Nihon Sport

Toshihiko Koga (1967 – 2021)

De judolegende Toshihiko Koga is op slechts 53-jarige leeftijd overleden. Hij was voor vele judoka een groot voorbeeld met zijn traditionele doch inventieve manier van judo. De manier van vastpakken (kumi-kata) waarbij hij bijvoorbeeld worpen met één hand aan de mouw maakte of twee handen aan één revers. Zijn fantastische worpen, zoals ko-uchi-makikomi en sode-tsurikomi-goshi.

 

Lees HIER verder

Veiligheid door Perfectie

In 1977 verscheen er een boek van de hand van Anton Geesink met de titel “Veiligheid door Perfectie”.
Op de voorpagina Anton Geesink die, in een blauwe judogi, een migi uchi mata uitvoert, die door Leo de Vries, in een gele judogi, wordt geblokkeerd op een manier die vele judoka van nu niet kennen en ook tai sabaki is duidelijk zichtbaar!
Gelukkig is van het experiment met gekleurde judogi alleen blauw overgebleven, want er was al genoeg ‘lawaai en bonte kermis’ in de ontwikkeling van Judo.

In dit artikel gebruik ik de titel van het boek, niet omdat er nu een boekbespreking volgt, maar omdat ‘Veiligheid door Perfectie’ een uitstekende oneliner is van Anton Geesink die in deze tijd, 2020, nog zeer wel van kracht is.
(Overigens zijn er nog wel meer oneliners van Anton Geesink, zoals: “Je mag een eigen mening hebben, maar deze moet wel dezelfde zijn als die van mij, Anton Geesink”; een mening bevindt zich vaak midden op de lijn tussen onwetendheid en kennis…..
Een andere, altijd zeer goed te gebruiken, oneliner en helaas ook in onbruik geraakt is:
“If you want to be a champion, you have to look like a champion” een gezegde van Anton Geesink die zelfs als inspiratie-afbeelding in de Kokushikan Universiteit hangt; de Kokushikan die onder andere de Olympische Kampioenen Saitoh, Ucheshiba en Suzuki heeft opgeleid. Overigens staat er in het zicht van de dojo een boom, die daar door Anton Geesink is gepland en die nu letterlijk is uitgegroeid tot een groot symbool……)

‘Veiligheid door perfectie’ impliceert, terecht, dat imperfectie tot onveiligheid kan leiden. Onveiligheid kan dus de oorzaak zijn van een blessure.
Perfectie is een garantie voor veiligheid!

In een vorig artikel heb ik geschreven over ‘Hazumi & Ikioi’, over ‘essentie & hulpmiddelen’. De essentie in judo is techniek en de hulpmiddelen zijn vormen van kracht en uithoudingsvermogen. Zonder al teveel het vorige artikel opnieuw te herhalen is het hier wel noodzakelijk om nog eens te stellen, dat de hulpmiddelen de essentie nooit mogen overschaduwen, omdat Judo dan onherkenbaar wordt en vooral omdat Judo daarvoor niet ontwikkeld is. Of men nu spreekt over Judo als pedagogisch spel, als sport, als Olympische sport of als beweging-culturele activiteit, altijd moet Judo doordrongen blijven van de specifieke, unieke en grote waarden, die zo kenmerkend zijn voor Judo.
Perfectie houdt in Judo in, dat techniek en beweging optimaal, geconditioneerd naar Judo, moeten worden ontwikkeld. Dat geldt niet alleen voor aanvalstechiek, maar ook verdedigingstechniek.

Het internationale wedstrijdreglement heeft bijvoorbeeld kani basami en waki gatame vanuit staande positie om veiligheidsredenen verboden.
(Overigens is het aan de kennis en verantwoordelijkheid van de scheidsrechter om over waki gatame uit staande positie te oordelen en daarin worden, ook internationaal, grove fouten gemaakt.)
In het benoemen van de essentie van Judo maak ik onderscheid in techniek en beweging; niet te scheiden en wel te onderscheiden. Beiden verdienen aandacht om nader beschreven te worden.
In mijn boek ‘Kodokan Go Kyo no Waza’ beschrijf ik werptechnieken, ik geef een fundamentele voorbereidende beweging bij iedere worp aan en de biomechanica wordt middels een tekening verklaard. (Naast die fundamentele voorbereidende bewegingen zijn er andere voorbereidende bewegingen mogelijk!)
In de totaalopleiding van een judoka hoort dus ook de specifieke houdings- en bewegingsvorming voor Judo, zoals shizen tai, jigo tai, kumi kata, tai sabaki, shintai, kuzushi, tsukuri.
Volledige beheersing van shizen tai, jigo tai, kumi kata, tai sabaki, shintai, kuzushi, tsukuri en het perfect kunnen uitvoeren van nage waza en ne waza geven stabiliteit aan de judoka. Het overmatig aandacht besteden aan kumi kata en geen aandacht besteden aan shizen tai, jigo tai, tai sabaki, en shintai, en weinig aandacht besteden nage waza en ne waza is een grote tekortkoming in judo-onderwijs en judotraining!
(In het boek « le judo, évolution de la compétition » van Patrick Vial, Daniel Roche en Claude Fradet wordt kumi kata beschreven op pagina 15 t/m 53. ISBN 2-7114-0748-9)

In een totaalopleiding wordt de judoka zodanig ontwikkeld, dat deze in staat is om ‘geconditioneerd’ te ageren in en te reageren op iedere situatie. Er moet een automatische balans zijn en er is niet de minste onvolkomenheid mogelijk; snel en adequaat inspelen op steeds wisselende situaties, veelal beperkt door tijd en ruimte; meester blijven over de situatie.
Perfecte techniek-uitvoering alleen is niet voldoende; ook houding en beweging moeten perfect zijn, zowel in aanvallend als in verdedigend opzicht.
Voor een perfecte judo-techniek, voor een perfecte judo-houding en voor een perfecte judo-beweging, voor die ontwikkeling is de leraar/coach verantwoordelijk; vooral de leraar die de basisvorming heeft onderwezen, getraind en geleid.

Dat betekent dus dat de leraren die de basisvorming ‘doen’ zeer deskundige leraren moeten zijn. Judo is een ongekend gecompliceerde bewegingsvorm en ook de intelligentie van de leraar speelt een grote rol in dezen, omdat de basis van biomechanica, dynamica en logica ‘geprojecteerd’ moet worden op het individu, het individu dat altijd verschillend is.
(In de opleiding van leraren hoofdzakelijk bezig zijn met ‘zitvoetbal’, ‘haasje over’ en ‘kindertjes kata’ leidt niet tot de deskundigheid die vereist is om judoka perfect op te leiden.)

Als een judoka geblesseerd raakt, dan moet de leraar of coach zich verantwoordelijk voelen voor de basisvorming; techniek, houding, beweging. Ook als een judoka een wedstrijd verliest moet de leraar of coach zich verantwoordelijk voelen, ook in het geval van mentale tekortkomingen van de judoka!

Een judoka die verliest of geblesseerd raakt vanwege een omissie in de basisvorming mag daarvoor de leraar, die de basisvorming geleid heeft, verantwoordelijk achten. Evenzo goed als dat men de krachttrainer of conditietrainer, die verkeerd periodiseert, verantwoordelijk mag achten.
Als een judoka zwaar geblesseerd raakt tegen het einde van het Olympisch kwalificatie traject, bijvoorbeeld door onjuist bewegen (niet geconditioneerd judo-bewegen) dan is niet hij of zij, maar de leraar en/of de coach verantwoordelijk.

En bovenstaande leidt tot de gevolgtrekking, dat de verantwoordelijken voor opleidingsprogramma’s niet meer kracht, maar meer intelligentie in de opleidingsprogramma’s moeten brengen.

Hoe hoger het niveau van judo-beoefening is, des te specifieker, diepgaander en individueler de begeleiding moet zijn.

Met dank aan mijn leraren: sensei J. Vanderhorst (zeven jaar de basisleraar van Anton Geesink), sensei Wim Cobben en sensei Ichiro Abe.

200227
Willem Visser
8e dan Judo IJF

De Judo Bond Nederland, een levende organisatie

Zelfs op grote afstand lees of hoor ik over de ontwikkelingen van de JBN.
Natuurlijk ben ik, al 60 jaar lid van de JBN, nog steeds belangstellend en het is verontrustend om te vernemen, dat het niet goed gaat met de JBN.

Te vaak zie ik in het digitale JBN blad oproepen om leden op te geven of acties om leden te werven.
Ook las ik onlangs een ‘adviesrapport’ van een 70+ club, waarin ook, tussen de regels door, zorg werd uitgesproken over de kwaliteit van de JBN en het ‘adviesrapport’ was ook geschreven om 70+ers als lid van de JBN te behouden. (Dit moet wat mij betreft los worden gezien van het uiterst opmerkelijke middel dat 70+ adviseert; ook lijkt het mij obsessief als iedere verongelijkte groepering binnen de JBN meteen een legitieme status krijgt van adviesorgaan voor gevraagd en ongevraagd advies aan bestuur of portefeuillehouder breedtesport.)

Naast de twee bovenstaande voorbeelden speelt nog steeds ‘het gedwongen loskoppelen van zeer goed presterende tandems van judoka en coach’ met de daarmede gepaard gaande vernedering van hard aan de weg timmerende coaches en clubs. Overigens is dit loskoppelen ook in strijd met de uitspraak van Pieter van den Hoogenband, die onlangs in een Tv-programma juist de samenwerking tussen coach en topsporter propageerde en roemde.

Deze en andere informatie inspireerde mij om het onderstaande artikel te schrijven ter overweging voor allen die participeren in een organisatie, voor leidinggevenden in een organisatie en natuurlijk vooral bedoeld voor het JBN-bestuur en voor hen die het JBN-bestuur kiezen en controleren.

 

De JBN behoort een levende organisatie te zijn.

Dynamiek en innovatie zijn onderdelen die horen bij het begrip “levende organisatie” en dynamiek en innovatie moeten dus ook vast verbonden zijn aan de JBN.
(Het vaststellen van de eigen identiteit en het verwerven van eigen kracht gaan vooraf aan de onderdelen dynamiek en innovatie. Hier ga ik nu niet op in, ook omdat ik hierover al eens heb geschreven.)

Een levende organisatie overleeft alleen als men in staat is om zich aan te passen aan en in te spelen op de voortdurende veranderingen in de wereld om zich heen, zowel persoonlijk, in de eigen (comfort)zone of werksector als wel in het grote geheel.
Men moet dus voeling en binding houden met de wereld om zich heen.
Een levende organisatie is een voortdurend lerende organisatie.

Levende, lerende organisaties hebben, in een steeds veranderende en complexe wereld, meer kans op overleven, meer kans op ontwikkeling.
Succes komt tegenwoordig neer op het mobiliseren van zoveel mogelijk van de kennis die een organisatie ter beschikking staat. Die kennis wordt van binnenuit en van buitenaf gegenereerd, getolereerd zelfs. Daarvoor moet ruimte en vrijheid worden gecreëerd; ruimte is immers essentieel voor een kennisintensieve organisatie en vrijheid is een bron voor creativiteit.
De JBN moet het vermogen om de kansen in de eigen omgeving, intern en extern, benutten om verder te verbeteren.
Alle professionals van de JBN moeten het vermogen bezitten om te bewegen en dat bewegen moet gericht zijn op ontwikkeling; vooral als geheel bewegen in plaats van zich in geïsoleerde territoria op te houden en zichzelf achter grenzen te verschansen.

(Het is wellicht goed om het begrip professional te plaatsen tegenover het begrip vrijwilliger. De JBN kent professionals, de leraren/coaches, en vrijwilligers. Het is ‘vreemd’ dat de JBN wordt geleid door de vrijwilligers; het is ‘ongewenst’ dat de JBN wordt geleid door vrijwilligers omdat, oneerbiedig gezegd, de ‘hulpmiddelen’ de ‘essentie’ overschaduwd! Ook hier ga ik nu niet verder op in, omdat ik in vorige artikelen ook al heb geschreven over professionals versus vrijwilligers en over essentie en hulpmiddelen. Het zal duidelijk zijn dat ik het zeer betreurenswaardig vindt, dat de JBN niet wordt geleid door de professionals van de JBN. Hier in Frankrijk wordt de bond geleid door judo-leraren en
daarom is de FFJ zo’n grote en in vele opzichten, (eigen identiteit/eigen kracht), sterke judobond. Dit is ook kritiek op de professionals binnen de JBN en ik hoor hen roepen “en waar was jij dan?”; welnu, in 2013 en in 2016 heb ik me gemeld voor het voorzitterschap en onder leiding van voorzitter en later interim voorzitter van de Hel ben ik in de doofpot gestopt, waar ik juist voor mijn crematie, zie YouTube, uit ben bevrijd…..)

Bestuursleden moeten het individuele potentieel benutten om nieuwe gedragspatronen -nieuwe vaardigheden- te ontdekken en te implementeren.
Directe communicatie, in plaats van passief en gelaten afwachten, is het middel om een vaardigheid van een individu in te zetten en ook over te brengen op de gehele gemeenschap.

Het woord dynamiek is in dit artikel gebruikt. Dynamiek kan niet louter en alleen gedefinieerd worden als het verrichten van inspanningen. Daarmee doet men het begrip dynamiek tekort, want voor gepassioneerde professionals is het leveren van inspanningen niet moeilijk. Dynamiek wordt echt dynamiek als er nog een component aan toe wordt gevoegd, namelijk: het overwinnen van hindernissen.
Werken op het niveau van manager, directie en bestuur bestaat hoofdzakelijk uit het voorkomen en wegnemen van hindernissen. Daarvoor moet men voortdurend bewegen, moet men voortdurend leren, voortdurend zoeken naar nieuwe gedragspatronen en deze inbrengen.

Het woord innovatie is ook genoemd. Onder innovatie kan worden verstaan dat men steeds weer vorm moet geven aan steeds weer nieuwe signalen en steeds weer nieuwe gebeurtenissen. Als men daarin slaagt, dan is men innovatief.
Om innovatief te zijn is creativiteit nodig.
Vroeger werd nog wel eens het woord proactief gebruikt. Dat woord heb ik persoonlijk afgeschaft, omdat pro-activiteit een achterhaald begrip is en omdat het steeds weer wordt ingehaald. Pro-activiteit kan beter vervangen worden door creativiteit.
Creativiteit brengt mensen in beweging en beweging is een kenmerkend teken van leven. Creativiteit kan ook de JBN in beweging brengen en kan de JBN tot een levende organisatie maken.
Een levende JBN heeft de toekomst, ook als er hindernissen overwonnen moeten worden.
Een levende JBN wordt niet alleen gekenmerkt door waarden en rationele zaken; een levende JBN wordt ook gekenmerkt door de beleving van de mensen, mensen die verbonden zijn met de JBN.
Die beleving genereert creativiteit en de verbondenheid zet aan tot ongekend bewegen.

Kortom, eigen identiteit, eigen kracht, dynamiek, innovatie en creativiteit zijn vijf bouwstenen waarmee men een moderne organisatie, een moderne JBN opbouwt. En ook bij renovatie zijn deze vijf onderdelen leidend.

Een levend JBN-bestuur zal inspirerend, voorbeeld stellend en stimulerend moeten zijn voor de gehele organisatie.
De noodzaak tot synergie en een bewuste bijdrage leveren aan het grote geheel is een belangrijke taak voor de nabije toekomst.

200205
Willem Visser
8e dan Judo IJF

Yordi van Lieshout wint regionale “Jan Wetzer Stimuleringsprijs”

Bertie Wetzer overhandigt Yordi van Lieshout een adidas judopak

Helmond, – De Lieropse judoka Yordi van Lieshout heeft de regionale Jeugdstimuleringsprijs toegekend gekregen; een van de 3 prijzen die jaarlijks vergeven wordt vanuit de “Jan Wetzer Stimuleringsprijs”.

“Hij is een judoka die ervoor gaat ook in moeilijke tijden. Dan blijft hij vasthouden aan zijn sport en haalt daar het plezier uit. De sport judo vindt hij zo leuk dat hij zelfs een opleiding gezocht heeft die dichtbij de sportschool ligt. Dit om maar te blijven groeien in het judo.”

Deze motivatie sprak juryvoorzitter Bertie Wetzer aan. “Yordi heeft een erg moeilijk jaar achter de rug maar de liefde voor de sport helpt hem er doorheen.”

Yordi komt uit een echte judofamilie. Vader John van Lieshout en moeder Claudia van Lieshout – Moors wonnen tal van nationale en internationale judotitels. Zusje Joanne is een van Nederlands grootste judotalenten en wint momenteel alles wat er te winnen valt in haar leeftijdsklasse. Maar ook oom Peter en tante Jessica hebben tal van judotitels op hun naam staan.

Yordi’s oudere broer Youri was ook judoka maar stierf afgelopen jaar op 17-jarige leeftijd na een kort maar heftig ziekbed. Vorige maand overleed ook opa Joseph van Lieshout die al tientallen jaren zijn zonen John en Peter en later zijn kleinkinderen supporterde vanaf de tribune.

Yordi hoopt volgend schooljaar de overstap te kunnen maken naar het Joriscollege in Eindhoven; een LOOT-school die het mogelijk maakt wedstrijdsport te combineren met school. Yordi traint, net als zijn zusje Joanne, bij Essink Sportcentrum in Eindhoven.

Bertie Wetzer overhandigde Yordi afgelopen week alvast een wedstrijd judopak van adidas. Yordi krijgt een Stimuleringsprijs van in totaal 500 euro aan sportkleding en accessoires die hij zelf mag uitzoeken op www.nihonsport.nl

Komende weken worden de landelijke Stimuleringsprijs voor een jeugdsporter (-16) en de Verenigingsprijs nog uitgereikt. De winnaars zijn al geïnformeerd.

In memoriam Bart Coumans

Met ontsteltenis hebben we kennis genomen van het overlijden van Bart Coumans. We kennen Bart als een gepassioneerd judoka en medewerker van de dopingautoriteit.

Bart was sinds afgelopen jaar ook betrokken bij deze Blogpagina en wilde met regelmaat bijdragen leveren om sporters te informeren.

Wij wensen zijn vrouw, familie, vrienden en collega’s ontzettend veel sterkte met het verlies van Bart.

Peter Wetzer

 

Bron: http://www.dopingautoriteit.nl

 

 

In memoriam Bart Coumans

13 juni 2017

Op 12 juni is onze collega Bart Coumans overleden. Bart stierf thuis aan de gevolgen van een hartstilstand. Dit is voor ons een volledig onverwachte, onwerkelijke en onbegrijpelijke gebeurtenis.

afbeelding bij In memoriam Bart Coumans

Bart was altijd het toonbeeld van sportiviteit. Zijn voornaamste passie lag bij het judo, waar hij de derde dan had behaald. Met veel enthousiasme trainde hij zelf en was hij betrokken bij het geven van cursussen. Daarnaast deed hij aan crossfit, liep hij hard en fietste graag.

Ook in zijn werk, als hoofd van de afdeling preventie, was hij altijd buitengewoon betrokken. Hij nam deel aan vele nationale en internationale werkgroepen en was lid van het ‘Education Committee’ van het Wereld Anti-Doping Agentschap en van de ‘Advisory Group on Education’ van de Raad van Europa. In Nederland was hij stuurgroep-lid van het Onderzoeksprogramma Sport en voorzitter van de pijler ‘Presteren’. Hij was een graag geziene gast op (inter)nationale congressen, symposia en vergaderingen.

Zijn overlijden is een grote slag voor zowel zijn collega’s van de Dopingautoriteit als alle andere nationale en internationale collega’s. Bart heeft heel veel voor ons vak betekend, en wij kunnen ons het werk niet voorstellen zonder hem.

Bovenal mist de wereld met het overlijden van Bart een buitengewoon aimabele man. Wij zullen zijn lach, zijn grappen en zijn grote betrokkenheid en professionaliteit enorm missen. Wij wensen zijn vrouw Annie, zijn familie en zijn vrienden veel sterkte met het verwerken van dit onnoemelijke verlies.

Fysiotherapie onmisbaar

Bron: InFysio (http://magazine.infysio.nl/)

Interview judoka Henk Grol & meerkampster Nadine Broersen

Topsporters belasten hun lichaam zwaar. Wat betekent dat voor eventuele blessures en welke rol speelt fysiotherapie daarbij? We spreken eerst met top­atlete en meerkampster Nadine Broersen en daarna met judoka Henk Grol over de rol van fysiotherapie rondom trainingen en wedstrijden.

Binnen de meerkamp worden alle onderdelen gedaan. Er ontstaan veel verschillende blessures. Nadine: “Ik zie veel achillespeesblessures, maar daar heb ik gelukkig nog geen last van. Wel al eens een scheurtje in mijn hamstrings opgelopen en drie weken voor een EK mijn mediale enkelbanden ingescheurd.

Trainingshardheid

“Ik heb van nature de neiging om te lang door te gaan. Omdat we veel trainen met een grote omvang ga je niet bij elk pijntje direct stoppen. Je bouwt natuurlijk door de jaren heen ook wel een bepaalde trainingshardheid op. Vroeger ging ik soms echt te lang door, maar nu – met meerdere jaren ervaring – weet ik steeds beter wanneer ik op tijd moet ingrijpen. Mijn coach speelt daarbij een redelijk grote rol. De coach kan altijd ingrijpen of natuurlijk de training stoppen.”

Allemaal een andere visie

De fysiotherapeut wisselt nogal eens bij de bond. Op Papendal is er via het SMCP (SportMedisch Centrum Papendal) een fysiotherapeut beschikbaar. Naar het buitenland gaat weer een andere fysiotherapeut mee. Nadine reageert: “Ik heb 5 verschillende fysiotherapeuten gezien in de afgelopen 8 jaar.”
Het lijkt voordelig als je één fysiotherapeut hebt die overal bij is. “Toch is dat niet altijd zo”, nuanceert Nadine. “Een andere fysiotherapeut heeft toch weer een ander inzicht, ze hebben allemaal een verschillende visie, soms reageer ik goed op een alternatieve aanpak.” Nadine reageert ook goed op de manueel therapeut. “Ik laat 1 keer per maand de manueel therapeut alles bekijken en recht zetten, indien dat nodig is. Maar soms als de manueel therapeut mee gaat naar een toernooi wordt er weleens 4 keer wat recht gezet in 2 weken. Dat is voor mij weer niet goed, ik heb dan het gevoel dat mijn lichaam het niet meer zelf kan oplossen.’’

Goed overleg

Nadine is veranderd van coach waardoor ze nu niet meer fulltime in Papendal verblijft. ‘’Ik heb gemerkt dat een eigen team om je heen eigenlijk het ideale plaatje is. Dat is het voordeel van de trainingskampen. Je hebt dan gedurende het kamp het gehele team om je heen, vaak is er dan ook nog een sportarts beschikbaar. In de dagen dat ik niet op Papendal zit, moet ik veel meer zelf regelen, ook met betrekking tot de fysiotherapeuten. Ik vind het erg fijn dat de betrokken fysiotherapeuten bereid zijn goed met elkaar, met de sportarts en mijn coach te overleggen.’’

Voor Nadine was de fysiotherapeut aanvankelijk niet in beeld. Nadine: “Ik kwam in 2009, op 18-jarige leeftijd, bij de nationale selectie. Ik was daarvoor nog nooit naar een fysiotherapeut geweest. Maar wat ik inmiddels wel heb geleerd en ervaren is dat voor mijn topsportcarrière als meerkampster fysiotherapie echt onmisbaar is.’’

Judo doet altijd pijn

“Rugklachten, knieklachten, liesklachten, schouderproblemen, spierblessures, gebroken teen en duim, AC-luxatie, sternum- en polsfactuur, ach welke blessure heb ik nog niet gehad”, antwoordt Henk op de vraag naar zijn blessureverleden. “Weet je wat het is, topjudo en blessures horen bij elkaar. Judo doet altijd pijn. Judo is vechten en daar hoort ‘lijden’ gewoon bij.”

Rode vlek

De fysiotherapeut is voor veel judoka’s onmisbaar, maar ook vaak een rode vlek. Natuurlijk zegt de fysio vaak dat de sporter rust moet nemen, maar dat kan gewoon niet altijd. ‘’Of er wordt een scan geadviseerd, maar wat heb ik daaraan?’’ vult Henk aan. ‘’Ik heb er vaak niets aan. Het is een continue strijd van wat nog wel en niet verantwoord is én ik luister slecht.’’

Slecht luisteren

Dat ‘slecht luisteren’ is niet altijd een positieve eigenschap. ‘’Ik ben met serieuze klachten en vele waarschuwingen gewoon ook te lang doorgegaan. Vooral de laatste 7- 8 jaar heb ik vaak toch te veel risico’s genomen. Wordt er een rusttijd van 6 weken geadviseerd, ben ik na 2 weken toch weer zo onrustig dat ik alweer aan de trainingen begin. Sommige blessures zijn daardoor veel langzamer hersteld en heb ik een veel lagere hersteltijd gehad. Slecht luisteren komt ook door mijn eigen interne druk van ‘het moeten’.

De combinatie van slecht luisteren en steeds moeten heeft me heeft veel gebracht, maar daardoor heb ik die gewilde Wereldtitels en Olympische titel gemist. Ik heb dat losgelaten. Ik heb nu veel meer plezier in het judoën. Dat is heerlijk.’’
Henk heeft via Matrix Fitness de beschikking over een eigen Gym of zoals ze zelf noemen: Henk’s IJzerwinkel. Daar doet hij zijn krachttrainingen en/of hersteltrainingen tijdens revalidatieperioden.  Via de topsportpolis heeft hij onbeperkte vergoedingen voor fysiotherapie. De fysiotherapeut speelt bij Henk geen rol in de krachttraining of zoals Henk zegt: “Daar heeft de fysio geen verstand van.”

Papendal

Henk zit nu fulltime op Papendal en heeft daarmee ook gemakkelijk toegang tot SportMedisch Centrum Papendal (SMCP). Dat is voor Henk belangrijk want zoals hij zelf zegt: “Topsport zonder fysiotherapie is niet te doen.” Hij geeft een speciale pluim aan zijn huidige fysiotherapeute Cynthia Bos. ‘’Zij is echt heel goed. Dry Needling werkt ontzettend goed. Zij ‘prikt’ perfect en ze kan heel goed tapen. Cynthia gaat ook mee naar toernooien waar ze heel goed omgaat met de wedstrijdspanning, de pijntjes en de rol van de fysiotherapeut.’’
Het fulltime verblijf op Papendal bevalt prima, maar Henk is wel kritisch. ‘’Vooral voor jonge judoka’s is Papendal in mijn optiek misschien een te luxe situatie. Judo is ook vechten en ‘lijden’ hoort daarbij.

Als je alles zo goed faciliteert en bij elke pijntje naar de sportmedische begeleiding stapt dan kun je de pijn niet meer zo goed verdragen. Terwijl pijn gewoon bij de judosport hoort.’’

Blog Willem Visser: Leven en bewegen

Leven en bewegen

 


Wederom is de bondsraad van de JBN er niet in geslaagd om een nieuwe voorzitter te werven en aan te stellen. De interim voorzitter gaat dus gewoon weer door en wel op de oude weg, dus weer negatief in het nieuws.
Deze slechte (reputatie)toestand van de JBN blijft voortduren zolang als er geen uiterst deskundig bestuur komt.
Het NOC heeft bekend gemaakt dat de JBN nog steeds heel veel geld krijgt, ondanks de slechte resultaten in Rio. Er wordt in de media bij vermeld, dat men ook veel geld geeft, omdat de JBN gevolg heeft gegeven aan het bevel van het NOC om op Papendal te gaan trainen.
Het NOC heeft de JBN gekocht en het bestuur (Jos Hell) heeft de JBN verkocht en topjudoka dreigen daar nu de dupe van te worden!
Dat kon gebeuren, omdat de JBN nagenoeg failliet was en daardoor volledig afhankelijk van financiële steun van NOC. (NOC, een mogelijkheid voor oud hockeyers om een bestuurlijke carrière te maken.)

 

Het NOC is ook al reeds betrokken bij het hervormen van en inhoud geven aan de JBN opleidingen, terwijl er veel deskundigen binnen de JBN zijn!
De afhankelijkheid van het NOC is veroorzaakt door het bestuur, die de JBN aan de rand van de afgrond bracht en wel op allerlei gebied: technische nivellering, onderdrukking van clubs en judoka, financieel wanbeleid enzovoorts en het NOC grijpt de kans om de lakens uit te delen.
Een deskundig en onafhankelijk bestuur is dus, zo spoedig mogelijk, zeer gewenst en noodzakelijk; het werven van een goede voorzitter is de hoogste prioriteit!
Maar alsjeblieft geen man met een ‘lege pijp’, geen man die alleen maar ‘de boel bij elkaar wil houden’ (verbindend), geen man die via de positie van bondsvoorzitter ‘politieke carrière wil maken’ en geen man ‘met het vuur van een opgebrande, geknakte, lucifer’.
De nieuwe voorzitter moet een vrouwelijke of mannelijke judoka zijn, die met virtù en vlammend enthousiasme de JBN weer naar de wereldtop brengt.
En…het is heel aanvaardbaar en normaal, dat geschikte kandidaten voor het voorzitterschap worden gevraagd i.p.v. het werven via een sollicitatieprocedure. De laatste sollicitatieprocedure leverde één sollicitant op, waaruit ook blijkt dat de bondsraad van de JBN zich niet al te hooghartig kan opstellen.
De bondsraad kan een commissie aanstellen, die geschikte kandidaten gaat vragen of men interesse heeft om voorzitter van de JBN te worden. In die commissie kan de huidige voorzitter a.i. natuurlijk geen plaats hebben, ook al omdat de vorige voorzitter, door hem aangedragen, al na twee jaar en zonder afscheid is vertrokken. Die commissie kan en mag ook niet door het NOC worden gevormd, want de kans dat er een hockeyer aan het roer komt is dan veel te groot!

 

 


(Mevrouw Connie Eli moest vertrekken als algemeen directeur van de JBN. Dit keer werd, haast sneller dan het licht, een nieuwe directeur aangesteld.
Er schijnt een kudde rondtrekkende sportbonddirecteuren te zijn, die onder supervisie van opperherder Maurits Hendriks, steeds van plek verwisselen. Van Ommeren, voorheen zwembond, Kaufman, voorheen atletiekbond, Fledderus, voorheen NOC en nu al weer weg bij de schaatsbond(!), en nu dan Stammes, voorheen wielrenbond, schaatsbond en wandelbond.
Waarom toch geen judoka met ambitie en goede competenties? Waarom geen kans gegeven aan Benny van den Broek?
Neen, er moest iemand uit dat rondtrekkende circus van sportbonddirecteuren komen, iemand uit die kudde van Maurits Hendriks, die overigens zelf niet schuwt om een zwart schaap zijn Olympische droom te ontnemen, die Olympische topsporters hun, nu in deze tijd zeer noodzakelijke, internationale verbroederingsfeest niet gunt en die nu direct of indirect judoka de kans ontneemt om zich verder te ontwikkelen !
Overigens krijg ik het Spaans benauwd als ik de introductie van de nieuwe bondsbureau directeur lees: “ De judobond is een sterk merk met onderscheidende merkwaarden….” en “het tot stand brengen van verandering in complexe, politieke, omgevingen….” en “ Het enthousiasme en de gedrevenheid om het beste uit mensen te willen halen, werkt heel verbindend”)
Dat nieuwe bestuur, onder leiding van een judoka als inspirerende voorzitter, zal het (weer) verkrijgen van onafhankelijkheid als eerste doelstelling moeten hebben.
Natuurlijk was vroeger niet alles beter. Er is echter een tijd geweest dat de Judo Bond Nederland:
– sponsors had;
– geen geldgebrek had;
– ongeveer 60.000 leden had, een garantie voor financiële onafhankelijkheid;
– een klein en hardwerkend bondsbureau had;
– door het bestuur zakelijk en functioneel werd geleid (zonder gezwets uit www. managementboek.nl );
– een goede samenwerking had met het NOC, zonder ondergeschikt of afhankelijk te zijn;
– de clubs en ook de relatie met de judoka respecteerde;
– geen geld verloren liet gaan aan het financieren van meereizende clubcoaches en bestuursleden;
– zeer drukbezochte applicatiecursussen voor leraren organiseerde;
– het CHD zag en respecteerde als een onafhankelijk instituut binnen de JBN;
– door toedoen van het bestuur de technische ontwikkeling stimuleerde en faciliteerde, zonder inhoudelijk invloed uit te oefenen.
(Ja, dat was de periode Frans Hoogendijk, Jantine Stokkink, Rolf Gijssen, Gert Meyer en Toon Harks.)

 

Het nieuwe bestuur kan uit bovenstaande opsomming duidelijke doelstellingen formuleren, in plaats van bijvoorbeeld “het tot stand brengen van verandering in complexe, politieke, omgevingen….”
De JBN moet er gewoon zijn voor judoka en daarbij horen geen teksten zoals hierboven!
En om dan toch maar in managementtermen te spreken:
– de omzet, het ledenaantal, moet omhoog;
– de winst, wedstrijdresultaat en technische ontwikkeling in de meest brede zin, moet sterk toenemen.
De Judo Bond Nederland moet een levende organisatie zijn, gekenmerkt door de beleving van mensen, die van judo houden en zich in willen zetten voor de JBN; judoka dus!
Kenmerk van leven is bewegen; de tijd van 13 jaar stilstaan op bestuurlijk gebied moet voorbij zijn.
Bewegen betekent ook, dat een bestuur in staat en bereid moet zijn om zich aan te passen aan en in te spelen op voortdurende veranderingen; persoonlijk, als team en in het grote geheel. Dat betekent natuurlijk in de spiegel kijken, maar vooral ook uit het raam kijken!
Het bestuur moet dus voeling en binding houden met de wereld om zich heen, extern en vooral intern.
Er is intern binnen de JBN heel veel kennis en ervaring en die kennis kan, indien nodig, worden samengebracht met externe kennis en ervaring.
Echter, in eerste instantie zal de JBN het vermogen om in eigen omgeving de kansen te benutten sterk moeten verbeteren! Dat betekent dat de leiders van de JBN hun potentieel, individueel en als team, moeten aanwenden, ook om nieuwe gedragspatronen en nieuwe vaardigheden te ontdekken en… te implementeren.
Het mobiliseren van zoveel mogelijk kennis en ervaring is een belangrijk onderdeel op de weg naar succes en voor die weg moet ruimte worden gecreëerd; ruimte is essentieel om te kunnen bewegen, om te kunnen presteren!
Het blokkeren (voor het blok zetten) en ruimte ontnemen van judoka en persoonlijke coaches, het niet openstaan en zelfs negeren van andere meningen en afhankelijkheid van externe factoren (NOC) kunnen bepaald niet worden gedefinieerd als het creëren en geven van ruimte.
Direct communiceren, in plaats van in het geheel niet communiceren, passief en gelaten afwachten en je als bestuur verschansen achter zelf getrokken grenzen, zal een belangrijk aandachtspunt kunnen zijn voor het nieuwe bestuur onder leiding van een nieuwe voorzitter!

 

Herhaling:
De nieuwe voorzitter moet een vrouwelijke of mannelijke judoka zijn, die met virtù en vlammend enthousiasme de JBN weer naar de wereldtop brengt.

 

Bondsraad: zet aan tot ongekend bewegen; werf spoedig een judoka als voorzitter en werk aan snel herstel!
(En bondsraad, als u toch het herstel gaat bevorderen, verander dan in de toekomst de hele verkiezingsstructuur.
Er moeten kandidaten voor het voorzitterschap komen, die meteen een heel bestuur, inclusief beleid voor de komende vier jaar, meebrengen. De bondsraad kiest dus een geheel bestuur, een team, met het door hen ontwikkelde beleid. Dat bestuur zal dan één of twee keer per jaar verantwoording moeten afleggen aan de bondsraad; er kunnen dan ook eventueel bijstellingen van of aanvullingen op het beleid plaatsvinden.)

 

En toch, …
toch hoop ik dat het judo in Nederland in 2017 weer tot grote bloei komt.

 

Januari 2017
Willem Visser

Gastblog Willem Visser: Centralisatie Judo Bond Nederland

Willem Visser (8e dan) was trainer/coach van het roemruchte Judo Ryu Nijmegen en was ook jarenlang bondscoach van de JBN. Gepassioneerd, analytisch, visionair en kritisch. Dat laatste zorgde er voor dat hij sinds 2003 feitenlijk “persona non grate’ was (of is) bij de JBN. Hij belande ondermeer op een zijspoor omdat hij de hoofdpresentatie had gedaan op het IJF congres in Osaka. De JBN vond dat hij eerst om toestemming had moeten vragen….. Onlangs kreeg hij, pas nadat hij voor de derde keer was voorgedragen sinds 2008, de 8e dan. Tijdens deze gelegenheid was zijn dankwoord ook kritisch.

judo-expert-willem-visser-naar-turkije
13 Jaar (wan)beleid en daarna een paar jaar géén beleid heeft Nederland op de ongelukkige 13e plaats gebracht in de judo-medaillespiegel van Rio de Janeiro.
Tot overmaat van ramp gaf de voorzitter van de JBN, verantwoordelijk voor ‘geen beleid’ enige maanden voor de Olympische Spelen de ‘pijp aan Maarten’ zodat Maarten er ineens geheel alleen voorstond! (In 1996 maakte ik hetzelfde mee en dat betekende tenminste één medaille minder….)
Gelukkig behaalde Anika van Emden 63 kg een bronzen medaille in Rio de Janeiro.
Anika heeft al haar potentiële krachten optimaal tot ontwikkeling gebracht en dat resulteerde in die welverdiende bronzen Olympisch medaille; zij redde daarmee de eer van het Nederlandse judoteam, want….. het was de enige Nederlandse medaille.

Nederland eindigde dus op die ongelukkige 13e plaats in het medailleklassement.
Er zal geëvalueerd worden en dat is niet aan mij, maar dat mag zeker niet zijn aan de technisch directeur met hockeyachtergrond, die eerst bleef, toen weer weg zou gaan, uiteindelijk toch bleef om vervolgens, hopelijk voorgoed, weg te gaan en weg te blijven.
Waarmee, op wellicht ironische wijze, wordt aangegeven, dat een technisch directeur van de Judo Bond Nederland een judospecialist moet zijn.
Nederland is in oppervlakte een klein land, maar in judo was het een groot land en dat moet en kan het heel snel weer worden. (Nu gouden medailles voor kleine judolanden als Slovenië, Kosovo en Argentinië!)
Nederland is het verplicht aan zijn geschiedenis om bij de top vijf van de wereld te behoren op de Olympische Spelen Judo; de prestaties op de Olympische Spelen 2016 wijzen helaas duidelijk anders uit.
En wordt naar allerlei personen gewezen die verantwoordelijk zouden zijn voor de teloorgang van het Nederlandse judo.
Maar…er is maar een orgaan dat direct verantwoordelijk is: het bestuur van de JBN.
Dat bestuur zou ter verantwoording geroepen moeten worden.

‘Zou’, want helaas kan dat niet meer; het merendeel van het bestuur heeft het schip verlaten, nog voordat het echt in zwaar weer terecht was gekomen.

In Nederland zijn minstens 300 goed opgeleide trainers, leraren en coaches. Deze professionals zijn vaak ondergeschikt gemaakt aan, overigens goed willende en strikt noodzakelijke, vrijwilligers (tussen die vrijwilligers verschuilen zich overigens ook kwaadwillige vrijwilligers, die hun ego willen strelen of, nog erger, willen laten strelen), terwijl de professionals leidend moeten zijn in de JBN.
Het zou beter zijn als professionals de leiding hebben. (Professioneel = deskundig, integer, bereid en in staat om samen te werken.)

De bondsraad van de JBN kiest en benoemt het bestuur, maar er zijn slechts weinig professionals in de bondsraad vertegenwoordigd, waardoor er ook geen professioneel bestuur gekozen wordt. Het ontberen van deskundigheid leidt tot nivellering van het niveau, niet alleen in bestuurlijk opzicht, maar ook op judo technisch gebied.

De JBN kan, geïnspireerd en geleid door professionals, de eigen kracht herwinnen, de eigen identiteit hervinden en etaleren, dynamiek aanzwengelen, innovatie ontwikkelen en doorvoeren. Om dat alles te verwezenlijken is een grote mate van creativiteit nodig.

Inspirerend leiderschap is dus onontbeerlijk om de vijf genoemde componenten (weer) tot leven te brengen. En de leiding (het bestuur) zal dus moeten bestaan uit hoofdzakelijk judospecialisten, die niet besturen op afstand, maar die direct leiding geven aan het proces van herstel en uitbouw.

willem-visser-in-judopak
Momenteel staat centralisatie ter discussie en de oplossing van dit probleem is slechts één van de opdrachten voor het nieuwe bestuur van de JBN.
Er zijn nog tal van andere doelstellingen te noemen; ik noem er hier slechts een paar:
* Er zijn ruim 125.000 judobeoefenaren in NL en minder dan 40.000 zijn lid van de JBN. Hier ligt dus al een enorme taak, die niet kan worden opgelost zonder de optimale medewerking van de circa 300 trainers, leraren en coaches.
Een veel groter ledenaantal zal de eigen kracht vergroten.
* De JBN moet er in slagen om judo te promoten als pedagogisch spel, waardoor het aantal leden ook gigantisch kan stijgen.
Bijna niemand in NL weet, dat in 2015 de UNESCO judo als de meest waardevolle sport voor jeugd van 4 tot 21 jaar heeft aangemerkt; dit kan op allerlei manieren uitgedragen worden.
De breedtesport is de basis voor de topsport en de uitspraak van de UNESCO kan in grote mate bepalend zijn voor de identiteit.
* Ondanks het feit dat de JBN een project heeft, genaamd ‘de club centraal’, krijgt de club geen ruimte om judoka langdurig en optimaal tot ontwikkeling te brengen.
De club behoort ook de eerste relatie met de judoka te hebben. Hierdoor blijven trainers, leraren en coaches gemotiveerd, terwijl de judoka die acteren in de nationale selecties de veiligheid en de warmte van de eigen club behouden, hetgeen ook in bepaalde perioden van de topsportcarrière van belang kan zijn.
Hier ligt ook een oplossing voor het probleem ‘centraliseren’:
Train vaak tezamen met judoka van het hoogste niveau; dat hoeft echter niet te betekenen dat judoka losgekoppeld moeten worden van persoonlijke coach en/of club.
‘De club centraal’, mits goed ingevuld en uitgevoerd, kan een enorme dynamiek genereren. Goed ingevuld en uitgevoerd betekent ook het behouden van competitie tussen clubs en judoka; competitie is sterk niveauverhogend!
(Judoka ‘uit de club halen’ verhoogt niet bepaald de onderlinge competitie.)
* Een technische commissie, bestaande uit ervaren specialisten, zal zorg moeten dragen voor innovatie. Die innovatie zal ook een voedingsbron zijn voor de bondscoaches, clubcoaches en opleiders.

* Behoudens de heer Jan Snijders speelt er niemand een rol van betekenis in de Europese Judo Unie of Internationale Judo Federatie. Het is dus wenselijk en zelfs noodzakelijk om JBN-judospecialisten in het bestuur of in de commissies van EJU en IJF te hebben, waardoor men mee kan werken aan, en ook direct op de hoogte is van, innovaties op allerlei gebied.

* Ter promotie van judo kan een groot internationaal EJU of IJF toernooi worden georganiseerd in Nederland.
Om bovenstaande en andere beleidsuitgangspunten uit te voeren, zal een grote mate van creativiteit aan de dag gelegd moeten worden en de JBN zal het geheel op eigen kracht moeten doen!

Er zijn nog veel meer doelstellingen te benoemen en ik wil de laatste die ik hier noem extra onder de aandacht brengen:
* De technische nivellering moet een halt worden toegeroepen en alle technische krachten, judospecialisten, zullen een sterke technische ontwikkeling mede moeten vormgeven.
De judotechniek is de essentie en allerlei vormen van kracht en uithoudingsvermogen zijn hulpmiddelen.
In het huidige Nederlandse judo overschaduwen de hulpmiddelen (kracht en uithoudingsvermogen) de essentie en nu zodanig, dat het een duidelijke, negatieve, weerslag heeft op het resultaat.
De juiste verhouding tussen techniektraining enerzijds en training van kracht en uithoudingsvermogen anderzijds zal (terug)gevonden moeten worden.
De huidige Nederlandse topjudoka heeft over het algemeen geen gebrek aan kracht en uithoudingsvermogen, maar het gebruik van techniek is bepaald niet optimaal te noemen.
Een grote mate van creativiteit zal nodig zijn om op het juiste moment de juiste techniek te gebruiken; judo zonder creativiteit levert geen aansprekende resultaten.

 

Een van de kernwaarden van een judoka is onafhankelijkheid; de JBN zal dus ook onafhankelijk moeten zijn!
Samenwerken met NOC is goed en aan te raden. Echter, vanwege financiële aspecten het beleid laten bepalen door het, uit voornamelijk hockeyers bestaande, NOC is uit den boze.
Gezamenlijk centraal trainen (op Papendal) is noodzakelijk, omdat de JBN dat noodzakelijk vindt, maar niet omdat het NOC dat gebiedt.

 

Tot slot.
De JBN gaat een mooie tijd tegemoet; er is veel te ontwikkelen en er is héél veel te veranderen!
Het nieuwe professionele bestuur zal eigen kracht, eigen identiteit, dynamiek, innovatie en creativiteit als principes kunnen hebben.

Vat moed bestuur, vat moed!

Willem Visser
(Willem Visser is raadgever en docent aan de NIFSA, Universiteit van Kanoya, Japan.)

www.willemvissercoaching.eu

nifs_foto4

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring