Nihon Sport

Van wie is het talent…….

Nu ik me niet meer beweeg in de vaderlandse topsport op Papendal, en zijdelings met verschillende coaches, atleten, sportmarketingbureaus of sportorganisaties praat verbaas ik me over de volgende stelling…, Van wie is het talent.

 

Ik werd hierop geattendeerd toen ik sprak met een eigenaar van een gerenommeerd sportmanagementbureau. Vele grote atleten, met zeer aansprekende prestaties maken onderdeel uit van zijn organisatie. Precies deze woorden gebruikte ik ook toen ik met hem in gesprek raakte…, zijn natuurlijke reactie was gelijk “het zijn niet mijn atleten”. Ik maak een onderdeel uit van zijn/haar team. Verbaast, maar enigszins gelukkig reageerde ik met de bevestiging dat hij helemaal gelijk had.

 

Wat maakt coaches, managers of organisaties baas over het talent. is het omdat zij vinden dat ze veel investeren. Zoals tijd, energie, geld of dat ze harde keuzes maken in hun privéleven die dit rechtvaardigen.

 

De prestaties van een atleet, bepalen de status van een coach. Zelf heb ik in mijn begin jaren dezelfde fout gemaakt. Wil je, je kop boven het maaiveld laten uitsteken en wil je opvallen dan moet je prestaties leveren. Tenminste.., je atleten. Uitverkoren worden voor een bepaalde functie hangt daarmee samen. Mijn weg naar olympisch coach had nooit plaatsgevonden als ik geen prestaties kon leveren op het allerhoogste niveau.

 

Waarom deze vraagstelling; Ik zie veel talenten verloren gaan door de prestatiedruk van coaches. Door de bescherming van sommige managers en van de altijd onderlinge strijd tussen clubs, bond omdat ene talent. Coaches die alles bij zich willen houden om zelf de onderlinge concurrentie te kunnen bepalen, de touwtjes in handen te houden om aan het eind te kunnen zeggen dat zijn sporter heeft gewonnen. Waarmee hij zijn status heeft kunnen verstevigen. Ik spreek in de mannelijke vorm, maar dit geldt natuurlijk net zo voor vrouwelijke coaches. Managers ontzorgen hun sporters zover dat ze nog amper zelf kunnen denken en beslissingen durven nemen. Het lijkt wel of gearriveerde  topsporters, net als bij het wielrennen, allemaal met oortjes inlopen en door hun managers worden ingefloten wat te denken en te doen. We creëren hiermee alleen maar volgzame atleten die we tijdens hun topsportcarrière, denken te helpen, maar daarna loslaten en in het maatschappelijke leven de vaardigheden missen om succesvol te blijven. De eeuwige strijd tussen clubs en bond om een talent wel of niet door te laten stromen, wordt niet altijd in het belang van de sporters genomen. Technisch Directeuren van verschillende academie lijnen en coaches zien in elk presterend talent gelijk hun status groeien. Waar liggen de criteria om een talent door te laten stromen naar een volwassen omgeving…,

 

Om terug te komen op de eerste stelling…, van wie is het talent is het antwoord natuurlijk heel simpel en een ieder zal de vraag met hetzelfde antwoord beantwoorden, maar toch zie en hoor ik het tegenovergestelde. Laat een talent, atleet zelf verantwoordelijkheid nemen voor zijn eigen (topsport)carrière. Het zijn niet jouw, mijn of onze sporters. Wij faciliteren, ondersteunen, geven richting en laten los. Als we de sport zien als een afspiegeling van de maatschappij, dan zullen we de sporter zelfstandig, zelfbewust en zelfregulerend moeten maken en een ieder, in verschillende fases, maakt daar een onderdeel van uit.

Nu ik geen onderdeel meer ben van de vaderlandse topsport, kijk ik met veel voldoening terug op mijn periode als trainer/coach van verschillende sporters. Ben ik trots op wat we allemaal met elkaar hebben meegemaakt en kijk ik met trots naar de verdere ontwikkeling, prestaties en groei als mens. Ik kijk uit naar het aankomende WK judo en ga een ieder volgen en hoop de volgende wereldkampioen te zien hangen in de Ruska Hal op Papendal.

 

Als laatste wil ik het volgende zeggen; Ik ben jaren lang onderdeel geweest van het systeem. Misschien is het goed voor, de mensen die beslissen, soms wat afstand te nemen en met andere ogen naar het systeem te laten kijken. Ik begrijp hoe moeilijk dit is als je er middenin zit en je vecht voor je functie, maar als ex-olympisch coach wil ik jullie dit meegeven. En naar de bond wil ik zeggen dat ze deze mensen de ruimte moeten geven om dit te doen…., zonder dat hun baan vacant wordt gesteld.

“Ik zie ik zie wat jij niet ziet: VI JUDO”

Al enige tijd zet ik me in voor een nog redelijk onbekende tak binnen de budosport, namelijk judo voor blinden en slechtziende judoka’s, visual impaired (v.i.) judo. Weten jullie dat dit een onderdeel is op de Paralympische Spelen? Helaas zijn er al geen Nederlandse deelnemers meer sinds Sanneke Vermeulen in 2008 (Beijing) een bronzen plak behaalde. Hier wil ik verandering in brengen samen met de JBN en NOC*NSF.

 

Sinds een paar jaar wordt er weer hard gewerkt door een selecte groep met v.i. judoka’s om op een hoger niveau te komen. Onder de gepassioneerde begeleiding van mij en Marco Borst wordt er getraind en toegewerkt naar classificatie en deelname aan internationale toernooien. Ook krijgen we ondersteuning van Nederlandse IJF judo-arbiters namelijk o.a. Henk Plugge en John Ramakers.

 

Ambities

Onze ambitie is: om met tenminste 1 Nederlandse judoka deel te nemen aan de Paralympische Spelen van Parijs. En een later stadium willen we met een team naar Los Angeles (2028) of daarna.

 

Foto: Selectie v.i. judoka’s met enkele trainers.

 

Judo is fantastisch om te doen en te beleven. Dat geldt voor iedereen. Judo vergroot de fysieke en mentale fitheid. Judo is ook contact maken met anderen, van elkaar leren, een passie delen, grenzen verkennen en bovenal plezier hebben.

Mensen met een visuele beperking bewegen en sporten minder dan mensen zonder een visuele beperking. Dat is toch jammer, want iedereen zou mee moeten kunnen doen. Zeker met zo’n toegankelijke sport als judo.

De enige aanpassing die gemaakt moet worden is een begeleider tijdens de training die de veiligheid in de gaten houdt en bij randori’s starten met pakking (kumi-kata).

 

Foto: Daniel Knegt samen met coach Danielle Vriezema tijdens de voorbereidingen voor deelname Grand Prix Warwick mei 2021

 

Te weinig aandacht

Op dit moment is er nog te weinig bekendheid bij potentiële judoka’s, maar ook bij judoleraren, ouders en sportaanbieders. En wat als er een judoka zich aanmeldt, wat te doen?

Of ook als een slechtziende judoka mee doet met de judoles, is het juist heel leerzaam voor jezelf om duidelijk uit te leggen wat je wil of doet (verbaal) en in het kader “iedereen moet mee kunnen doen”, goed voor de participatie in de huidige (harde) maatschappij.

Gelukkig werken de landen internationaal op een vi judowedstrijd en/of trainingsstage nauw samen om het niveau op een hoger niveau te krijgen. Er hangt een zeer prettige sfeer.

 

Multi-talent centrum

Gezamenlijk met belangrijke stakeholders m.b.t. sporten met een visuele beperking gaan wij de uitdaging aan om de sportparticipatie onder mensen met een visuele handicap te verhogen, belemmeringen uit de weg te nemen en kennis te verspreiden.

 

Nederland wil graag op de Paralympische Spelen inspireren, excelleren en meedoen op het hoogste niveau. Op het gebied van talentontwikkeling in de paralympische sport zijn er, zeker bij de sporten voor mensen met een (visuele) beperking, nauwelijks nog talentenprogramma’s.

Er zijn plannen om zo’n Multi-talent centrum in Apeldoorn neer te zetten, dit zou kunnen helpen om onze ambities voor elkaar te krijgen. Een centrum waarbij trainings- en wedstrijdprogramma´s onder regie van de JBN, waarbij gebruik gemaakt wordt van de best mogelijke begeleiding en faciliteiten voor deze specifieke doelgroep.

Door een topsporter als ambassadeur te gebruiken, hopen we dat meer judoka’s geïnspireerd raken waardoor er meer ruimte komt voor de breedtesport.

 

De route tot Parijs 2024

Op dit moment is Daniel Knegt bezig om zich te kwalificeren voor de Paralympische Spelen, op het programma staan meerdere World grand prix, EK’s en WK’s. Hij raakte in 2005 betrokken bij een zwaar ongeluk tijdens zijn werk als beroepsmilitair. Door het ongeluk is hij het zicht in beide ogen volledig verloren.

In 2012 werd er hard gewerkt en getraind voor de Paralympische Spelen van Londen 2012, maar in de laatste voorbereidingen raakte Daniël geblesseerd waardoor zijn paralympische avontuur vroegtijdig ten einde kwam.

Sinds 2022 zijn er 2 verschillende klassen binnen het v.i. judo, namelijk J1 volledig blind en J2 beetje zicht. Dit is een hele vooruitgang naar eerlijke concurrentie.

Daniel judoot in de klasse +90 kg in de J1 klasse. J1 klasse is te herkennen met een rode stip.

In de toekomst zal er vanuit de IJF en de IBSA (international Blind Sports association) samengewerkt worden door gezamenlijke toernooien te organiseren.

 

Foto: De eerste bronzen medaille op de World Grand Prix in Antalya is binnen!

 

Nihon Dutch Open

Kom kijken! Op zaterdag 26 november staat er het Nihon Dutch Open Shenshu tournament voor het eerst vi judo op het programma in Venray. En van 8 -10 aug 2023 vinden in Rotterdam de European Para Championships 2023 plaats, v.i. judo staat hier ook op het programma. Of kom naar een van de talentdagen van NOC*NSF.

 

Vragen

Zou je het leuk vinden om samen te werken, om het judo naar hoger level te tillen als oud judoka of trainer?

We komen graag met elkaar in contact om te bekijken wat we in gezamenlijkheid voor het vi judo in Nederland kunnen betekenen. Ieder vanuit zijn eigen kracht en mogelijkheden.

Of kom eens meetrainen tijdens de centrale trainingen!

 

Dus bij vragen neem contact met ons op via de JBN of direct met ons.

 

 

Bedankt

 

Sportieve groet,

 

Danielle Gommers-Vriezema

Bondscoach v.i. judo

 

Check de website www.vi-foundation.nl of volg ons op Instagram vi judo Nederland of facebook

https://ibsajudo.sport

Willem Visser: 211031 Evaluatie NTC “Vanaf de zijlijn”

Na de Olympische Spelen in Tokio schreef ik een artikel met de titel 2032.

In dat artikel heb ik me vanaf de zijlijn onthouden van kritiek en het artikel 2032 gaat over de toekomst.

Korte tijd later ontvingen de judoka van de nationale selectie van de JBN een bericht met als afzender JBN. Men mag toch verwachten dat er een naam vernoemd zou worden als afzender, bijvoorbeeld de naam van de technisch directeur of van een andere leidende persoon uit de topsportsector; het was niet het geval!

Hieronder twee citaten uit het bericht van de onpersoonlijke JBN:

 

Achtergrond

We bouwen aan een succesvol NTC waar topsporters zichzelf continu verbeteren met als resultaat het behalen van gouden medailles. Aan het eind van 2020 is er een eerste evaluatieronde van de eerste periode van het NTC programma geweest. In aanloop naar en na afloop van de Olympische Spelen is de evaluatie voortgezet en afgerond, waarna een besluit is genomen over de structuur 2021-2024.

Evaluatie

De Olympische Spelen zijn reeds geëvalueerd met de Olympische coaches. De conclusie is duidelijk: er is ondermaats gepresteerd op de afgelopen Spelen. Er zijn meerdere zaken die hieraan ten grondslag liggen. Dit verschilt soms per individu, maar generiek kwamen de volgende zaken boven als oorzaken:

  • Mentale vaardigheden en de coaching in deze vaardigheden;
  • Onvoldoende samenwerking tussen coaches om zichzelf en sporters beter te maken;
  • Sporters worden vaak in hun comfortzone gelaten.

 

Achtergrond

Op basis van de evaluatie is er een besluit genomen over de structuur 2021-2024. En verderop staat een structuurschema, dat is ‘genomen’ uit een boek over cultuurverandering. Dat schema zal ik maar niet in dit artikel kopiëren.

Nu al acht maanden bakkeleien leiders van politieke partijen in Den Haag over structuren en cultuur, terwijl er zeer grote problemen zijn die vrijwel direct om oplossingen vragen! Structuren en cultuur zijn kennelijk belangrijker dan oplossingen en mogelijkheden voor mensen.

Structuren zijn hulpmiddelen en als men integer werkt aan hetzelfde doel, dan ontstaat er een cultuur; in het geval van Judo een cultuur gebaseerd op een eigen identiteit, op eigen kracht, met grote dynamiek, innovatie en creativiteit.

In het schrijven van de ‘onpersoonlijke’ JBN aan de judoka van de nationale selectie is de structuur HOOFDZAAK en geen hulpmiddel. De structuur overschaduwt echter de essentie, waardoor de essentie in de knel komt en mogelijk sterft.

De NOODZAAK om adequaat en snel te handelen wordt ook door het bestuur van de JBN niet ingezien.

 

Evaluatie

Er komen drie oorzaken ‘boven water’ waardoor “ondermaats is gepresteerd op de afgelopen Olympische Spelen”.  (De drie oorzaken worden “generiek” genoemd.)

De drie oorzaken zijn direct gekoppeld aan coaching; ook het laatst genoemde heeft betrekking op coaching.

Alvorens in te gaan op deze drie ‘generieke oorzaken’ mijn opvatting over selectiecriteria waaraan nationale coaches moeten voldoen:

 

  1. Judocoach met zeer goede sportopleiding, die zijn sporen in topjudo al heeft verdiend;

opleiding en coaching van Nederlandse kampioenen judo, alsmede aansprekende internationale successen van judoka, die door haar of hem zijn opgeleid.

  1. Ex topjudoka, Europees niveau, met een goede sportopleiding en ervaring in coaching.

 

De huidige nationale coaches kunnen dus langs deze selectiecriteria lat gelegd worden en dan kan de gevolgtrekking kan worden gemaakt, dat Maarten Arens, Michael Bazynski en Benito May ruimschoots aan deze criteria voldoen en dus door moeten kunnen werken om de doelstellingen te kunnen verwezenlijken.

Ook de directeur topsport moet een specialist in Judo zijn en het beste is dat ook hij/zij voldoet aan de twee gestelde criteria. Theo Meijer is een zeer goede technisch directeur!

Een nationale selectie is geen opleidingsinstituut voor coaches en de structuur moet dus niet worden misbruikt als selectie-instrument voor coaches. Dat houdt in dat een aantal coaches niet op dit niveau kunnen werken!

(Wat is toch de reden dat er nationale coaches zijn, die niet aan de bovenstaande criteria voldoen en zeker niet aan de hieronder genoemde competenties?)

Na die selectiecriteria kan men de competenties van een coach benoemen en voor het gemak van de ‘onpersoonlijke JBN’ zal ik dat meteen doen, waarbij ik met klem wil stellen, dat deskundige aanvullingen natuurlijk gedaan kunnen worden.

Competenties van een topcoach

  • Originele ideeën en zeer gedreven om deze ideeën uit te voeren en gericht op het bereiken van het doel;
  • Snel vaste patronen ontdekken in gebeurtenissen en het ontwikkelen van perspectieven voor de lange termijn;
  • Eenmaal aangesteld de taak organiseren en uitvoeren;
  • Sceptisch en onafhankelijk;
  • Eerlijk en betrouwbaar;
  • Hoge normen voor competenties en uitvoering van anderen en vooral van zichzelf;
  • Hoogwaardige sportspecifieke en sportechnische kennis en kunde;
  • Methodische en didactische vaardigheden;
  • Beïnvloedingsbekwaam;
  • Taakgerichte sociale vaardigheden;
  • Goede uitdrukkingsvaardigheid in woord en geschrift;
  • Meer dan gemiddelde ontwikkeling;
  • Diplomatieke vaardigheden;

 

Korte typering van een topcaoch: (zie ook Meyers-Briggs Type Indicator en publicaties van Peter Murphy)

Analytisch, autonoom, georganiseerd, gesloten karakter, compleet, krachtig, onafhankelijk, origineel, systeem-gedreven, theoretisch, vastberaden en visionair.

 

Een coach moeten leren, studeren, onderwijzen, luisteren, observeren, analyseren, denken, evalueren, veranderen, stimuleren, inspireren en héél hard werken!

Nu zal ik ingaan op de evaluatie.

(De topsportcoördinator van de JBN verzuchtte  via LinkedIn dat er vanaf “de zijlijn” wel weer kritiek zou komen. Hij suggereert dat allen aan de zijlijn niet deskundig zijn, daarmee zichzelf kwalificerend en de zijlijn per definitie diskwalificerend.

Zou het misschien toch zo zijn, dat er deskundigen zijn, die zichtbaar hun sporen hebben verdiend, die constructieve feedback zouden kunnen geven? Waarom wordt er in de topsportsectie van de JBN geen gebruik gemaakt van deskundigen met kennis, ervaring en internationale resultaten?)

 

In het onderdeel Achtergrond staat: “we bouwen aan een succesvol NTC waarin topsporters zichzelf continu verbeteren met als resultaat het behalen van gouden medailles”.

Het woord topsporters wordt hier gebruikt, het bewijs van het feit dat dit document niet geschreven is door een judoka (desgewenst kan het document ook gebruikt worden voor andere belangengroepen); en er wordt geschreven over zichzelf verbeteren.

Nu moet ik uit de school klappen; regelmatig hoor ik, dat er vooraf aan de zeer geringe techniektrainingen op Papendal door de coach wordt gezegd: “je mag doen wat jezelf wil”, anders gezegd: “zoek het zelf maar uit, want ik zou niet weten wat ik zou moeten doen en hoe ik het zou moeten leiden of begeleiden” ”Je mag ook krachttraining gaan doen”, (‘dan worden mijn tekortkomingen tenminste ook niet zichtbaar’!)

Gaat de techniektraining, op aandringen van de judoka dan toch door, dan maken diezelfde coaches, die absoluut niet aan de genoemde selectiecriteria voldoen, de opmerkingen dat in Nederland uchi komi geheel anders moet dan bijvoorbeeld in Japan en Frankrijk gebruikelijk is…..(negen gouden medailles in Tokio voor Japan, zeven gouden medailles voor een jong Japans team onlangs in Parijs en veertien medailles voor Frankrijk met ook veel jonge judoka! Heeft men in die landen en in al die andere landen met goede tot zeer goede resultaten ook een eigen uchi komi uitgevonden, dat lijkt op bietentrekken in West Brabant?)

Vervolgens de tekst in de evaluatie “waarin topsporters zichzelf continu verbeteren”; juist ja, zichzelf continu verbeteren, omdat er coaches zijn die het kennelijk niet kunnen! (Zie ‘selectiecriteria nationale coaches’).

 

En er worden gouden medailles verwacht; enige bescheidenheid is nu wel gepast, want het behalen van gouden medailles vanuit een achterstandsituatie van minimaal vier jaar is hoog gegrepen. Eerst maar eens gericht zijn op het behalen van medailles!

Dat er ondermaats is gepresteerd op de Olympische Spelen is een understatement gezien vanuit het budget en de technische begeleiding van judoka. Volop budget, echter op Papendal is er nauwelijks technische begeleiding en de clubs is alle zin ontnomen om de strikt noodzakelijke bijdrage te leveren.

 

Voor wat betreft de opleiding van coaches vraag ik me af wat daar gebeurt; grof gezegd lijkt het mij (gezien vanaf de gediskwalificeerde zijlijn) dat ‘tikkertje en haasje over’ en allerlei pedagogische en agogische aspecten ver de boventoon voeren boven het aanleren van techniek, het leren van randori en het begeleiden van randori (randori vooral op basis van techniek, bewegingsrichting enz.)!

Let wel: judo met techniek als basis voor randori kan ook een uitstekend pedagogisch spel zijn!

Andere bezorgde ‘zijlijn bewandelaars’ zijn op initiatief van en met Robbert van der Geest al begonnen met een uitstekend initiatief om ‘echt’ randori te organiseren en te ontwikkelen. Maar….als dit geen ‘aansluiting vindt en vervolg krijgt op Papendal’ dan is het als water naar de zee dragen.

 

Het zou schorten aan mentale vaardigheden en de coaching daarvan. (Lees eerst: “In het diepste van de ziel is niets te zien” van Jeffrey Wijnberg). Als men in alle opzichten goed getraind is, dan is men mentaal sterk; daar kan de coach mee beginnen. En wat te denken van het voorkomen van mentale problemen, onder andere door juiste technische, fysieke en mentale belasting in de verschillende ontwikkelingsfasen in Judo.

Er zou onvoldoende samenwerking zijn tussen de coaches.

Met Theo Meijer als technisch directeur, Maarten Arens als hoofdcoach heren en Michal Bazinsky als hoofdcoach dames moet die samenwerking tot stand kunnen worden gebracht; men moet wel een gemeenschappelijk doel hebben en daar allen taakgericht aan werken. En….. de opdracht om je als coach steeds weer te verbeteren ligt besloten in de eerder genoemde competenties.

En bestuur van de JBN, Theo Meijer moet gevraagd worden, dan heeft u ook geen K+V nodig om iemand te werven met de tekst “kennis en ervaring in Judo is niet nodig”. (Als je dit leest als zijlijnbewandelaar dan vlieg je toch door de ruiten….)

In uw positie, bestuur van de JBN, moet u iemand nederig vragen om deze schier onmogelijke taak te gaan vervullen en niet hoog van de toren blazen, want van het gistende en zuigende moeras moet weer een stevig fundament gemaakt worden met een vruchtbare grond voor optimale ontwikkeling! En als Theo het niet doet dan zijn er nog een paar kandidaten uit eigen gelederen, want DE JUDO BOND NEDERLAND MOET GERUND WORDEN DOOR JUDOKA met Jessica Gal als voorzitter (intelligent, creatief en technisch)!

 

Het woord comfortzone is momenteel mateloos populair, kijk naar de praatprogramma’s op de TV; iedereen komt uit zijn/haar comfortzone of wil er niet uitkomen. Zelf moet ik dan meteen denken aan een ouwe slechte zangeres die nergens spijt van heeft gehad en telkens weer een hemel schreiende metamorfose doormaakt in dan weer een nieuw programma verschijnt…..

Misschien wordt hier met comfortzone bedoeld, dat judoka zich voortdurend ongemakkelijk voelen; welnu een aantal judoka voelen zich op Papendal ongemakkelijk!

 

En nu een eerste, slechts zeer globale, constructieve feedback.

Het NL judo is voor 70% gericht op kracht en uithoudingsvermogen (algemeen en, naar ik hoop, ook specifiek) en voor 30% op techniek (en het laatste percentage is door mij sterk naar boven afgerond).

Door gericht te zijn op 70% kracht en uithoudingsvermogen wordt het Judo ook voor 70% dwars door de weerstand heen; dwars door de weerstand heen maakt hoekig, bonkig en zelfs afstotelijk, letterlijk en figuurlijk!

Citaat van de voortreffelijke kampioen en coach Peter Snijders: “als je door de deur naar binnen wilt gaan, gebruik dan de klink van de deur en ga niet langs de scharnieren”. Met andere woorden, ‘gebruik techniek en vindt de klink van de deur’. Dus niet blind op de deur afstormen en er dwars doorheen willen, maar nauwkeurig kijken waar de klink zich bevindt en hoe deze te hanteren (want er zijn veel verschillende sloten op deuren). Techniek, creativiteit en intelligentie!

Judoka moeten kunnen beschikken over automatismen, technische reflexen, waardoor aanval en  verdediging ‘economisch’ wordt; geconditioneerde bewegingen. Dat betekent dat bewegingen en ook automatismen als het ware ‘ingeslepen’ moeten worden en harmonische uchi komi, yaku  soku geiko en nage komi zijn de uitstekende middelen.

Voorbeelden: als men beschikt over het automatisme om uchi mata te kunnen beantwoorden met uchi mata gaeshi, als men o soto gari automatisch kan beantwoorden met o soto gari gaeshi, als men o uchi gari automatisch kan beantwoorden men o uchi gari gaeshi, als men tai otoshi meteen zonder nadenken kan beantwoorden met ko soto gake, enzovoorts, wat betekent dat dan voor het cybernetisch vermogen van de judoka, wat betekent dat dan wel niet voor de mentale rust gedurende de wedstrijd; men kan onder andere nog meer geconcentreerd zijn op de eigen aanvalspatronen en op het handhaven of aanpassen van het eigen strijdplan.

Eigen aanvalspatronen die natuurlijk ook volledig eigen gemaakt moeten worden; meerdere aanvalspatronen zelfs, waardoor de judoka gedurende de wedstrijd zelf kan variëren en verbinden.

Voorbeelden: ko uchi gari verbinden  met uchi mata, ko uchi gari verbinden met o soto gari, o uch gari verbinden met o soto gari, o uchi gari verbinden met tai otoshi of seoi nage, enzovoorts, enzovoorts.

In de topsportfase moet de judoka kunnen beschikken over de eigen specifieke automatismen en natuurlijk moet in die fase steeds specifieker en individueel getraind worden.

Bovenstaande betekent, dat 70% kracht en uithoudingvermogen en 30% Judo training moeten veranderen in 70% Judo, techniek/randori, en maximaal 30% kracht en uithoudingsvermogen (algemeen en specifiek).

De genoemde percentages zijn de percentages van senioren op topniveau; voor de verschillende ontwikkelingsfasen in Judo gelden andere percentages, aangepast aan de specifieke ontwikkelingsfase; de verschillende ontwikkelingsfasen in Judo zijn door mij omschreven (en op aanvraag beschikbaar).

Ook het technische programma alsmede de bijbehorende (specifieke) conditionering op basis van techniek is door mij omschreven (en op aanvraag beschikbaar).

 

Ineens zie ik dat de zijlijn al bedekt is met ruim 2200 woorden! Voor een zijlijnbewandelaar, voor Nederlandse begrippen en acceptatie, waarschijnlijk al veel te veel. Echter, vanaf de zijlijn mocht ik, op uitnodiging, in een groot aantal landen ‘wat roepen’; in april 2021 nog op het Olympisch Congres voor coaches van het NOC van Uzbekistan! Met dit artikel heb ik de vrijheid genomen om ‘wat te roepen’ in de richting van het Nederlandse Judo speelveld.

 

 

In een van mijn eerdere artikelen schreef ik dat het de laatste zou zijn.

Aanvaard alstublieft mijn verontschuldigingen; mijn liefde voor Judo dwong mij ertoe om dit artikel (en het vorige “2032”) te schrijven en te publiceren, want…….

 

 

 

“Als wijsheid komt als het te laat is,

dan is wijsheid nutteloos”

 

 

 

211031

Willem Visser

vanaf de zijlijn en in balans

Hajime Judo Podcast 3: Grand Slam Tel Aviv

In deze Podcast praat ik met Pim van Meerkerk over de Nederlandse en Belgische prestaties op de Grand Slam van Tel Aviv van afgelopen week.

Verder heb ik een gesprek met Pascal Bakker. Hij weet, als coördinator Topsport bij JBN, precies hoe het kwalificatietraject naar Tokyo er uit ziet. Na de winst van Sanne van Dijke op Kim Polling en het verlies van Roy Meyer tegen Jur Spijkers trekken mensen vaak voorbarige conclusies. Pascal is kraakhelder over het lange traject, en het tijdens de selectie kijken naar resultaten tegen tegenstanders uit andere landen en vooral de Top 10 van de ranking. Dit alles omdat de tegenstander uit eigen land niet het gevaar is in Tokyo, maar de andere gekwalificeerde judoka’s. Na het EK in april zal de JBN een beslissing nemen en judoka’s voordragen bij NOC*NSF.

Hans van Essen van Judoinside.com heeft een kort verhaal over Saeid Mollaei en zijn ontvangst en prestatie in Israel. Iets wat, na alles wat er is gebeurt, prachtig is voor Mollaie. Maar ook mooi hoe rivaliteit uitmondt in waardering en vriendschap tussen wereldtoppers.
Hans ligt ook kort het plotseling stoppen van de Engelse Sally Conway. Deze bronzen medaillewinnaar van Rio 2016 in de klasse tot 70kg en serieus kandidaat voor weer een medaille is er niet bij om Kim Polling of Sanne van Dijke dwars te zitten.
De Hajime Judo Podcast is te beluisteren via de Spotify, Apple Podcast, Google Podcast, maar ook via https://hajimejudopodcast.buzzsprout.com
Verder zijn updates over nieuwe afleveringen te volgen via:

Willem Visser: “Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo”

Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo

 

Ja, u ziet het goed, dit is de titel van dit artikel; er zijn namelijk geen woorden die kunnen omschrijven wat er zich momenteel in de Judo Bond Nederland afspeelt.

Toch zal ik hier de politieke chaos analyseren.

Het bestuur is direct of indirect ‘weggestuurd’ door de bondsraadsleden, twee bestuursleden bleven achter om ‘om op de failliete winkel te passen’. Ondertussen kropen de bondsraadsleden weer in hun modderige onwelriekende loopgraven om elkaar en belanghebbenden, onder andere NOC*NSF, te beschieten met mondelinge of schriftelijke teksten.

De aanleiding was dit keer het mogelijk wijzigen van een deel van de uitvoering van het topsportbeleid en het niet invoeren van een verplichte VOG voor officials van de JBN.

Uit eerdere artikelen die ik schreef, moge blijken dat ik voor een JBN ben met eigen kracht, eigen identiteit en vol van dynamiek, innovatie en creativiteit. De twee eerst genoemde onderdelen, eigen kracht en eigen identiteit, houden in dat niet het NOC*NSF bepaalt wat en hoe het beleid en de uitvoering daarvan moet zijn; de JBN, en met name het bestuur, bepaalt dat zelf.

Daarvoor kunnen we teruggaan naar het ontstaan van de georganiseerde sport. Voor Judo ging dat zoals bij vrijwel andere sporten. Judoka verenigen zich in verenigingen, verenigingen vormen regio’s en vanuit de regio’s ontstaan judobonden, die later tot één bond worden gesmeed. (Zie mijn volgend artikel over de geschiedenis van het Nederlandse Judo.)

Tal van sportbonden zijn op min of meer dezelfde manier ontstaan en alle sportbonden hadden en hebben tot doel om ‘dienstbaar’ te zijn aan de sportbeoefenaren.

Op deze manier ontstond ook het NSF en het NSF had als  doel om ‘dienstbaar’ te zijn aan de verschillende sportbonden. Het NOC was in eerste instantie bedoeld om ‘dienstbaar’ te zijn aan sportbonden die deel wilde nemen aan de Olympische Spelen.

Later zijn NOC en NSF samengevoegd, naar ik aanneem, om ‘dienstbaar’ te zijn aan de sportbonden.

In dit artikel is de ontstaansgeschiedenis van sportbonden uiterst summier omschreven om te benadrukken, dat bonden en ‘bondsofficials’ er uitsluitend zijn om dienstbaar te zijn aan de sportbeoefenaren! (Dus Maurits Hendriks moet dienstbaar zijn aan Joeri van Gelder……. en het komt helaas veel vaker voor dat ‘bondsofficials’ de dienstbaarheid aan de sporters vergeten, veronachtzamen of zelfs bewust vernietigen, voornamelijk om hun ego te laten ‘schitteren’.)

Toch zijn er bij het NOC*NSF officials de van een dusdanig hoog niveau zijn dat zij het zich kunnen veroorloven om, met ondersteuning van een grote deskundige, een brief te schrijven naar de bondsraadsleden; een brief die bol staat van kritiek op de structuur van de JBN (op basis van het bestuursrecht) en de daaruit voortvloeiende controle en uitvoering van het beleid. De bondsraadsleden ‘dichten’ zichzelf taken en verantwoordelijkheden toe, ingegeven door macht. Helaas is dit niet te verwoorden in ‘dichterlijke taal’, echter uitsluitend in:

Jbuiglnjhuoguihjlhojhjlihljjiohoiohuogivuibogouhiohohioiohpijpipijopjpjilpojpijipjjopjoplhhojhojhlihipjipjpjpijpijiohjonpijpijiljo

 

Al in de tijd van Frans Hoogendijk, de beste voorzitter die de JBN ooit heeft gehad 1988-1996, beschoten de bondsraadsleden uit hun modderige en niet welriekende loopgraven het bestuur en vooral Frans Hoogendijk. Na bijna acht jaar beschoten te zijn heeft Frans Hoogendijk in april 1996 ‘het loodje gelegd’ en het Nederlandse Judo Team moest in bestuurlijke chaos gaan deelnemen aan de Olympische Spelen. Dit mag nooit meer voorkomen, simpelweg omdat dit de ‘dienstbaarheid’ aan de judoka absoluut en bepaald niet ten goede komt; ik ben ervan overtuigd dat die chaos tenminste één judo-medaille heeft gekost!

Vóór de periode van het bestuur onder leiding van Frans Hoogendijk en de gehele periode ná Frans Hoogendijk botvieren de bondsraadsleden hun satanische genoegens en uiten dat door ieder bestuur vanuit hun loopgraven te beschieten. (Onlangs las ik  in het boek van Rutger Bregman, dat in de Eerste Wereld Oorlog, 1914- 1918, de schutters van de verschillende partijen in de loopgraven, de loopgraven uitkwamen om gezamenlijk Kerstmis te vieren; zelfs daartoe zijn de bondsraadsleden niet in staat.)

De brief van de hoogste officials van het NOC*NSF, niet zijnde Maurits Hendriks, werd door de gezamenlijke bondsraadsleden uit Noord Nederland, Noord Holland en Zuid Holland in een Open Brief beantwoord op een hooghartige manier, die zelfs mij (als zeer hooghartig bekend staand) veel te ver gaat……

In de brief schrijven de genoemde bondsraadsleden dat zij vrijwilligers zijn in een (let op) niet professionele organisatie, de JBN. Bewust of onbewust heeft men hierdoor zichzelf en de JBN als organisatie compleet gediskwalificeerd (kennelijk zijn bondsraadsleden in ‘het bevredigen en strelen’ van hun ego’s het verschil tussen bewust en onbewust, in opgewonden staat, geheel uit het oog verloren).

Vrijwilligers in de JBN, die een functie binnen de JBN bekleden, zijn verplicht om zich professioneel te gedragen. Professioneel betekent als eerste: deskundig, integer, bereid en in staat om samen te werken! 

Welnu, als het gaat om deze definitie van professionaliteit (deskundig, integer, bereid en in staat om samen te werken) komen de bondsraadsleden heel veel te kort.

Daarnaast is het in deze tijd voor vrijwilligers met een niet professionele instelling niet mogelijk om een middelgrote sportbond te leiden. En….in deze tijd moet een sportbond professioneel geleid worden, welke definitie van professioneel ook wordt gebruikt!

Ook mag en kan een structuur, waarin onder andere het omschrijven en scheiden van taken en verantwoordelijkheden die niet overeenstemt met het bestuursrecht niet gehandhaafd blijven, hoe graag de ‘loopgraven-bewoners’ dat ook zouden willen.

Sinds jaar en dag scheppen de bondsraadsleden er genoegen in om het bestuur te bestoken, totdat men ‘het loodje legt’ en dat moet afgelopen zijn!

En bondsraadsleden, u bent volledig verantwoordelijk voor de onbestuurbaarheid van de JBN; en als het dan even een moment bestuurbaar is, dan betrekt u uw stellingen weer om met uw anti-professionele attitude en zonder competenties het bestuur af te schieten.

U bent niet deskundig, niet integer en niet bereid en in staat om samen te werken.

Dus opstappen, allemaal!

En dat is dan meteen de eerste stap op weg naar een nieuwe JBN.

De tweede stap is: het veilig stellen van een perfecte voorbereiding voor de Olympische Spelen van de topjudoka, waaronder wellicht een Olympisch kampioen en wellicht zelfs twee Olympische kampioenen! Hiertoe moeten Maarten Arens, Michael Bazynski en Benito May ongestoord door kunnen werken om hun doelstellingen te kunnen verwezenlijken! Het NOC*NSF heeft in een brief hiertoe al een garantie afgegeven.

Om de voortgang en uitvoering van een topsportbeleid te realiseren zullen er nieuwe nationale coaches voor junioren aangesteld moeten worden. De te selecteren coaches moeten voldoen aan één of aan beide criteria:

  1. Judocoach met zeer goede sportopleiding, die zijn sporen in topjudo al heeft verdiend;

opleiding en coaching van Nederlandse kampioenen judo, alsmede aansprekende internationale successen van judoka die door haar of hem zijn opgeleid.

  1. Ex topjudoka, Europees niveau, met een zeer goede sportopleiding.

De opleiding van jonge judoka moet weer gaan plaatsvinden in de clubs.

Op de derde plaats moet er snel een nieuwe structuur worden ontwikkeld en ingevoerd. (Zie een vorig artikel, waarin omschreven is wat die structuur zou kunnen zijn.)

Op de vierde plaats moeten er nu nieuwe bekwame judoka worden gevraagd om het bestuur te vormen:

Jessica Gal voorzitter, Emile Pruim financiën, Theo Meijer topsport, Edgar Kruyning opleiding en breedtesport, Dennis van der Geest pr en communicatie.

Het bestuur kan Mark Huizinga vragen om technisch directeur te worden en Anthony Wurth kan gevraagd worden om de functie van algemeen directeur te gaan vervullen.

 

Persoonlijk, weet ik zeker, dat dit team met Jessica Gal als voorzitter de Judo Bond Nederland optimaal zal voortstuwen (eigen kracht, eigen identiteit, dynamisch, innovatief en creatief).

En ja, er moeten een voorzitter en bestuursleden worden gevraagd, omdat de JBN de beste mensen nodig heeft; de beste mensen krijgt men niet door sollicitatieprocedures!

Het mag nooit meer zo zijn, dat bondsraadsleden een nieuwe voorzitter werven om deze vervolgens onder controle te houden en te pas en te onpas vanuit de loopgraven te beschieten.

Maar……de eerste stap is cruciaal:

Bondsraadsleden opstappen, allemaal, want u bent volledig verantwoordelijk voor de onbestuurbaarheid van de JBN!

 

Na vier jaar onder het voorzitterschap van Jessica Gal kan er eventueel een nieuw bestuur gekozen worden op basis van het voorstel zoals ik in een eerder artikel heb beschreven; in dat artikel is al beschreven dat het bestuur het beleid maakt en uitvoert en dat een kleine bondsraad controleert. Het is echter te hopen, dat Jessica met haar team na vier jaar nog één volgende periode doorgaat. (Zoals gebruikelijk zou moeten zijn, kan een bestuur niet meer als twee perioden aanblijven.)

 

Maar helaas gaat het aanstaande zaterdag niet over Judo en over judoka; aanstaande zaterdag zullen ‘de reglementen-neukers’ hun bevrediging zoeken…….

 

 

 

Dit was mijn laatste artikel over de JBN als bestuursorganisatie; er zal na dit artikel geen draagvlak en belangstelling meer zijn voor mijn satirische beschouwingen.

 

Satire is als een boeket wilde bloemen en in de loopgraven van de Hel groeien en bloeien zelfs geen wilde bloemen.

 

 

200908

 

Willem Visser

8e dan Judo IJF

Blog Willem Visser: “Ouwe zakken” (de knuppel in het hoenderhok)

Op 19 juni 2020 stuurde het bondsbestuur een brief naar de bondsraad. In die brief werd, onder het hoofdstuk “ Structureel probleem” onder andere gesteld dat er een moeizame relatie is. “De moeizame relatie is niet van de laatste twee jaar, maar bestaat helaas al gedurende bijna negen jaar.” “Het gevolg van deze structureel moeizame relatie is, dat het bestuur belemmerd wordt in het uitvoeren van beleid….”.

Het voert te ver om de gehele brief hier te citeren en te analyseren; in het kort komt het er op neer dat er een onwerkbare situatie is ontstaan met de bekende gevolgen. Ook de mogelijke oorzaken en de oplossingen worden in de brief genoemd.

(Naar ik aanneem is de brief openbaar dus op te vragen bij de JBN.)

Nog een citaat van het bestuur: “Tot hier en nu verder!”

Ondertussen is een gedeelte van het bondsbestuur opgestapt, negen bondsraadsleden willen een vergadering bijeenroepen en de voorzitter en oud voorzitter van de reglementen commissie hebben daarop, met de reglementen in de hand, negatief gereageerd. (Vroeger had ik het nooit zo op scheidsrechters die gedurende de wedstrijd het reglementenboekje op zak hadden……veel coaches zullen dit gevoel wel kennen?) Dus als er nagedacht moet worden over ‘tot hier en nu verder’ beginnen de bondsraadsleden hun achterhoede gevechten, zoals ze ook vóór de bondsraadvergadering van 11 juli 2020 de messen slepen, de vizieren sloten en de loopgraven betrokken om vandaar het bondsbestuur te beschieten.

En nu moet ik toch snel duidelijk maken dat ik niet vóór dit bestuur ben en niet tegen hun aftreden. Immers, als er al negen jaar een moeizame relatie is met de bondsraad dan zegt dat veel over de bondsraad en ook veel over het bestuur. Als iets dergelijks langer dan één jaar duurt dan faal je als bestuur en treed je af. Ook een extern bureau Anderson Elffers Felix (vermoedelijk ingehuurd door het NOC*NSF) lost dan niets op.

Ook de bondsraad lost niets op, zeker als men nu al ziet dat ‘messen worden geslepen, vizieren worden gesloten en loopgraven worden betrokken’. En….de geschiedenis van de bondsraad leert dat dit al sinds jaar en dag zo gaat.

 

De oplossingen

In het belang van de judoka en de Judo Bond Nederland is een snelle en duurzame oplossing noodzakelijk.

In een vorig artikel noemde ik vijf componenten die als basis moet dienen voor de structuur die ingevoerd moeten worden binnen Judo Nederland, voor beiden judoka en organisaties:

– eigen kracht

– eigen identiteit

– dynamiek

– innovatie

– creativiteit

 

Ook heb ik de manier waarop men in een structuur dient te werken omschreven.

De structuur, het ideaalbeeld, kan bestaan uit twee onderdelen:

Een structuur met processen, die de continuïteit en kwaliteit van judo bewaakt en perfectioneert.

En een structuur met een grote mate van vrijheid voor professionals om dwars door de organisatie heen samen te werken, kennis te delen en nieuwe ideeën uit te werken; dynamiek, innovatie, creativiteit. (Onder professional versta ik: deskundig, integer en bereid en in staat om samen te werken.) Iedereen die met een proces/project bezig is, moet weten dat zij/hij daaraan op dat moment ondergeschikt is en dus wordt geleid, begeleid en bijgestuurd.

Het andere deel van de structuur is gericht op het ontwikkelen van de organisatie en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van mensen. Hierin krijgen professionals de vrije hand om met elkaar samen te werken.

 

Opties

Op dit moment wil de club van negen en ook de reglementen commissie vasthouden aan het oude. De club van negen wil een interim voorzitter benoemen, een interim bestuurder voor topsport en een interim penningmeester.

De ‘reglementen-politie’ wil slechts een penningmeester benoemen, omdat een bestuur van minimaal drie koppen is voorgeschreven in de reglementen.

Als we de twee bovenstaande mogelijkheden leggen tegen de meetlat gevormd uit de vijf genoemde componenten en de manier waarop men binnen de structuur kan werken dan is gemakkelijk vast te stellen dat deze beoordelingstoets niet kan worden doorstaan. Deze optie kan dus worden geschrapt.

(De club van negen is inmiddels een club van 18 geworden en zij willen de terugkeer van oudgedienden. Het is nooit goed om terug te keren op dezelfde functie in dezelfde organisatie; het is niet goed voor hen die terugkeren en het is niet goed voor de organisatie!)

 

Dus op zoek naar een tweede mogelijkheid.

De historie van de JBN op bestuurlijk gebied zorgt bepaald niet voor een goede uitstraling en grote populariteit. De kans is dus groot dat er zich potentiële bestuurders melden zonder de noodzakelijke competenties. Dat kan voorkomen worden door mensen met grote kwaliteiten en zonder egocentrische doelstellingen ‘te vragen’ om bestuurslid te worden.

Wie?????

– Jessica Gal of Anthony Wurth voor het voorzitterschap;

– Theo Meyer voor de portefeuille topsport;

– Emiel Pruim voor de portefeuille financiën;

– Edward Kruyning voor de portefeuille breedtesport, opleidingen en onderzoek;

– Dennis van der Geest voor de portefeuille public relations & communicatie.

 

Secretariaat en wedstrijdzaken kunnen worden ondergebracht bij het bondsbureau.

En dan de derde optie, die volledig afrekent met oude structuren.

Alles moet weg: het bestuur heeft geen leiding gegeven en de bondsraad heeft teveel macht. De huidige structuur is zeer ouderwets en ook daardoor is de JBN onbestuurbaar.

Terugkijken kost nu teveel tijd, dus vooruit kijken:

  1. Het overgebleven bestuur en de bondsraad worden op non actief gezet;
  2. In een interim-periode, maximaal drie maanden, worden onder leiding van een

ervaren reorganisatie-deskundige met volmacht, de lopende zaken afgehandeld (in

samenwerking met de directeur van de JBN) en een nieuwe structuur wordt

ingevoerd;

  1. Er wordt een bondsraad gevormd bestaande uit de districtsvoorzitters en uit ieder

district nog een persoon, judoka liefst met financiële competenties. Dus een bondsraad

van 14 personen;

  1. Bestuur-teams kunnen zich melden om verkozen te worden:

– een bestuur-team bestaat uit voorzitter, secretaris, penningmeester,

portefeuillehouder breedtesport en opleiding, portefeuillehouder topsport.

– de voorzitter van een bestuur-team levert een beleidsplan voor vier jaar

(Olympische cyclus);

  1. De bondsraad kiest een bestuur-team;
  2. Tweemaal per jaar wordt de uitvoering van het beleid op details door bestuur en

bondsraad geëvalueerd, gecontroleerd en eventueel bijgesteld;

  1. De districten conformeren zich, onder leiding van de districtsvoorzitter, aan het beleid van

het bestuur van de JBN;

  1. Een Raad van Toezicht wordt ingesteld, die één of tweemaal per jaar vergaderd en

toezicht houdt op het functioneren van bestuur en bondsraad.

(Graag wil ik het team dat ik eerder met namen noemde stimuleren om een team te vormen, een beleidsplan te schrijven en om deel te nemen aan de bestuur-team verkiezing!)

 

Uiteraard moet de laatste optie verder worden uitgewerkt en dat is aan de leider van de reorganisatie en de directeur van de JBN.

 

De titel van dit artikel is provocerend; troost u met de gedachte dat ik zelf ook tot de “ouwe zakken” behoor!

Wat door mij is bedoeld is het onderstaande:

– Geen oude wijn in nieuwe zakken;

– Geen nieuwe wijn in oude zakken;

maar

NIEUWE WIJN IN NIEUWE ZAKKEN

 

 

Willem Visser

8e dan Judo IJF

BALANS

Aangezien dit mijn eerste Blog is die ik voor deze site schrijf zal ik beginnen om mij voor te stellen.

Ik ben Geoffrey Berens (34) en beoefen karate als wedstrijdsport op het hoogste internationale niveau (2-voudig Vice-Wereldkampioen -60 Kg 2014 / 2016). Daarnaast ben ik als bondscoach U18 & U21 jaar actief voor de Karate-do Bond Nederland.

In het dagelijks leven werk ik als ZZP-er en verzorg ik o.a. karatelessen, judolessen, weerbaarheidstrainingen en bedrijfstrainingen voor verschillende sportscholen, op (basis)scholen en sinds september 2016 voor ‘mijn’ karatevereniging: Geoffrey Berens Karate Academy in Breda.

Het combineren van mijn privéleven met het leven als ZZP-er, topsporter en bondscoach is vaak lastig en tijdrovend. Thuis heb ik een prachtig gezin met een sterke vrouw waar ik erg gelukkig mee ben en onze twee kinderen, Devon (8) en Darla (7).

De kunst voor mij en ons gezin is om alle activiteiten van mij, mijn vrouw en onze kinderen in balans te houden. Hier ligt een vergelijking met ‘mijn’ sporten, judo en karate, voor het inkoppen maar is in de praktijk vaak puzzelen en is begrip, inzet en communicatie erg belangrijk.

Aan mijn prestaties in de afgelopen jaren is niet af te lezen hoeveel impact de hiervoor beschreven combinatie is: Brons EK -60 kg en Brons EK landenteams (2014), Vice-Wereldkampioen -60 kg (2014), Brons EK landenteams (2015), Vice-Wereldkampioen -60 kg (2016).

Helaas is het als topkarateka in Nederland noodzaak om naast deze ‘fulltime’ job ook fulltime te werken aangezien er op financieel gebied geen ondersteuning (meer) mogelijk is vanuit NOC*NSF. Daar karate niet behoort tot de zogenaamde Focussporten binnen NOC*NSF is het niet meer mogelijk een A of B status te behalen en zodoende gebruik te maken van (financiële) ondersteuning vanuit onze nationale sportkoepel. Soms is het moeilijk te accepteren dat een prestatie als een zilveren medaille op het WK karate (1 x per twee jaar vind dit plaats) niet wordt gewaardeerd zoals bij andere sporten. Dit terwijl er bij het afgelopen WK ruim 70 deelnemers in mijn gewichtsklasse actief waren! Het is moeilijk te accepteren dat het mede hierdoor voor Nederlandse karateka’s een bijzonder moeilijke klus wordt een kwalificatie voor de OS2020 in Tokyo te realiseren. Veel zal neerkomen op persoonlijke sponsoring, inzet, toewijding en voorbereiding aangezien er op dit moment financiële middelen binnen de karatesport ontbreken om als professionele topsporters te leven voor de sport en het Olympisch kwalificatietraject in te gaan vanaf 2019 en 2020.

Het is daarom prachtig om te zien dat er ondanks de huidige situatie van het karate in Nederland toch verschillende karateka’s in staat zijn zich te (blijven) meten met de internationale top, terwijl de middelen en mogelijkheden in veel landen vele malen beter zijn. denk bijvoorbeeld aan professionele, goedbetaalde bondscoaches die dagelijks werken met karateka’s die betaald krijgen als atleten en alle denkbare faciliteiten tot hun beschikking hebben. Medische begeleiding, krachttrainers, sportpsychologen, bewegingswetenschappers, ijsbaden, sauna’s, etc.

Het blijft daardoor een kunst om de motivatie vast te houden om deze ‘oneerlijke’ strijd aan te blijven gaan samen met mijn gezin, ondersteuning van mijn trainer, bondscoaches en mijn trainingsmaatjes bij mijn club en het Nederlands team.

Momenteel ben ik gestart met mijn voorbereiding op de World Games, welke plaatsvinden op 25 juli in Wroclaw, Polen. Hierover zal ik later een update bloggen!

Brandstapel

Gastblog door de heer Willem Visser

 

Brandstapel

“ Respect voor het individu is de basis voor een goed functionerend nationaal team “.

Juul Franssen behaalde als individueel judoka een grote overwinning. Een overwinning op hen die een brandstapel voor haar hadden opgeworpen.
Juul heeft, volledig terecht gewonnen, en velen zullen daar van gaan profiteren.
Ja ‘profiteren’, want Juul heeft alleen de kastanjes uit het vuur gehaald, omdat anderen kennelijk zodanig geïntimideerd werden, dat zij zich verborgen hielden in de spelonken van Papendal.
De rechter gaf de bouwers van de brandstapel, Hell en Bonnes, nog vier weken de tijd om dit achterlijk, middeleeuws en wreed moordmiddel, uit de tijd van Jeanne d’Arc en Richelieu, af te breken. (Overigens heeft Calvijn, gepijnigd door vreselijke aambeienpijn ook heel wat onschuldige mensen op de brandstapel geslingerd.)
Gedwongen door het NOC en volledig verstoken van lef en eigen kracht bleef de brandstapel staan en de dreiging dat deze ‘hel’ zou gaan branden bleef nog vier weken bestaan.
(Onlangs profileerde een directeur van de JBN zich door enige frasen van een managementboek te citeren; hij had beter door kunnen lezen tot de hoofdstukken ‘Conflicthantering’, ‘Conflictproces’ en ‘Conflicthanteringsmodel’!)
Gelukkig is het recht niet in handen van Hell, Bonnes, van die man die halve managementboeken leest of andere dictatoriale bestuursleden van JBN en NOC.
De rechter verbood dus het ontsteken van de brandstapel, waarop Juul, als mogelijk Jeanne d’Arc van de JBN en als angstaanjagend voorbeeld voor anderen, al was vastgebonden.
De rechter bepaalde, dat de rechten van de individuele judoka (en dus ook andere atleten) gerespecteerd dienden te worden. (Respect is overigens een van de kernwaarden in judo.)
De uitspraak van de rechter heeft gevolgen:

  • Juul Franssen kan zich met haar eigen begeleidingsteam gaan voorbereiden op haar terugkeer op de internationale wedstrijdmat, met hopelijk goede resultaten en uiteindelijk kwalificatie voor de Olympische Spelen in Tokio.
  • Andere judoka, ook zij die zich in de spelonken van Papendal verborgen hielden, kunnen zich door de inzet en het doorzettingsvermogen van Juul, individueel en naar eigen inzicht voorbereiden op de grote internationale wedstrijden.
  • Andere atleten, anders dan judoka, kunnen op basis van de uitspraak van de rechter, hun persoonlijke voorbereiding op internationale wedstrijden bijstellen of volledig veranderen.
  • Judoclubs kunnen en zullen weer gemotiveerd zijn om de opleiding en ontwikkeling van topjudoka serieus ter hand te nemen, ook omdat zij niet per definitie judoka ‘moeten afstaan’ of ‘verliezen’ aan de JBN.
  • Clubcoaches verkrijgen weer ‘de eerste relatie’ met de topjudoka van hun club en zullen daardoor geïnspireerd worden en zich gewaardeerd voelen.
  • Judoka weten nu ook, dat zij bijvoorbeeld in geval van blessure of terugval in resultaat, gebruik kunnen maken van de ‘warmte’ van hun eigen club.
  • De JBN zal faciliterend moeten zijn voor de judoka.
  • De JBN zal die facilitering op het hoogste niveau moeten brengen, zodanig dat de topjudoka het als onontbeerlijk en strikt noodzakelijk ervaren in de persoonlijke ontwikkeling als topjudoka en het behalen van resultaat. In dit geval is verplichting van deelname aan de nationale trainingen overbodig.

Niemand heeft in dit artikel gelezen, dat gezamenlijk trainen op het hoogste niveau (dat zou de nationale training moeten zijn) niet noodzakelijk en prestatie bevorderend zou zijn.

  • De JBN zal ruimte moeten geven voor ‘individuele projecten’ en de bondscoach zal deze projecten als een programmamanager (dat staat overigens ook beschreven in dat managementboek) de projecten moeten leiden.

 

Maar…….

 

  • Zal Juul Franssen, na al deze onwezenlijke inspanningen en overwinnen van door de JBN opgeworpen hindernissen, herstellen (en op tijd herstellen) om optimaal kunnen presteren op het WK in Boedapest, eind augustus/begin september?
    En gaat de JBN zich verontschuldigen en haar extra ondersteunen?
    Het lijkt mij heel goed!
  • En blijven dat bestuur en die technisch directeur nu op dat pluche plakken, met 1e klas reistickets en hotels op Europese- en Wereldkampioenschappen, en op Olympische Spelen?
    Of neemt de bondsraad een voorbeeld aan het moedige gedrag van Juul Franssen en stuurt ze bestuur en technisch directeur, zonder eervolle vermelding of vetleren medaille, onmiddellijk naar huis?
    Het lijkt mij heel goed!
    Maar ja, ook die bondsraadsleden hebben weggekeken toen de brandstapel werd
    Opgeworpen, moeten de hand in eigen boezem steken en zullen ook wel verstoken
    zijn van lef en kracht om de noodzakelijke drastische maatregelen te nemen.
  • Nationale coaches moeten nu ook antwoord geven op de vraag of zij instaat en bereid zijn om optimaal faciliterend voor topjudoka kunnen werken. Ook zullen zij de competenties moeten hebben om te bouwen aan ‘facilitering op het hoogste niveau’ en dat kan ook betekenen, dat er opnieuw selectie moet plaatsvinden……

 

Kortom

 

  • Mooie tijden breken aan; het is lente en dus tijd voor de grote schoonmaak. Maar ja, wie gaat dat doen. Het is als het schoonmaken van een vies zwembad: ‘degene die de stop eruit trekt verdwijnt meestal als eerst in het afvalputje”. De oplossing van het probleem staat ook weer beschreven in dat managementboek: een interim manager, die snel en doeltreffend reorganiseert. Een judoka met ervaring en opleiding in dit soort zaken is Anthony Wurth; hij zou gevraagd kunnen worden. Ja bondsraadsleden ‘gevraagd’ (desnoods op blote knieën), want maar weinig judoka, met de juiste competenties, staan te trappelen om deze schoonmaak uit te voeren.
  • De nationale training zal naar het hoogste niveau moeten worden gebracht, zodat topjudoka er de noodzaak van inzien.
    De sfeer binnen die nationale training zal een functionele en op prestatiegerichte moeten zijn, zonder dat de invloed van een club of stroming bepalend is.
    Judoka moeten vertrouwen hebben in de nationale coaches (waarbij het opwerpen van brandstapels, van wat voor vorm dan ook, onmogelijk moet zijn).
  • Juul Franssen moet per onmiddellijk benoemd worden tot lid van verdiensten van de JBN, want zij heeft op eigen kracht, met inzet van haar gehele persoon, met niet aflatende dynamiek zorg gedragen voor de strikt noodzakelijk innovatie.
    Het is, volledig van harte, te hopen dat Juul geweldige resultaten gaat behalen, zodat ze na de Olympische Spelen in Tokio toch tevreden kan terugkijken naar haar judocarrière!

 

Sérandon 170516
Willem Visser
Naschrift
In dit artikel werd het woord ‘managementboek’ gebruikt; er wordt niet speciaal één boek bedoeld en over het algemeen is het geen opwindende literatuur.
Wel is het aan te raden om ‘Mind over Muscle’ te lezen, ook te verkrijgen in een uitstekende vertaling van Mitesco.
Het boek beschrijft onder meer ‘waardig strijden’ waarover hieronder een kort artikel.

 

 

 

 

Waardig strijden

Strijd wordt een waardige strijd als iedereen altijd het beste doel voor ogen heeft (“het ware, het goede en het schone”), als alle geestelijke en lichamelijke energie gebruikt wordt om het doel te bereiken en als iedereen zijn eigen balans en harmonie volkomen realiseert en daarmee de samenleving dient.
Waardig strijden betekent dat je jezelf beweegt op het hoogste niveau en het hoogste niveau is de vervolmaking van je eigen persoon met als hoogste doel de perfectie van de samenleving.
In Japan kent men het principe seiryoku zenyo jita kyoei (alle energie efficiënt inzetten voor het algemeen welzijn) en als men leeft volgens dit principe dan is men voortdurend en bewust doende met het ontwikkelen van alle individuele vaardigheden zoals doelgerichtheid, deugdzaamheid, wilskracht, moed en meegaandheid (toegeeflijkheid) die worden ingezet voor het algemeen belang.
Jita kyoei (algemeen welzijn) kan worden gezien als het principe van evenwicht van de samenleving.
Seiryoku zenyo is de voeding

Waardig strijden.
Het meest effectieve gebruik van je mentale en fysieke energie, kan op alle aspecten van het leven worden toegepast. Men moet daarom goed kijken hoe men het principe kan toepassen op alles in het leven en men moet er ook naar gaan leven.
Intellectueel gezien moet in al ons strijden eerst worden vastgesteld wat het doel is dat we voor ogen hebben; voorzichtigheid, observatie, kracht om te overwegen, oordeel- en voorstellingsvermogen kunnen door het ontwikkelen en volgen van het principe worden aangewend. Als er geen helder doel is dan kan het principe niet in de praktijk worden gebracht.
In moreel opzicht zal er voorafgaand aan de strijd eerst verstandelijk moeten worden vastgesteld wat goed en kwaad is. Maar alleen kennis hebben van goed en kwaad is niet voldoende. Het getraind zijn in het goede willen en het kwade niet willen is een onderdeel van morele ontwikkeling. De wil en de gewoontes om goed te handelen worden door het toepassen van de principes getraind en voortdurend ontwikkeld. De training van goede gewoontes (rituelen) versterkt het goed handelen. De beste bedoelingen om het kwade te verwerpen kunnen mislukken als men niet de gewoonte heeft om zo te handelen.
Uit sociaal oogpunt hoeft er maar een persoon in een groep te zijn die zelfzuchtig handelt om een conflict te hebben en het toepassen van het principe is niet meer mogelijk. Daarom moet zelfzucht worden vermeden en men moet handelen op basis van wederzijdse hulp en toegeeflijkheid. Op die manier ontstaat harmonie en worden conflicten vermeden of op een natuurlijke wijze opgelost. Totale balans is een staat van zijn, die door het trainen van de principes, wordt getraind en wordt ontwikkeld.
Toepassing van het principe seryoku zenyo jita kyoei kan ook bij sociale interactie. Woede, kwaadheid en haat vreten energie evenals teleurstelling, grieven en ruzies. Dit zijn dus geen gemoedstoestanden die in overeenstemming zijn met het principe. Het principe kan fundamenteel zijn bij het oplossen van allerlei, vooral morele, kwesties. De energie van woede en kwaadheid kan beter gebruikt worden om te bezien wat goed is en om voort te gaan op de weg.
Jezelf ieder dag leiden overeenkomstig het principe maakt het individu en de samenleving tot een harmonische eenheid. Eis daarom veel van jezelf en wees mild voor anderen
“Als seiryoku zenyo en jita kyoei worden gerealiseerd, dan zal het sociale leven zich natuurlijk blijven ontwikkelen en vooruitgaan. En als leden van de samenleving kan iedereen bereiken waarop men hoopt.” (Professor Jigoro Kano (1860-1938) minister van onderwijs en cultuur en stichter van het Kodokan Judo.)

(Doorgever: willem visser. Bronnen: “Mind over Muscle” en “Jigoro Kano and the Kodokan, an innovative response to modernisation”.)

Blog Willem Visser: Leven en bewegen

Leven en bewegen

 


Wederom is de bondsraad van de JBN er niet in geslaagd om een nieuwe voorzitter te werven en aan te stellen. De interim voorzitter gaat dus gewoon weer door en wel op de oude weg, dus weer negatief in het nieuws.
Deze slechte (reputatie)toestand van de JBN blijft voortduren zolang als er geen uiterst deskundig bestuur komt.
Het NOC heeft bekend gemaakt dat de JBN nog steeds heel veel geld krijgt, ondanks de slechte resultaten in Rio. Er wordt in de media bij vermeld, dat men ook veel geld geeft, omdat de JBN gevolg heeft gegeven aan het bevel van het NOC om op Papendal te gaan trainen.
Het NOC heeft de JBN gekocht en het bestuur (Jos Hell) heeft de JBN verkocht en topjudoka dreigen daar nu de dupe van te worden!
Dat kon gebeuren, omdat de JBN nagenoeg failliet was en daardoor volledig afhankelijk van financiële steun van NOC. (NOC, een mogelijkheid voor oud hockeyers om een bestuurlijke carrière te maken.)

 

Het NOC is ook al reeds betrokken bij het hervormen van en inhoud geven aan de JBN opleidingen, terwijl er veel deskundigen binnen de JBN zijn!
De afhankelijkheid van het NOC is veroorzaakt door het bestuur, die de JBN aan de rand van de afgrond bracht en wel op allerlei gebied: technische nivellering, onderdrukking van clubs en judoka, financieel wanbeleid enzovoorts en het NOC grijpt de kans om de lakens uit te delen.
Een deskundig en onafhankelijk bestuur is dus, zo spoedig mogelijk, zeer gewenst en noodzakelijk; het werven van een goede voorzitter is de hoogste prioriteit!
Maar alsjeblieft geen man met een ‘lege pijp’, geen man die alleen maar ‘de boel bij elkaar wil houden’ (verbindend), geen man die via de positie van bondsvoorzitter ‘politieke carrière wil maken’ en geen man ‘met het vuur van een opgebrande, geknakte, lucifer’.
De nieuwe voorzitter moet een vrouwelijke of mannelijke judoka zijn, die met virtù en vlammend enthousiasme de JBN weer naar de wereldtop brengt.
En…het is heel aanvaardbaar en normaal, dat geschikte kandidaten voor het voorzitterschap worden gevraagd i.p.v. het werven via een sollicitatieprocedure. De laatste sollicitatieprocedure leverde één sollicitant op, waaruit ook blijkt dat de bondsraad van de JBN zich niet al te hooghartig kan opstellen.
De bondsraad kan een commissie aanstellen, die geschikte kandidaten gaat vragen of men interesse heeft om voorzitter van de JBN te worden. In die commissie kan de huidige voorzitter a.i. natuurlijk geen plaats hebben, ook al omdat de vorige voorzitter, door hem aangedragen, al na twee jaar en zonder afscheid is vertrokken. Die commissie kan en mag ook niet door het NOC worden gevormd, want de kans dat er een hockeyer aan het roer komt is dan veel te groot!

 

 


(Mevrouw Connie Eli moest vertrekken als algemeen directeur van de JBN. Dit keer werd, haast sneller dan het licht, een nieuwe directeur aangesteld.
Er schijnt een kudde rondtrekkende sportbonddirecteuren te zijn, die onder supervisie van opperherder Maurits Hendriks, steeds van plek verwisselen. Van Ommeren, voorheen zwembond, Kaufman, voorheen atletiekbond, Fledderus, voorheen NOC en nu al weer weg bij de schaatsbond(!), en nu dan Stammes, voorheen wielrenbond, schaatsbond en wandelbond.
Waarom toch geen judoka met ambitie en goede competenties? Waarom geen kans gegeven aan Benny van den Broek?
Neen, er moest iemand uit dat rondtrekkende circus van sportbonddirecteuren komen, iemand uit die kudde van Maurits Hendriks, die overigens zelf niet schuwt om een zwart schaap zijn Olympische droom te ontnemen, die Olympische topsporters hun, nu in deze tijd zeer noodzakelijke, internationale verbroederingsfeest niet gunt en die nu direct of indirect judoka de kans ontneemt om zich verder te ontwikkelen !
Overigens krijg ik het Spaans benauwd als ik de introductie van de nieuwe bondsbureau directeur lees: “ De judobond is een sterk merk met onderscheidende merkwaarden….” en “het tot stand brengen van verandering in complexe, politieke, omgevingen….” en “ Het enthousiasme en de gedrevenheid om het beste uit mensen te willen halen, werkt heel verbindend”)
Dat nieuwe bestuur, onder leiding van een judoka als inspirerende voorzitter, zal het (weer) verkrijgen van onafhankelijkheid als eerste doelstelling moeten hebben.
Natuurlijk was vroeger niet alles beter. Er is echter een tijd geweest dat de Judo Bond Nederland:
– sponsors had;
– geen geldgebrek had;
– ongeveer 60.000 leden had, een garantie voor financiële onafhankelijkheid;
– een klein en hardwerkend bondsbureau had;
– door het bestuur zakelijk en functioneel werd geleid (zonder gezwets uit www. managementboek.nl );
– een goede samenwerking had met het NOC, zonder ondergeschikt of afhankelijk te zijn;
– de clubs en ook de relatie met de judoka respecteerde;
– geen geld verloren liet gaan aan het financieren van meereizende clubcoaches en bestuursleden;
– zeer drukbezochte applicatiecursussen voor leraren organiseerde;
– het CHD zag en respecteerde als een onafhankelijk instituut binnen de JBN;
– door toedoen van het bestuur de technische ontwikkeling stimuleerde en faciliteerde, zonder inhoudelijk invloed uit te oefenen.
(Ja, dat was de periode Frans Hoogendijk, Jantine Stokkink, Rolf Gijssen, Gert Meyer en Toon Harks.)

 

Het nieuwe bestuur kan uit bovenstaande opsomming duidelijke doelstellingen formuleren, in plaats van bijvoorbeeld “het tot stand brengen van verandering in complexe, politieke, omgevingen….”
De JBN moet er gewoon zijn voor judoka en daarbij horen geen teksten zoals hierboven!
En om dan toch maar in managementtermen te spreken:
– de omzet, het ledenaantal, moet omhoog;
– de winst, wedstrijdresultaat en technische ontwikkeling in de meest brede zin, moet sterk toenemen.
De Judo Bond Nederland moet een levende organisatie zijn, gekenmerkt door de beleving van mensen, die van judo houden en zich in willen zetten voor de JBN; judoka dus!
Kenmerk van leven is bewegen; de tijd van 13 jaar stilstaan op bestuurlijk gebied moet voorbij zijn.
Bewegen betekent ook, dat een bestuur in staat en bereid moet zijn om zich aan te passen aan en in te spelen op voortdurende veranderingen; persoonlijk, als team en in het grote geheel. Dat betekent natuurlijk in de spiegel kijken, maar vooral ook uit het raam kijken!
Het bestuur moet dus voeling en binding houden met de wereld om zich heen, extern en vooral intern.
Er is intern binnen de JBN heel veel kennis en ervaring en die kennis kan, indien nodig, worden samengebracht met externe kennis en ervaring.
Echter, in eerste instantie zal de JBN het vermogen om in eigen omgeving de kansen te benutten sterk moeten verbeteren! Dat betekent dat de leiders van de JBN hun potentieel, individueel en als team, moeten aanwenden, ook om nieuwe gedragspatronen en nieuwe vaardigheden te ontdekken en… te implementeren.
Het mobiliseren van zoveel mogelijk kennis en ervaring is een belangrijk onderdeel op de weg naar succes en voor die weg moet ruimte worden gecreëerd; ruimte is essentieel om te kunnen bewegen, om te kunnen presteren!
Het blokkeren (voor het blok zetten) en ruimte ontnemen van judoka en persoonlijke coaches, het niet openstaan en zelfs negeren van andere meningen en afhankelijkheid van externe factoren (NOC) kunnen bepaald niet worden gedefinieerd als het creëren en geven van ruimte.
Direct communiceren, in plaats van in het geheel niet communiceren, passief en gelaten afwachten en je als bestuur verschansen achter zelf getrokken grenzen, zal een belangrijk aandachtspunt kunnen zijn voor het nieuwe bestuur onder leiding van een nieuwe voorzitter!

 

Herhaling:
De nieuwe voorzitter moet een vrouwelijke of mannelijke judoka zijn, die met virtù en vlammend enthousiasme de JBN weer naar de wereldtop brengt.

 

Bondsraad: zet aan tot ongekend bewegen; werf spoedig een judoka als voorzitter en werk aan snel herstel!
(En bondsraad, als u toch het herstel gaat bevorderen, verander dan in de toekomst de hele verkiezingsstructuur.
Er moeten kandidaten voor het voorzitterschap komen, die meteen een heel bestuur, inclusief beleid voor de komende vier jaar, meebrengen. De bondsraad kiest dus een geheel bestuur, een team, met het door hen ontwikkelde beleid. Dat bestuur zal dan één of twee keer per jaar verantwoording moeten afleggen aan de bondsraad; er kunnen dan ook eventueel bijstellingen van of aanvullingen op het beleid plaatsvinden.)

 

En toch, …
toch hoop ik dat het judo in Nederland in 2017 weer tot grote bloei komt.

 

Januari 2017
Willem Visser

Gastblog Willem Visser: Centralisatie Judo Bond Nederland

Willem Visser (8e dan) was trainer/coach van het roemruchte Judo Ryu Nijmegen en was ook jarenlang bondscoach van de JBN. Gepassioneerd, analytisch, visionair en kritisch. Dat laatste zorgde er voor dat hij sinds 2003 feitenlijk “persona non grate’ was (of is) bij de JBN. Hij belande ondermeer op een zijspoor omdat hij de hoofdpresentatie had gedaan op het IJF congres in Osaka. De JBN vond dat hij eerst om toestemming had moeten vragen….. Onlangs kreeg hij, pas nadat hij voor de derde keer was voorgedragen sinds 2008, de 8e dan. Tijdens deze gelegenheid was zijn dankwoord ook kritisch.

judo-expert-willem-visser-naar-turkije
13 Jaar (wan)beleid en daarna een paar jaar géén beleid heeft Nederland op de ongelukkige 13e plaats gebracht in de judo-medaillespiegel van Rio de Janeiro.
Tot overmaat van ramp gaf de voorzitter van de JBN, verantwoordelijk voor ‘geen beleid’ enige maanden voor de Olympische Spelen de ‘pijp aan Maarten’ zodat Maarten er ineens geheel alleen voorstond! (In 1996 maakte ik hetzelfde mee en dat betekende tenminste één medaille minder….)
Gelukkig behaalde Anika van Emden 63 kg een bronzen medaille in Rio de Janeiro.
Anika heeft al haar potentiële krachten optimaal tot ontwikkeling gebracht en dat resulteerde in die welverdiende bronzen Olympisch medaille; zij redde daarmee de eer van het Nederlandse judoteam, want….. het was de enige Nederlandse medaille.

Nederland eindigde dus op die ongelukkige 13e plaats in het medailleklassement.
Er zal geëvalueerd worden en dat is niet aan mij, maar dat mag zeker niet zijn aan de technisch directeur met hockeyachtergrond, die eerst bleef, toen weer weg zou gaan, uiteindelijk toch bleef om vervolgens, hopelijk voorgoed, weg te gaan en weg te blijven.
Waarmee, op wellicht ironische wijze, wordt aangegeven, dat een technisch directeur van de Judo Bond Nederland een judospecialist moet zijn.
Nederland is in oppervlakte een klein land, maar in judo was het een groot land en dat moet en kan het heel snel weer worden. (Nu gouden medailles voor kleine judolanden als Slovenië, Kosovo en Argentinië!)
Nederland is het verplicht aan zijn geschiedenis om bij de top vijf van de wereld te behoren op de Olympische Spelen Judo; de prestaties op de Olympische Spelen 2016 wijzen helaas duidelijk anders uit.
En wordt naar allerlei personen gewezen die verantwoordelijk zouden zijn voor de teloorgang van het Nederlandse judo.
Maar…er is maar een orgaan dat direct verantwoordelijk is: het bestuur van de JBN.
Dat bestuur zou ter verantwoording geroepen moeten worden.

‘Zou’, want helaas kan dat niet meer; het merendeel van het bestuur heeft het schip verlaten, nog voordat het echt in zwaar weer terecht was gekomen.

In Nederland zijn minstens 300 goed opgeleide trainers, leraren en coaches. Deze professionals zijn vaak ondergeschikt gemaakt aan, overigens goed willende en strikt noodzakelijke, vrijwilligers (tussen die vrijwilligers verschuilen zich overigens ook kwaadwillige vrijwilligers, die hun ego willen strelen of, nog erger, willen laten strelen), terwijl de professionals leidend moeten zijn in de JBN.
Het zou beter zijn als professionals de leiding hebben. (Professioneel = deskundig, integer, bereid en in staat om samen te werken.)

De bondsraad van de JBN kiest en benoemt het bestuur, maar er zijn slechts weinig professionals in de bondsraad vertegenwoordigd, waardoor er ook geen professioneel bestuur gekozen wordt. Het ontberen van deskundigheid leidt tot nivellering van het niveau, niet alleen in bestuurlijk opzicht, maar ook op judo technisch gebied.

De JBN kan, geïnspireerd en geleid door professionals, de eigen kracht herwinnen, de eigen identiteit hervinden en etaleren, dynamiek aanzwengelen, innovatie ontwikkelen en doorvoeren. Om dat alles te verwezenlijken is een grote mate van creativiteit nodig.

Inspirerend leiderschap is dus onontbeerlijk om de vijf genoemde componenten (weer) tot leven te brengen. En de leiding (het bestuur) zal dus moeten bestaan uit hoofdzakelijk judospecialisten, die niet besturen op afstand, maar die direct leiding geven aan het proces van herstel en uitbouw.

willem-visser-in-judopak
Momenteel staat centralisatie ter discussie en de oplossing van dit probleem is slechts één van de opdrachten voor het nieuwe bestuur van de JBN.
Er zijn nog tal van andere doelstellingen te noemen; ik noem er hier slechts een paar:
* Er zijn ruim 125.000 judobeoefenaren in NL en minder dan 40.000 zijn lid van de JBN. Hier ligt dus al een enorme taak, die niet kan worden opgelost zonder de optimale medewerking van de circa 300 trainers, leraren en coaches.
Een veel groter ledenaantal zal de eigen kracht vergroten.
* De JBN moet er in slagen om judo te promoten als pedagogisch spel, waardoor het aantal leden ook gigantisch kan stijgen.
Bijna niemand in NL weet, dat in 2015 de UNESCO judo als de meest waardevolle sport voor jeugd van 4 tot 21 jaar heeft aangemerkt; dit kan op allerlei manieren uitgedragen worden.
De breedtesport is de basis voor de topsport en de uitspraak van de UNESCO kan in grote mate bepalend zijn voor de identiteit.
* Ondanks het feit dat de JBN een project heeft, genaamd ‘de club centraal’, krijgt de club geen ruimte om judoka langdurig en optimaal tot ontwikkeling te brengen.
De club behoort ook de eerste relatie met de judoka te hebben. Hierdoor blijven trainers, leraren en coaches gemotiveerd, terwijl de judoka die acteren in de nationale selecties de veiligheid en de warmte van de eigen club behouden, hetgeen ook in bepaalde perioden van de topsportcarrière van belang kan zijn.
Hier ligt ook een oplossing voor het probleem ‘centraliseren’:
Train vaak tezamen met judoka van het hoogste niveau; dat hoeft echter niet te betekenen dat judoka losgekoppeld moeten worden van persoonlijke coach en/of club.
‘De club centraal’, mits goed ingevuld en uitgevoerd, kan een enorme dynamiek genereren. Goed ingevuld en uitgevoerd betekent ook het behouden van competitie tussen clubs en judoka; competitie is sterk niveauverhogend!
(Judoka ‘uit de club halen’ verhoogt niet bepaald de onderlinge competitie.)
* Een technische commissie, bestaande uit ervaren specialisten, zal zorg moeten dragen voor innovatie. Die innovatie zal ook een voedingsbron zijn voor de bondscoaches, clubcoaches en opleiders.

* Behoudens de heer Jan Snijders speelt er niemand een rol van betekenis in de Europese Judo Unie of Internationale Judo Federatie. Het is dus wenselijk en zelfs noodzakelijk om JBN-judospecialisten in het bestuur of in de commissies van EJU en IJF te hebben, waardoor men mee kan werken aan, en ook direct op de hoogte is van, innovaties op allerlei gebied.

* Ter promotie van judo kan een groot internationaal EJU of IJF toernooi worden georganiseerd in Nederland.
Om bovenstaande en andere beleidsuitgangspunten uit te voeren, zal een grote mate van creativiteit aan de dag gelegd moeten worden en de JBN zal het geheel op eigen kracht moeten doen!

Er zijn nog veel meer doelstellingen te benoemen en ik wil de laatste die ik hier noem extra onder de aandacht brengen:
* De technische nivellering moet een halt worden toegeroepen en alle technische krachten, judospecialisten, zullen een sterke technische ontwikkeling mede moeten vormgeven.
De judotechniek is de essentie en allerlei vormen van kracht en uithoudingsvermogen zijn hulpmiddelen.
In het huidige Nederlandse judo overschaduwen de hulpmiddelen (kracht en uithoudingsvermogen) de essentie en nu zodanig, dat het een duidelijke, negatieve, weerslag heeft op het resultaat.
De juiste verhouding tussen techniektraining enerzijds en training van kracht en uithoudingsvermogen anderzijds zal (terug)gevonden moeten worden.
De huidige Nederlandse topjudoka heeft over het algemeen geen gebrek aan kracht en uithoudingsvermogen, maar het gebruik van techniek is bepaald niet optimaal te noemen.
Een grote mate van creativiteit zal nodig zijn om op het juiste moment de juiste techniek te gebruiken; judo zonder creativiteit levert geen aansprekende resultaten.

 

Een van de kernwaarden van een judoka is onafhankelijkheid; de JBN zal dus ook onafhankelijk moeten zijn!
Samenwerken met NOC is goed en aan te raden. Echter, vanwege financiële aspecten het beleid laten bepalen door het, uit voornamelijk hockeyers bestaande, NOC is uit den boze.
Gezamenlijk centraal trainen (op Papendal) is noodzakelijk, omdat de JBN dat noodzakelijk vindt, maar niet omdat het NOC dat gebiedt.

 

Tot slot.
De JBN gaat een mooie tijd tegemoet; er is veel te ontwikkelen en er is héél veel te veranderen!
Het nieuwe professionele bestuur zal eigen kracht, eigen identiteit, dynamiek, innovatie en creativiteit als principes kunnen hebben.

Vat moed bestuur, vat moed!

Willem Visser
(Willem Visser is raadgever en docent aan de NIFSA, Universiteit van Kanoya, Japan.)

www.willemvissercoaching.eu

nifs_foto4

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring