Willem Visser: Verschillende trainingsindelingen in judo
In een vorig artikel heb ik de verschillende fasen van ontwikkeling in judo genoemd.
Voor de Basisfase A en Basisfase B, de Uitbouwfase, de Aansluitingsfase en de Topsportfase zijn beweging technische karakteristieken genoemd alsmede kernpunten voor iedere fase.
Hieronder verschillende trainingsindelingen voor de verschillende fasen en ook de verklaring van de trainingsonderdelen.
Basisfase A (jeugdles)
Taiso + Ukemi bijvoorbeeld door spel 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 15 minuten
Randori Nage-waza (3×3 min) 10 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Basisfase B (jeugdles)
Taiso + Ukemi 15 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 15 minuten
Randori Nage-waza (3×3 min) 10 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten
Uitbouwfase
Taiso + Ukemi 15 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Kakari-geiko 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 15 minuten
Randori Nage-waza 10 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten
Aansluitingsfase & Topsportfase
Standaard wedstrijdtraining:
Taiso 10 minuten
Circulatie warming-up
Normalisering
Stretching
Ukemi
valoefening
Uchi-komi 1 10 minuten
judotechnische warming-up
Uchi-komi 2 15 minuten
interval training
Yaku-soku-geiko 5 minuten
op de beurt werpen
Kakari-geiko 15 minuten
Tori valt aan, Uke ontwijkt
(op intervalbasis mogelijk)
Sotai-renshu Nage-waza 20 minuten
aanleren of verbeteren
van een werptechniek
Randori Nage-waza 15 minuten
2 á 3 maal 5 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
aanleren of verbeteren
van een controletechniek
Randori Ne-waza 15 minuten
3 maal 5 min.
of 2 maal 7 ½ minuut
Seiry Taiso 5 minuten
lichte Uchi-komi en stretching
Mondo
technische, tactische of organisatorische aanwijzingen
Moku-so
– ideo-motorische en positiefsuggestieve training
Bovenstaande is een basis wedstrijdtraining. Bij specifieke behoefte kan uiteraard worden afgeweken.
De techniekkeuze voor beide Sotai-renshu dient op jaarbasis te worden vastgelegd aan de hand van:
Ideaalbeeld van judo;
Individuele behoefte judoka;
Statistische conclusies, verkregen uit informatie van het vorige seizoen;
Nationale en Internationale ontwikkelingen.
Variaties op Standaard Wedstrijdtraining:
Uit fysiologische, didactische of methodische overwegingen kan men een variatie maken op de standaard wedstrijdtraining, door het Ne-waza gedeelte naar voren te halen. De training komt er dan als volgt uit te zien:
Taiso (inclusiefs Ebi en Hiki-komi) 15 minuten
Sotai-renshu Ne-waza 10 minuten
Randori Ne-waza 10 minuten
Uchi-komi 1 10 minuten
Uchi-komi 2 15 minuten
Yaku-soku-geiko 5 minuten
Kakari-geiko 15 minuten
Sotai-renshu Nage-waza 20 minuten
Randori Nage-waza 10 minuten
Seiry Taiso 5 minuten
Mondo 2 minuten
Moku-so 3 minuten
Op bovenstaande indeling kan nog een variant gemaakt worden door de Uchi-komi 2 na de Randori Nage-waza te plaatsen, wat naast fysiologische effecten ook mentale effecten heeft.
De oefenstof (inhoud) kan in deze lesindelingen (vorm) gegoten worden, waarmee dus vorm en inhoud wordt gegeven aan een jaarplan en zelfs meerjarenplan.
Vorm en inhoud vormen tezamen een structuur. Op deze wijze werkt men dus gestructureerd naar een doel.
Met……niveau bepaling aan het einde van een fase.
Verantwoording en uitleg van de verschillende trainingsonderdelen
Taiso
De fysiologische waarde van een warming-up zijn voldoende aangetoond en behoeven hier niet te worden behandeld. In de warming-up onderscheiden we drie onderdelen:
De circulatie warming-up
Het losmaken van spieren en gewrichten;
Het opwarmen van de spieren;
Het op arbeidsniveau brengen van de organen.
De normalisering
Spierversterking; na gewenning zal dit ook op peil houden van de spierkracht betekenen.
De stretching
Licht en kort statisch rekken van de spiergroepen.
Ukemi
Valoefening is altijd in een training opgenomen. Het is van zowel technische als wel van psychisch/mentale waarde. Het Zempo Kaiten (rollen) heeft ook zeer coördinatieve waarden; Nl. bij het rollen behoort men de lichaamsledematen zo gunstig mogelijk te groeperen rondom het zwaartepunt.
Het vallen is de ziel van het judo.
Uchi-komi
We onderscheiden globaal twee Uchi-komi momenten in een training:
Als specifieke warming-up en als cooling-down;
Als conditietraining op basis van techniek;
Als algemene conditietraining;
Als specifieke intervaltraining:
Duurtraining: 1:30 arbeid, 0:30 rust
Tempotraining: 0:45 arbeid, 0:30 rust
Snelheidstraining: 0:30 arbeid, 1:00/1:30 rust
E.e.a. wordt geperiodiseerd, d.w.z. ingedeeld in de week en dus verdeeld over 6 trainingseenheden en afgestemd op de periode in het seizoen en soms bijvoorbeeld bij trainingsachterstand, individueel aangepast.
Uchi-komi ingedeeld naar bewegingsverloop
Butsu-kari
Balans verstoren en inkomen maken in twee pasritme voor worpen in voorwaartse richting en achterwaartse richting. In voorwaartse richting onderscheiden we dan ook nog Koshi-waza en Te-waza en in achterwaartse richting onderscheiden we O-uchi-gari, Ko-uchi-gari en O-soto-gari.
Bewegingsverloop:
Stilstaande met zwaaibeen;
In beweging met zwaaibeen;
In Shintai (bewegen in het sagittale vlak).
Doel en plaats:
Specifieke warming-up en bij de cooling-down met als doel perfectioneren van Kuzushi en Tsukuri.
Uchi-komi met zwaaibeen, te gebruiken als:
Bewegingsverloop:
Stilstaande;
In beweging.
Doel en plaats:
Specifieke warming-up en cooling-down;
Intervaltraining;
Onderdeel van de techniekverbetering (langzame bewegingsaanloop en bewegingsafloop).
Uchi-komi met uitstappen:
Bewegingsverloop:
Stilstaande;
In beweging.
Doel en plaats:
Specifieke warming-up;
Uchi-komi in Shintai:
Bewegingsverloop:
Recht naar links;
Links naar links;
Rechts naar links en omgekeerd;
Afwisselend rechts-links of links-rechts.
Doel en plaats:
Interval training;
Cooling-down;
In periode van actief herstel.
Men leert met deze Uchi-komi tevens onmiddellijk te antwoorden op een techniek van de opponent.
Uchi-komi met verbindingen:
Bewegingsverloop:
Renzoku-waza: In dezelfde richting bijv. Seoi-nage à Ippon-seoi-nage
Renraku-waza: In de andere richting bijv. O-uchi-gari à Tai-otoshi
Doel en plaats:
Specifieke warming-up;
Uchi-komi vrij bewegend over de mat:
Bewegingsverloop:
(Voorbereiding, Kuzushi, Tsukuri)
Bijvoorbeeld 5 maal rechts en 5 maal links:
Opdracht;
Eigen keuze van techniek;
Verbindingen;
Doel en plaats:
Techniektraining;
Laatste trainingen voor de wedstrijddag.
Uchi-komi Okuri-eri Kumi-kata:
Bewegingsverloop:
Voortdurend achter elkaar:
Inzet rechts naar achter;
Inzet rechts naar voor;
Inzet links naar achter;
Inzet links naar voor.
Doel en plaats:
Warming-up voor wedstrijden;
Techniektraining;
Concentratietraining, vooral aan het einde van een zware training.
Yaku-soku-geiko
Op de beurt werpen; vrije techniekkeuze. De judoka kiezen veelal hun Tokui-waza (specialiteit) in verschillende bewegingsrichtingen en/of hun specifieke voorbereiding of met gevarieerde Kumi-kata.
Kakari-geiko
Tori valt aan, 5 maal 1 minuut en Uke ontwijkt 5 maal 1 minuut. Om de minuut wordt van functie gewisseld en om de twee minuten wordt van partner gewisseld.
In de rust wordt de kleding geordend en de polsslag gecontroleerd.
Men dient onderscheid te maken in ontwijken en verdedigen:
Ontwijken:
Zonder blokkeringen, los in de armen, geen overname techniek, spelen met het zwaartepunt.
Verdedigen:
Ontwijken en blokkeren, wel overname en techniek.
In de Kakari-geiko wordt de eigen bewegingsgevormdheid ontwikkeld. Er wordt veel gebruik gemaakt van Tokui-waza en verbindingen. Ook worden technieken, die in de vorige trainingen beoefend zijn, uitgeprobeerd c.q. eigen gemaakt.
Kakari-geiko is een zeer belangrijk trainingsonderdeel, vooral omdat het een zeer specifieke bewegingsgevormdheid geeft.
Sotai-renshu Nage-waza
In dit oefengedeelte worden gedurende 20 minuten in een langzaam tempo, maar uiterst nauwkeurig, nieuwe bewegingen aangeleerd, eventueel verbeterd. Ook vele speciale Kumi-kata met bijbehorende werptechniek worden aangeleerd en verbeterd. Ieder oefent dezelfde beweging, ook al is het een techniek, die men zelf niet zal maken in Shiai. Bovenstaande beoefent men links en rechts. Dit wordt door velen als tijdsverlies gezien. Dit is echter een grote misvatting. Immers; de bewegingsgevormdheid wordt vergroot, men krijgt inzicht in de beweging, waardoor het gemakkelijker wordt te anticiperen op de aanval van de tegenstrever. Als men bijvoorbeeld verschillende malen in Shiai geworpen is met Yoko-tomoe-nage, dan verdient het aanbeveling Yoko-tomoe-nage te bestuderen, dus beoefenen.
Randori Nage-waza
Hierin wordt Tokui-waza, verbindingen en overnames en aangeleerde techniek in Sotai-renshu, zeer offensief in spel beoefend. De kamp om de Kumi-kata speelt een rol, maar zeker geen hoofdrol. Hieraan wordt in sommige trainingen apart aandacht besteed.
Maki-komi-waza is in training verboden, daar dit techniekontwikkeling remt, zelfs terugdringt.
Sotai-renshu Ne-waza
Zie Sotai-renshu Nage-waza. De oefentijd van nieuwe techniek is korter dan bij Nage-waza, daar het trainen van het oment van minder belang is (let wel, van minder beland, dus niet van geen belang).
Randori Ne-waza
De eigen voorkeurstechnieken en de eventueel nieuw aangeleerde technieken worden in spel getraind.
Accenten:
Vecht je naar initiatief en tracht het te behouden;
Weet door te verbinden, dus anticiperen en zien en voelen in vele projecties en perspectieven;
Het verkrijgen van controle is veel belangrijker dan de sensatie van de Shime-waza of Ude-kansetsu-waza (in Shiai probeert men vak zonder controle tot klem of omstrengeling te komen, waardoor veelvuldige mislukking voorkomt. Dus eerst controle en daarna pas opgave techniek plaatsen).
Seiry Taiso
Lichte Uchi-komi om de bekende fysiologische redenen, maar ook omdat de techniek wordt geschoold, als technische oefeningen nog worden verricht in omstandigheden van vermoeidheid.
Uiteraard wordt voor langzame uitvoeringswijze gekozen. Het stretchen wordt per spiergroep langer aangehouden, daar de spier nu veel warmer is als aan het begin van de training.
Mondo
Technische, tactische of organisatorische aanwijzingen.
Moku-so
Gedurende 2 á 3 minuten zitten de judoka in Seiza, met de opdracht in stilte de training door te nemen, vooral het nieuwe aangeleerde (ideo-motorische). Ook een stuk positief-suggestieve training is vertegenwoordigd. Niet “tobben” over wat fout ging, maar “zich verheugend” denken over wat goed ding. (Judoka kunnen in dit verband ook geadviseerd worden, om voor het slapen gaan, enige minuten zo bezig te zijn met Tokui-waza of met techniek, die men moet of wil eigen maken).
Verhouding Nage-waza — Ne-waza, gezien in trainingstijd
Nage-waza Ne-waza
Basisfase A 50% 50%
Basisfase B 55% 45%
Uitbouwfase 60% 40%
Aansluitingsfase 65% 35%
Topsportfase 65% 35%
Belasting bij de verschillende trainingsonderdelen
Fysiologische belasting Mentale belasting
Taiso 1 tot 3 1
Ukemi 1 2
Uchi-komi 1 2 tot 3 2
Uchi-komi 2 3 tot 4 2
Yaku-soku-geiko 2 3
Kakari-geiko 3 tot 4 4
Sotai-renshu Nage-waza 2 tot 3 4
Randori Nage-waza 4 3 tot 4
Sotai-renshu Ne-waza 2 4
Randori Ne-waza 4 3 tot 4
Seiry Taiso 2 tot 1 2
Mondo — 2
Moku-so 1 3
Dit is een globale analyse. Strikt genomen laat belasting zich niet scheiden, wel kan worden onderscheiden.
Getracht dient te worden om een wat golvende belasting-curve te krijgen.
(Waardering tabel: 1 = zeer laag, 2 = laag, 3 = hoog, 4 = zeer hoog)
Juni 2019
Willem Visser
8e dan judo IJF
Willem Visser: Ontwikkelingsfasen in Judo
Het is voor judo-onderwijs en judotraining van groot belang om te weten wat er onderwezen en getraind kan worden in de verschillende leeftijdsfasen.
In dit artikel geef ik beknopt en globaal een aantal principes voor judo-onderwijs en judotraining aan, die behoren bij de verschillende leeftijdstijdsfasen.
Er zijn vier fasen te onderscheiden:
De basisfase
8 tot 10 jaar
11 tot 14 jaar
De uitbouwfase
14 tot 17 jaar
De aansluitingsfase
18 tot 20 jaar
De topsportfase
vanaf 20 jaar.
De basisfase a (8-11 jaar) wordt gekenmerkt door een aantal aspecten:
De vaardigheden zijn eenvoudig en niet complex.
De technieken zijn grove motorische en geen fijn-motorische.
Niets mag schadelijk zijn voor gezondheid en groei.
Alle activiteiten zijn gericht op het aerobe vermogen.
Technieken worden in ontspannen bewegingspatronen gebracht.
Veel aandacht moet worden besteed aan het valbreken. Valbreken is de ziel van het judo. Angst voor het vallen belemmert de judo-ontwikkeling daar de aanvalsdurf wordt belemmerd als men angst heeft om overgenomen te worden.
De ontwikkeling van het zelfvertrouwen, de eigenwaarde, de onderlinge interactie en de samenwerking krijgt veel aandacht.
De leraar/trainer mag 100% inzet eisen, maar de jeugd moet plezier hebben.
De juiste kijk op winnen en verliezen moet worden bijgebracht.
In deze leeftijdsfase veelvuldig stimuleren en vooral het goed kunnen uitvoeren van de techniek moet worden bejubeld. (Dit is in deze fase belangrijker dan winnen, winnen moet niet voorop staan.)
Specialisatie moet worden vermeden.
In deze fase niet teveel competitie en de aard van de competitie moet ingehouden zijn, bijvoorbeeld clubcompetitie en interclubcompetitie.
In deze leeftijdsfase neemt de jeugd deel aan andere sporten.
Gezonde eetgewoonten worden bijgebracht.
Meisjes en jongens kunnen in deze fase nog competitie met elkaar maken.
De basisfase b (11-14 jaar)wordt gekenmerkt door:
Verfijnde en meer ingewikkelde technieken bijbrengen.
In het laatste gedeelte van deze fase kan een begin worden gemaakt met anaërobe arbeid en sub-maximale krachttraining.
De judoka moet zijn bewegingsvaardigheden blijven oefenen en er kan al een serieuze voorbereiding van wedstrijden zijn.
De judoka moet blijven bouwen aan de ontwikkeling van het zelfvertrouwen en eigenwaarde.
Winnen is nog steeds geen beslissende factor; de techniekontwikkeling moet voorop staan.
Het is in deze fase nuttig om groepsdoelen en beperkte individuele doelen te stellen.
Specialisatie moet nog steeds niet worden bevorderd, alhoewel de leraar/trainer de voorkeurtechnieken al wel kan onderscheiden.
Er kunnen in deze fase meer wedstrijden worden gemaakt, bijvoorbeeld op regionaal en districtsniveau. Deze wedstrijden moeten goed georganiseerd zijn.
In het laatste gedeelte van deze fase kan een begin worden gemaakt met tactische en strategische vorming.
Meisjes en jongens moeten geen competitie meer met elkaar maken in deze fase.
Samenvatting:
De basistechnieken moeten worden aangeleerd.
De technieken kunnen in beweging worden aangeleerd.
In het eerste gedeelte van de fase moet echt judo-onderwijs worden gegeven; in het tweede gedeelte kan al worden begonnen met judotraining.
De wedstrijden zijn kort en goed georganiseerd, oplopend van club en interclub naar regionaal en districtsniveau.
Centraal staat: Techniek ontwikkeling en ervaring opdoen.
De uitbouwfase (14-17 jaar) wordt gekenmerkt door:
Alle reeds eerder genoemde componenten komen in deze fase terug en er worden een aantal andere onderdelen toegevoegd.
Het proces van verfijning wordt voortgezet.
De bewegingsvaardigheden worden uitgebreid.
Het concentratievermogen moet worden vergroot.
De nadruk blijft liggen op 100% inzet en de ontwikkeling van zelfvertrouwen en eigenwaarde.
Tactisch en strategisch moet de judoka verder worden ontwikkeld.
Groepsdoelen en individuele doelen moeten nadrukkelijker worden gesteld.
Specialisme wordt ontwikkeld.
Technisch gezien moet men veel aandacht besteden aan volgtechnieken in verschillende richtingen en aan overname technieken.
In deze fase wordt gerichte krachttraining ingebracht.
Een begin kan worden gemaakt met krachtuithoudingsvermogen.
In deze fase neemt men deel aan districtstoernooien, nationale toernooien, nationale kampioenschappen en aan internationale wedstrijden.
Het judo-onderwijs is overgegaan in judotraining en de standaard-wedstrijdtraining kan worden gebruikt.
Centraal in deze fase: Resultaat maken op basis van techniek.
De aansluitingsfase (18-20 jaar) wordt gekenmerkt door:
Eerder genoemde componenten worden verder ontwikkeld.
De krachtraining wordt gericht op het individu. Individuele programma’s worden gemaakt en aangeboden.
De zelfstandigheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de judoka moet worden ontwikkeld.
Het goed kunnen omgaan met spanning en ontspanning wordt steeds belangrijker in deze fase en de judoka moet daarin worden
Er moet worden getraind in concentratietechnieken.
Het zelfvertrouwen en het gevoel voor eigenwaarde moet voortdurend worden ontwikkeld.
De trainer/coach moet 100% inzet eisen, want de judoka heeft nu duidelijk gekozen en moet dus de gevolgen aanvaarden.
Specialisatieontwikkeling is nu zeer belangrijk.
De judoka doet mee aan veeleisende topsportwedstrijden en het winnen van wedstrijden is het belangrijkste doel.
Technisch gezien is de aansluitingsfase een voortzetting van de uitbouwfase, maar deze fase is meer individueel gericht.
Variëren, combineren, verbinden en overnemen zijn de belangrijkste accenten in deze fase.
De trainer/coach stelt een jaarplan op en houdt daarbij rekening met:
de gevorderdheid van de groep
doelen en tussendoelen
statistische gegevens
nationale en internationale ontwikkelingen.
Centraal in deze fase: Nationaal en internationaal resultaat maken, ook op het niveau van EK en WK junioren, en ervaring opdoen bij senioren.
De topsportfase wordt gekenmerkt door:
De fase wordt gekenmerkt door HOE en
Ervaring opdoen met spanning-regulatie zowel fysiek als wel mentaal.
Kumi kata moet worden verfijnd en versterkt.
Reflexen moeten worden getraind.
Specialiteiten moeten worden verbeterd en in relatie worden gebracht met specifieke kumi kata en ook met andere technieken.
Anticiperen op de actie en de reactie van de tegenstrever, ook en vooral in kumi kata.
Het moment moet worden geschoold: in de tijd maar ook in gebruik van de juiste techniek.
De positie op de mat moet worden verbeterd.
In deze fase vindt ook de overgang van junior naar senior plaats. Dit gaat vaak gepaard met een enorme terugslag. Subtiel en voorzichtig omgaan met alle aspecten, ook met de technische aspecten, is de beste methode om door deze periode te komen.
De topsportfase is sterk individueel gericht. Veel persoonlijke aandacht aan de judoka geven is belangrijk.
Judo is een individuele sport en de judoka is sterk gericht op zichzelf, zonder dat de judoka veel aandacht heeft voor groepsprocessen. Functioneel participeren in de groep is wel wenselijk, omdat men elkaar nodig heeft om te trainen.
In de topsportfase is nauwkeurige en deskundige periodisering wenselijk en om resultaat te behalen zelfs noodzakelijk.
April 2019
Willem Visser
Daniel Sabanovic: “De Harde Realiteit is …”
“De Harde Realiteit is …”
Door: Daniël Sabanovic
Laat ik eerst beginnen met een kleine opvolging van mijn vorige blog, want inmiddels is de kogel door de kerk en is de WK-selectie bekend gemaakt door het bestuur van de KBN. In mijn vorige blog (13 juni j.l.) schreef ik over een voorstel die ik had gedaan aan het bestuur van de KBN. Het ‘grappige’ is dat ik via anderen heb moeten vernemen dat er nogal een aantal personen in Karateminnend Nederland vragen hadden omtrent mijn voorstel, echter hebben geen van die vragen mij direct mogen bereiken. En aangezien ik niet handel aan de hand van informatie die ik via-via ontvang ….. kan ik daar dus ook niet zo veel mee.
Maar goed, het voorstel die ik begin juni indiende had betrekking op de selectie voor het Heren Kumite Team. Sinds jaar en dag wordt een selectie ingediend aan de hand van selectiecriteria zodat er, zo hoopt men, achteraf geen discussie is. Voor de individuele categorieën is dat logisch en zelfs noodzakelijk, echter voor een Team heb je ook te maken met een ‘subjectieve’ factor. Een samenstelling van een Kumite Team is, mijn inziens, meer dan alleen maar selecteren op individuele kwaliteiten. In een Team is er ook een grote mate van cohesie nodig die helpt om het beste in elkaar omhoog te krijgen. Zeker nu, aangezien er een ‘generatiekloof’ aanwezig is; oud gedienden t.o.v. lichting ‘jonge honden’. De Harde Realiteit is dat het vechten in het Team ondergeschikt wordt bevonden aan de individuele klasse. Wellicht als het NOC NSF ook een status/ondersteuning beschikbaar zou stellen aan de hand van een Team Prestatie dit een ander verhaal gaat worden.
Maar het probleem op topsportgebied van het Olympisch Karate is dieper dan alleen dat. In de afgelopen jaren is Nederland afgegleden op de wereldrangen (uiteraard enkele individuele topprestaties daar gelaten, ik heb het over de breedte). Landen als o.a. Oekraïne, Denemarken, Kroatië (om er even uit mijn hoofd op te noemen) presteren constant beter en een vergelijking met het Nederlandse Voetbal is wellicht al snel gemaakt. De Harde Realiteit is dat er ook geen (korte termijn) oplossing is. De landen die ik net opnoemde (en er zijn er veel meer) investeren in hun atleten (en coaches) en waren op de achtergrond al bezig met het opzetten van een Olympisch Traject. Nu hoor ik sommigen al denken; ‘dan zetten we toch ook een plan op!’ JA, ik ben voor! Oh wacht, en nu kom ik bij de bottleneck van de organisatie, de Leden van de KBN bepalen in feite welke koers er gevaren wordt en dit gebeurt twee maal per jaar tijdens de ALV (Algemene Leden Vergadering). Daar zit een grote meerderheid die weinig (tot niets) te maken heeft (wilt hebben) met het Olympisch Karate. Ik ben eenmaal aanwezig geweest en ik heb o.a. iemand horen zeggen: ‘er zitten hier ook mensen die aan BUDO doen en niets te maken hebben (lees; willen hebben) met het wedstrijdgebeuren.’ ….. even laten bezinken ….. Maar toen de NOS met hun camera’s langs kwam tijdens de Premier League in Rotterdam (die we nu dus ook kwijt zijn doordat we, jawel tijdens een ALV, hebben besloten toch maar niet het EK van 2021 te organiseren) deden we toen aan budo of waren we met Olympisch Karate bezig?! En als die nieuwe woonwijk die net om de hoek bij jouw dojo is gebouwd op zoek gaat naar een karateschool, dan komen ze toch ook bij jou (inclusief je budo) terecht, maar toch echt omdat ze eerst de beelden en interviews van Tyron Lardy, Timothy Petersen, Sherlilyn Wold enz. hebben gezien. De Harde Realiteit is dat de meesten die daar zitten (tijdens de ALV) vnl. bezig zijn met het behartigen van het eigen belang waarbij het grotere geheel, helaas, uit beeld raakt.
Een oplossing zou wellicht zijn, het opsplitsen van de KBN zodat de Topsport op eigen benen verder gaat (ik ben overigens echt niet de eerste en enige die zoiets oppert). Ik denk dat we met een budget van 3-4 ton (lijkt veel maar in de wereld van de topsport echt een zakcentje) al een leuk topsportprogramma kunnen maken waarmee we in elk geval (in de breedte) niet verder achterop geraken. Kunnen we er een miljoen van maken dan kunnen we een grootschalige scholing opzetten (hoe cool zou dat zijn een Nederlandse Scholing in Olympisch Karate) die reeds begint bij de jongere leeftijden.
Speelsgewijs beginnen om vervolgens ‘door de trechter’ een kleinere elitegroep overhouden die garant staat voor resultaat EN scherp blijft omdat de volgende ook alweer klaar staat. De Harde Realiteit is dat we ze nu niet echt voor het uitkiezen hebben en dat we afhankelijk zijn van die enkele talenten die EN toevallig in aanraking zijn gekomen met Karate EN de pubertijd overwinnen EN gek genoeg zijn om door te blijven gaan ondanks er zo weinig tegenover staat.
Wachten op een verandering (zowel organisatorisch als budgettair) is niet productief dus heb ik getracht een oplossing te bieden voor ‘het gat’ dat er nu is tussen de Training & Begeleiding die de atleten binnen hun club krijgen en wat de KBN faciliteert vanuit de Topsportportefeuille en (met wat aanmoediging van mijn vrouw en de hulp van partners) begeleid ik atleten persoonlijk/kleinschalig als aanvulling – wellicht dat je reeds enkele videofragmentjes hebt gezien op mijn social media 😉 Daarnaast ben ik op de achtergrond ook bezig om workshops op te stellen waarmee Trainers/Coaches (maar ook atleten zelf) in de praktijk direct mee aan de slag kunnen in hun clubtrainingen. Houd mijn IG (https://www.instagram.com/danidynamite1/) en FB (https://www.facebook.com/danidynamite79/) in de gaten voor meer info, daarop kan je me ook direct benaderen.
Want; De Harde Realiteit is; je bent als Olympisch Karate Atleet in Nederland (voorlopig) voornamelijk op jezelf aangewezen om een Concurrerend Topsportprogramma op te stellen.
Het belang van een goede, regelmatige slaap
Bron: www.hardlopen.nl
Vandaag is het de Internationale dag van de slaap. Goede, regelmatige slaap is van onschatbare waarde voor goed presteren, met name bij duursporten zoals hardlopen. De meeste mensen hebben acht tot tien uur aan slaap nodig, waarbij sporters doorgaans meer slaap nodig hebben dan mensen die weinig lichamelijk actief zijn.
Tijdens de slaap vindt herstel plaats van beschadigde spieren door eiwitsynthese. Een licht slaaptekort beïnvloedt al de gevoeligheid van de spieren voor insuline en de regulatie van het hongergevoel. Mensen die te weinig slapen hebben vaker een hoger lichaamsgewicht en hebben doorgaans een minder goede spijsvertering. Korter en onregelmatig slapen vermindert het cognitief functioneren (minder goed geheugen, moeite opdrachten uit te voeren etc.) en het gevoel van ‘weerbaar zijn’. Totale slaaponthouding zorgt voor een enorme achteruitgang van snelheid, kracht en inspanningsvermogen. Chronisch slaaptekort leidt tot een toegenomen gevoeligheid voor blessures, een lagere pijngrens en het vatbaarder zijn voor ziektes.
Slaapfases
De slaap kan verdeelt worden in een aantal fases, waarvan de REM-slaap de bekendste is. De fase hiervoor, de pre-REM slaap is echter het belangrijkste voor spieropbouw en herstel. Deze fase begint in de eerste 20 – 40 minuten na het in slaap vallen en duurt vervolgens ook zo’n 20 – 40 minuten. In deze fase daalt de lichaamstemperatuur en de ademhaling en zijn de bloedsomloop en de hartslag op hun laagst.
Tijdens de pre-REM slaap vindt veruit de grootste productie plaats van groeihormoon en van testosteron, tot wel 95% van het totale dagelijkse aanmaak. De pre-REM slaap is dan ook noodzakelijk voor herstel van het lichaam. Na 20 – 40 minuten in de pre-REM slaapfase te zijn geweest, treedt geleidelijk aan de REM-slaap in waarbij de hartslag verhoogt, de ademhaling versnelt en de hersenactiviteit toeneemt.
Bij herhaald verstoorde slaap gaat het lichaam direct na het inslapen over in de REM-slaap en wordt de pre-REM slaap overgeslagen. Dit heeft grote gevolgen voor het herstel van de sporter.
Invloed op sportprestatie
Sportprestaties zijn afhankelijk van slaap, waarbij langer dan acht uur slapen de prestaties op zowel kracht als uithoudingsvermogen lijkt te verbeteren. Daarnaast is er ook nog invloed van het circadiane ritme en lijkt het erop dat fietsers beter presteren aan het eind van de middag, terwijl lopers doorgaans juist aan het begin van de avond op hun best zijn.
Hoewel de sportprestaties ‘s avonds pieken, maakt het lichamelijk actief zijn ‘s avonds het in slaap vallen moeilijker. Diëten met veel eiwitten en koolhydraten bevorderen de slaap, maar moeten niet korter dan een uur voor het slapengaan worden genuttigd. Vet eten is nadelig voor het in slaap vallen.
Door Mirjam Steunebrink
Mirjam Steunebrink is sportarts bij SMA Noord in Groningen en Sportgeneeskunde Friesland en begeleidend arts tijdens juniorenkampioenschappen van de Atletiekunie.
Support van ouders: onmisbaar of onwenselijk?
Bron: http://www.topsporttopics.nl
Ouders zijn enerzijds onmisbaar om talenten de kans te geven door te breken. Aan de andere kant kan gedrag van ouders ook de ondergang van talent betekenen. Ouders kunnen hun kinderen helpen door financiële en mentale steun te bieden. Wel moeten ze oppassen dat ze niet zo’n hoge druk opleggen dat hun sportende kinderen hier aan ten onder gaan.
USAG- Humphreys
Om te kunnen sporten hebben kinderen eigenlijk altijd de steun van ouders nodig. In het begin van een sportcarrière is dat vooral financieel. Later, als een kind talentvol blijkt te zijn, draven ouders geregeld op om als chauffeur met hun kroost stad en land af te reizen naar trainingen en wedstrijden. Daarnaast vormen ouders vaak een vangnet bij tegenslagen en kunnen ze hun kind ook in die gevallen emotioneel steunen.
Een grote emotionele betrokkenheid van ouders kan enerzijds ondersteuning bieden maar anderzijds leiden tot te hoge druk. Een groep Engelse onderzoekers is dieper ingegaan op deze kwestie door bestaande wetenschappelijke literatuur over dit onderwerp onder de loep te nemen.
(On)schuld
Vooral ouders die in hun kind een toekomstig medaillewinnaar zien, leggen hen geregeld (onbewust) een dermate hoge druk op dat een ‘burn out’ op de loer ligt. Een goede vertrouwensband tussen ouders en kind is belangrijk, omdat de kans op negatieve effecten groter is als deze ontbreekt. Dit geldt ook voor de karaktereigenschappen binnen het gezin. Zo blijkt bijvoorbeeld dat kinderen die perfectionistisch van aard zijn, de ondersteuning van ouders sneller opvatten als druk. Zij willen namelijk te allen tijde voldoen aan de verwachtingen van hun ouders, met een verhoogd risico op een ‘burn out’.
Ouders moeten ook leren
De onderzoekers staan uitgebreid stil bij de mogelijkheden om er voor te zorgen dat ouders wel hun kinderen ondersteunen, maar niet hun ontwikkeling om zeep helpen. In alle theorieën die onderzoekers aandragen speelt communicatie tussen ouders, kind en coach een sleutelrol. Coaches zullen het gesprek met ouders en kind aan moeten gaan, waarbij zelfreflectie het toverwoord is. Het moet voor ouders duidelijk zijn welke rol zij spelen in de begeleiding van hun kind en dat support positief en proactief moet zijn.
Er bestaat geen handboek met de do’s en don’ts voor ouders van een talentvol kind. Elke kind-ouder-situatie is uniek. Het is alleen wel essentieel dat zowel coaches, als ouders als kind inzien dat het uiteindelijk het kind is dat talent heeft. Hij of zij is alleen gebaat bij een omgeving waarin dat talent het best tot wasdom kan komen. Daarvoor is het belangrijk dat alle betrokkenen met elkaar blijven praten.
Sporters slapen te weinig door een slechte planning van trainingstijden. De dag afsluiten met een late training, om de volgende dag te starten met een vroege training, doet hen de das om. Trainers doen er verstandig aan hiermee rekening te houden in de planning.
Chronisch slecht en weinig slapen heeft een directe weerslag op de sportprestatie. Niet alleen dat, het kan ook leiden tot gezondheidsklachten door een verminderde weerstand en bijvoorbeeld slechtere schoolprestaties.
Vol programma, weinig slaap
Om voldoende slaap te kunnen hebben is vroeg naar bed gaan of later opstaan een vereiste. Veel sporters trainen echter vroeg, gaan naar school of werk en trainen ’s avonds laat nog een keer. Zo blijft er logischerwijs weinig tijd over om te slapen.
Onderzoekers uit Nashville hebben aan de hand van een literatuuronderzoek nu aangetoond dat dit trainingsregime werkelijk zijn weerslag heeft op de slaapkwaliteit. Zo drinken sporters tijdens een training bijvoorbeeld vaak meer dan dat ze nodig hebben om hun vochtpeil weer op orde te brengen. Als dit tijdens een avondtraining gebeurt moeten sporters er vaak ’s nachts uit om te plassen. Daarnaast duurt het gemiddeld 20 minuten langer voordat een sporter de slaap kan vatten na een late intensieve training. Veelvuldig vroeg in de ochtend trainen, bijvoorbeeld tussen zes en zeven uur, verkort niet alleen de slaaptijd op trainingsdagen, maar ook op niet-trainingsdagen omdat de biologische klok verschuift door dit vroege opstaan. Hierdoor ontwaken sporters altijd vroeg.
Trainingspuzzel
Het is praktisch vaak niet mogelijk later op de ochtend of vroeger op de avond te trainen vanwege zaalhuur, school of werk. Toch kunnen trainers er wel voor zorgen dat bijvoorbeeld doordeweekse late trainingen niet gevolgd worden door een vroege training de volgende dag. Als dat toch een keer moet gebeuren is het verstandig dit in te plannen op dagen wanneer een sporter overdag een middagslaapje kan doen. Deze “powernap” kan in ieder geval ten dele slaaptekort en de negatieve effecten ervan opheffen.
De onderzoekers gaan in deze studie vooral in op het effect van slaapgebrek bij jonge sporters die nog naar school gaan, maar hetzelfde geldt voor sporters die overdag werken. Ook zij lopen tegen bovenstaande problemen aan en zullen op moeten letten met de trainingstijden van opeenvolgende trainingen om een tekort aan slaap tegen te gaan.
Waar uit eerder onderzoek vooral adviezen volgen over welke randzaken belangrijk zijn om de slaap te verbeteren, zoals het vermijden van fel licht voor het slapen gaan, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat sporters überhaupt voldoende kunnen slapen.
T.H. (Herman) IJzerman
Copenhaver EA, Diamond AB (2017) The value of sleep on athletic performance, injury, and recovery in the young athlete. Pediatr. Ann., 1;46: e106-e111
Functionele (kracht) training
Voor het verbeteren van een (top)sportprestatie moet het hele lichaam (de gehele bewegingsketen) goed functioneren.
Functioneel training is trainen in de functie van wat je wil doen: voetballen, hardlopen, turnen, vechtsport etc. Sport specifiek dus. Het lichaam bestaat niet uit spieren die geïsoleerd liggen maar juist in ketens met de fasciale structuren daartussen.
Uitgangspunt voor training is de lichaamshouding.
Wat is een actieve lichaamshouding?
Basiskennis van de anatomie is hiervoor van belang. Er bestaan verschillende vormen van spiercontractie dit vereist sport specifieke krachttraining.
Vaak kan een makkelijke bewegingstest informatie geven of een sport specifieke beweging wel uitgevoerd kan worden compensatie door een beperking in het lichaam kan namelijk tot blessures leiden. Om de kennis over sport specifieke training te vergroten organiseert Fysiotherapie Maarten van Berlo een basiscursus functionele (kracht) training. Deze duurt 1 dag en bestaat uit 2 blokken van 3 uur. Het primaire doel van de cursusdag is de theoretische en praktische kennis op het gebied van functionele training en functionele beweging te vergroten.
Aan bod komen o.a. het trainen en vergroten van de kracht, flexibiliteit, explosiviteit, snelheid, coördinatie, behendigheid, balans, houding en blessurepreventie .
De cursusdag is bedoeld voor trainers, begeleiders en sporters met een basiskennis over trainingsleer.
De cursusdag staat open voor maximaal 10 personen en wordt uitgevoerd door Maarten van Berlo sportfysiotherapeut en fysiek trainer van diverse (top) sporters.
De theorie en de praktijk komen beide ruim aan bod en iedereen die meedoet krijgt een certificaat van deelname. Mocht u belangstelling hebben op welke dagen de cursus gegeven zal worden en wat de kosten zijn dan kunt u een mail sturen naar maarten@maartenvanberlo.nl
Topsporters belasten hun lichaam zwaar. Wat betekent dat voor eventuele blessures en welke rol speelt fysiotherapie daarbij? We spreken eerst met topatlete en meerkampster Nadine Broersen en daarna met judoka Henk Grol over de rol van fysiotherapie rondom trainingen en wedstrijden.
Binnen de meerkamp worden alle onderdelen gedaan. Er ontstaan veel verschillende blessures. Nadine: “Ik zie veel achillespeesblessures, maar daar heb ik gelukkig nog geen last van. Wel al eens een scheurtje in mijn hamstrings opgelopen en drie weken voor een EK mijn mediale enkelbanden ingescheurd.
Trainingshardheid
“Ik heb van nature de neiging om te lang door te gaan. Omdat we veel trainen met een grote omvang ga je niet bij elk pijntje direct stoppen. Je bouwt natuurlijk door de jaren heen ook wel een bepaalde trainingshardheid op. Vroeger ging ik soms echt te lang door, maar nu – met meerdere jaren ervaring – weet ik steeds beter wanneer ik op tijd moet ingrijpen. Mijn coach speelt daarbij een redelijk grote rol. De coach kan altijd ingrijpen of natuurlijk de training stoppen.”
Allemaal een andere visie
De fysiotherapeut wisselt nogal eens bij de bond. Op Papendal is er via het SMCP (SportMedisch Centrum Papendal) een fysiotherapeut beschikbaar. Naar het buitenland gaat weer een andere fysiotherapeut mee. Nadine reageert: “Ik heb 5 verschillende fysiotherapeuten gezien in de afgelopen 8 jaar.” Het lijkt voordelig als je één fysiotherapeut hebt die overal bij is. “Toch is dat niet altijd zo”, nuanceert Nadine. “Een andere fysiotherapeut heeft toch weer een ander inzicht, ze hebben allemaal een verschillende visie, soms reageer ik goed op een alternatieve aanpak.” Nadine reageert ook goed op de manueel therapeut. “Ik laat 1 keer per maand de manueel therapeut alles bekijken en recht zetten, indien dat nodig is. Maar soms als de manueel therapeut mee gaat naar een toernooi wordt er weleens 4 keer wat recht gezet in 2 weken. Dat is voor mij weer niet goed, ik heb dan het gevoel dat mijn lichaam het niet meer zelf kan oplossen.’’
Goed overleg
Nadine is veranderd van coach waardoor ze nu niet meer fulltime in Papendal verblijft. ‘’Ik heb gemerkt dat een eigen team om je heen eigenlijk het ideale plaatje is. Dat is het voordeel van de trainingskampen. Je hebt dan gedurende het kamp het gehele team om je heen, vaak is er dan ook nog een sportarts beschikbaar. In de dagen dat ik niet op Papendal zit, moet ik veel meer zelf regelen, ook met betrekking tot de fysiotherapeuten. Ik vind het erg fijn dat de betrokken fysiotherapeuten bereid zijn goed met elkaar, met de sportarts en mijn coach te overleggen.’’
Voor Nadine was de fysiotherapeut aanvankelijk niet in beeld. Nadine: “Ik kwam in 2009, op 18-jarige leeftijd, bij de nationale selectie. Ik was daarvoor nog nooit naar een fysiotherapeut geweest. Maar wat ik inmiddels wel heb geleerd en ervaren is dat voor mijn topsportcarrière als meerkampster fysiotherapie echt onmisbaar is.’’
Judo doet altijd pijn
“Rugklachten, knieklachten, liesklachten, schouderproblemen, spierblessures, gebroken teen en duim, AC-luxatie, sternum- en polsfactuur, ach welke blessure heb ik nog niet gehad”, antwoordt Henk op de vraag naar zijn blessureverleden. “Weet je wat het is, topjudo en blessures horen bij elkaar. Judo doet altijd pijn. Judo is vechten en daar hoort ‘lijden’ gewoon bij.”
Rode vlek
De fysiotherapeut is voor veel judoka’s onmisbaar, maar ook vaak een rode vlek. Natuurlijk zegt de fysio vaak dat de sporter rust moet nemen, maar dat kan gewoon niet altijd. ‘’Of er wordt een scan geadviseerd, maar wat heb ik daaraan?’’ vult Henk aan. ‘’Ik heb er vaak niets aan. Het is een continue strijd van wat nog wel en niet verantwoord is én ik luister slecht.’’
Slecht luisteren
Dat ‘slecht luisteren’ is niet altijd een positieve eigenschap. ‘’Ik ben met serieuze klachten en vele waarschuwingen gewoon ook te lang doorgegaan. Vooral de laatste 7- 8 jaar heb ik vaak toch te veel risico’s genomen. Wordt er een rusttijd van 6 weken geadviseerd, ben ik na 2 weken toch weer zo onrustig dat ik alweer aan de trainingen begin. Sommige blessures zijn daardoor veel langzamer hersteld en heb ik een veel lagere hersteltijd gehad. Slecht luisteren komt ook door mijn eigen interne druk van ‘het moeten’.
De combinatie van slecht luisteren en steeds moeten heeft me heeft veel gebracht, maar daardoor heb ik die gewilde Wereldtitels en Olympische titel gemist. Ik heb dat losgelaten. Ik heb nu veel meer plezier in het judoën. Dat is heerlijk.’’ Henk heeft via Matrix Fitness de beschikking over een eigen Gym of zoals ze zelf noemen: Henk’s IJzerwinkel. Daar doet hij zijn krachttrainingen en/of hersteltrainingen tijdens revalidatieperioden. Via de topsportpolis heeft hij onbeperkte vergoedingen voor fysiotherapie. De fysiotherapeut speelt bij Henk geen rol in de krachttraining of zoals Henk zegt: “Daar heeft de fysio geen verstand van.”
Papendal
Henk zit nu fulltime op Papendal en heeft daarmee ook gemakkelijk toegang tot SportMedisch Centrum Papendal (SMCP). Dat is voor Henk belangrijk want zoals hij zelf zegt: “Topsport zonder fysiotherapie is niet te doen.” Hij geeft een speciale pluim aan zijn huidige fysiotherapeute Cynthia Bos. ‘’Zij is echt heel goed. Dry Needling werkt ontzettend goed. Zij ‘prikt’ perfect en ze kan heel goed tapen. Cynthia gaat ook mee naar toernooien waar ze heel goed omgaat met de wedstrijdspanning, de pijntjes en de rol van de fysiotherapeut.’’ Het fulltime verblijf op Papendal bevalt prima, maar Henk is wel kritisch. ‘’Vooral voor jonge judoka’s is Papendal in mijn optiek misschien een te luxe situatie. Judo is ook vechten en ‘lijden’ hoort daarbij.
Als je alles zo goed faciliteert en bij elke pijntje naar de sportmedische begeleiding stapt dan kun je de pijn niet meer zo goed verdragen. Terwijl pijn gewoon bij de judosport hoort.’’
Nadenken over een leven na topsport… Wat nu?
Door Esther Stam; topjudoka en deelnemer Olympische Spelen Rio2016
Focus, 15 jaar lang! Voor topsport is focus belangrijk en judo stond altijd op de eerste plaats.. Wat heeft topsport mij eigenlijk gebracht? Wat heb ik gemist? Iets waar ik de laatste tijd vaker over nadenk.
Topsport was en is mijn leven. Het bracht mij in situaties die ik nooit voor mogelijk heb gehouden. Wie had ooit kunnen bedenken dat ik als Georgische op de bergtoppen van Bakuriani (in Georgië) zou trainen? En dat ik mij daar als enige vrouw staande moest houden in een herenteam? Alles voor dat ultieme doel waar ik me op bleef focussen. En wie had gedacht dat ik via deze weg mijn droom verwezenlijkte en in Rio de Olympische mat mocht betreden?
Ik heb daardoor competenties ontwikkeld waar ik de rest van mijn leven profijt van heb. Maar nu ik langzamerhand naar het einde van mijn carrière ga, geeft mij dit ook een flinke uitdaging. Want wie ben ik eigenlijk zonder topsport? Wat kan ik en belangrijker nog: Wat wil ik? Waar ga ik me de komende jaren op focussen?
Een simpele google opdracht doet mij al snel beseffen, dat dit een veelbesproken en actueel thema is. Er komt een aantal artikelen langs over depressiviteit van gestopte topsporters. Het welbekende zwarte gat. Een artikel wat de spijker op zijn kop slaat, is van Claire Hanna, een (ex-) Canadese volleybalster:
Maar is de struggle die Claire beschrijft nodig? Of kun je jezelf voorbereiden op de stap na je topsportcarrière? Vergeleken met haar heb ik een grote voorsprong. Ik heb naast mijn sport mijn studie communicatiewetenschappen kunnen afronden en jaren bij ING gewerkt. De start is er dus al. Ik ben bijgestaan door een carrièrecoach, loop mee bij organisaties, zoals @Fanbased, en praat met veel mensen uit het bedrijfsleven. En dan volgt hopelijk een nieuwe focus; mijn maatschappelijke carrière! Maar eerst nog even judoën…
Een kind met topsporttalent: Hoe herken je het en hoe ga je ermee om? Sportpsycholoog Ivo Spanjersberg geeft tips voor ouders of begeleiders op basis van de laatste inzichten.
We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen. Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in onze privacystatement.
[X] Ik ga akkoord met bovengenoemde privacy verklaring