volledig van harte, te hopen dat Juul geweldige resultaten gaat behalen, zodat ze na de Olympische Spelen in Tokio toch tevreden kan terugkijken naar haar judocarrière!

 

Sérandon 170516
Willem Visser
Naschrift
In dit artikel werd het woord ‘managementboek’ gebruikt; er wordt niet speciaal één boek bedoeld en over het algemeen is het geen opwindende literatuur.
Wel is het aan te raden om ‘Mind over Muscle’ te lezen, ook te verkrijgen in een uitstekende vertaling van Mitesco.
Het boek beschrijft onder meer ‘waardig strijden’ waarover hieronder een kort artikel.

 

 

 

 

Waardig strijden

Strijd wordt een waardige strijd als iedereen altijd het beste doel voor ogen heeft (“het ware, het goede en het schone”), als alle geestelijke en lichamelijke energie gebruikt wordt om het doel te bereiken en als iedereen zijn eigen balans en harmonie volkomen realiseert en daarmee de samenleving dient.
Waardig strijden betekent dat je jezelf beweegt op het hoogste niveau en het hoogste niveau is de vervolmaking van je eigen persoon met als hoogste doel de perfectie van de samenleving.
In Japan kent men het principe seiryoku zenyo jita kyoei (alle energie efficiënt inzetten voor het algemeen welzijn) en als men leeft volgens dit principe dan is men voortdurend en bewust doende met het ontwikkelen van alle individuele vaardigheden zoals doelgerichtheid, deugdzaamheid, wilskracht, moed en meegaandheid (toegeeflijkheid) die worden ingezet voor het algemeen belang.
Jita kyoei (algemeen welzijn) kan worden gezien als het principe van evenwicht van de samenleving.
Seiryoku zenyo is de voeding

Waardig strijden.
Het meest effectieve gebruik van je mentale en fysieke energie, kan op alle aspecten van het leven worden toegepast. Men moet daarom goed kijken hoe men het principe kan toepassen op alles in het leven en men moet er ook naar gaan leven.
Intellectueel gezien moet in al ons strijden eerst worden vastgesteld wat het doel is dat we voor ogen hebben; voorzichtigheid, observatie, kracht om te overwegen, oordeel- en voorstellingsvermogen kunnen door het ontwikkelen en volgen van het principe worden aangewend. Als er geen helder doel is dan kan het principe niet in de praktijk worden gebracht.
In moreel opzicht zal er voorafgaand aan de strijd eerst verstandelijk moeten worden vastgesteld wat goed en kwaad is. Maar alleen kennis hebben van goed en kwaad is niet voldoende. Het getraind zijn in het goede willen en het kwade niet willen is een onderdeel van morele ontwikkeling. De wil en de gewoontes om goed te handelen worden door het toepassen van de principes getraind en voortdurend ontwikkeld. De training van goede gewoontes (rituelen) versterkt het goed handelen. De beste bedoelingen om het kwade te verwerpen kunnen mislukken als men niet de gewoonte heeft om zo te handelen.
Uit sociaal oogpunt hoeft er maar een persoon in een groep te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben en het toepassen van het principe is niet meer mogelijk. Daarom moet zelfzucht worden vermeden en men moet handelen op basis van wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Op die manier ontstaat harmonie en worden conflicten vermeden of op een natuurlijke wijze opgelost. Totale balans is een staat van zijn, die door het trainen van de principes, wordt getraind en wordt ontwikkeld.
Toepassing van het principe seryoku zenyo jita kyoei kan ook bij sociale interactie. Woede, kwaadheid en haat vreten energie evenals teleurstelling, grieven en ruzies. Dit zijn dus geen gemoedstoestanden die in overeenstemming zijn met het principe. Het principe kan fundamenteel zijn bij het oplossen van allerlei, vooral morele, kwesties. De energie van woede en kwaadheid kan beter gebruikt worden om te bezien wat goed is en om voort te gaan op de weg.
Jezelf ieder dag leiden overeenkomstig het principe maakt het individu en de samenleving tot een harmonische eenheid. Eis daarom veel van jezelf en wees mild voor anderen
“Als seiryoku zenyo en jita kyoei worden gerealiseerd, dan zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan. En als leden van de samenleving kan iedereen bereiken waarop men hoopt.” (Professor Jigoro Kano (1860-1938) minister van onderwijs en cultuur en stichter van het Kodokan Judo.)

(Doorgever: willem visser. Bronnen: “Mind over Muscle” en “Jigoro Kano and the Kodokan, an innovative response to modernisation”.)

Fysiotherapie onmisbaar

Bron: InFysio (http://magazine.infysio.nl/)

Interview judoka Henk Grol & meerkampster Nadine Broersen

Topsporters belasten hun lichaam zwaar. Wat betekent dat voor eventuele blessures en welke rol speelt fysiotherapie daarbij? We spreken eerst met top­atlete en meerkampster Nadine Broersen en daarna met judoka Henk Grol over de rol van fysiotherapie rondom trainingen en wedstrijden.

Binnen de meerkamp worden alle onderdelen gedaan. Er ontstaan veel verschillende blessures. Nadine: “Ik zie veel achillespeesblessures, maar daar heb ik gelukkig nog geen last van. Wel al eens een scheurtje in mijn hamstrings opgelopen en drie weken voor een EK mijn mediale enkelbanden ingescheurd.

Trainingshardheid

“Ik heb van nature de neiging om te lang door te gaan. Omdat we veel trainen met een grote omvang ga je niet bij elk pijntje direct stoppen. Je bouwt natuurlijk door de jaren heen ook wel een bepaalde trainingshardheid op. Vroeger ging ik soms echt te lang door, maar nu – met meerdere jaren ervaring – weet ik steeds beter wanneer ik op tijd moet ingrijpen. Mijn coach speelt daarbij een redelijk grote rol. De coach kan altijd ingrijpen of natuurlijk de training stoppen.”

Allemaal een andere visie

De fysiotherapeut wisselt nogal eens bij de bond. Op Papendal is er via het SMCP (SportMedisch Centrum Papendal) een fysiotherapeut beschikbaar. Naar het buitenland gaat weer een andere fysiotherapeut mee. Nadine reageert: “Ik heb 5 verschillende fysiotherapeuten gezien in de afgelopen 8 jaar.”
Het lijkt voordelig als je één fysiotherapeut hebt die overal bij is. “Toch is dat niet altijd zo”, nuanceert Nadine. “Een andere fysiotherapeut heeft toch weer een ander inzicht, ze hebben allemaal een verschillende visie, soms reageer ik goed op een alternatieve aanpak.” Nadine reageert ook goed op de manueel therapeut. “Ik laat 1 keer per maand de manueel therapeut alles bekijken en recht zetten, indien dat nodig is. Maar soms als de manueel therapeut mee gaat naar een toernooi wordt er weleens 4 keer wat recht gezet in 2 weken. Dat is voor mij weer niet goed, ik heb dan het gevoel dat mijn lichaam het niet meer zelf kan oplossen.’’

Goed overleg

Nadine is veranderd van coach waardoor ze nu niet meer fulltime in Papendal verblijft. ‘’Ik heb gemerkt dat een eigen team om je heen eigenlijk het ideale plaatje is. Dat is het voordeel van de trainingskampen. Je hebt dan gedurende het kamp het gehele team om je heen, vaak is er dan ook nog een sportarts beschikbaar. In de dagen dat ik niet op Papendal zit, moet ik veel meer zelf regelen, ook met betrekking tot de fysiotherapeuten. Ik vind het erg fijn dat de betrokken fysiotherapeuten bereid zijn goed met elkaar, met de sportarts en mijn coach te overleggen.’’

Voor Nadine was de fysiotherapeut aanvankelijk niet in beeld. Nadine: “Ik kwam in 2009, op 18-jarige leeftijd, bij de nationale selectie. Ik was daarvoor nog nooit naar een fysiotherapeut geweest. Maar wat ik inmiddels wel heb geleerd en ervaren is dat voor mijn topsportcarrière als meerkampster fysiotherapie echt onmisbaar is.’’

Judo doet altijd pijn

“Rugklachten, knieklachten, liesklachten, schouderproblemen, spierblessures, gebroken teen en duim, AC-luxatie, sternum- en polsfactuur, ach welke blessure heb ik nog niet gehad”, antwoordt Henk op de vraag naar zijn blessureverleden. “Weet je wat het is, topjudo en blessures horen bij elkaar. Judo doet altijd pijn. Judo is vechten en daar hoort ‘lijden’ gewoon bij.”

Rode vlek

De fysiotherapeut is voor veel judoka’s onmisbaar, maar ook vaak een rode vlek. Natuurlijk zegt de fysio vaak dat de sporter rust moet nemen, maar dat kan gewoon niet altijd. ‘’Of er wordt een scan geadviseerd, maar wat heb ik daaraan?’’ vult Henk aan. ‘’Ik heb er vaak niets aan. Het is een continue strijd van wat nog wel en niet verantwoord is én ik luister slecht.’’

Slecht luisteren

Dat ‘slecht luisteren’ is niet altijd een positieve eigenschap. ‘’Ik ben met serieuze klachten en vele waarschuwingen gewoon ook te lang doorgegaan. Vooral de laatste 7- 8 jaar heb ik vaak toch te veel risico’s genomen. Wordt er een rusttijd van 6 weken geadviseerd, ben ik na 2 weken toch weer zo onrustig dat ik alweer aan de trainingen begin. Sommige blessures zijn daardoor veel langzamer hersteld en heb ik een veel lagere hersteltijd gehad. Slecht luisteren komt ook door mijn eigen interne druk van ‘het moeten’.

De combinatie van slecht luisteren en steeds moeten heeft me heeft veel gebracht, maar daardoor heb ik die gewilde Wereldtitels en Olympische titel gemist. Ik heb dat losgelaten. Ik heb nu veel meer plezier in het judoën. Dat is heerlijk.’’
Henk heeft via Matrix Fitness de beschikking over een eigen Gym of zoals ze zelf noemen: Henk’s IJzerwinkel. Daar doet hij zijn krachttrainingen en/of hersteltrainingen tijdens revalidatieperioden.  Via de topsportpolis heeft hij onbeperkte vergoedingen voor fysiotherapie. De fysiotherapeut speelt bij Henk geen rol in de krachttraining of zoals Henk zegt: “Daar heeft de fysio geen verstand van.”

Papendal

Henk zit nu fulltime op Papendal en heeft daarmee ook gemakkelijk toegang tot SportMedisch Centrum Papendal (SMCP). Dat is voor Henk belangrijk want zoals hij zelf zegt: “Topsport zonder fysiotherapie is niet te doen.” Hij geeft een speciale pluim aan zijn huidige fysiotherapeute Cynthia Bos. ‘’Zij is echt heel goed. Dry Needling werkt ontzettend goed. Zij ‘prikt’ perfect en ze kan heel goed tapen. Cynthia gaat ook mee naar toernooien waar ze heel goed omgaat met de wedstrijdspanning, de pijntjes en de rol van de fysiotherapeut.’’
Het fulltime verblijf op Papendal bevalt prima, maar Henk is wel kritisch. ‘’Vooral voor jonge judoka’s is Papendal in mijn optiek misschien een te luxe situatie. Judo is ook vechten en ‘lijden’ hoort daarbij.

Als je alles zo goed faciliteert en bij elke pijntje naar de sportmedische begeleiding stapt dan kun je de pijn niet meer zo goed verdragen. Terwijl pijn gewoon bij de judosport hoort.’’

Nadenken over een leven na topsport… Wat nu?

Door Esther Stam; topjudoka en deelnemer Olympische Spelen Rio2016

Focus, 15 jaar lang! Voor topsport is focus belangrijk en judo stond altijd op de eerste plaats.. Wat heeft topsport mij eigenlijk gebracht? Wat heb ik gemist? Iets waar ik de laatste tijd vaker over nadenk.

 

Topsport was en is mijn leven. Het bracht mij in situaties die ik nooit voor mogelijk heb gehouden. Wie had ooit kunnen bedenken dat ik als Georgische op de bergtoppen van Bakuriani (in Georgië) zou trainen? En dat ik mij daar als enige vrouw staande moest houden in een herenteam? Alles voor dat ultieme doel waar ik me op bleef focussen. En wie had gedacht dat ik via deze weg mijn droom verwezenlijkte en in Rio de Olympische mat mocht betreden?

 

Ik heb daardoor competenties ontwikkeld waar ik de rest van mijn leven profijt van heb. Maar nu ik langzamerhand naar het einde van mijn carrière ga, geeft mij dit ook een flinke uitdaging. Want wie ben ik eigenlijk zonder topsport? Wat kan ik en belangrijker nog: Wat wil ik? Waar ga ik me de komende jaren op focussen?

 

Een simpele google opdracht doet mij al snel beseffen, dat dit een veelbesproken en actueel thema is. Er komt een aantal artikelen langs over depressiviteit van gestopte topsporters. Het welbekende zwarte gat. Een artikel wat de spijker op zijn kop slaat, is van Claire Hanna, een (ex-) Canadese volleybalster:

https://mygameplan.ca/the-athlete-transition-struggling-with-identity-after-sport/

 

Maar is de struggle die Claire beschrijft nodig? Of kun je jezelf voorbereiden op de stap na je topsportcarrière? Vergeleken met haar heb ik een grote voorsprong. Ik heb naast mijn sport mijn studie communicatiewetenschappen kunnen afronden en jaren bij ING gewerkt. De start is er dus al. Ik ben bijgestaan door een carrièrecoach, loop mee bij organisaties, zoals @Fanbased, en praat met veel mensen uit het bedrijfsleven. En dan volgt hopelijk een nieuwe focus; mijn maatschappelijke carrière! Maar eerst nog even judoën…

 

www.fanbased.foundation

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring