Gewicht maken
Gastblog door Leo Verhoeven

Wat een ellende binnen de vechtsporten om maar steeds gewicht te moet maken. De sporters willen in een zo´n licht mogelijke gewichtsklasse uitkomen om meer kans te hebben om te winnen. In een lichtere gewichtsklasse heb je minder weerstand denken ze en dus meer kans om te winnen. Dat afvallen moet dan meestal in de week voor aanvang van de wedstrijd gebeuren. Een lichtgewicht die in de laatste week voor de wedstrijd nog 5 ȧ 6 kg moet afvallen is geen uitzondering. Vechtsporters nemen bewust het risico en maken gebruik van ongezond afvalgedrag. Coaches laten dat gebeuren en hen ontbreekt de juiste kennis van het verantwoord afvallen.
Hoe moet het dan?
Iedere logisch denkende coach zal zijn pupil adviseren om gebruik te maken van een methode om geleidelijk aan gewicht te maken in plaats van een manier waarbij de laatste paar dagen voor de wedstrijd nog vele kilo’s moeten worden afgevallen door minder of niet te eten. Als vechtsporters circa een week voor de wedstrijd nog gewicht moeten maken, kan een weloverwogen keuze gemaakt worden om daarbij niet meer dan 1,5 tot 2 procent van het lichaamsgewicht aan vocht kwijt te raken, omdat uitdroging van meer dan 1,5 tot 2 procent de sportprestatie en de gezondheid negatief zal beïnvloeden.
Bij jonge kinderen moet de coach en de ouders er op letten dat het kind voldoende eet en tijdig doorgroeit naar een hogere gewichtsklasse. Kinderen van 12 tot 18 jaar zouden niet meer dan 1,5 procent boven hun wedstrijdgewicht moeten zijn. Als het meer is dan is de consequentie dat er in een hogere gewichtsklasse moet worden uitgekomen.
Bij meisjes die aan topsport doen is het bekend dat hun menstruatie later kan plaats vinden. Voor hen is het ook van belang dat hun voedingspatroon zodanig is dat er geen menstruatiestoornissen optreden.
Bij mannelijke gewichtsklassensporters mag het vetpercentage niet minder zijn dan 5% en bij vrouwelijke gewichtsklassensporters niet lager dan 12%. Ik zeg er wel bij als dit haalbaar is. Bij zulke vetpercentages ben je zo slap als een vaatdoek en sla je nog geen deuk in een pakje boter. Ook ben je extra vatbaar voor ziektes. Zonder lichaamsvet overleven we het niet.

Als je echt aan topsport doet dan moet je je ook laten begeleiden door iemand met verstand van zaken in deze, zoals een sportdiëtist of voedingsdeskundige, die zijn of haar sporen in de vechtsporten heeft verdiend. Hij of zij kan adviseren welke gewichtsklasse het beste bij de vechtsporter past door het meten van de lichaamssamenstelling en rekening te houden met individuele factoren.
Het is van belang dat de lichaamssamenstelling en het vochtgehalte door middel van duidelijk vastgestelde gelijke herhaalbare procedures wordt gemeten. Het meten en wegen moet geen obsessie worden voor de vechtsporter. Het moet wel leuk blijven voor de sporter en omgeving. Soms is de impact van het gewicht maken zo groot dat dit het einde van de topsport carrière is, zonder serieus te hebben overwogen om in een zwaardere gewichtsklasse uit te gaan komen. De stijl en het fysieke vermogen kan beter aansluiten bij die van een hogere gewichtsklasse. Vele vechtsporters betreuren dat ze niet eerder zijn overgestapt omdat ze veel beter in hun vel passen.
De tijd tussen weging en de wedstrijd kan kort maar ook een hele dag zijn en wordt optimaal benut om de negatieve invloed van snel gewicht maken te beperken. Na de weging worden zoveel mogelijk het verlies aan vocht en koolhydraten optimaal aangevuld. De manier waarop dit gebeurd is dus mede afhankelijk van de tijd tussen de weging en de wedstrijd. Tijdens oefenwedstrijden wordt de te gebruiken methode uitgeprobeerd en geëvalueerd.

Eigenlijk overbodig om te zeggen maar het is van het grootste belang dat de vechtsporter zoveel mogelijk op gewicht blijft tijdens het gehele seizoen, zodat het jojo-effect wordt voorkomen. Dus ook meten buiten de wedstrijdperiode. Meten is weten.

Leo Verhoeven RDG
Bureau Op Eigen Kracht
Over de blogger:
Leo Verhoeven is een autoriteit op het gebied van weerbaarheid en het omgaan met agressie. Als officier van dienst bij de politie werkte Leo dagelijks met de organisatorische, juridische en mentale kanten van agressie. Inmiddels verzorgd hij al jaren verschillende trainingen omgaan met agressie voor doelgroepen als BOA’s, handhavers, BIT, BOT, verschillende agressieteams, toezichthouders, medewerkers sociale zaken, docenten, horecaportiers en kwetsbare vrouwengroepen. Hij ontwikkelde mede de A.Z. toets voor de politie Nederland, leidde IBT-docenten voor de Douane, docenten R.T.G.B. en meer dan 150 con-collega’s omgaan met agressie op.
Met twee Europees kampioenschappen jiu-jitsu, een 6e dan in judo en een 6e dan in jiu-jitsu op zijn naam, doceert Leo onder andere aan het C.I.O.S te Sittard en aan de Politieacademie. Zo leidt hij toekomstige docenten op om te werken bij defensie, politie en in de sportsector.
Gebaseerd op zijn jarenlange praktijkervaring richtte Leo ruim 15 jaar geleden bureau Op Eigen Kracht (http://www.opeigenkracht.nl/) op en schreef hij het boek “Op Eigen Kracht”. Het boek is een leidraad voor weerbaarheid- en zelfverdedigingcursussen voor vrouwen. Voor het C.I.O.S. ontwikkelde Leo met succes de opleiding instructor Gevaarsbeheersing. Deze erkende en populaire opleiding trekt al jaren cursisten uit binnen -en buitenland
Linkedin profiel Leo Verhoeven
Yordi van Lieshout wint regionale “Jan Wetzer Stimuleringsprijs”

Helmond, – De Lieropse judoka Yordi van Lieshout heeft de regionale Jeugdstimuleringsprijs toegekend gekregen; een van de 3 prijzen die jaarlijks vergeven wordt vanuit de “Jan Wetzer Stimuleringsprijs”.
“Hij is een judoka die ervoor gaat ook in moeilijke tijden. Dan blijft hij vasthouden aan zijn sport en haalt daar het plezier uit. De sport judo vindt hij zo leuk dat hij zelfs een opleiding gezocht heeft die dichtbij de sportschool ligt. Dit om maar te blijven groeien in het judo.”
Deze motivatie sprak juryvoorzitter Bertie Wetzer aan. “Yordi heeft een erg moeilijk jaar achter de rug maar de liefde voor de sport helpt hem er doorheen.”
Yordi komt uit een echte judofamilie. Vader John van Lieshout en moeder Claudia van Lieshout – Moors wonnen tal van nationale en internationale judotitels. Zusje Joanne is een van Nederlands grootste judotalenten en wint momenteel alles wat er te winnen valt in haar leeftijdsklasse. Maar ook oom Peter en tante Jessica hebben tal van judotitels op hun naam staan.
Yordi’s oudere broer Youri was ook judoka maar stierf afgelopen jaar op 17-jarige leeftijd na een kort maar heftig ziekbed. Vorige maand overleed ook opa Joseph van Lieshout die al tientallen jaren zijn zonen John en Peter en later zijn kleinkinderen supporterde vanaf de tribune.
Yordi hoopt volgend schooljaar de overstap te kunnen maken naar het Joriscollege in Eindhoven; een LOOT-school die het mogelijk maakt wedstrijdsport te combineren met school. Yordi traint, net als zijn zusje Joanne, bij Essink Sportcentrum in Eindhoven.
Bertie Wetzer overhandigde Yordi afgelopen week alvast een wedstrijd judopak van adidas. Yordi krijgt een Stimuleringsprijs van in totaal 500 euro aan sportkleding en accessoires die hij zelf mag uitzoeken op www.nihonsport.nl
Komende weken worden de landelijke Stimuleringsprijs voor een jeugdsporter (-16) en de Verenigingsprijs nog uitgereikt. De winnaars zijn al geïnformeerd.
De aantrekkingskracht van kata en een leven lang judo

Ons judoliefhebbers wordt verteld dat kata en randori gelijk zijn aan de wielen van een wagen. Tijdens trainingen wordt ons gezegd dat ze onontbeerlijk zijn voor het leren van de juiste technieken. Desondanks zijn we dag en nacht bezig met randori-gerichte training en zien we kata slechts als een middel om een hogere dan te verkrijgen.

Toen ik in mijn jonge jaren bezig was met competitief judo, had ik zelf ook nooit serieus nagedacht over kata. Ik wist er niets van en was er dus ook niet in geïnteresseerd. Op mijn 28e begon er echter een nieuw hoofdstuk in mijn leven en kreeg ik de kans om naar de afdeling Lerarenopleidingen voor de Krijgskunst van de Nationale Politieacademie (Judo) te gaan. Dit was voor mij een fantastische gelegenheid om als instructeur opnieuw kennis te maken met de basisbeginselen van het judo. Omdat ik direct kata-les kreeg van geweldige leraren, ontwikkelde zich een interesse in mij die ik nog niet eerder had gevoeld en sloeg ik een nieuwe weg in naar een leven waarin ik mij bewust was van het begrip kata.

Dit was voor mij een keerpunt. Ik raakte betrokken bij kata-demonstraties op de All-Japan Judo Championships en de opnamen van een kata-video waarop ik zo vaak voor uke moest spelen, dat ik uiteindelijk blauwe plekken op de achterkant van mijn dijen kreeg. Ook de kans die werd geboden om in het buitenland kata-les te geven, is voor mij een waardevolle en onmisbare ervaring geweest. Zonder kata zou ik niet zijn wie ik ben. Hoe meer ik leer, des te meer ik ontdek. Kata hebben mijn hart gestolen.

Jigorō Kanō leert ons: “Als je kata en randori vergelijkt met de zinnen in een tekst, dan vormen kata de grammatica, en randori de tekst. Door te leren hoe de grammatica werkt en hoe je een tekst moet schrijven, leer je schitterende zinnen te bouwen. Zo is het ook met kata en randori: door ze samen te oefenen, verbeter je je techniek.”
Judotechnieken bestaan uit talloze methoden voor aanval en verdediging. Voor kata zijn hier typische en praktische vormen uit gehaald, die zijn samengevoegd tot een vast geheel van volgorden en methoden. Door kata te oefenen, leer je de theorie achter de juiste uitvoering van de technieken, zodat je jezelf deze technieken eigen kunt maken.
Ik heb echter het idee dat veel judoliefhebbers in de vooronderstelling verkeren dat judotechnieken alleen bestaan uit de nagewaza en katamewaza uit het randori. Maar judo heeft zich ontwikkeld vanuit het jiujiutsu en omvat daarom alle martiale technieken. Die technieken kun je oefenen met kata. Dat geldt vooral voor atemiwaza.
Als je alleen binnen Japan actief bent, heb je het helemaal niet in de gaten, maar naarmate je meer betrokken raakt bij instructie in het buitenland, zie je bijna niets anders: mensen gaan volledig op in het judo. Ze klagen niet over de allesbehalve ideale judo-omstandigheden als hun tatami en gi totaal versleten zijn. Ze laten geen moment onbenut, zijn zich totaal niet bewust van tijd en stellen continu vragen. Ik verbaas me altijd over hoe serieus men met kata bezig is. Mensen vragen me zelfs om hun kata te beoordelen alsof het een echt dan-examen betreft.
Ik heb sterk het gevoel dat dit anders is bij de Japanners, voor wie kata-onderwijs welhaast vanzelfsprekend is. In het buitenland vergeet ik de hitte van de dojo en heb ik het ondertussen geweldig naar mijn zin. Het zou mooi zijn als de Japanse judojeugd zich meer bewust wordt van de ideale omstandigheden waarin wij verkeren. Daar moeten we dankbaar voor zijn, en juist dat zou ons nog meer moeten enthousiasmeren.
Dit jaar wordt de 22e editie van het nationale kata-toernooi, de All-Japan Kata Judo Championships, gehouden. Dit toernooi vindt plaats om de verspreiding en promotie van het judo te bevorderen via kata, dat samen met randori de peilers voor onze judotraining vormt. Sinds de oprichting van de Kōdōkan hebben onze voorgangers gestreefd naar nationale unificatie van de negen kata, waardoor het judo lange tijd allerlei veranderingen heeft ondergaan. Een van de schitterende resultaten daarvan is dit kata-toernooi, en ik kan slechts hopen dat deze ontwikkeling zich zal voortzetten.

De verspreiding van kata begint ook in het buitenland zijn vruchten af te werpen: de laatste jaren mogen kata zich internationaal in een steeds grotere belangstelling verheugen, zelfs in die mate dat het op alle onderdelen voor Japan steeds moeilijker wordt om nog gouden medailles te halen. De vorderingen die wereldwijd worden geboekt op de World Kata Championships zijn dan ook opmerkelijk te noemen.
Buitenlanders die meedoen aan de kata-seminars van de Kōdōkan zeggen dat ze kata willen leren in Japan, omdat dit land de bakermat van het judo is. Ik verbaas me over het feit dat er mensen zijn die nuchter (en terecht!) antwoorden dat de leer van judo niet alleen om wedstrijden draait, en dat hun doel om judo te leren ergens anders ligt.
Ook in de prefectuur Iwate organiseer ik drie keer per jaar een kata-seminar en -toernooi en streef ik naar verbetering en versterking van kata, zodat het judo zich verder kan ontwikkelen. Kata mogen zich in een steeds grotere belangstelling verheugen en het aantal deelnemers aan het seminar stijgt elk jaar opnieuw. Het beoogde doel is bereikt, maar we zijn helaas nog niet zo ver dat kata ook competitief worden beoefend. Wat kata-toernooien betreft houden we op één dag een seminar en een voorronde voor de onderdelen op de All-Japan Kata Judo Championships waarvoor de regio Tōhoku uitkomt. Tijdens seminars op andere dagen houden we ook demonstraties voor andere onderdelen, maar we zullen iets moeten doen aan het feit dat er elke keer maar 10 paren meedoen. Daarnaast zal het nog wel even duren voordat mensen gewend zijn aan de andere invalshoek bij kata ten opzichte van randori. Bij kata ligt het accent op het verkrijgen van inzicht, verfijnde motoriek en de diepgaande gedachte achter de expressie.


Ten slotte is het enorm jammer dat oudere leerlingen, die geen randori meer kunnen uitvoeren, geen plaats meer krijgen in de dojo en daardoor als vanzelf steeds verder van het judo af komen te staan. Ik constateer echter dat oudere mensen zich bij andere sporten alleen maar meer verdiepen in hun studie. Zouden we binnen het judo ook geen methoden en locaties nodig hebben die zich richten op veteranen? Kata zijn daarvoor onontbeerlijk.
Door kata te leren, kun je je op hogere leeftijd nog meer verdiepen in het judo. Ik hoop dan ook dat we kata verder kunnen integreren in het judo, zodat mensen deze sport hun leven lang kunnen blijven beoefenen. En ik hoop dat we veel leraren kunnen opleiden die de positie van het kata verder kunnen verbeteren. Met mijn activiteiten in Iwate hoop ik daar een kleine bijdrage aan te kunnen leveren.
Midori Chiba
Voorzitter van de judobond van de prefectuur Iwate
Uitgebreide fotoreportage Dutch Open Espoir Judo 2019

Kijk voor een uitgebreide fotoreportage van de Dutch Open Espoir op onderstaande link.
Foto’s van de zaterdag HIER
Foto’s voor de zondag HIER
Uitslagen en poules 2019 vind je HIER



Uitgebreide fotoreportage “Kiloknallers” Kenamju 2019

Voor een uitgebreide fotoreportage van de “Kiloknallers” Kenamju 2019 klik HIER



Uitgebreide fotoreportage Trainingsstage BUSHi 2018

Voor een uitgebreide fotoreportage van de BUSHi trainingsstage klik HIER






Vechtsport kan op lange termijn focus en alertheid verbeteren

Vechtsporten vereisen een goed niveau van fysieke kracht, maar degenen die training volgen, moeten ook ongelofelijk veel mentale scherpte ontwikkelen. Maakt dat vechtsporters uiteindelijk ook meer alert dan andere (niet-)sporters?
Niet spierkracht, maar mentale kracht is de basis voor de stootkracht van mensen die de vechtkunst beoefenen, zo hebben onderzoekers vastgesteld. De sterkere stootkracht van karate-experts bijvoorbeeld, heeft haar oorsprong in een betere controle van spierbeweging in de hersenen. Andere studies hebben ook aangetoond dat kinderen die taekwondo beoefenen, verbeterden in scores voor wiskundetests en gedrag.
Lees HIER verder.

Gastblog Willem Visser: “De club centraal”

Download onderstaand artikel als PDF in de originele opmaak:
Onder de noemer “De club centraal” introduceerde de JBN een project. De titel van het project geeft de belangrijkheid van de judo-club aan; inderdaad, de judo-club is belangrijk en zelfs onmisbaar in judo-Nederland.
Judo bestaat onder andere uit randori (techniektraining ligt daaraan ten grondslag), shiai (wedstrijd; randori is daarvoor de basis) en kata (de grammatica, de principes van judo).
Judo kan beoefend worden als spel (waaronder pedagogisch spel), sport (wedstrijden), zelfverdediging, algemene conditietraining, recreatie en bewegings-culturele activiteit (onder andere kata).
Door judo traint en ontwikkelt men zeer uitgebreid de bewegingsgevormdheid (onder andere: snelheid, coördinatie, timing enz.) alsmede allerlei ‘krachten’ op het gebied van fysieke gesteldheid, psyche, esthetica, cybernetica, filosofie, cultuur e.a. fenomenen.
In dit artikel wil ik me vooral richten op de importantie van de judo-club bij het ontwikkelen van randori en shiai, omdat, door de huidige nationale centralisatie, de centrale plaats waar wedstrijdvoorbereiding dient plaats te vinden, de judo-club, bedreigd wordt of wellicht al is vervaagd of weggevallen.
Sterke judo-clubs zullen ook het niveau en het ledenaantal van de JBN vergroten en dus ook de financiële positie, waardoor de onafhankelijkheid van het NOC weer kan worden opgeëist; tevens zal de aanwas voor de nationale en regionale centrale trainingen toenemen.
De vraag is hoe men met relatief kleine trainingsgroepen (bijvoorbeeld 12 judoka) in de judo-club een optimale voorbereiding kan doen voor wedstrijden en hoe men een belangrijke bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van de topjudoka?
Natuurlijk zullen er vooraf professionele afspraken gemaakt moeten worden over de trainingsmomenten op club- regionaal en nationaal niveau. (Het is hier goed om te realiseren dat professioneel hier betekent: deskundig, integer en bereid en in staat om samen te werken!)
De afstemming zou kunnen zijn: maandag, dinsdag, donderdag clubniveau en op woensdag, vrijdag en zaterdag regionaal of nationaal niveau, afhankelijk van het niveau, de leeftijd, het wedstrijdresultaat en andere competenties van de individuele judoka.
Indien mogelijk of wenselijk kan de judo-club ook nog trainen op de zondagochtend en de regionale en centrale organisatie zal zorg dragen voor de noodzakelijke internationale trainingsstages!
De bovenstaande afstemming zal betekenen, dat de club ook weer een belangrijke plaats krijgt/heeft in de ontwikkeling van de judoka.
Clubcoaches zullen geïnspireerd blijven om judoka op te leiden met alle positieve gevolgen van dien.
Voor zo’n clubtraining ontwikkelde ondergetekende een standaard-wedstrijdtraining met enige varianten, die kunnen worden gebruikt. (De successen van de judoka van de Judo Ryu Nijmegen zijn mede door deze structuur behaald.) Iedere coach zal zich echter wel moeten realiseren, dat een trainingsstructuur een hulpmiddel is om judoka te ontwikkelen. De individuele judoka staat centraal!
De standaard wedstrijdtraining heeft tot doel:
- Technische ontwikkeling van judoka;
- Voldoen aan de behoefte van de individuele judoka;
- Periodiseren op basis van techniek;
- Kleine trainingsgroepen optimaal ontwikkelen;
- Randori is de beste trainingsvorm; de standaard wedstrijdtraining verbetert randori en shiai.
Onder de weergave van de standaard-wedstrijdtraining heb ik nog een klein overzicht gegeven van de verschillende soorten van belasting; hieruit wordt duidelijk dat fysieke en mentale belasting steeds wordt afgewisseld.

Standaard wedstrijdtraining:
Taiso 10 minuten
- Circulatie warming-up
- Normalisering
- Stretching
Ukemi - valoefening
Uchi-komi 1 10 minuten - judo-technische warming-up
Uchi-komi 2 15 minuten - interval training
Yaku-soku-geiko 5 minuten - op de beurt werpen
Kakari-geiko 15 minuten - Tori valt aan, Uke ontwijkt
(op intervalbasis mogelijk)
Sotai-renshu Nage-waza. 20 minuten - aanleren of verbeteren
van een werptechniek
Randori Nage-waza 15 minuten - 2 á 3 maal 5 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten - aanleren of verbeteren
van een controletechniek
Randori Ne-waza 15 minuten - 3 maal 5 min.
of 2 maal 7 ½ minuut
Seiry Taiso 5 minuten - lichte Uchi-komi en stretching
Mondo - technische, tactische of organisatorische aanwijzingen
Moku-so - ideo-motorische en positiefsuggestieve training
Bovenstaande is een basis wedstrijdtraining. Bij specifieke behoefte kan uiteraard worden afgeweken.
De techniekkeuze voor beide Sotai-renshu dient op jaarbasis te worden vastgelegd aan de hand van:
- Ideaalbeeld van judo (visie);
- Individuele behoefte judoka;
- Statistische conclusies, verkregen uit informatie van het vorige seizoen;
- Nationale en Internationale ontwikkelingen;
- De periode in het trainingsseizoen (vooral van belang bij uchi komi intervaltraining).
De periodes zijn:
a. Algemeen voorbereidende periode
b. Specifiek voorbereidende periode
c. Voorbereidende wedstrijdperiode
d. Voorbereidende en eigenlijke wedstrijdperiode
e. Eigenlijke wedstrijdperiode
Wellicht later meer hierover.

Variaties op Standaard Wedstrijdtraining:
Uit fysiologische, didactische of methodische overwegingen kan men een variatie maken op de standaard wedstrijdtraining, door het Ne-waza gedeelte naar voren te halen. De training komt er dan als volgt uit te zien:
Taiso (inclusiefs Ebi en Hiki-komi) 15 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Uchi-komi 2 15 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Kakari-geiko 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 20 minuten
Randori Nage-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten
Mondo 2 minuten
Moku-so 3 minuten
Op bovenstaande indeling kan nog een variant gemaakt worden door de Uchi-komi 2 na de Randori Nage-waza te plaatsen, wat naast fysiologische effecten ook mentale effecten heeft.
De oefenstof (inhoud) kan in deze lesindelingen (vorm) gegoten worden, waarmee dus vorm en inhoud wordt gegeven aan een jaarplan en zelfs meerjarenplan.
Vorm en inhoud vormen tezamen een structuur. Op deze wijze werkt men dus gestructureerd naar een doel.
Met……niveau bepaling aan het einde van een fase.
Verantwoording en uitleg van de verschillende trainingsonderdelen
Taiso
De fysiologische waarde van een warming-up zijn voldoende aangetoond en behoeven hier niet te worden behandeld. In de warming-up onderscheiden we drie onderdelen:
a) De circulatie warming-up
- Het losmaken van spieren en gewrichten;
- Het opwarmen van de spieren;
- Het op arbeidsniveau brengen van de organen.
b) De normalisering - Spierversterking; na gewenning zal dit ook op peil houden van de spierkracht betekenen.
c) Het stretchen - Licht en kort statisch rekken van de spiergroepen.
Ukemi
Valoefening is altijd in een training opgenomen. Het is van zowel technische als wel van psychisch/mentale waarde. Het Zempo Kaiten (rollen) heeft ook zeer coördinatieve waarden; Nl. bij het rollen behoort men de lichaamsledematen zo gunstig mogelijk te groeperen rondom het zwaartepunt.
Het vallen is de ziel van het judo.
Uchi-komi
We onderscheiden globaal twee Uchi-komi momenten in een training:
a) Als specifieke warming-up en als cooling-down;
b) Als conditietraining op basis van techniek;
a. Als algemene conditietraining;
b. Als specifieke intervaltraining, (voorbeeld; belasting en rust kan variëren):
i. Duurtraining: 1:30 arbeid, 0:30 rust
ii. Tempotraining: 0:45 arbeid, 0:30 rust
iii. Snelheidstraining: 0:30 arbeid, 1:00/1:30 rust
E.e.a. wordt geperiodiseerd, d.w.z. ingedeeld in de week en dus verdeeld over 6 trainingseenheden en afgestemd op de periode in het seizoen en soms bijvoorbeeld bij trainingsachterstand, individueel aangepast.
Uchi-komi ingedeeld naar bewegingsverloop
1) Butsu-kari
Balans verstoren en inkomen maken in twee pasritme voor worpen in voorwaartse richting en achterwaartse richting. In voorwaartse richting onderscheiden we dan ook nog Koshi-waza en Te-waza en in achterwaartse richting onderscheiden we O-uchi-gari, Ko-uchi-gari en O-soto-gari.
Bewegingsverloop:
- Stilstaande met zwaaibeen;
- In beweging met zwaaibeen;
- In Shintai (bewegend in sagittale vlak).
Doel en plaats: - Specifieke warming-up en bij de cooling-down met als doel perfectioneren van Kuzushi en Tsukuri.
2) Uchi-komi met zwaaibeen, te gebruiken als:
Bewegingsverloop:
- Stilstaande;
- In beweging
Doel en plaats:
- Specifieke warming-up en cooling-down;
- Intervaltraining;
- Onderdeel van de techniekverbetering (langzame bewegingsaanloop en bewegingsafloop).
3) Uchi-komi met uitstappen:
Bewegingsverloop:
- Stilstaande;
- In beweging
Doel en plaats:
- Specifieke warming-up;
- Intervaltraining.
4) Uchi-komi in Shintai:
Bewegingsverloop:
- Recht naar links;
- Links naar links;
- Rechts naar links en omgekeerd;
- Afwisselend rechts-links of links-rechts.
- Doel en plaats:
- Interval training;
- Cooling-down;
- In periode van actief herstel.
Men leert met deze Uchi-komi tevens onmiddellijk te antwoorden op een techniek van de opponent.
5) Uchi-komi met verbindingen:
Bewegingsverloop:
- Renzoku-waza: In dezelfde richting bijv. Seoi-nage ->Ippon-seoi-nage
- – Renraku-waza: In de andere richting bijv. O-uchi-gari -> Tai-otoshi
Doel en plaats:
- Specifieke warming-up;
- Techniektraining.
6) Uchi-komi vrij bewegend over de mat:
Bewegingsverloop:
(Voorbereiding, Kuzushi, Tsukuri)
Bijvoorbeeld 5 maal rechts en 5 maal links:
- Opdracht;
- Eigen keuze van techniek;
- Verbindingen;
- Overname.
Doel en plaats: - Techniektraining;
- Laatste trainingen voor de wedstrijddag.
7) Uchi-komi (Okuri-)eri Kumi-kata:
Bewegingsverloop:
Voortdurend achter elkaar:
- Inzet rechts naar achter;
- Inzet rechts naar voor;
- Inzet links naar achter;
- Inzet links naar voor.
Doel en plaats: - Warming-up voor wedstrijden;
- Techniektraining;
- Concentratietraining, vooral aan het einde van een zware training.
Yaku-soku-geiko
Op de beurt werpen; vrije techniekkeuze. De judoka kiezen veelal hun Tokui-waza (specialiteit) in verschillende bewegingsrichtingen en/of hun specifieke voorbereiding of met gevarieerde Kumi-kata.
Kakari-geiko
Tori valt aan, 5 maal 1 minuut en Uke ontwijkt 5 maal 1 minuut. Om de minuut wordt van functie gewisseld en om de twee minuten wordt van partner gewisseld.
In de rust wordt de kleding geordend en de polsslag gecontroleerd.
Men dient onderscheid te maken in ontwijken en verdedigen:
- Ontwijken:
Zonder blokkeringen, los in de armen, geen overname techniek, spelen met het zwaartepunt. - Verdedigen:
Ontwijken en blokkeren, wel overname en techniek.
In de Kakari-geiko wordt de eigen bewegingsgevormdheid ontwikkeld. Er wordt veel gebruik gemaakt van Tokui-waza en verbindingen. Ook worden technieken, die in de vorige trainingen beoefend zijn, uitgeprobeerd c.q. eigen gemaakt.
Kakari-geiko is een zeer belangrijk trainingsonderdeel, vooral omdat het een zeer specifieke bewegingsgevormdheid geeft.
Sotai-renshu Nage-waza
In dit oefengedeelte worden gedurende 20 minuten in een langzaam tempo, maar uiterst nauwkeurig, nieuwe bewegingen aangeleerd, eventueel verbeterd. Ook vele speciale Kumi-kata met bijbehorende werptechniek worden aangeleerd en verbeterd. Ieder oefent dezelfde beweging, ook al is het een techniek, die men zelf niet zal maken in Shiai. Bovenstaande beoefent men links en rechts. Dit wordt door velen als tijdsverlies gezien. Dit is echter een grote misvatting. Immers; de bewegingsgevormdheid wordt vergroot, men krijgt inzicht in de beweging, waardoor het gemakkelijker wordt te anticiperen op de aanval van de tegenstrever. Als men bijvoorbeeld verschillende malen in Shiai geworpen is met Yoko-tomoe-nage, dan verdient het aanbeveling Yoko-tomoe-nage te bestuderen, dus beoefenen.
Randori Nage-waza
Hierin wordt Tokui-waza, verbindingen en overnames en aangeleerde techniek in Sotai-renshu, zeer offensief in spel beoefend. De kamp om de Kumi-kata speelt een rol, maar zeker geen hoofdrol. Hieraan wordt in sommige trainingen apart aandacht besteed.
Maki-komi-waza is in training verboden, daar dit techniekontwikkeling remt, zelfs terugdringt.
Sotai-renshu Ne-waza
Zie Sotai-renshu Nage-waza. De oefentijd van nieuwe techniek is korter dan bij Nage-waza, daar het trainen van het moment van minder belang is (let wel, van minder belang, dus niet van geen belang).
Randori Ne-waza
De eigen voorkeurstechnieken en de eventueel nieuw aangeleerde technieken worden in spel getraind.
Accenten:
- Vecht je naar initiatief en tracht het te behouden;
- Weet door te verbinden, dus anticiperen; zien en voelen in vele projecties en perspectieven;
- Het verkrijgen van controle is veel belangrijker dan de sensatie van de Shime-waza of Ude-kansetsu-waza (in Shiai probeert men vak zonder controle tot klem of omstrengeling te komen, waardoor veelvuldige mislukking voorkomt. Dus eerst controle en daarna pas opgave techniek plaatsen).
Seiry Taiso
Lichte Uchi-komi om de bekende fysiologische redenen, maar ook omdat de techniek wordt geschoold, als technische oefeningen nog worden verricht in omstandigheden van vermoeidheid.
Uiteraard wordt voor langzame uitvoeringswijze gekozen. Het stretchen wordt per spiergroep langer aangehouden, daar de spier nu veel warmer is als aan het begin van de training.
Mondo
Technische, tactische of organisatorische aanwijzingen.
Moku-so
Gedurende 2 á 3 minuten zitten de judoka in Seiza, met de opdracht in stilte de training door te nemen, vooral het nieuwe aangeleerde (ideo-motorische training). Ook een stuk positief-suggestieve training is vertegenwoordigd. Niet “tobben” over wat fout ging, maar “zich verheugend” denken over wat goed ding. (Judoka kunnen in dit verband ook geadviseerd worden, om voor het slapen gaan, enige minuten zo bezig te zijn met Tokui-waza of met techniek, die men moet of wil eigen maken).
Verhouding Nage-waza — Ne-waza, gezien in trainingstijd
Nage-waza Ne-waza
Basisfase A 8-10 jaar 50% 50%
Basisfase B 11-14 jaar 55% 45%
Uitbouwfase 14-17 jaar 60% 40%
Aansluitingsfase 18-20 jaar 65% 35%
Topsportfase vanaf 20 jaar 65% 35%
Belasting bij de verschillende trainingsonderdelen
Fysiologische belasting Mentale belasting
Taiso. 1 tot 3 1
Ukemi 1 2
Uchi-komi 1 2 tot 3. 2
Uchi-komi 2. 3 tot 4 2
Yaku-soku-geiko 2 3
Kakari-geiko 3 tot 4 4
Sotai-renshu Nage-waza 2 tot 3. 4
Randori Nage-waza 4. 3 tot 4
Sotai-renshu Ne-waza 2 4
Randori Ne-waza 4. 3 tot 4
Seiry Taiso 2 tot 1 2
Mondo. — 2
Moku-so 1 3
Dit is een globale analyse. Strikt genomen laat belasting zich niet scheiden, wel kan worden onderscheiden.
Getracht dient te worden om een wat golvende belastingscurve te krijgen.
(Waardering tabel: 1 = zeer laag, 2 = laag, 3 = hoog, 4 = zeer hoog)
Aan het eind van dit artikel
Het is noodzakelijk om te stellen, dat de inhoud van dit artikel slechts een heel klein onderdeel is van alle facetten die bij de ontwikkeling van een (top)judoka een rol spelen. Het is mijn bedoeling om een mogelijke leidraad te geven voor judo-clubs en judocoaches om gericht training te geven, waardoor judoka successen kunnen behalen.
Ook stel ik er prijs op om coaches en judo-clubs te stimuleren om zich bezig te houden met wedstrijdjudo. (Ja, het is gemakkelijk om iemand een kata aan te leren; hoeveel gecompliceerder en moeilijker is het om als coach een bijdrage te leveren om een judoka regionaal, nationaal of internationaal te laten presteren of zelfs kampioen te zien worden?)
Twee keer per jaar een programma maken volstaat. Eén voor de periode augustus- december en één voor de periode januari- mei.
Nu dus een mooi tijdstip om de tweede periode voor te bereiden om het Nieuwe Jaar goed te beginnen.
Voorspoedig Nieuwjaar!
Willem Visser
December 2018
Download onderstaand het artikel als PDF in de originele opmaak:
Uitgebreide fotoreportage Open Twents Judokampioenschap 2018

Uitgebreide fotoreportage Open Twents Judokampioenschap 2018
Foto’s gemaakt door Marco Krachten.
Bekijk de volledige reportage’s via onderstaande links:
Podium foto’s zaterdag HIER
Foto’s meetmoment JBN HIER
Podium foto’s zondag HIER
Foto’s zondag HIER



Sfeerkeepers. Wie zijn we en wat doen we?


Sport is hierbij een belangrijk bindmiddel. Teambuilding door middel van teamsporten, fysieke vaardigheden en proportioneel en professioneel handelen komen extra aan bod bijzonder andere de boks- en judolessen.
Net als bij de sport willen wij door middel van de Leerroute Sfeerkeeper de jongeren een podium bieden. De ervaringen van hun succesmomenten dragen bij aan een positief zelfbeeld en de plek in onze maatschappij, waarbij zij met hun talenten het beste tot hun recht komen. Ons meest recente rolmodel is Soumia. Van Junior Sfeerkeeper naar Junior Voorname Vrouw in de gemeente Venlo. Een mooie mijlpalen podium voor deze topper.
is vereerd om de Junior Venloos Voorname Vrouw 2019 bekend te kunnen maken.

Soumia Hardadou (1998), ook bekend als Mia, mag voor het komende jaar de titel dragen.Venloos Voorname Vrouw 2018 Loes Keijsers staat helemaal achter de keuze van Soumia.
Op vrijdag 8 maart 2019 tijdens de viering van Internationale Vrouwendag in het stadhuis van Venlo zal zij de bijbehorende onderscheidingen in ontvangst nemen.Als sfeerkeeper maakt Soumia het verschil als het gaat om de verbinding tussen twee werelden; straatcultuur en burgercultuur. Ze is een ‘rolmodel’ voor de Venlose jeugd omdat zij een positief voorbeeld is voor jongeren en omdat ze aanzien geniet in hun leefwereld.
Daarnaast is ze een zeer bescheiden persoon die het zelf helemaal niet bijzonder vindt wat ze doet.
De eretitel ‘Junior Venloos Voorname Vrouw’ gaat naar Soumia omdat zij:
- als Venlose vrouw haar mannetje staat met een grote glimlach op haar gezicht
- zowel autochtone als allochtone jongeren zien haar als een rolmodel
- als Marokkaanse Nederlander inwoner van de gemeente Venlo zich al jaren inzet voor de sfeer in de Venlose samenleving en binnenstad. Ze zorgt voor de veiligheid bij Viva Classic Live waar wereldberoemde internationale gasten optreden. Of tijdens de Venlose carnaval bij de Maaspoort, De Boetegewoëne Boëtezitting, Spijs, Venlospelen, Open Dagen Stadskantoor en Venlo on Stage.
- de sfeer in en rondom het Blariacumcollege Juniorcollege mee bewaakt
- bescheiden is, maar ook daadkrachtig
- draagt haar liefde voor Venlo op een mooie duidelijke manier uit naar de jeugd
Wellicht is het goed om de achtergrond van de opleiding Sfeerkeeper te schetsen.Stichting opleiding Sfeerkeepers ontstond omdat de afgelopen jaren het bedrijfsleven, buurtbewoners en scholen, steeds meer signalen ontvingen van straatjongeren, die in conflict kwamen met hun omgeving. Die onrust en overlast vond deels zijn oorzaak in de kloof tussen ‘burgercultuur’ en ‘straatcultuur’.
In het contact met scholen, ouders en buurtbewoners bleek behoefte aan meer veiligheid en een betere sfeer. Zo ontsproot het idee om leerplichtige jongeren – en eenieder die geïnteresseerd is in het werken met die jongeren – middels een gerichte opleiding verder te bekwamen in het bewaken van de sfeer.
Voor meer informatie hierover ga dan naar www.venlovrouwen.nl
Sfeerkeepers… in de aanpak zit de verandering!
Voor meer informatie over ons verwijzen wij graag naar onze website www.sfeerkeepers.nl



