Karateka’s presteren beter als ze na de lunch een half uurtje slapen. Na een middagdutje konden de sporters sneller reageren en maakten ze minder fouten. Bij slaapgebrek compenseerde het middagdutje de prestatie-achteruitgang.
Het is niet zo gek dat deze sporters baat hebben bij een middagdutje. Gezien de mentale en fysieke inspanning die bij karate komt kijken en het feit dat karateka’s dikwijls meerdere wedstrijden op één dag moeten vechten, hebben ze vaak last van vermoeidheid. Een korte nacht bleek in dit onderzoek funest voor de prestaties van karateka’s. Het vertraagde hun reactietijd met vijf procent en kortte hun uithoudingsvermogen met maar liefst twaalf procent. In een snelle en intensieve vechtsport kan dit voor een flinke prestatie-achteruitgang zorgen.
Afgelopen maand was het NK Karate voor Senioren Individueel en Teams. Ik heb dit toernooi gebruikt om (definitief) afscheid te nemen als actief wedstrijdsporter en heb dat in stijl mogen doen zoals Peter Wetzer reeds mooi heeft beschreven in zijn bericht op 18 maart j.l. Naast de vele felicitaties die ik heb ontvangen, uiteraard iedereen bedankt daarvoor, ging er al vrij snel een post via de sociale media met daarin een lijst van alle behaalde titels/medailles en in navolging daarvan kreeg de vraag: “Welke titel is je mooiste?” En alhoewel op papier de Wereldtitel van 2000 het meest logische antwoord lijkt, is er eerlijk gezegd niet ‘1 mooiste titel’. Elke titel en zelfs elke medaile heeft een verhaal, een achtergrond en het leek mij een leuk idee, en qua timing een perfect moment, om meer van mijzelf aan jullie bloot te stellen. De titels en medailles is slechts de top van de ijsberg. De titel voor dit bericht heb ik overigens uit een van mijn favoriete games ooit; Final Fantasy X 😉
In december 1991, op 12-jarige leeftijd, ben ik begonnen met trainen en al vrij snel begon ik een liefde te ontwikkelen voor het wedstrijdonderdeel ‘kumite’ en trainde bij Van Hellemond Sport in Hilversum o.a. regelmatig met Anthony Boelbaai (voormalig bondscoach) en Anthony Leito (Wereldtopper). In maart 1992 tijdens mijn eerste NK jeugd behaalde ik direct brons en het jaar erop mijn eerste Nederlandse titel. Tussen 1995 en 1997 maakte ik een behoorlijke groeispurt (28cm!) waar ik in 1996 nog niet zo’n last van had (onfortuinlijk 5e plek op EK maar een mooie Bronzen Medaille op het WK voor 16-17 jarigen), echter in de tweede helft van 1996 en eerste helft van 1997 verkeerde ik in een ‘vormdip’ (werd slechts derde op NK en verloor direct in eerste ronde van het EK voor 16-17 jarigen), ermee stoppen was toen mijn eerste gedachte. De ‘opleving’ kwam (toch wel) onverwachts in juni 1997; een telefoontje van René Oerlemans (coach Kenamju Haarlem) of ik in zijn Team wilde meedoen tijdens EK voor clubteams! (ik was toen nog 17, dus er moest dispensatie worden geregeld) Het bleek het begin van veel mooie resultaten; we werden met het Team 3e van Europa en ik heb die dag mooie partijen mogen draaien tegen enkele Toppers van de sport uit die tijd. In 1998 behaalde ik mijn eerste individuele EK medaille; Brons op het EK voor 18-20 jaar en ik 1999 mijn eerste EK titel! In 1999 behaalde ik ook mijn eerst senioren succes; 2x brons op het EK (zowel individueel als met het Nederlandse Team). Mijn juniorentijd heb ik mogen afsluiten met een Wereldtitel in 1999 en een prolongatie van mijn Europese titel in 2000. 2000 bleek een bepalend jaar te zijn, zowel privé als sportief. Ondanks mijn (niet optimale thuissituatie op dat moment), wist ik alsnog brons te behalen tijdens het EK. De zomer van 2000 stond in het teken van het kopen, verbouwen en inrichten van onze woning en alles wat daarbij komt kijken. In die periode heb ik serieus overwogen helemaal met de sport te stoppen. Echter door de motivatie en steun van mijn (huidige) vrouw Mariola heb ik doorgezet, ben gewisseld van Club naar Kenamju in Haarlem en in oktober 2000 behaalde ik de Wereldtitel! (tot op de dag van vandaag nog steeds de laatste Nederlandse Wereldkampioen senioren WKF Karate). Leuk detail is dat ik na die finale Mariola ten huwelijk heb gevraagd en op 16 juni 2001 was ‘de dag’.
De EK 2001 was er een van gemengde emoties. Op vrijdag met het Team reikten we tot de halve finales tegen Spanje. En deze hadden we MOETEN winnen, maar (door scheidsrechterlijke dwaling) mocht het niet zo zijn. De strijd om het brons tegen Engeland kwam te kort op de teleurstelling met een 5e plek als resultaat. Op Zaterdag kwam ik uit in de Open klasse en dat ging eigenlijk super goed. In de halve finale kwam ik uit tegen de regerend Europees Kampioen, Stojadinov uit Servië, en na een zinderende en harde strijd won ik die partij. De finale (tegen Felix uit FRA) verloor ik terecht. Zondag in mijn eigen gewichtsklasse ging het wederom super. En o.a. via mijn Franse rivaal Baillon bereikte ik wederom de finale. De Spaanse grootheid Herrero was hierin mijn tegenstander en het kwam tot de Golden Score verlenging. In een aanval waarin mijn tegenstanders zelfs toegaf mocht ik helaas geen score ontvangen en uiteindelijk verloor ik deze finale. En ondanks dat Zilver op een EK echt wel mooi is, heb ik nog steeds het gevoel dat ik daar mijn eerste senioren EK titel verloren heb.
In 2002 raakte ik tijdens het EK geblesseerd op zaterdag (ingescheurde achterste kruisband rechterknie) en wonder boven wonder (en door goede verzorging en een portie doorzettingsvermogen) bereikte ik op zondag alsnog de finale in mijn gewichtsklasse. In wellicht mijn slechtste finalepartij ooit, verloor ik die van Muhovic uit BiH, maar uiteindelijk was Zilver wel positief. De revalidatie na dat EK verliep redelijk voorspoedig en tijdens het WK 2002 (waar ik inmiddels ook als assistent bondscoach acteerde) was ik alweer wedstrijdfit. Ik bereikte wederom de finale en wederom tegen Baillon (FRA), maar dit keer kwam ik als verliezer uit die strijd en mocht ik weer Zilver toevoegen aan ‘de lijst’. In 2003 was ik ‘gepromoveerd’ tot bondscoach en tijdens het EK was ik gebrand en eerlijk gezegd vnl. gericht op mijn rivaal, Baillon (ik had enkele weken ervoor de finale van de Italian Open van hem verloren). Ik trof hem in de kwart finale en dit was echt een spectaculaire pot waarin we elkaar echt, op sportief vlak, tot het uiterste dreven. Ik won die partij en de ontlading – na die finalewaardige partij – bleek te groot. De halve Finale verloor ik op beslissing van Zivkovic uit Servië, die de verrassing van de dag bleek door de titel te pakken. Uiteindelijk wist ik nog wel Brons ‘binnen te harken’.
Eind 2003 (29 november om precies te zijn), werd Lisa geboren en dit ging mede met de nodige slaapgebrek ;). Echter tijdens het EK 2004 voltrok zich een geweldig scenario; in Moskou tegen Eldarouchev uit Rusland behaalde ik dan eindelijk mijn eerste Europese senioren Titel! Ik weet nog heel goed dat Lisa (toen 6 maanden oud) op Mariola haar schoot lag te slapen tijdens die finale. Als regerend Europees Kampioen en als finalist van de afgelopen 2 WK’s ga je maar voor 1 ding naar het WK; GOUD! En alles verliep volgens plan met wederom een finaleplek. Echter bleek Celik uit TUR een brug te ver die dag (ik heb zijn naam nog niet eerder genoemd in dit verhaal, maar een andere grootheid in de halfzwaargewicht klasse. Zie ons; Sabanovic-Celik-Baillon ongeveer als de Ali-Frasier-Foreman van onze klasse in die periode. De #1, #2 & #3 van de All Time WKF Ranking Kumite Heren tot 80kg.) En alhoewel de teleurstelling op dat moment heel groot was, maakte dat gevoel later plaats voor tevredenheid. Ander ‘detail’ is dat dit de succesvolste EK sinds jaren waren voor Nederland en de succesvolste voor mij als bondscoach met 3 medailles; mijn zilver EN zowel zilver als brons voor Vanesca Nortan (Dames +60kg en Dames Open Klasse) Ik heb altijd gezegd; “kampioen worden is leuk, maar kampioen blijven dat is uniek.” En zo geschiedde het in 2005. Op Tenerife begon het echter zeker niet volgens plan. In de eerste ronde kreeg ik een goede ‘pofferd’ op mijn onderlip met een flinke snee als gevolg. Het nadeel; het wilde maar niet stoppen met bloeden en ik herinner het me nog als de dag van gisteren dat de scheidsrechter overlegde met de arts en het woord “Kiken” viel (= overgave). Met al mijn overtuiging schudde en zei ik “NOOOOO!”. De arts kwam terug met een vinger vol met vaseline en die ging over de snee en gelukkig mocht ik door. Via o.a. mijn ‘nieuwe Franse rivaal’ Cacheux bereikte ik de finale en daarin wachtte de Engelsman Pack. Wij hadden al enkele malen tegen elkaar gestreden, ook in onze junioren tijd, en alhoewel ik nog niet van hem had verloren was hij zeker uitgegroeid tot een topper in de tot 80kg klasse. Het gevaar in deze ontmoeting is dat het wachten was op die keer dat hij van mij zou gaan winnen…maar het zou niet deze finale zijn 😉 – voor de volledigheid; tijdens de Dutch Open 2006 zou ik wel van hem verliezen. Tijdens dit EK draaide ik ook de Open Klasse en na een winst in de eerste ronde tegen de Russische geweldenaar Guerunov (o.a. wereldkampioen +80kg 2004), verloor ik helaas van onze zuiderbuur Vandeschrick die uiteindelijk het brons zou winnen. De EK 2005 zouden de succesvolste EK zijn sinds 1979 voor Nederland en de succesvolste voor mij als bondscoach met 4 medailles; mijn goud, goud voor Vanesca Nortan (Dames Open Klasse), goud voor Timothy Petersen (Heren -75kg) en zilver voor Geoffrey Berens (Heren -60kg)
2006 beloofde een ‘heel bijzonder’ jaar te worden. Na het succes van het EK van 2005 leek een de terugkeer van ‘Hollands Glorie’ een kwestie van tijd, echter bleek de EK van 2006 een harde les in ‘van Hero to Zero’ te worden. Direct verlies in de eerste ronde, en ook echt door slecht spel, was het resultaat. Maar ook bleven de successen van andere individuele Nederlandse karateka’s uit en zo dreigde alle succes van een jaar eerder in de vergetelheid te raken. Dag 2 mocht ik opdraven voor de Open Klasse, maar ook daar kwam ik niet verder dan een schamele 9e plek. En toen was daar de afsluitende dag van de Team wedstrijden; we gingen erin met een “we hebben toch niets te verliezen” mentaliteit en het resultaat mocht er zijn: BRONS! ‘Mijn’ eerste Team medaille als bondscoach en weer de eerste sinds 1999. De strijd om het brons was een bikkelharde strijd tegen Frankrijk waarin we echt vochten als leeuwen en na winst (waren de volledige 5 partijen voor nodig) stonden we te janken als een stel kinderen 😉
En zo eindigde het EK 2006 ‘bitterzoet’, maar was het voor mij persoonlijk vooral een EK waar ik het nog lang moeilijk mee hebt gehad. Lange tijd heeft Twijfel bij mij de overhand gehad over Zelfvertrouwen en dat lijkt niet een optimale basis voor de voorbereiding op de opkomende WK. De WK 2006 in Finland (wat mijn laatste WK zouden worden) bleek weer een golf van emoties. We beginnen positief, tijdens de Open Klasse bereikte ik de finale na enkele zwaarbevochten partijen tegen hoofdzakelijk zwaargewichten (zelfs een boomlange 2meter+ Noor). De tank was leeg en dat bleek duidelijk in de finale die ik vrij kansloos verlies van de Italiaan Maniscalco. Ik kon er niet te lang bij stilstaan, want de volgende dag stond de -80 op het programma en ik was in de eerste ronde direct geloot tegen de Fransman Cossou, een zeer gevaarlijke tegenstander waar ik nog niet van had gewonnen (wel verloren). De partij verliep supergoed en ik zou in een bloedvorm verkeren! Helaas bleek Luigi Busa in mijn Waterloo (al blijf ik tot op de dag van vandaag erbij dat de score waar hij de partij mee won niet voor hem was maar voor mij) en hij zou later die dag de nieuwe Wereldkampioen worden. Ik heb mijzelf na die verliespartij helaas niet kunnen herpakken om terug te keren naar mijn ‘beginniveau’ waardoor ik genoegen moest nemen met een 7e plek. Maar oh oh oh, als ik OOIT nog 1x Wereldkampioen had moeten/mogen worden…. Wat zou het toch mooi zijn geweest.
2007 slaan we even over….. (je raadt het wellicht al, verliep teleurstellend)
Om aan te belanden bij de EK van 2008, mijn laatste internationale ‘eindtoernooi’, al wist ik dat toen overigens nog niet. Mijn laatste, toch ook wel zwaarbevochten, Bronzen EK Medaille in de Open Klasse ging o.a. via verlies in de halve finale tegen dé Aghayev (AZE) en winst op Mahalla (SUI) om brons. Na een periode van afwezigheid (van 7,5 jaar) besloot in december 2015 weer contact te zoeken met René Oerlemans en zo ging de bal weer rollen en het bloed toch weer een beetje kruipen. Heb nog 4 NK’s gedraaid (2x brons, 1x zilver en dus afgelopen maand 1x goud) en bij alle 4 ook goud met het Heren Team. Ben inmiddels weer een jaar lang actief als bondstrainer (vnl. voor de cadetten & junioren) en probeer daarnaast mijn steen bij te dragen door kleinschalige training en begeleiding van atleten die naast club- & bondstrainingen en begeleiding op zoek zijn naar aanvulling daarvan.
Terwijl ik dit schrijf en nalees besef ik mij dat ik nog steeds niet heb kunnen kiezen… welke is de mooiste. Natuurlijk! De Wereldtitel van 2000, maar die is eigenlijk meer bijzonder (geworden) omdat het nog steeds de laatste is. De Europese titel van 2004… EINDELIJK! Of toch die eerste Europese titel voor junioren, de start van een rivaliteit tussen 2 van de ‘grootsten’ van hun tijd. Ik kan niet kiezen, jij?
Respect voor karateka Daniel Sabanovic
Respect voor karateka Daniel Sabanovic
In 2005 schreef de Volkskrant over Daniel Sabanovic: “Geen elegantere karateka dan Daniël Sabanovic. Sierlijk zweeft hij bij de Dutch Open over de tatami. Vergeleken met hem lijken de overige deelnemers lomperiken….”
Hij is inmiddels 39 en eigenlijk is er niet zo veel verandert. Het podium voor zijn laatste (…) optreden als actief wedstrijdsporter was wel anders. Hij is inmiddels (al) 39 maar zondag jl. stond Sabanovic weer op de wedstrijdmat bij het NK-karate in Zoetermeer.
We zijn inmiddels (minstens) ’n generatie verder als je naar het deelnemersveld kijkt en ik denk niet dat iedereen in de gaten had wie er op de uiterst rechtse mat zijn wedstrijden afwerkte. Deze wedstrijden hadden veel meer aandacht verdiend! Misschien dat Kees Jongkind er ooit nog eens een uitzending aan besteed bij “Andere tijden sport”.
Ik heb ontzettend veel respect voor Daniel zijn deelname aan het NK-karate. Hij kon eigenlijk alleen maar verliezen. Sabanovic won 2 Wereldtitels (en 2 keer zilver en 1 keer bons) en was 4 keer Europees kampioen (en 3 keer tweede en maar liefst negen keer derde). Een Nederlandse titel meer of minder doet er dan ook niet meer toe. Zondag in Zoetermeer won hij er nog 2; individueel in de klasse +84 kilo en met het team van Kenamju!
Hij is de laatste Wereldkampioen die Nederland heeft gehad en zelfs dat lijkt al een eeuwigheid geleden. Sabanovic, personal trainer van beroep, is de verpersoonlijking van topkarate in Nederland. Uiterst gepassioneerd en gemotiveerd. Hij was niet alleen topsporter maar was ook jaren (playing) bondscoach en bondstrainer.
In het eerder gememoreerde interview in de Volkskrant stond al in 2005 dat Daniel een potentieel medaillekandidaat zou zijn als Karate Olympisch zou worden. Het zou nog 15 jaar duren voordat karate Olympisch werd. Sowieso te laat voor Daniel. 2020 is Karate Olympisch. Zoals het er nu naar uitziet helaas eenmalig.
Hoe kan dat…… Zijn ‘samenwerking’ en ‘zelfreflectie’ geen cruciale woorden?
Lees het gememoreerde artikel in de Volkskrant uit 2005 HIER
Wat een ellende binnen de vechtsporten om maar steeds gewicht te moet maken. De sporters willen in een zo´n licht mogelijke gewichtsklasse uitkomen om meer kans te hebben om te winnen. In een lichtere gewichtsklasse heb je minder weerstand denken ze en dus meer kans om te winnen. Dat afvallen moet dan meestal in de week voor aanvang van de wedstrijd gebeuren. Een lichtgewicht die in de laatste week voor de wedstrijd nog 5 ȧ 6 kg moet afvallen is geen uitzondering. Vechtsporters nemen bewust het risico en maken gebruik van ongezond afvalgedrag. Coaches laten dat gebeuren en hen ontbreekt de juiste kennis van het verantwoord afvallen.
Hoe moet het dan?
Iedere logisch denkende coach zal zijn pupil adviseren om gebruik te maken van een methode om geleidelijk aan gewicht te maken in plaats van een manier waarbij de laatste paar dagen voor de wedstrijd nog vele kilo’s moeten worden afgevallen door minder of niet te eten. Als vechtsporters circa een week voor de wedstrijd nog gewicht moeten maken, kan een weloverwogen keuze gemaakt worden om daarbij niet meer dan 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht aan vocht kwijt te raken, omdat uitdroging van meer dan 1,5 tot 2 procent de sportprestatie en de gezondheid negatief zal beïnvloeden.
Bij jonge kinderen moet de coach en de ouders er op letten dat het kind voldoende eet en tijdig doorgroeit naar een hogere gewichtsklasse. Kinderen van 12 tot 18 jaar zouden niet meer dan 1,5 procent boven hun wedstrijdgewicht moeten zijn. Als het meer is dan is de consequentie dat er in een hogere gewichtsklasse moet worden uitgekomen.
Bij meisjes die aan topsport doen is het bekend dat hun menstruatie later kan plaats vinden. Voor hen is het ook van belang dat hun voedingspatroon zodanig is dat er geen menstruatiestoornissen optreden.
Bij mannelijke gewichtsklassensporters mag het vetpercentage niet minder zijn dan 5% en bij vrouwelijke gewichtsklassensporters niet lager dan 12%. Ik zeg er wel bij als dit haalbaar is. Bij zulke vetpercentages ben je zo slap als een vaatdoek en sla je nog geen deuk in een pakje boter. Ook ben je extra vatbaar voor ziektes. Zonder lichaamsvet overleven we het niet.
Als je echt aan topsport doet
dan moet je je ook laten begeleiden door iemand met verstand van zaken in deze,
zoals een sportdiëtist of voedingsdeskundige, die zijn of haar sporen in de
vechtsporten heeft verdiend. Hij of zij kan adviseren welke gewichtsklasse het
beste bij de vechtsporter past door het meten van de lichaamssamenstelling en
rekening te houden met individuele factoren.
Het is van belang dat de lichaamssamenstelling en het vochtgehalte door middel van duidelijk vastgestelde gelijke herhaalbare procedures wordt gemeten. Het meten en wegen moet geen obsessie worden voor de vechtsporter. Het moet wel leuk blijven voor de sporter en omgeving. Soms is de impact van het gewicht maken zo groot dat dit het einde van de topsport carrière is, zonder serieus te hebben overwogen om in een zwaardere gewichtsklasse uit te gaan komen. De stijl en het fysieke vermogen kan beter aansluiten bij die van een hogere gewichtsklasse. Vele vechtsporters betreuren dat ze niet eerder zijn overgestapt omdat ze veel beter in hun vel passen.
De tijd tussen weging en de wedstrijd kan kort maar ook een hele dag zijn en wordt optimaal benut om de negatieve invloed van snel gewicht maken te beperken. Na de weging worden zoveel mogelijk het verlies aan vocht en koolhydraten optimaal aangevuld. De manier waarop dit gebeurd is dus mede afhankelijk van de tijd tussen de weging en de wedstrijd. Tijdens oefenwedstrijden wordt de te gebruiken methode uitgeprobeerd en geëvalueerd.
Eigenlijk overbodig om te zeggen maar het is van het grootste belang dat de vechtsporter zoveel mogelijk op gewicht blijft tijdens het gehele seizoen, zodat het jojo-effect wordt voorkomen. Dus ook meten buiten de wedstrijdperiode. Meten is weten.
Leo Verhoeven RDG Bureau Op Eigen Kracht
Over de blogger:
Leo Verhoeven
Leo Verhoeven is een autoriteit op het gebied van weerbaarheid en het omgaan met agressie. Als officier van dienst bij de politie werkte Leo dagelijks met de organisatorische, juridische en mentale kanten van agressie. Inmiddels verzorgd hij al jaren verschillende trainingen omgaan met agressie voor doelgroepen als BOA’s, handhavers, BIT, BOT, verschillende agressieteams, toezichthouders, medewerkers sociale zaken, docenten, horecaportiers en kwetsbare vrouwengroepen. Hij ontwikkelde mede de A.Z. toets voor de politie Nederland, leidde IBT-docenten voor de Douane, docenten R.T.G.B. en meer dan 150 con-collega’s omgaan met agressie op. Met twee Europees kampioenschappen jiu-jitsu, een 6e dan in judo en een 6e dan in jiu-jitsu op zijn naam, doceert Leo onder andere aan het C.I.O.S te Sittard en aan de Politieacademie. Zo leidt hij toekomstige docenten op om te werken bij defensie, politie en in de sportsector. Gebaseerd op zijn jarenlange praktijkervaring richtte Leo ruim 15 jaar geleden bureau Op Eigen Kracht (http://www.opeigenkracht.nl/) op en schreef hij het boek “Op Eigen Kracht”. Het boek is een leidraad voor weerbaarheid- en zelfverdedigingcursussen voor vrouwen. Voor het C.I.O.S. ontwikkelde Leo met succes de opleiding instructor Gevaarsbeheersing. Deze erkende en populaire opleiding trekt al jaren cursisten uit binnen -en buitenland
Vechtsport kan op lange termijn focus en alertheid verbeteren
Olympisch bokser Max van der Pas
Vechtsporten vereisen een goed niveau van fysieke kracht, maar degenen die training volgen, moeten ook ongelofelijk veel mentale scherpte ontwikkelen. Maakt dat vechtsporters uiteindelijk ook meer alert dan andere (niet-)sporters?
Niet spierkracht, maar mentale kracht is de basis voor de stootkracht van mensen die de vechtkunst beoefenen, zo hebben onderzoekers vastgesteld. De sterkere stootkracht van karate-experts bijvoorbeeld, heeft haar oorsprong in een betere controle van spierbeweging in de hersenen. Andere studies hebben ook aangetoond dat kinderen die taekwondo beoefenen, verbeterden in scores voor wiskundetests en gedrag.
Laat ik eerst beginnen met een kleine opvolging van mijn vorige blog, want inmiddels is de kogel door de kerk en is de WK-selectie bekend gemaakt door het bestuur van de KBN. In mijn vorige blog (13 juni j.l.) schreef ik over een voorstel die ik had gedaan aan het bestuur van de KBN. Het ‘grappige’ is dat ik via anderen heb moeten vernemen dat er nogal een aantal personen in Karateminnend Nederland vragen hadden omtrent mijn voorstel, echter hebben geen van die vragen mij direct mogen bereiken. En aangezien ik niet handel aan de hand van informatie die ik via-via ontvang ….. kan ik daar dus ook niet zo veel mee.
Maar goed, het voorstel die ik begin juni indiende had betrekking op de selectie voor het Heren Kumite Team. Sinds jaar en dag wordt een selectie ingediend aan de hand van selectiecriteria zodat er, zo hoopt men, achteraf geen discussie is. Voor de individuele categorieën is dat logisch en zelfs noodzakelijk, echter voor een Team heb je ook te maken met een ‘subjectieve’ factor. Een samenstelling van een Kumite Team is, mijn inziens, meer dan alleen maar selecteren op individuele kwaliteiten. In een Team is er ook een grote mate van cohesie nodig die helpt om het beste in elkaar omhoog te krijgen. Zeker nu, aangezien er een ‘generatiekloof’ aanwezig is; oud gedienden t.o.v. lichting ‘jonge honden’. De Harde Realiteit is dat het vechten in het Team ondergeschikt wordt bevonden aan de individuele klasse. Wellicht als het NOC NSF ook een status/ondersteuning beschikbaar zou stellen aan de hand van een Team Prestatie dit een ander verhaal gaat worden.
Maar het probleem op topsportgebied van het Olympisch Karate is dieper dan alleen dat. In de afgelopen jaren is Nederland afgegleden op de wereldrangen (uiteraard enkele individuele topprestaties daar gelaten, ik heb het over de breedte). Landen als o.a. Oekraïne, Denemarken, Kroatië (om er even uit mijn hoofd op te noemen) presteren constant beter en een vergelijking met het Nederlandse Voetbal is wellicht al snel gemaakt. De Harde Realiteit is dat er ook geen (korte termijn) oplossing is. De landen die ik net opnoemde (en er zijn er veel meer) investeren in hun atleten (en coaches) en waren op de achtergrond al bezig met het opzetten van een Olympisch Traject. Nu hoor ik sommigen al denken; ‘dan zetten we toch ook een plan op!’ JA, ik ben voor! Oh wacht, en nu kom ik bij de bottleneck van de organisatie, de Leden van de KBN bepalen in feite welke koers er gevaren wordt en dit gebeurt twee maal per jaar tijdens de ALV (Algemene Leden Vergadering). Daar zit een grote meerderheid die weinig (tot niets) te maken heeft (wilt hebben) met het Olympisch Karate. Ik ben eenmaal aanwezig geweest en ik heb o.a. iemand horen zeggen: ‘er zitten hier ook mensen die aan BUDO doen en niets te maken hebben (lees; willen hebben) met het wedstrijdgebeuren.’ ….. even laten bezinken ….. Maar toen de NOS met hun camera’s langs kwam tijdens de Premier League in Rotterdam (die we nu dus ook kwijt zijn doordat we, jawel tijdens een ALV, hebben besloten toch maar niet het EK van 2021 te organiseren) deden we toen aan budo of waren we met Olympisch Karate bezig?! En als die nieuwe woonwijk die net om de hoek bij jouw dojo is gebouwd op zoek gaat naar een karateschool, dan komen ze toch ook bij jou (inclusief je budo) terecht, maar toch echt omdat ze eerst de beelden en interviews van Tyron Lardy, Timothy Petersen, Sherlilyn Wold enz. hebben gezien. De Harde Realiteit is dat de meesten die daar zitten (tijdens de ALV) vnl. bezig zijn met het behartigen van het eigen belang waarbij het grotere geheel, helaas, uit beeld raakt.
Een oplossing zou wellicht zijn, het opsplitsen van de KBN zodat de Topsport op eigen benen verder gaat (ik ben overigens echt niet de eerste en enige die zoiets oppert). Ik denk dat we met een budget van 3-4 ton (lijkt veel maar in de wereld van de topsport echt een zakcentje) al een leuk topsportprogramma kunnen maken waarmee we in elk geval (in de breedte) niet verder achterop geraken. Kunnen we er een miljoen van maken dan kunnen we een grootschalige scholing opzetten (hoe cool zou dat zijn een Nederlandse Scholing in Olympisch Karate) die reeds begint bij de jongere leeftijden.
Speelsgewijs beginnen om vervolgens ‘door de trechter’ een kleinere elitegroep overhouden die garant staat voor resultaat EN scherp blijft omdat de volgende ook alweer klaar staat. De Harde Realiteit is dat we ze nu niet echt voor het uitkiezen hebben en dat we afhankelijk zijn van die enkele talenten die EN toevallig in aanraking zijn gekomen met Karate EN de pubertijd overwinnen EN gek genoeg zijn om door te blijven gaan ondanks er zo weinig tegenover staat.
Wachten op een verandering (zowel organisatorisch als budgettair) is niet productief dus heb ik getracht een oplossing te bieden voor ‘het gat’ dat er nu is tussen de Training & Begeleiding die de atleten binnen hun club krijgen en wat de KBN faciliteert vanuit de Topsportportefeuille en (met wat aanmoediging van mijn vrouw en de hulp van partners) begeleid ik atleten persoonlijk/kleinschalig als aanvulling – wellicht dat je reeds enkele videofragmentjes hebt gezien op mijn social media 😉 Daarnaast ben ik op de achtergrond ook bezig om workshops op te stellen waarmee Trainers/Coaches (maar ook atleten zelf) in de praktijk direct mee aan de slag kunnen in hun clubtrainingen. Houd mijn IG (https://www.instagram.com/danidynamite1/) en FB (https://www.facebook.com/danidynamite79/) in de gaten voor meer info, daarop kan je me ook direct benaderen.
Want; De Harde Realiteit is; je bent als Olympisch Karate Atleet in Nederland (voorlopig) voornamelijk op jezelf aangewezen om een Concurrerend Topsportprogramma op te stellen.
Vechtsport kan op lange termijn focus en alertheid verbeteren
Vechtsporten vereisen een goed niveau van fysieke kracht, maar degenen die training volgen, moeten ook ongelofelijk veel mentale scherpte ontwikkelen. Maakt dat vechtsporters uiteindelijk ook meer alert dan andere (niet-)sporters?
Niet spierkracht, maar mentale kracht is de basis voor de stootkracht van mensen die de vechtkunst beoefenen, zo hebben onderzoekers vastgesteld. De sterkere stootkracht van karate-experts bijvoorbeeld, heeft haar oorsprong in een betere controle van spierbeweging in de hersenen. Andere studies hebben ook aangetoond dat kinderen die taekwondo beoefenen, verbeterden in scores voor wiskundetests en gedrag.
Door: Daniël Sabanovic; gastblogger en o.a. Wereldkampioen karate, bondscoach KBN.
Het is eigenlijk best grappig, maar tijdens een opruimactie thuis, kwam er een brief van de Karate-do Bond Nederland (KBN) naar boven met de mededeling dat ik vanaf januari 2003 officiëel bondscoach- & trainer ben. Dit gaf mij het idee voor de titel van dit artikel/blog.
Met die gedachte gaf ik in medio 2002 een presentatie aan de toenmalige voorzitter van de KBN – Mevr. M. Daussy – waarin ik aangaf waarom het ‘anders moest’ (zonder in te gaan op details) en stelde haar voor om zelf de bondstrainingen te gaan verzorgen. Uiteraard zorgde dit voor de nodige stilte, want nog nooit kwam het voor dat een actief wedstrijdsporter zelf bondstrainer of bondscoach was. Zij stond er echter voor open en stelde voor dezelfde presentatie te geven aan de toenmalige bondscoach; Dhr. W. Muilwijk.
Zo gezegd zo gedaan, en even later zaten we met z’n allen aan tafel en ik herinner mij de reactie van Dhr. Muilwijk, na de presentatie, nog goed: “Dit had ook maar van één persoon af kunnen (en mogen) komen.” Vanaf dat moment ging ik als assistent bondcoach door het leven waarin ik de trainingen actief verzorgde (zelf dus ook meetrainde) onder toezicht van Dhr. Muilwijk die uiteraard de coaching/begeleiding op zich nam tijdens de trainingen, immers moest hij dat tijdens de wedstrijden ook doen. Dit werkte in de praktijk erg goed, althans zo heb ik het ervaren 😉
Moraal van het verhaal is dat zowel Mevr. Daussy als Dhr. Muilwijk open stonden voor verandering en niet de (vanzelfsprekende) bezwaren de overhand lieten nemen op de (mogelijke) kansen die gepresenteerd werden, zonder enige garantie op succes. Om de lijn van het verhaal iets door te trekken: vanaf januari 2003 werd ik officiëel bondstrainer-/coach en de prestaties vertoonden een stijgende lijn met als klapstuk het Europees Kampioenschap 2005 in Tenerife; 3x Goud (Timothy Petersen, Vanesca Nortan en ikzelf), 1x Zilver (Geoffrey Berens) en 1 5e plek (Bobby LeFèbre) – de succesvolste EK sinds 1979 (de 70’er jaren worden beschouwd als het Gouden Tijdperk voor het Nederlandse Karate) een collectieve prestatie waar ik nog steeds erg trots op ben!
Vandaag de dag neemt het Nederlandse Karate, helaas, een minder prominente rol in op het wereldpodium, echter zie ik nog steeds kansen; zowel op lange termijn als op korte termijn. Dus met dezelfde visie, eenzelfde gedachte (zie titel), waarschijnlijk dezelfde ‘stiltereactie’, maar met overtuigend geloof heb ik deze week een voorstel gedaan aan het bestuur van de KBN. NEE, het is NIET een herhaling van het verleden, maar er is goed nieuws: het vraagt (in principe) geen extra budget! Jullie raden het al, ik kan er (op dit moment) niet meer over vertellen/schrijven, maar ik hoop binnenkort erop terug te kunnen komen 😉
Je kind op vechtsport, een goed idee?
Veel mensen hebben hun twijfels bij de keuze voor een vechtsport op jonge leeftijd. Is dit terecht? Wat zijn de voor- en nadelen van het beoefenen van een vechtsport als kind en zijn alle soorten vechtsport voor kinderen toegankelijk?
Judo is een veelvoorkomende keuze voor kinderen, maar dit geldt minder voor vechtsporten als karate, aikido en boksen. Dit heeft waarschijnlijk deels te maken met het feit dat judo in essentie een verdedigingssport is en een andere insteek heeft dan veel van de alternatieven.
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen. Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring