Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo
Ja, u ziet het goed, dit is de titel van dit artikel; er zijn namelijk geen woorden die kunnen omschrijven wat er zich momenteel in de Judo Bond Nederland afspeelt.
Toch zal ik hier de politieke chaos analyseren.
Het bestuur is direct of indirect ‘weggestuurd’ door de bondsraadsleden, twee bestuursleden bleven achter om ‘om op de failliete winkel te passen’. Ondertussen kropen de bondsraadsleden weer in hun modderige onwelriekende loopgraven om elkaar en belanghebbenden, onder andere NOC*NSF, te beschieten met mondelinge of schriftelijke teksten.
De aanleiding was dit keer het mogelijk wijzigen van een deel van de uitvoering van het topsportbeleid en het niet invoeren van een verplichte VOG voor officials van de JBN.
Uit eerdere artikelen die ik schreef, moge blijken dat ik voor een JBN ben met eigen kracht, eigen identiteit en vol van dynamiek, innovatie en creativiteit. De twee eerst genoemde onderdelen, eigen kracht en eigen identiteit, houden in dat niet het NOC*NSF bepaalt wat en hoe het beleid en de uitvoering daarvan moet zijn; de JBN, en met name het bestuur, bepaalt dat zelf.
Daarvoor kunnen we teruggaan naar het ontstaan van de georganiseerde sport. Voor Judo ging dat zoals bij vrijwel andere sporten. Judoka verenigen zich in verenigingen, verenigingen vormen regio’s en vanuit de regio’s ontstaan judobonden, die later tot één bond worden gesmeed. (Zie mijn volgend artikel over de geschiedenis van het Nederlandse Judo.)
Tal van sportbonden zijn op min of meer dezelfde manier ontstaan en alle sportbonden hadden en hebben tot doel om ‘dienstbaar’ te zijn aan de sportbeoefenaren.
Op deze manier ontstond ook het NSF en het NSF had als doel om ‘dienstbaar’ te zijn aan de verschillende sportbonden. Het NOC was in eerste instantie bedoeld om ‘dienstbaar’ te zijn aan sportbonden die deel wilde nemen aan de Olympische Spelen.
Later zijn NOC en NSF samengevoegd, naar ik aanneem, om ‘dienstbaar’ te zijn aan de sportbonden.
In dit artikel is de ontstaansgeschiedenis van sportbonden uiterst summier omschreven om te benadrukken, dat bonden en ‘bondsofficials’ er uitsluitend zijn om dienstbaar te zijn aan de sportbeoefenaren! (Dus Maurits Hendriks moet dienstbaar zijn aan Joeri van Gelder……. en het komt helaas veel vaker voor dat ‘bondsofficials’ de dienstbaarheid aan de sporters vergeten, veronachtzamen of zelfs bewust vernietigen, voornamelijk om hun ego te laten ‘schitteren’.)
Toch zijn er bij het NOC*NSF officials de van een dusdanig hoog niveau zijn dat zij het zich kunnen veroorloven om, met ondersteuning van een grote deskundige, een brief te schrijven naar de bondsraadsleden; een brief die bol staat van kritiek op de structuur van de JBN (op basis van het bestuursrecht) en de daaruit voortvloeiende controle en uitvoering van het beleid. De bondsraadsleden ‘dichten’ zichzelf taken en verantwoordelijkheden toe, ingegeven door macht. Helaas is dit niet te verwoorden in ‘dichterlijke taal’, echter uitsluitend in:
Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo
Al in de tijd van Frans Hoogendijk, de beste voorzitter die de JBN ooit heeft gehad 1988-1996, beschoten de bondsraadsleden uit hun modderige en niet welriekende loopgraven het bestuur en vooral Frans Hoogendijk. Na bijna acht jaar beschoten te zijn heeft Frans Hoogendijk in april 1996 ‘het loodje gelegd’ en het Nederlandse Judo Team moest in bestuurlijke chaos gaan deelnemen aan de Olympische Spelen. Dit mag nooit meer voorkomen, simpelweg omdat dit de ‘dienstbaarheid’ aan de judoka absoluut en bepaald niet ten goede komt; ik ben ervan overtuigd dat die chaos tenminste één judo-medaille heeft gekost!








