Nihon Sport

Lizzy Gevers MMA – leren genieten van de reis

Lizzy is 27 jaar (2022) en een MMA vechter. Ze is niet begonnen met MMA. In haar jeugd zat ze op judo. Voor Lizzy was het kiezen voor judo een logische keuze, omdat haar vader een bekende judoleraar was. Van jongst af aan ging ze met haar vader mee naar de judoschool om lekker te kunnen ravotten op de mat. Ze merkte, dat ze haar energie in het judo kwijt kon. Ze merkte dat ze steeds beter werd in het judoën. Ze droomde op jonge leeftijd om één keer mee te mogen doen met de Olympische Spelen.

Toen Lizzy 18 jaar was zat ze op Topsport Onderwijs in Eindhoven. Op haar 18e werd ze opgenomen in het Nederlandse Judo team. Nadat Lizzy was afgestudeerd in Eindhoven besloot de judobond om het judo te centraliseren (Papendal). Lizzy had eigenlijk besloten om te gaan samenwonen met haar vriend. Had ze nog wel zin om op hoog niveau te blijven judoën? Een vraag waarover ze enige tijd over na moest denken. Ze vroeg zich af wat haar kans was om mee te mogen naar de Olympische Spelen in de toekomst. Lizzy keek in de spiegel en besefte, dat ze eigenlijk tijdens Grand Prix en World Cup wedstrijden nooit een medaille kandidaat was. Hoe reëel was dan haar Olympische droom. Ze besloot om niet mee te gaan naar Papendal. Lizzy zou alleen nog voor haar lol af en toe blijven judoën. Uiteindelijk is Lizzy gewoon van de ene op de andere dag gestopt met het judoën.

Om toch haar energie kwijt te kunnen raken probeerde ze te gaan fitnessen en hardlopen. In deze beide discipline kon ze niet haar energie kwijt. Ze miste het ‘stoeien’ met een directe tegenstander. In deze periode dat Lizzy gestopt was met judo vroeg zij zich soms af wie ze was als persoon. Ze merkte, dat haar identiteit verweven was met wie ze was al judoka. Nu het judo was weggevallen wie was ze dan nog als persoon? Lizzy geeft aan, dat jonge sporters en topsporters niet alleen begeleid moeten worden om beter te presteren in de sport, maar dat het even zo belangrijk is om de identiteit van de persoon te ontwikkelen. Je bent als sporter meer dan alleen je sport!

In de periode, dat Lizzy merkte dat ze het stoeien miste, kwam ze weer in aanraking met MMA. Toen Lizzy nog op judo zat werd er in de periode tussen Kerst en Oud & Nieuw niet getraind. In deze periode kwam ze in aanraking met MMA en met Germaine de Randamie. Germaine had een wedstrijd op de planning staan tegen een ex-worstelkampioen. Ze riep onder andere de hulp van Lizzy in om haar grondgevecht te verbeteren.

MMA staat voor Mixed Martial Arts. MMA is een multidisciplinaire vechtsport die zich richt op het combineren van technieken uit verschillende vechtkunsten zoals worstelen, judo, karate, kungfu, kickboksen, thaiboksen, boksen, jiujitsu en taekwondo.

Omdat Lizzy weer wilde stoeien ging ze trainen met MMA-trainer Duane van Helvoirt en Germaine. In eerste instantie dacht Lizzy dat MMA leuk was om naast haar maatschappelijke carrière te doen. Maar haar topsport vlammetje ging steeds harder branden door deze nieuwe sport. Al snel trainde ze weer minimaal vijf dagen in de week en binnen drie maanden vocht Lizzy haar eerste gevecht. Naast het harde trainen werkte Lizzy ook nog 32 uur in de zorg.

Wat ervaarde Lizzy tijdens haar eerste MMA gevecht? “Bij de eerste klappen sloeg ze haar tegenstander twee blauwe ogen. Ze voelde direct tijdens deze wedstrijd, dat ze helemaal op haar plek was in deze nieuwe wereld. Een wereld waar ze opnieuw moest leren, een wereld die naar haar keek zonder verwachtingen en waar ze onderaan moest beginnen en zich opnieuw stap voor stap moest ontwikkelen”.

Germaine vroeg haar mee naar Denver te gaan als sparringpartner voor een UFC event. Lizzy stond vanaf dat moment standaard in haar hoek samen met Duane om Germaine te coachen tijdens wedstrijden.

Mentale gevecht

In 2019 merkte Lizzy dat ze eigenlijk niet klaar was voor een nieuw MMA gevecht. Haar lichaam of geest protesteerde. Lizzy worstelde met haar gedachten. Kan je zeggen, dat je ‘op’ bent in een topsportcultuur? Ze besloot om alle signalen, die haar lichaam en geest gaven te negeren. Ze duwde de zogenaamde grote opblaasbal onder het water. Als je de bal niet ziet, dan is deze ook niet aanwezig.

Tijdens een gevecht in Duitsland schoot de opblaasbal uit het water. Lizzy merkte, dat haar lichaam op slot sloeg. Ze dacht ik wil stoppen midden in de partij. De coach opmerkingen van Germaine werden niet meer gehoord. Na de wedstrijd op weg naar de kleedkamer kwamen alle emoties eruit. Ze zei: “Ik heb een burn-out”. Deze woorden voelde als een bevrijding. Alle emoties kwamen uit het lichaam van Lizzy. Ze heeft een week lang gehuild. Ook haar interne opgeslagen ballon moest ruimte krijgen om leeg te lopen.

Lizzy besloot, dat het tijd was om één jaar rustig aan te gaan doen en te kijken, waardoor ze last had gekregen van een burn-out. Onder begeleiding van een psycholoog kwam Lizzy erachter, dat ze al heel vroeg de druk van het presteren ervaarde. Het was moeten presteren in plaats van willen presteren. Tijdens haar judo carrière was ze constant bezig om zich te bewijzen aan de bond coach. Ziet de bondcoach mij, wat vind de bondcoach van mij, werk ik wel hard genoeg etc.

Door haar jaar pauze heeft ze ontdekt wie Lizzy als mens is. Ze heeft in deze tijd veel tijd besteed samen met haar vrienden en haar partner. Ze ervaarde dat ze naast topsporters ook een leuke vriendin, partner, merknemer en dochter van haar ouders kon zijn. Ze kwam letterlijk uit haar tunnel en leerde de wereld weer als mooi te ervaren.

In dit jaar heeft ze ook geleerd, dat ze zich dient te focussen op de gestelde procesdoelen. Als je je procesdoelen volgt, dan komt het resultaat vanzelf. Ze betrapt zich er nu nog soms op, dat ze tijdens het uitvoeren van haar procesdoelen soms toch weer resultaatdoelen wil verwerken in haar procesdoelen. Iets dat niet hoeft! Procesdoelen gaan om het verbeteren van jouw skills. Lizzy herkent gelukkig het moment als ze toch weer bezig is met resultaatdoelen. Ze zegt dan tegen zichzelf. “Stop, focus op het optimaal uitvoeren van je technische bewegingen en let op het verbeteren van de details”.

Lizzy heeft geleerd, dat het maken van fouten een onderdeel is van het proces. Vroeger werd ze boos op zichzelf na het maken van een fout. Alles moest vroeger in één keer goed. Realistisch? Nee! Lizzy weet inmiddels beter. Het is niet erg als het soms fout gaat in de uitvoer. Fouten maken en ervaren hoort bij het proces om je skills te verbeteren. Sta eens stil bij de fouten, die je maakt? Wat gaat er fout en hoe kun je leren van je fouten, die je hebt gemaakt?

Een ander aspect dat volgens Lizzy belangrijk is om sporters te leren is het volgende. Sporters vergeten te genieten van de reis. Kies momenten, dat je tegen jezelf kan zeggen: “Bijzonder dat ik deze sport mag doen, dat ik zoveel leuke mensen mag ontmoeten, dat ik mensen om me heen heb, die bezig zijn me verder te ontwikkelen en dat ik elke dag weer nieuwe mooie dingen kan zien en leren”. Waar zou jij als lezer wat meer van mogen genieten?

Lizzy mediteert tegenwoordig twee keer per dag. In het begin was dit super onwennig. Tijdens het mediteren aan het einde van de dag benoemd Lizzy al aspecten waar ze die dag dankbaar voor is. Het brengt haar rust en maakt dat ze beter kan genieten van haar reis.

Droom

Lizzy hoopt, dat ze nog lang kan blijven sporten als MMA-vechtster. Lizzy heeft nu een prof contract in Portugal. Ze heeft een contact voor drie gevechten getekend. Haar eerste gevecht bij SCC zal op zaterdag 23 april 2022 plaatsvinden. Alles is te volgen via een live stream. Lizzy zal deze delen op haar sociale media kanalen. Wil je haar reis volgen? Houd dan haar socials in de gaten!

Maatschappelijke carrière

Naast haar MMA carrière geeft Lizzy emotie regulatie trainingen aan jongeren. Ze merkt, dat steeds meer jongeren moeite hebben met hun sociale / emotionele skills. Door gebruik te maken van contact sport leert Lizzy de jongeren contact met elkaar te maken. Ze leren bijvoorbeeld; hoe kan ik mijn gedrag aanpassen aan dat van een ander en/of hoe hou ik rekening met de gevoelens van de ander.

Crowdfunding

In de wereld van topsport betekend investeren vooral het opdoen van vaardigheden en kennis om de best mogelijke versie van jezelf te worden. Lizzy’s resultaatdoel is om een contract te tekenen bij een van de grootste en meeste bekende MMA-organisaties in de wereld, de UFC.

Mocht u haar reis willen steunen, dan kun u via de onderstaande link doneren. Elke bedrag is meer dan welkom en laat zien dat u in haar droom gelooft. Haar waardering is enorm!

https://www.gofundme.com/f/mma-vechster-wil-droom-najagen-in-amerika?

Belang van eigenschappen van een kampioen volgens Lizzy (op schaal van 0 -10)

Het vermogen om angst te beheersen/controleren.          5

Denk dat erkennen van angst belangrijker is dan het beheersen ervan.

(Zelf)vertrouwen                                                      7

Mentale weerbaarheid                                              8

Sportintelligentie                                                      7

Focus / Flow                                                             8

Concurrentievermogen                                             6

Sterke werkethiek                                                     9

Het vermogen om doelen te stellen                          7

Coachbaar                                                                8

Hoopvol                                                                    7

Optimistisch                                                             6

Functioneel perfectionistisch                                   7

Eigenaarschap                                                          7

Fouten durven maken                                               9

Omgaan met pers – sociale media                            6

Controle over ademhalen                                         10

Visualiseren                                                              8

Je eigen leerstijl kennen                                           10

Talentontwikkeling met Olympisch judocoach Benito Maij

Benito vertelt in deze blog hoe hij zijn judoka’s coacht en hoe hij hierin negatieve (coach) ervaringen gebruikt om het nu anders te doen.

“Wat wil je zelf”

Benito was in zijn jeugd Europees kampioen bij de junioren. Benito ouders hebben hem altijd fantastisch ondersteunt tijdens zijn judo carrière. Zijn vader was super gedreven. Benito ervaarde door de gedrevenheid van zijn vader een bepaalde druk om te moeten presteren. De focus lag destijds misschien wel teveel al op winnen en veel te weinig op plezier en het ontwikkelen van skills en vaardigheden.

Benito vader overleed toen hij 21 jaar was. Na het overlijden van zijn vader keek Benito anders naar zijn sport. Benito wilde graag naar een diëtist, omdat hij wat wilde doen aan zijn vetpercentage. Zijn toenmalige coach zei tegen hem, je moet eigenlijk gewoon naar een sportpsycholoog, want ik denk dat er andere zaken spelen, die maken dat je vetpercentage toeneemt. De sportpsycholoog stelde Benito de volgende vraag: “Wat wil je zelf”. De sportpsycholoog stuurde Benito naar huis om over deze vraag na te denken. Benito beantwoorde deze vraag een week later aan zijn sportpsycholoog. Hij zei dat hij geen zin meer had om te judoën. Alle plezier was verdwenen.

“Plezier zorgt dat je jezelf verder wilt ontwikkelen”

Nadat Benito gestopt was met judo begon hij een opleiding bij de mariniers. Na deze opleiding heeft hij nog diverse specialistische opleidingen gevolgd bij de mariniers. Tijdens zijn carrière bij de mariniers ging hij militairen judo trainingen geven. Vlak na deze periode werd Benito gebeld door Cor van der Geest of Benito niet in Haarlem één keer per week trainingen wilde geven. Benito kreeg steeds meer plezier in het geven van judo trainingen. Ik zie dit vaker bij ex topsporters. Als ze wat doen wat ze leuk vinden, dan willen ze zich hierin maximaal ontwikkelen. Benito legde het volgende pad af als coach: trainer bij Kenamju, coach, hoofd opleiding, talent coach, pré Olympisch coach en nu Olympisch judo coach.

Papendal – nieuwe judocultuur ontwikkelen

Voordat alle judoka’s centraal trainde op Papendal, trainde de judoka’s bij hun eigen judo vereniging. Na de Olympische Spelen van Londen werd besloten om het judo verder te professionaliseren in een Centraal gestuurd programma op Papendal. De beste atleten werden gevraagd om zich te conformeren aan dit Nationale programma. Hier werkt een team van coaches en externe begeleiders fulltime aan deze projecten.

Toen de judoka’s net startte op Papendal namen ze de cultuur, die heerste op hun oude judo vereniging mee naar Papendal. Hierdoor ontstond een mix van culturen, waarin eenheid gebracht moest worden. Vanuit de top van de judobond werden de kernwaarden en de cultuur voor Papendal op papier gezet. Resultaat van deze inspanning leidde helaas niet tot een nieuwe gewenste cultuur.

Cultuur vastleggen: top – down of buttom – up?

Op Papendal werd pas een nieuwe cultuur en waarden en normen vastgelegd, na input van de top judoka’s. Op basis van de input van deze judoka’s is de juiste cultuur ontstaan, waarin de heren en dames hun eigen trainingsprogramma’s en cultuur hebben.

Blog met Bram Verbruggen over vaststellen van cultuur: https://bit.ly/3wnCXTw

Wat is talent?

Benito geeft aan dat je talent hebt als je de juiste skills voor een bepaalde sport beheerst en in staat bent om uit te voeren wat je wordt uitgelegd. Om uiteindelijk de top de halen is het belangrijk om de juiste keuzes te maken en een bepaalde levensstijl te hebben. Hieronder verstaat Benito onder andere een juiste slaap-, drink-, eet, trainingsritme aan te houden.

“Niet de grootste talenten halen de top. Het gaat om de bereidheid om steeds beter te willen worden, stap voor stap”. En om niet op te geven ook als het even tegen zit.

Wat of hoe communiceren

Cor van der Geest kon vroeger iemand in een wedstrijd naar een overwinning coachen. Tegenwoordig mag je als coach tijdens wedstrijden alleen aanwijzingen geven als het spel even wordt stilgelegd. Je kunt in de huidige tijd niemand meer naar de overwinning coachen. Een judoka moet in staat zijn om zelf een wedstrijd te lezen.

“Fouten maken verrijkt je ontwikkeling”

Benito geeft aan dat hij in zijn coaching het individu centraal stelt. Hij helpt elke judoka zijn eigen individuele procesdoelen vorm te geven. In dit proces stuurt, helpt, begeleidt en stelt hij open vragen aan zijn judoka’s. Wat willen ze en hoe willen ze dit gaan bereiken?

Benito daagt je uit om na te denken over de volgende vraag. Leert een sporter van het voorkomen van fouten door constant te coachen? Of is het juist goed dat een sporter ook wel eens verliest? Benito geeft aan dat verliezen nieuwe leermomenten creëert, die zorgen voor verdere ontwikkeling.

De sporter ervaart door een verliespartij zijn eigen tekortkomingen en gaat hier zelfstandig en/of met behulp van een coach mee aan de slag. Als een sporter een wedstrijd verliest, dan zul je als coach er moeten zijn. Je mag een sporter nooit laten vallen, omdat het resultaat niet is, zoals je dat als coach had gehoopt en/of verwacht. Benito leert zijn judoka’s in de spiegel te kijken. Benito kan deze spiegelrol vervullen. Doel is dat de sporter zelf leert in te zien wat er nodig is om verder te groeien. Een sporter krijgt door dit proces eigenaarschap over zijn individuele ontwikkeling. Dit is goed voor de intrinsieke motivatie en als het niet gaat zoals het zou moeten gaan, dan weet de sporter dat hij of ze naar zichzelf moet kijken.

Sommige coaches kiezen voor een directieve manier van coaching. Deze coaches vertellen hun sporters exact wat ze moeten doen. Door constant voor te zeggen hopen ze dat er gewonnen wordt. Bij winnen en succes krijgt de coach ook veel credits. Sommige sporters vinden een directieve manier van coaching in hun proces beter in hun ontwikkeling passen. Benito vraagt zich af of deze manier van coaching op de duurzame resultaten oplevert.

Sporters moeten hierin kijken, waarin ze behoefte hebben en ze zouden eigenlijk ook moeten kijken welke leerstijl (bron Ciska de Bruijn: sportpsycholoog) ze zelf hebben. We kennen de volgende vier leerstijlen van Kolb (leerstijl uitgelegd aan de hand van hoe om te gaan met een nieuwe mobiele telefoon):

  1. Doener: stopt batterij in de telefoon en gaat gewoon proberen.
  2. Observeerder: vraagt aan omgeving met dezelfde telefoon om te laten zien hoe deze telefoon werkt.
  3. Denker: leest eerst de gebruiksaanwijzing en gaat dan aan de slag.
  4. Pragmaticus: leest de gebruiksaanwijzing stapsgewijs en checkt wat hij of ze heeft gelezen.

Elke leerstijl heeft behoefte aan een andere manier van coaching.

Vertrouwen

Benito houdt ervan een vertrouwensband op te bouwen met de judoka’s die hij coacht. Hij wil niet coachen op basis van hiërarchie, echter er moet op een natuurlijk manier verschil zijn tussen sporter en coach. Benito bouwt zijn vertrouwensband met zijn sporters op door open en eerlijk te communiceren. Je gaat samen voor de weg, die uiteindelijk moet leiden tot een bepaald resultaat. Niet alleen de sporter gaat vol energie aan de slag, maar ook de coach moet met dezelfde energie aan de slag gaan. Zichtbaar moet zijn dat beide hetzelfde nastreven.

“Ook een coach moet 100% energie leveren; elke dag opnieuw”

Onder open en eerlijk communiceren verstaat Benito ook dat zijn judoka’s kritisch naar hem kunnen zijn. Kritisch en open naar elkaar in een omgeving, waar respect voor elkaars persoonlijkheid aanwezig is.

Differentieel leren

Benito geeft aan dat breed motorisch leren bewegen zo belangrijk is. Op lagere scholen zou hier veel meer aandacht aangegeven moeten worden. Door balspellen wordt het breed motorisch ontwikkelen van de voet – oog en de hand – oog coördinatie verbeterd.

Het zou een mooie ontwikkeling zijn als judo verenigingen verschillende aspecten uit andere sporten gebruiken, die de judoleerlingen helpen om zich nog beter breed motorisch te leren bewegen. In het meer jaren opleidingsplan van de judobond is het belang van breed motorisch bewegen opgenomen.

Bij het krijgen van een nieuwe kleur slip of band gaat het om de juiste wijze van het uitvoeren van de judotechnieken. Benito: “Waarom integreren we geen oefenvormen uit het Athletic Skills Model in het examen, zonder dat dit direct hoeft mee te wegen in het eindoordeel. Deze oefenvormen voegen plezier aan het examen toe”.

“Breed motorische oefeningen toevoegen aan het examen”

 

Procesdoelen

Procesdoelen zijn hele concrete doelen die alle kleine stapjes bevatten die je nodig hebt om een resultaatdoel te bereiken. Ze focussen, zoals de naam al zegt, op het proces dat je levert om tot het gewenste resultaat te komen. Procesdoelen zijn ontzettend belangrijk bij het doorzetten en volhouden van je acties en richten zich op het creëren van vaardigheden. Je bent niet bezig met WAT (resultaat), maar HOE (proces) je je doel wil bereiken. Door de stapjes duidelijk en concreet te houden, weet je precies wat je moet doen en helpt ook dit je om gemotiveerd te blijven trainen om je einddoel te bereiken. Je krijgt zo het gevoel dat je elke dag vooruitgang boekt, houdt het overzicht, ziet de stijgende lijn en helpen je zo om door te blijven zetten.

“Procesdoelen en resultaten doelen elke dag weer scheiden vraagt aandacht”

Benito geeft aan dat judoka’s het logisch vinden dat ze de procesdoelen op moeten schrijven. Een valkuil is dat er vervolgens toch vaak in de praktijk gekeken wordt naar het behalen van een bepaald gewenst resultaat. Het is lastig voor sporters om in hun procesdoelen te blijven. Dit is een leerproces, waarin een coach de taak heeft om de sporters hier op te wijzen en te helpen bij hun focus op de procesdoelen.

Passie & toekomstdroom

Benito geeft aan dat coachen het mooiste is wat er bestaat. Benito wil graag samenwerken met mensen, die het maximale uit hun sportcarrière willen halen. Het geeft hem energie om elke dag zich te kunnen ontwikkelen en te leren van de sporters en de externe specialisten, waarmee hij samenwerkt. Benito denkt dat als hij niets meer leert hij stopt met coachen.

“Durf kennis te delen”

Benito is bezig met het opzetten van een online sport platform (sportslink). Met dit platform wil hij sporters en coaches informeren, inspireren en enthousiasmeren. Durf informatie en kennis te delen, zodat iedereen zich verder kan ontwikkelen en we er samen voor kunnen zorgen dat de sport kan groeien naar een steeds hoger niveau.

Eigenschappen van een kampioen

Uit onderzoek is gebleken, dat Olympisch kampioenen één of meerdere van de onderstaande eigenschappen bezitten. Ik heb aan Benito gevraagd welke eigenschappen hij belangrijk vindt. Ik vroeg of hij achter elke eigenschappen een score tussen 0 en 10 wilde plaatsen.

Benito’s antwoord: “Als ik antwoord moet geven op deze vraag dan zou ik zeggen dat elke eigenschap een 9 moet zijn. Een 10 is iets realiseren wat onmogelijk is en zou leiden tot stilstand. Streven naar perfectionisme is ook het verbloemen van onzekerheid. Het is nooit goed genoeg. Het belangrijkste is om alle facetten (eigenschappen) die belangrijk zijn om het maximale uit je eigen carrière te halen in de range van 8-9 zitten. De kanttekening daarbij is wel dat ik liever zie dat alle kenmerken een 8 aantikken i.p.v. 5 × een 9, 5 × een 6 en 8 × een 4 (als voorbeeld)”.

  1. Het vermogen om angst te beheersen/controleren.
  2. (Zelf)vertrouwen
  3. Mentale weerbaarheid
  4. Sportintelligentie
  5. Focus / Flow
  6. Concurrentievermogen
  7. Sterke werkethiek
  8. Het vermogen om doelen te stellen
  9. Coachbaar
  10. Hoopvol
  11. Optimistisch
  12. Functioneel perfectionistisch
  13. Eigenaarschap
  14. Fouten durven maken
  15. Omgaan met pers – sociale media
  16. Controle over ademhalen
  17. Visualiseren
  18. Je eigen leerstijl kennen

Willem Visser: 211031 Evaluatie NTC “Vanaf de zijlijn”

Na de Olympische Spelen in Tokio schreef ik een artikel met de titel 2032.

In dat artikel heb ik me vanaf de zijlijn onthouden van kritiek en het artikel 2032 gaat over de toekomst.

Korte tijd later ontvingen de judoka van de nationale selectie van de JBN een bericht met als afzender JBN. Men mag toch verwachten dat er een naam vernoemd zou worden als afzender, bijvoorbeeld de naam van de technisch directeur of van een andere leidende persoon uit de topsportsector; het was niet het geval!

Hieronder twee citaten uit het bericht van de onpersoonlijke JBN:

 

Achtergrond

We bouwen aan een succesvol NTC waar topsporters zichzelf continu verbeteren met als resultaat het behalen van gouden medailles. Aan het eind van 2020 is er een eerste evaluatieronde van de eerste periode van het NTC programma geweest. In aanloop naar en na afloop van de Olympische Spelen is de evaluatie voortgezet en afgerond, waarna een besluit is genomen over de structuur 2021-2024.

Evaluatie

De Olympische Spelen zijn reeds geëvalueerd met de Olympische coaches. De conclusie is duidelijk: er is ondermaats gepresteerd op de afgelopen Spelen. Er zijn meerdere zaken die hieraan ten grondslag liggen. Dit verschilt soms per individu, maar generiek kwamen de volgende zaken boven als oorzaken:

  • Mentale vaardigheden en de coaching in deze vaardigheden;
  • Onvoldoende samenwerking tussen coaches om zichzelf en sporters beter te maken;
  • Sporters worden vaak in hun comfortzone gelaten.

 

Achtergrond

Op basis van de evaluatie is er een besluit genomen over de structuur 2021-2024. En verderop staat een structuurschema, dat is ‘genomen’ uit een boek over cultuurverandering. Dat schema zal ik maar niet in dit artikel kopiëren.

Nu al acht maanden bakkeleien leiders van politieke partijen in Den Haag over structuren en cultuur, terwijl er zeer grote problemen zijn die vrijwel direct om oplossingen vragen! Structuren en cultuur zijn kennelijk belangrijker dan oplossingen en mogelijkheden voor mensen.

Structuren zijn hulpmiddelen en als men integer werkt aan hetzelfde doel, dan ontstaat er een cultuur; in het geval van Judo een cultuur gebaseerd op een eigen identiteit, op eigen kracht, met grote dynamiek, innovatie en creativiteit.

In het schrijven van de ‘onpersoonlijke’ JBN aan de judoka van de nationale selectie is de structuur HOOFDZAAK en geen hulpmiddel. De structuur overschaduwt echter de essentie, waardoor de essentie in de knel komt en mogelijk sterft.

De NOODZAAK om adequaat en snel te handelen wordt ook door het bestuur van de JBN niet ingezien.

 

Evaluatie

Er komen drie oorzaken ‘boven water’ waardoor “ondermaats is gepresteerd op de afgelopen Olympische Spelen”.  (De drie oorzaken worden “generiek” genoemd.)

De drie oorzaken zijn direct gekoppeld aan coaching; ook het laatst genoemde heeft betrekking op coaching.

Alvorens in te gaan op deze drie ‘generieke oorzaken’ mijn opvatting over selectiecriteria waaraan nationale coaches moeten voldoen:

 

  1. Judocoach met zeer goede sportopleiding, die zijn sporen in topjudo al heeft verdiend;

opleiding en coaching van Nederlandse kampioenen judo, alsmede aansprekende internationale successen van judoka, die door haar of hem zijn opgeleid.

  1. Ex topjudoka, Europees niveau, met een goede sportopleiding en ervaring in coaching.

 

De huidige nationale coaches kunnen dus langs deze selectiecriteria lat gelegd worden en dan kan de gevolgtrekking kan worden gemaakt, dat Maarten Arens, Michael Bazynski en Benito May ruimschoots aan deze criteria voldoen en dus door moeten kunnen werken om de doelstellingen te kunnen verwezenlijken.

Ook de directeur topsport moet een specialist in Judo zijn en het beste is dat ook hij/zij voldoet aan de twee gestelde criteria. Theo Meijer is een zeer goede technisch directeur!

Een nationale selectie is geen opleidingsinstituut voor coaches en de structuur moet dus niet worden misbruikt als selectie-instrument voor coaches. Dat houdt in dat een aantal coaches niet op dit niveau kunnen werken!

(Wat is toch de reden dat er nationale coaches zijn, die niet aan de bovenstaande criteria voldoen en zeker niet aan de hieronder genoemde competenties?)

Na die selectiecriteria kan men de competenties van een coach benoemen en voor het gemak van de ‘onpersoonlijke JBN’ zal ik dat meteen doen, waarbij ik met klem wil stellen, dat deskundige aanvullingen natuurlijk gedaan kunnen worden.

Competenties van een topcoach

  • Originele ideeën en zeer gedreven om deze ideeën uit te voeren en gericht op het bereiken van het doel;
  • Snel vaste patronen ontdekken in gebeurtenissen en het ontwikkelen van perspectieven voor de lange termijn;
  • Eenmaal aangesteld de taak organiseren en uitvoeren;
  • Sceptisch en onafhankelijk;
  • Eerlijk en betrouwbaar;
  • Hoge normen voor competenties en uitvoering van anderen en vooral van zichzelf;
  • Hoogwaardige sportspecifieke en sportechnische kennis en kunde;
  • Methodische en didactische vaardigheden;
  • Beïnvloedingsbekwaam;
  • Taakgerichte sociale vaardigheden;
  • Goede uitdrukkingsvaardigheid in woord en geschrift;
  • Meer dan gemiddelde ontwikkeling;
  • Diplomatieke vaardigheden;

 

Korte typering van een topcaoch: (zie ook Meyers-Briggs Type Indicator en publicaties van Peter Murphy)

Analytisch, autonoom, georganiseerd, gesloten karakter, compleet, krachtig, onafhankelijk, origineel, systeem-gedreven, theoretisch, vastberaden en visionair.

 

Een coach moeten leren, studeren, onderwijzen, luisteren, observeren, analyseren, denken, evalueren, veranderen, stimuleren, inspireren en héél hard werken!

Nu zal ik ingaan op de evaluatie.

(De topsportcoördinator van de JBN verzuchtte  via LinkedIn dat er vanaf “de zijlijn” wel weer kritiek zou komen. Hij suggereert dat allen aan de zijlijn niet deskundig zijn, daarmee zichzelf kwalificerend en de zijlijn per definitie diskwalificerend.

Zou het misschien toch zo zijn, dat er deskundigen zijn, die zichtbaar hun sporen hebben verdiend, die constructieve feedback zouden kunnen geven? Waarom wordt er in de topsportsectie van de JBN geen gebruik gemaakt van deskundigen met kennis, ervaring en internationale resultaten?)

 

In het onderdeel Achtergrond staat: “we bouwen aan een succesvol NTC waarin topsporters zichzelf continu verbeteren met als resultaat het behalen van gouden medailles”.

Het woord topsporters wordt hier gebruikt, het bewijs van het feit dat dit document niet geschreven is door een judoka (desgewenst kan het document ook gebruikt worden voor andere belangengroepen); en er wordt geschreven over zichzelf verbeteren.

Nu moet ik uit de school klappen; regelmatig hoor ik, dat er vooraf aan de zeer geringe techniektrainingen op Papendal door de coach wordt gezegd: “je mag doen wat jezelf wil”, anders gezegd: “zoek het zelf maar uit, want ik zou niet weten wat ik zou moeten doen en hoe ik het zou moeten leiden of begeleiden” ”Je mag ook krachttraining gaan doen”, (‘dan worden mijn tekortkomingen tenminste ook niet zichtbaar’!)

Gaat de techniektraining, op aandringen van de judoka dan toch door, dan maken diezelfde coaches, die absoluut niet aan de genoemde selectiecriteria voldoen, de opmerkingen dat in Nederland uchi komi geheel anders moet dan bijvoorbeeld in Japan en Frankrijk gebruikelijk is…..(negen gouden medailles in Tokio voor Japan, zeven gouden medailles voor een jong Japans team onlangs in Parijs en veertien medailles voor Frankrijk met ook veel jonge judoka! Heeft men in die landen en in al die andere landen met goede tot zeer goede resultaten ook een eigen uchi komi uitgevonden, dat lijkt op bietentrekken in West Brabant?)

Vervolgens de tekst in de evaluatie “waarin topsporters zichzelf continu verbeteren”; juist ja, zichzelf continu verbeteren, omdat er coaches zijn die het kennelijk niet kunnen! (Zie ‘selectiecriteria nationale coaches’).

 

En er worden gouden medailles verwacht; enige bescheidenheid is nu wel gepast, want het behalen van gouden medailles vanuit een achterstandsituatie van minimaal vier jaar is hoog gegrepen. Eerst maar eens gericht zijn op het behalen van medailles!

Dat er ondermaats is gepresteerd op de Olympische Spelen is een understatement gezien vanuit het budget en de technische begeleiding van judoka. Volop budget, echter op Papendal is er nauwelijks technische begeleiding en de clubs is alle zin ontnomen om de strikt noodzakelijke bijdrage te leveren.

 

Voor wat betreft de opleiding van coaches vraag ik me af wat daar gebeurt; grof gezegd lijkt het mij (gezien vanaf de gediskwalificeerde zijlijn) dat ‘tikkertje en haasje over’ en allerlei pedagogische en agogische aspecten ver de boventoon voeren boven het aanleren van techniek, het leren van randori en het begeleiden van randori (randori vooral op basis van techniek, bewegingsrichting enz.)!

Let wel: judo met techniek als basis voor randori kan ook een uitstekend pedagogisch spel zijn!

Andere bezorgde ‘zijlijn bewandelaars’ zijn op initiatief van en met Robbert van der Geest al begonnen met een uitstekend initiatief om ‘echt’ randori te organiseren en te ontwikkelen. Maar….als dit geen ‘aansluiting vindt en vervolg krijgt op Papendal’ dan is het als water naar de zee dragen.

 

Het zou schorten aan mentale vaardigheden en de coaching daarvan. (Lees eerst: “In het diepste van de ziel is niets te zien” van Jeffrey Wijnberg). Als men in alle opzichten goed getraind is, dan is men mentaal sterk; daar kan de coach mee beginnen. En wat te denken van het voorkomen van mentale problemen, onder andere door juiste technische, fysieke en mentale belasting in de verschillende ontwikkelingsfasen in Judo.

Er zou onvoldoende samenwerking zijn tussen de coaches.

Met Theo Meijer als technisch directeur, Maarten Arens als hoofdcoach heren en Michal Bazinsky als hoofdcoach dames moet die samenwerking tot stand kunnen worden gebracht; men moet wel een gemeenschappelijk doel hebben en daar allen taakgericht aan werken. En….. de opdracht om je als coach steeds weer te verbeteren ligt besloten in de eerder genoemde competenties.

En bestuur van de JBN, Theo Meijer moet gevraagd worden, dan heeft u ook geen K+V nodig om iemand te werven met de tekst “kennis en ervaring in Judo is niet nodig”. (Als je dit leest als zijlijnbewandelaar dan vlieg je toch door de ruiten….)

In uw positie, bestuur van de JBN, moet u iemand nederig vragen om deze schier onmogelijke taak te gaan vervullen en niet hoog van de toren blazen, want van het gistende en zuigende moeras moet weer een stevig fundament gemaakt worden met een vruchtbare grond voor optimale ontwikkeling! En als Theo het niet doet dan zijn er nog een paar kandidaten uit eigen gelederen, want DE JUDO BOND NEDERLAND MOET GERUND WORDEN DOOR JUDOKA met Jessica Gal als voorzitter (intelligent, creatief en technisch)!

 

Het woord comfortzone is momenteel mateloos populair, kijk naar de praatprogramma’s op de TV; iedereen komt uit zijn/haar comfortzone of wil er niet uitkomen. Zelf moet ik dan meteen denken aan een ouwe slechte zangeres die nergens spijt van heeft gehad en telkens weer een hemel schreiende metamorfose doormaakt in dan weer een nieuw programma verschijnt…..

Misschien wordt hier met comfortzone bedoeld, dat judoka zich voortdurend ongemakkelijk voelen; welnu een aantal judoka voelen zich op Papendal ongemakkelijk!

 

En nu een eerste, slechts zeer globale, constructieve feedback.

Het NL judo is voor 70% gericht op kracht en uithoudingsvermogen (algemeen en, naar ik hoop, ook specifiek) en voor 30% op techniek (en het laatste percentage is door mij sterk naar boven afgerond).

Door gericht te zijn op 70% kracht en uithoudingsvermogen wordt het Judo ook voor 70% dwars door de weerstand heen; dwars door de weerstand heen maakt hoekig, bonkig en zelfs afstotelijk, letterlijk en figuurlijk!

Citaat van de voortreffelijke kampioen en coach Peter Snijders: “als je door de deur naar binnen wilt gaan, gebruik dan de klink van de deur en ga niet langs de scharnieren”. Met andere woorden, ‘gebruik techniek en vindt de klink van de deur’. Dus niet blind op de deur afstormen en er dwars doorheen willen, maar nauwkeurig kijken waar de klink zich bevindt en hoe deze te hanteren (want er zijn veel verschillende sloten op deuren). Techniek, creativiteit en intelligentie!

Judoka moeten kunnen beschikken over automatismen, technische reflexen, waardoor aanval en  verdediging ‘economisch’ wordt; geconditioneerde bewegingen. Dat betekent dat bewegingen en ook automatismen als het ware ‘ingeslepen’ moeten worden en harmonische uchi komi, yaku  soku geiko en nage komi zijn de uitstekende middelen.

Voorbeelden: als men beschikt over het automatisme om uchi mata te kunnen beantwoorden met uchi mata gaeshi, als men o soto gari automatisch kan beantwoorden met o soto gari gaeshi, als men o uchi gari automatisch kan beantwoorden men o uchi gari gaeshi, als men tai otoshi meteen zonder nadenken kan beantwoorden met ko soto gake, enzovoorts, wat betekent dat dan voor het cybernetisch vermogen van de judoka, wat betekent dat dan wel niet voor de mentale rust gedurende de wedstrijd; men kan onder andere nog meer geconcentreerd zijn op de eigen aanvalspatronen en op het handhaven of aanpassen van het eigen strijdplan.

Eigen aanvalspatronen die natuurlijk ook volledig eigen gemaakt moeten worden; meerdere aanvalspatronen zelfs, waardoor de judoka gedurende de wedstrijd zelf kan variëren en verbinden.

Voorbeelden: ko uchi gari verbinden  met uchi mata, ko uchi gari verbinden met o soto gari, o uch gari verbinden met o soto gari, o uchi gari verbinden met tai otoshi of seoi nage, enzovoorts, enzovoorts.

In de topsportfase moet de judoka kunnen beschikken over de eigen specifieke automatismen en natuurlijk moet in die fase steeds specifieker en individueel getraind worden.

Bovenstaande betekent, dat 70% kracht en uithoudingvermogen en 30% Judo training moeten veranderen in 70% Judo, techniek/randori, en maximaal 30% kracht en uithoudingsvermogen (algemeen en specifiek).

De genoemde percentages zijn de percentages van senioren op topniveau; voor de verschillende ontwikkelingsfasen in Judo gelden andere percentages, aangepast aan de specifieke ontwikkelingsfase; de verschillende ontwikkelingsfasen in Judo zijn door mij omschreven (en op aanvraag beschikbaar).

Ook het technische programma alsmede de bijbehorende (specifieke) conditionering op basis van techniek is door mij omschreven (en op aanvraag beschikbaar).

 

Ineens zie ik dat de zijlijn al bedekt is met ruim 2200 woorden! Voor een zijlijnbewandelaar, voor Nederlandse begrippen en acceptatie, waarschijnlijk al veel te veel. Echter, vanaf de zijlijn mocht ik, op uitnodiging, in een groot aantal landen ‘wat roepen’; in april 2021 nog op het Olympisch Congres voor coaches van het NOC van Uzbekistan! Met dit artikel heb ik de vrijheid genomen om ‘wat te roepen’ in de richting van het Nederlandse Judo speelveld.

 

 

In een van mijn eerdere artikelen schreef ik dat het de laatste zou zijn.

Aanvaard alstublieft mijn verontschuldigingen; mijn liefde voor Judo dwong mij ertoe om dit artikel (en het vorige “2032”) te schrijven en te publiceren, want…….

 

 

 

“Als wijsheid komt als het te laat is,

dan is wijsheid nutteloos”

 

 

 

211031

Willem Visser

vanaf de zijlijn en in balans

Hajime Judo Podcast – Seizoen 2 aflevering 2, Post Olympische Juul Franssen

De tweede aflevering van seizoen twee van de Hajime Judo Podcast staat volledig in het teken van Juul Franssen. André van Meerkerk had begin november een gesprek met haar en blikt met Juul terug op een bewogen tijd. Juul is zeer openhartig en neemt je mee in het leven van een topsporter die vecht voor haar route naar succes. 

Ze vertelt over haar meer dan hobbelige weg naar Tokyo en haar gevoel bij de vijfde plaats op de Spelen, haar twijfels over doorgaan en  wie haar mogelijk nieuwe trainer wordt, haar gevecht met de JBN tijdens de centralisering, haar privé leven, de invulling van haar leven nu. Genoeg om eens goed te gaan zitten.

Deze tweede podcast van  seizoen twee duurt ongeveer 55  minuten. Veel luister plezier.

De Hajime Judo Podcast is te beluisteren via alle grote podcast platforms, maar ook via http://hajimejudopodcast.nl
 
Berichten of reactie via bovenstaande sociale media of mail naar andrevanmeerkerk@gmail.com

Willem Visser: “2032”

In 1992 werden er op de Olympische Spelen in Barcelona door Nederland (JBN) twee bronzen medailles behaald (Irene de Kok en Theo Meijer); budget voor dames en heren €200.000 per jaar.

In 1996 werden er op de Olympische Spelen in Atlanta door Nederland (JBN) twee bronzen medailles behaald; budget voor dames en heren €300.000 per jaar.

(Van beider budgetten reisden ook de nationale juniorenteams de wereld rond en zij, dames en heren, behaalden vele medailles.)

In 2021 werd er op de Olympische Spelen in Tokio door Nederland één bronzen medaille behaald; budget voor dames en heren €8.500.000! Gelukkig was daar Sanne van Dijke die de eer van Nederland nog enigszins heeft gered.

 

Judo NL presteerde slecht en de topsportcoördinator van de JBN haastte zich om te schrijven ‘dat de kritiek, vooral van hen die aan de zijlijn stonden, wel weer los zou barsten’.

Echter, door velen werd vooraf al gesteld, dat het met het beleid van de JBN niet goed gaat. Het beleid bij andere sportbonden is veel beter en dat resulteerde in geweldige successen!

Eindverantwoordelijk voor de resultaten van de judoka is de leiding van de JBN, de leiding  van de JBN is verantwoordelijk voor de effectiviteit van de organisatie en de technische verantwoordelijkheid delegeren zij aan een technische staf; de gehele technische staf is dus medeverantwoordelijk voor de effectiviteit van de topsportsectie!

De verantwoordelijkheid kan niet bij de judoka worden gelegd en zeker niet als zij, vaak ongewild, in een keurslijf worden gepropt. (Systemen en structuren zijn er om mensen te dienen en niet essentieel maar zijn slechts hulpmiddelen.)

In zijn ‘ vluchtschrift’ via LinkedIn ‘brabbelde’ de topsportcoördinator van de JBN ook nog iets in de trant van ‘evalueren’. Het is absoluut niet wenselijk, dat de leiding (bestuur en topsport-staf) zichzelf gaat evalueren, dat kan beter overgelaten worden aan professionele mensen uit ‘de zijlijn’.

 

Met evalueren zal ik me in dit artikel niet bezig houden, echter in die evaluatie moet zeker het onderstaande worden meegenomen:

  • Japan behaalde negen (9!) van de 14 gouden medailles met een voorbereiding die bestond uit minimaal 70% judotraining (techniektraining en randori) en maximaal 30% training van uithoudingsvermogen (algemeen en specifiek) en kracht (algemeen en specifiek)
  • In een dankwoord aan de sponsor van krachttrainingsapparatuur bedankte een judoka, deelnemer in Tokio, de sponsor met de uitspraak dat krachttraining de basis van Judo vormt……
  • In 1996 behaalden twee judoka, Jenny Gal en Mark Huizinga, een bronzen medaille; zij waren toonbeelden van techniek en intelligentie. Mark Huizinga werd in 2000 Olympisch Kampioen.

 

Een logische gevolgtrekking is, dat het Nederlandse Judo aan een ‘hevige’ hervorming toe is; tenminste 70% judotraining (techniektraining en randori) en maximaal 30% training van uithoudingsvermogen en kracht met als basis intelligentie!

Onlangs volgde ik een klein gedeelte van een online seminar van de JBN. Judocoach Gé van den Elshout vertelde in zijn betoog, dat hij aandachtig gekeken had naar het Nederlands Kampioenschap Judo onder 18 jaar; Gé van den Elshout was ontstelt over het technisch niveau, “schrikbarend”.

Een paar ‘oude’ deskundigen, die hun sporen in het Nederlandse Judo hebben verdiend, liepen zelfs het gehele Pieterpad (vanwege hun vergevorderde leeftijd in delen) om te filosoferen en van gedachten te wisselen over hoe het Nederlandse Judo van de ondergang gered kan worden. ‘Een bedevaart om het Nederlandse Judo te redden…!’

 

Misschien kan ik, zonder de evaluatie af te wachten, als “persona non grata van de JBN” en als iemand “die nooit meer mag terugkeren in het Nederlandse Judo”, een eerste stap zetten op het (Pieter)pad naar herstel.

 

Dit artikel heb ik als titel 2032 gegeven, omdat het Nederlandse Judo zich daarop moet richten. Een lange termijn visie met een aantal mogelijke tussendoelen voor de korte termijn (2024 en 2028), waarbij men zich moet realiseren dat lange termijn en korte termijn dezelfde startdatum en een andere einddatum hebben!

 

Men kan zes periodes onderscheiden in de Olympische voorbereiding:

  1. Superlange periode, te beginnen op de leeftijd tussen 8 en 10 jaar;
  2. Lange periode van voorbereiding, te beginnen op de leeftijd van 11 en 12 jaar;
  3. Midden lange periode van voorbereiding, te beginnen op de leeftijd van 14 jaar;
  4. Korte periode van voorbereiding, te beginnen op de leeftijd van 17 jaar;
  5. Ultra korte periode van voorbereiding, te beginnen op de leeftijd van 20 jaar;
  6. Laatste periode van voorbereiding, te beginnen één jaar voor de Olympische Spelen en uitlopend in een specifieke voorbereiding.

 

Iedere voorbereidende periode bestaat uit technische, fysieke en mentale aspecten; deze zijn volledig gericht op de fase waarin de judoka zich bevindt.

(Let wel, altijd is het technische, fysieke en mentale programma volledig in overeenstemming met de leeftijdsfase.)

Voor iedere periode kan nauwkeurig omschreven worden wat de inhoud van de training is op het gebied van techniek, uithoudingsvermogen en kracht. Uiteraard kunnen ook de mentale aspecten in de verschillende ontwikkelingsperioden nader omschreven worden.

 

Het ideaalbeeld zal zijn, als men landelijk in de clubs met de groep 8 tot 10 jarigen en met de groep van 11 en 12 jaar kan beginnen, om deze groep vervolgens door alle periodes heen op te leiden en te begeleiden. In feite zal het optimaal zijn als coaches met deze leeftijdsgroep starten met de voorbereiding op de Olympische Spelen 2032.

De coaches zullen perfect opgeleid moeten zijn, waarbij kennis en kunde van techniek de essentie moet zijn. (Het voert nu te ver om hier de inhoud van de opleiding en de competenties van professionele coaches te vernoemen; het ligt klaar!)

Als het gaat om de voorbereiding van 2024 dan zullen judoka vanaf de leeftijd van 20 jaar daarvoor in aanmerking kunnen komen.

Als het gaat om de voorbereiding voor 2028 dan zullen judoka vanaf 17 jaar daarvoor in aanmerking kunnen komen.

(Let wel; in deze structuur worden leeftijden genoemd. Deze leeftijden zijn globaal gesteld en kunnen individueel verschillen.)

 

 

De leiding van de JBN, met een goede toekomstvisie, richt zich op alle genoemde periodes, vooral ook op de Olympische Spelen van 2032!

 

De verwezenlijking van het totale programma kan absoluut niet zonder de optimale medewerking van de judoclubs en de regio’s; uitstekende judoleraren en judocoaches zijn absoluut noodzakelijk, onmisbaar zelfs.

 

De huidige structuur zal enigszins bijgesteld moeten worden. Als de judoka naar Papendal gaan voor de nationale trainingen dan zullen zij al in hoge mate gevormd moeten zijn.

(Enige personele aanpassing voor Papendal is wellicht noodzakelijk….)

 

De inhoud van het programma…? Ook dat ligt klaar!

 

 

Tot slot

In de vraaggesprekken met judoka Henk Grol gaf hij aan, dat hij bepaald niet trots was op zijn resultaat. Dat siert Henk Grol; daar waar andere atleten in andere sportdisciplines bij verlies stelden, dat ze ondanks het verlies toch trots waren, deed Henk Grol dat niet!

Henk Grol toont karakter als hij simpelweg stelt, dat hij fouten heeft gemaakt en dus niet trots kan zijn op het resultaat van de Olympische Spelen 2020, gehouden in 2021.

Maar…… Henk Grol kan wel trots zijn op zijn gehele Judocarrière en op zijn enorme doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid.

Het doorzettingsvermogen en de onverzettelijkheid van Henk Grol kan als voorbeeld dienen voor alle jonge judoka in Nederland.

 

 

 

 

210929

Willem Visser

Op weg naar het einde niet uit balans’

“Klimmen is winnen”

Afgelopen week werd door de Judo Bond Nederland op Papendal een internationale trainingsstage georganiseerd ter voorbereiding op o.a. het komende Wereldkampioenschap judo en de Olympische Spelen.

Een uitgebreide fotoreportage vind je HIER

Nihon Sport en Judo Bond Nederland verlegen contract

De samenwerking tussen Judo Bond Nederland en Nihon Sport is verlengd met vier jaar. Hiermee blijft Nihon Sport de preferred supplier op het gebied van judogi voor de topsporttak van de JBN tot na de Olympische Spelen van Parijs in 2024.

“Wij zijn erg verheugd met de verlenging van vier jaar”, licht Koen in ’t Veld, partnermanager bij de JBN toe. “De komende vier jaar zullen wij de samenwerking verder intensiveren, waarbij het promoten van judo centraal staat. Met een verbintenis tot na de Olympische Spelen van Parijs willen we samen met Nihon Sport onze topsportafdeling optimaal ondersteunen in het leveren van topprestaties.”

Ook Peter Wetzer, eigenaar van Nihon Sport is erg trots op de verlenging: “Wij zijn erg blij en trots dat het supplier contract met Judo Bond Nederland verlengd is. Judo is de sport waarmee het voor ons ruim 20 jaar terug begon. Voor we ook maar één judopak op voorraad hadden waren we al sponsor van de JBN. Die passie voor de judosport is er alleen maar groter op geworden en we voelen ons bijzonder prettig in deze samenwerking. Samen met passie en toewijding de judosport promoten en ondersteunen binnen alle geledingen van de bond.”

Blog Willem Visser: “Ouwe zakken” (de knuppel in het hoenderhok)

Op 19 juni 2020 stuurde het bondsbestuur een brief naar de bondsraad. In die brief werd, onder het hoofdstuk “ Structureel probleem” onder andere gesteld dat er een moeizame relatie is. “De moeizame relatie is niet van de laatste twee jaar, maar bestaat helaas al gedurende bijna negen jaar.” “Het gevolg van deze structureel moeizame relatie is, dat het bestuur belemmerd wordt in het uitvoeren van beleid….”.

Het voert te ver om de gehele brief hier te citeren en te analyseren; in het kort komt het er op neer dat er een onwerkbare situatie is ontstaan met de bekende gevolgen. Ook de mogelijke oorzaken en de oplossingen worden in de brief genoemd.

(Naar ik aanneem is de brief openbaar dus op te vragen bij de JBN.)

Nog een citaat van het bestuur: “Tot hier en nu verder!”

Ondertussen is een gedeelte van het bondsbestuur opgestapt, negen bondsraadsleden willen een vergadering bijeenroepen en de voorzitter en oud voorzitter van de reglementen commissie hebben daarop, met de reglementen in de hand, negatief gereageerd. (Vroeger had ik het nooit zo op scheidsrechters die gedurende de wedstrijd het reglementenboekje op zak hadden……veel coaches zullen dit gevoel wel kennen?) Dus als er nagedacht moet worden over ‘tot hier en nu verder’ beginnen de bondsraadsleden hun achterhoede gevechten, zoals ze ook vóór de bondsraadvergadering van 11 juli 2020 de messen slepen, de vizieren sloten en de loopgraven betrokken om vandaar het bondsbestuur te beschieten.

En nu moet ik toch snel duidelijk maken dat ik niet vóór dit bestuur ben en niet tegen hun aftreden. Immers, als er al negen jaar een moeizame relatie is met de bondsraad dan zegt dat veel over de bondsraad en ook veel over het bestuur. Als iets dergelijks langer dan één jaar duurt dan faal je als bestuur en treed je af. Ook een extern bureau Anderson Elffers Felix (vermoedelijk ingehuurd door het NOC*NSF) lost dan niets op.

Ook de bondsraad lost niets op, zeker als men nu al ziet dat ‘messen worden geslepen, vizieren worden gesloten en loopgraven worden betrokken’. En….de geschiedenis van de bondsraad leert dat dit al sinds jaar en dag zo gaat.

 

De oplossingen

In het belang van de judoka en de Judo Bond Nederland is een snelle en duurzame oplossing noodzakelijk.

In een vorig artikel noemde ik vijf componenten die als basis moet dienen voor de structuur die ingevoerd moeten worden binnen Judo Nederland, voor beiden judoka en organisaties:

– eigen kracht

– eigen identiteit

– dynamiek

– innovatie

– creativiteit

 

Ook heb ik de manier waarop men in een structuur dient te werken omschreven.

De structuur, het ideaalbeeld, kan bestaan uit twee onderdelen:

Een structuur met processen, die de continuïteit en kwaliteit van judo bewaakt en perfectioneert.

En een structuur met een grote mate van vrijheid voor professionals om dwars door de organisatie heen samen te werken, kennis te delen en nieuwe ideeën uit te werken; dynamiek, innovatie, creativiteit. (Onder professional versta ik: deskundig, integer en bereid en in staat om samen te werken.) Iedereen die met een proces/project bezig is, moet weten dat zij/hij daaraan op dat moment ondergeschikt is en dus wordt geleid, begeleid en bijgestuurd.

Het andere deel van de structuur is gericht op het ontwikkelen van de organisatie en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van mensen. Hierin krijgen professionals de vrije hand om met elkaar samen te werken.

 

Opties

Op dit moment wil de club van negen en ook de reglementen commissie vasthouden aan het oude. De club van negen wil een interim voorzitter benoemen, een interim bestuurder voor topsport en een interim penningmeester.

De ‘reglementen-politie’ wil slechts een penningmeester benoemen, omdat een bestuur van minimaal drie koppen is voorgeschreven in de reglementen.

Als we de twee bovenstaande mogelijkheden leggen tegen de meetlat gevormd uit de vijf genoemde componenten en de manier waarop men binnen de structuur kan werken dan is gemakkelijk vast te stellen dat deze beoordelingstoets niet kan worden doorstaan. Deze optie kan dus worden geschrapt.

(De club van negen is inmiddels een club van 18 geworden en zij willen de terugkeer van oudgedienden. Het is nooit goed om terug te keren op dezelfde functie in dezelfde organisatie; het is niet goed voor hen die terugkeren en het is niet goed voor de organisatie!)

 

Dus op zoek naar een tweede mogelijkheid.

De historie van de JBN op bestuurlijk gebied zorgt bepaald niet voor een goede uitstraling en grote populariteit. De kans is dus groot dat er zich potentiële bestuurders melden zonder de noodzakelijke competenties. Dat kan voorkomen worden door mensen met grote kwaliteiten en zonder egocentrische doelstellingen ‘te vragen’ om bestuurslid te worden.

Wie?????

– Jessica Gal of Anthony Wurth voor het voorzitterschap;

– Theo Meyer voor de portefeuille topsport;

– Emiel Pruim voor de portefeuille financiën;

– Edward Kruyning voor de portefeuille breedtesport, opleidingen en onderzoek;

– Dennis van der Geest voor de portefeuille public relations & communicatie.

 

Secretariaat en wedstrijdzaken kunnen worden ondergebracht bij het bondsbureau.

En dan de derde optie, die volledig afrekent met oude structuren.

Alles moet weg: het bestuur heeft geen leiding gegeven en de bondsraad heeft teveel macht. De huidige structuur is zeer ouderwets en ook daardoor is de JBN onbestuurbaar.

Terugkijken kost nu teveel tijd, dus vooruit kijken:

  1. Het overgebleven bestuur en de bondsraad worden op non actief gezet;
  2. In een interim-periode, maximaal drie maanden, worden onder leiding van een

ervaren reorganisatie-deskundige met volmacht, de lopende zaken afgehandeld (in

samenwerking met de directeur van de JBN) en een nieuwe structuur wordt

ingevoerd;

  1. Er wordt een bondsraad gevormd bestaande uit de districtsvoorzitters en uit ieder

district nog een persoon, judoka liefst met financiële competenties. Dus een bondsraad

van 14 personen;

  1. Bestuur-teams kunnen zich melden om verkozen te worden:

– een bestuur-team bestaat uit voorzitter, secretaris, penningmeester,

portefeuillehouder breedtesport en opleiding, portefeuillehouder topsport.

– de voorzitter van een bestuur-team levert een beleidsplan voor vier jaar

(Olympische cyclus);

  1. De bondsraad kiest een bestuur-team;
  2. Tweemaal per jaar wordt de uitvoering van het beleid op details door bestuur en

bondsraad geëvalueerd, gecontroleerd en eventueel bijgesteld;

  1. De districten conformeren zich, onder leiding van de districtsvoorzitter, aan het beleid van

het bestuur van de JBN;

  1. Een Raad van Toezicht wordt ingesteld, die één of tweemaal per jaar vergaderd en

toezicht houdt op het functioneren van bestuur en bondsraad.

(Graag wil ik het team dat ik eerder met namen noemde stimuleren om een team te vormen, een beleidsplan te schrijven en om deel te nemen aan de bestuur-team verkiezing!)

 

Uiteraard moet de laatste optie verder worden uitgewerkt en dat is aan de leider van de reorganisatie en de directeur van de JBN.

 

De titel van dit artikel is provocerend; troost u met de gedachte dat ik zelf ook tot de “ouwe zakken” behoor!

Wat door mij is bedoeld is het onderstaande:

– Geen oude wijn in nieuwe zakken;

– Geen nieuwe wijn in oude zakken;

maar

NIEUWE WIJN IN NIEUWE ZAKKEN

 

 

Willem Visser

8e dan Judo IJF

Willem Visser over Talentontwikkeling JBN

“Als judobond zijn we er de afgelopen jaren onvoldoende in geslaagd om talentvolle judoka’s een optimale leerweg te bieden tot topjudoka”.

Dit is een onderdeel van een persbericht van de JBN, dat zeer recentelijk is verspreid. En het zou bepaald niet opzienbarend zijn geweest als de volgende zin als volgt zou zijn geweest: “ Als directeur topsport van de JBN ben ik verantwoordelijk voor het resultaat en daarom treed ik terug als directeur topsport van de JBN. Graag wil ik iedereen bedanken…..enz.” Welnu, die vervolgzin was er niet, omdat ‘koste wat kost’ de eigen functie behouden moet blijven (en ‘koste wat kost’ kost altijd teveel)!

Nadat Ben Sonnemans als technisch directeur de JBN was uitgewerkt, is eerst een hockeyer en daarna een schaatser bezig geweest om ‘de bal dan wel mis te slaan’ of ‘de verkeerde baan te nemen’. Ben Sonnemans kreeg niet eens de tijd om zich fatsoenlijk in te werken en daar hij zich niet neer wenste te leggen bij het hockey-management van het NOC vertrok hij.
(Hockey…mondiaal een heel kleine sport, evenals schaatsen overigens. Ooit meer dan 15 landen zien deelnemen aan EK, WK en/of Olympische Spelen bij hockey en schaatsen? Welnu, bij judo meer dan het tienvoudige van 15! En moeten wij als judoka ‘onze oren dan laten hangen’ naar kleine sporten als hockey en schaatsen?)
Ook werd het mooie woord “leerweg” geïntroduceerd, dat bleek dus ‘de verkeerde baan’ te zijn.

“Waarom richt je jezelf, met jouw talent, niet op de absolute top” vroeg ik een tijdje terug aan een judoka en het antwoord was: “laat ik het er maar op houden dat er geen wederzijds vertrouwen is op meerdere vlakken; en in mijn nieuwe sport mag ik zelf ook invloed uitoefenen op het invullen van mijn trainingsschema……!” Later vernam ik, dat veel judoka hun droom om dezelfde redenen hadden opgegeven!

Als judoka (en bepaald geen hockeyer of schaatser) krijg ik dan een brok in mijn keel; ja, die judocoach waar men eens over schreef dat hij ‘verstoken was van iedere vorm van gevoel’, krijgt dan een brok in zijn keel en tevens een gevoel van machteloosheid, omdat hij hier niets meer aan kan veranderen.

En onder het regiem van hockeyers en schaatsers, die door piloot Maurits Hendriks, met als grondnavigator Jos Hell, de JBN in zijn geparachuteerd, zijn talloze judoka voor topjudo verloren gegaan en is jarenlang een corona-achtige aanslag gepleegd op de judo-clubs in Nederland, waardoor veel judo-clubs aan het infuus liggen.

Het is verschrikkelijk dat talrijke talentvolle judoka ‘de jas aan de kapstok hebben gehangen’ en veel judocoaches ‘hebben de pijp aan Maarten gegeven’ en hebben dus ook vrijwel geen bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van jonge judoka, jonge mensen met ambitie om ‘alles eruit te halen wat er in zit’.

Als je als directeur topsport van de JBN op je geweten hebt dat jonge judoka zijn gestopt, clubcoaches zijn afgehaakt en clubs zijn gemarginaliseerd, mag je dan doodgemoedereerd op ‘je comfortabele stoel blijven zitten’? En heb je dan zelf niet het inzicht, dat je niet als ‘een bonus-trekkende verliesgevende Air France CEO’ in functie kunt blijven? En dat je ruimte moet maken voor iemand die ‘de bal wel weet te raken’ en die ‘wel de juiste baan neemt’?

En in dezelfde alinea wordt dan “een nieuwe structuur” gepresenteerd, waarin “hand in hand met de clubs gebouwd moet worden aan een goed gevulde vijver aan potentiële topjudoka’s”. (We moeten nu wel oppassen dat we, als de huidige directeur topsport tot inzicht is gekomen, geen zwemmer of roeier als directeur topsport JBN krijgen….)

Dit onderdeel van de zogenaamde “nieuwe structuur” bestond al sinds het voorzitterschap van Frans Hoogendijk (de beste voorzitter van de JBN ooit) met zeer veel internationale successen van junioren en senioren en….met 60.000 actieve leden in de bond!
Maar, de oude structuur met “full time programma’s op de RTC’s zullen nog tot 31 juli 2021 in stand blijven”, zo wordt in het persbericht gemeld. Nu neem ik toch aan dat hier een typefout is gemaakt? “31 juli 2021” moet natuurlijk zijn ‘31 juli 2020’.

En wat als het nu eens geen typefout is? Weer een groot aantal ambitieuze judoka die afhaken, weer meer gedemotiveerde coaches en een aanslag op de clubs?
Geen zorgen, het is een typefout!?!

Of loopt het contract van de huidige directeur topsport misschien tot 31 juli 2021…..?

“ ….. onderaan de streep hebben we onszelf een onvoldoende gegeven…..en besluiten nemen die bijdragen aan een opleidingsstructuur die toekomstbestendig is”. Ook dit is een citaat uit het persbericht en dan mag men toch aannemen dat het juiste besluit, zoals hierboven is beschreven, al is genomen!

Een belangrijke verandering is, citaat: “Op het NTC wordt duidelijker onderscheid aangebracht tussen het seniorenprogramma en het juniorenprogramma in de academie (start zomer 2020)”.

Op het eind van het persbericht dus toch nog een adder onder het gras, want weer wordt een aanslag gepleegd op de relatie judoka-clubcoach en de clubs, daar jonge judoka verplicht worden naar de JBN academie te gaan, zonder te weten welk ‘programma’ daar wordt aangeboden en zonder dat zijzelf of de clubcoach invloed heeft op die individuele (?) programma’s. En wordt er hier dan voorbijgegaan aan de alom gehoorde kritiek, dat er geen technisch programma is, simpelweg omdat men geen interesse heeft in techniekontwikkeling of geen kennis heeft van techniek en de ontwikkeling daarvan?

Uiteraard mag dit artikel geen herhaling worden van wat ik eerder, ook hier, publiceerde; toch nog een ‘ruwe schets’ van het ideaalbeeld:

* Het judo op Papendal is de plaats waar judoka, junioren en senioren, op het hoogste landelijke niveau randori kunnen doen;
* Op Papendal hebben judoka de gelegenheid om het individuele krachtrainingsprogramma af te werken;
* Het niveau op Papendal moet in alle opzichten het hoogste nationale niveau zijn, zodat judoka en clubcoaches de noodzaak inzien en judoka graag willen trainen op Papendal;
* De clubcoach heeft de eerste relatie met de judoka en is als het ware de projectmanager. De bondscoach is de programmamanager die meerdere projecten kan leiden;
* De clubcoach is de opleider van de judoka en de club is de thuisbasis van de judoka; de thuisbasis daar waar de judoka vandaan komt en waar de judoka altijd op terug kan vallen.

Er wordt gesproken over “nieuwe structuur” en daarover het onderstaande.
De structuur, het ideaalbeeld, kan bestaan uit twee onderdelen:

A. Een structuur met processen die continuïteit en kwaliteit ontwikkelt, perfectioneert en bewaakt. Dit is een structuur met een grote mate van vrijheid voor judoka, clubcoaches en bondscoaches om dwars door de organisatie samen te werken, kennis te delen en nieuwe ideeën uit te werken.
B. Het andere deel van de structuur is gericht op het ontwikkelen van de organisatie en de daarmee gepaard gaande ontwikkeling van judoka, clubcoaches en bondscoaches. Ook hier krijgen allen de vrije hand om met elkaar samen te werken.

Iedereen die met een proces, project of programma bezig is moet weten dat zij/hij daaraan ondergeschikt is en men kan dus door het bestuur worden geleid, begeleid en bijgestuurd.

En tot slot ‘het bestuur’.
De Judo Bond Nederland is een bijzonder ouderwetse organisatie. Het gaat me hier te ver om dat nader toe te lichten en ook hierover heb ik al eerder kort gepubliceerd. Dus ik beperk me tot het beknopt schetsen van een ideaalbeeld.

* De verkiezing van het bestuur gaat niet meer op individuele basis; een bestuur wordt verkozen als team op basis van een uit te voeren beleidsplan voor vier jaar.
* Een team bestaat dus uit een voorzitter, een financieel specialist, een secretaris, een topsport specialist en een breedtesport/opleiding specialist.
* Uit verschillende teams, aangevoerd door een potentiële voorzitter, wordt door de bondsraad een keuze gemaakt voor de tijd van vier jaar, bij voorkeur een Olympische cyclus.
* Het bestuur voert het beleidsplan uit en de bondsraad controleert tweemaal per jaar de voortgang van de uitvoering van het beleid.
* Het bestuur krijgt gedurende deze periodieke vergadering de gelegenheid om verantwoording af te leggen en om de noodzakelijke aanpassingen aan de bondsraad voor te leggen.

Ook hier geldt: Iedereen die met een proces, project of programma bezig is moet weten dat zij/hij daaraan ondergeschikt is en dat geldt ook voor bondsraad en bondsbestuur.

Het ideaalbeeld ontstaat in de verbeelding en zonder verbeelding geen resultaat.

200430
Willem Visser

“Nederland nu echte fietsnatie dankzij toegenomen concurrentie”

Deze kop stond boven een artikel van Iwan Tol in de Volkskrant van 26 september.
Het deed mij terugdenken aan de Wereldkampioenschappen Judo in Boedapest: geen goede prestaties en een ploeterende en foeterende Maarten Arens.
Vooropgesteld: Maarten Arens treft geen blaam!
De sterke achteruitgang van de prestaties is namelijk omgekeerd evenredig aan de kop van deze column.

 

Een kort historisch overzicht.

 

In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kende Nederland een aantal zeer sterke judoclubs met coaches die ‘er alles voor over hadden om een sterke club te hebben en om van elkaar te winnen’.
Mahorokan met coach Koos Henneveld, Budokai Rijnmond met coach Chris de Korte, Sportschool Boersma met sensei Wim Boersma, Sport Instituut Ooms met coach Peter Ooms, Ken Am Ju met coach Cor van der Geest, Hikari met wisselende coaches, Judokwai Nijmegen met coach Cor van der Pool en Judo Ryu Nijmegen met ondergetekende als coach. En steeds waren er wel weer opkomende clubs die voor verrassingen zorgden.
Naast haast onuitputtelijke energie staken de genoemde coaches ook nog eens veel geld in hun clubs om aan de gestelde doelen te voldoen.
De nationale trainingen waren in die tijd additioneel aan de clubs en onder leiding van de bondscoach werden er ook vele internationale trainingsstages gemaakt.
Met een zeer beperkt budget, maximaal 250.000 gulden (!) tezamen voor dames en heren, werden goede resultaten behaald op de internationale toernooien.
Die resultaten werden behaald,

  • omdat er in de clubs heel veel inspanningen werden verricht en hindernissen werden overwonnen,
  • omdat de nationale trainingen additioneel waren,
  • omdat de clubs voortdurend in concurrentie met elkaar waren.

Onlangs mocht ik spreken met een van die ‘oude’ coaches; we dronken cappuccino (hij) en koffie (ik). Destijds hebben onze judoka veel onderlinge kampen uitgevochten, individueel en als team. Voor de wedstrijd keurden we elkaar geen blik waardig, de tribunes zaten afgeladen vol, verdeeld in verschillende kampen, de spanning was te snijden en een uur na de wedstrijd waren we ons alweer aan het voorbereiden op de volgende confrontatie.
Ja er was vaak onrust in de gelederen van de JBN, maar er werd gepresteerd. (Onlangs sprak ik een CEO van een multinational, hij zei: “als er rust is in het bedrijf dan ben ik meteen alert”…..Ook sprak ik eens met een belangrijke man uit Zuid Nederland: “jou moeten we niet hebben in het bondsbestuur, want jij brengt onrust”.)

Nostalgie? In maart van dit jaar was ik te gast bij de judokampioenschappen van Tokyo in de Budokan hal; dezelfde sfeer daar als in de jaren van Henneveld, de Korte, Boersma, Ooms, van der Geest, van der Pool en Visser. Spanning, concentratie en vlijmscherpe concurrentie!
Opvallend in Tokyo: Suzuki en Inue, nationale coaches, waren nu gewoon clubcoach voor Kokushikan daigaku en Tokai daigaku.

Rondom 2000 koos de Judo Bond Nederland voor een andere strategie en uiteindelijk bleven er twee clubs over Ken Am Ju (waar de heren werden gecentraliseerd) en Budokai Rijnmond (waar de dames werden gecentraliseerd).
Onbewust, of zou het toch bewust zijn geweest, werd de concurrentie ‘weg georganiseerd’.

Even later toen de JBN, onder leiding van voorzitter Jos Hell, in zwaar financieel en organisatorisch weer terecht was gekomen is ‘de zaak verkocht’ aan het NOC*NSF en daardoor werd de concurrentie tussen de clubs volledig ‘vermoord’. (Zie een van mijn eerder hier verschenen columns.)

 

 

En nu is ‘Leiden in last’.

 

(Onlangs werd ik gevraagd om te pogen om een Japanse topjudoka van heden voor een stage naar Europa te halen. Zijn clubcoach, Sinshi Hosokawa van de Tenri Universiteit, bepaalde dat het niet ging plaatsvinden, ongeacht wat de Japanse Judo Bond ervan zou vinden. Dit geeft ook aan hoe Japan aan zeven gouden medailles komt in Boedapest: de zelfstandigheid van de clubs en de concurrentie tussen de clubs, hoofdzakelijk universiteiten en politie. Die concurrentie maakt het voor de Japanse nationale coaches alleen maar gemakkelijker en ook resultaatrijker. Daarbij komt ook nog dat de Japanse nationale coaches nauw samenwerken met de universiteit- en politieclubs.)

 

Jonge coaches zijn nu niet meer bereid om ‘alles te geven’, ook omdat zij in een zeer vroeg stadium de judoka, die zij hebben opgeleid, moeten afstaan aan Papendal.
Naast de onvrede daarover is ook de concurrentie tussen de clubs teruggebracht naar ‘kinderniveau’ en daardoor verkeert het Nederlandse judo nu in dezelfde omstandigheden als het huidige voetbal. En evenals in voetbal zal er opnieuw moeten worden opgebouwd.

 

Kritiek is goed en oplossingen zijn beter.
Dus een gedeelte van de oplossing:

  • NOC*NSF geef geld, zoals dat ook aan de KNWU is gegeven, (€ 490.000 voor de mannen en iets minder voor de vrouwen) en laat judoka zich onder leiding van hun coach, onder supervisie van Maarten Arens en Michael Bazinski, ontwikkelen.
  • Kies een JBN bestuur met verstand van zaken, dus ook met verstand van topjudo; geen bestuurders die alleen maar de rust bewaren.
  • Laat Maarten Arens en Michael Bazinski met nationale en internationale trainingen additioneel aan de clubs werken en laat hen ook het internationale coachwerk doen. Zij hebben de informatie, de kennis en de ervaring om zulks te doen.
  • Beide voornoemde nationale coaches zijn in staat om samenwerkingsverbanden op te zetten en uit te bouwen met de clubcoaches aan de top.
  • JBN organiseer veel nationale competities en laat de tijd terugkeren waarin de clubs, nu onder leiding van jonge coaches, elkaar tot op het bot beconcurreren.
  • JBN promoot judo als pedagogisch spel, zodat het ledenaantal sterk groeit; het moet dan wel judo zijn en geen ‘haasje over’ en ander soort recreatiespelletjes. Dit betekent dat de opleiding voor jeugdjudo leider, judoleraar A en B op de schop moet; technisch judo moet centraal staan in deze opleiding.
  • En voor de korte termijn kunnen positief ingestelde adviseurs, met veel kennis en ervaring, voor het bestuur en voor de heren Maarten Arens en Michael Bazinski als klankbord dienen.

Daar ik lange tijd niet meer in Nederland mocht werken, weet ik niet in hoeverre de nieuwe judocoaches nog gemotiveerd zijn om ‘alles te geven’. Als de wil om ‘alles te geven’ er nog is dan is er hoop. (Als men wil weten waar men hoop vandaan haalt, lees dan het boek HOOP van Roland van der Vorst, ISBN 9789046806876.)

Het zullen de nieuwe judocoaches moeten zijn, die hoop omzetten in nieuw leven in de Judo Bond Nederland.

Willem Visser
www.willemvissercoaching.eu

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring